Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Methodologisch individualisme en holisme

De discussie tussen methodologische individualisme en holisme wordt het best begrepen als een vraag naar de reduceerbaarheid van de wetenschappelijke taal van een bepaald domein naar een taal van een ander domein. Maw een theorie T2 kan slechts gereduceerd worden tot een theorie T1 als en slechts als T2 afgeleid kan worden uit T1. Micro-reductie: de objecten van T1 zijn delen van de objecten van T2 (vb. T1 = atomen, T2 = moleculen → atomen zijn deeltjes van moleculen dus dit geldt).

De discussie tussen methodologisch individualisten en holisten in de maatschappijwetenschappen betreft de reduceerbaarheid van de theorie van de groepen naar de theorie van de individuen.

  • Methodologisch individualisten(leunt aan bij de economie) menen dat sociale instituties reduceerbaar zijn tot individuele beslissingen. De gedragswetenschappen zijn bijvoorbeeld afleidbaar tot de Rational Choice Theorie. Stelling: Volgens de methodologisch individualisten zijn alle maatschappelijke evoluties verklaarbaar vanuit twee zaken:
  • De keuzepsychologie van het rationele individu
  • De interactiestructuur waarin dat individu kiest

Voor de analyse van situaties waar er twee kiezende personen aanwezig zijn, worden meestal wiskundige modellen gebruikt die de individuele beslissingsprocessen beschrijven in situaties waar de uitkomsten van die beslissingen afhangen van de beslissingen van anderen (speltheorie). Een speciaal soort van spelsituaties zijn deze die leiden tot zogenaamde suboptimale resultaten.

Suboptimaliteit heeft iets te maken met de zogenaamde fallacy of composition (drogreden van de samenstelling). Hieronder verstaat men de foutieve veronderstelling dat wat mogelijk is voor elk individu afzonderlijk in een groep, mogelijk is voor alle leden van die groep samen (vb. opletten, volwassen gedragen; tegenvb. weigeren taken, werkgelegenheid). In de gevallen van de tegenvoorbeelden kan zelfs contraproductiviteit ontstaan: de aggregatie van individuele beslissingen leidt tot resultaten die tegengesteld zijn aan wat elk afzonderlijk heeft beoogd met zijn/haar beslissing (vb. p139).

Het methodologisch individualisme is goed verenigbaar met de uitgangspunten van de neo-klassieke economische theorie. De economie is sterk methodologisch individualistisch getint. (paar uitz.)

  • Volgens deholisten (leunt aan bij de sociologie) echter zijn de sociale instituties niet herleidbaar tot individuele beslissingen. Men kan het holisme op twee manieren definiëren:

  • Een theorie die ontkent dat de theorie van maatschappijen herleidbaar is tot die van individuen.
    • Een theorie die stelt dat een maatschappij reële kenmerken heeft die niet herleidbaar zijn tot de individuen waaruit die maatschappij is samengesteld

Lees meer...

Rationeel gedrag of niet?

Uit studies blijkt dat als men weet wat een persoon vindt dat hij zou moeten doen, in slechts 10% van de gevallen zijn gedrag kan voorspeld worden. Dus als je weet wat volgens mensen hoort, zullen zij in 90% van de gevallen anders reageren. Dit zou men zo kunnen zien dat de ‘diepe’ moraliteit wordt gedoubleerd door een ‘situationele’ moraliteit die onder de druk van omstandigheden aan de oppervlakte komt.

Er zijn allerlei factoren gevonden die zorgen voor meer overeenstemming tussen ‘diepe’ en ‘situationele’ moraliteit zoals opvoeding; persoonlijkheid en levensgeschiedenis.

Sociaal psychologen zien dit gedrag van mensen in extreme situaties als onvoorspelbaar en hun beslissingen dus als irrationeel. Men spreekt immers van rationeel handelen, als je handelt op grond van beslissingen waarvoor je goede redenen hebt. Toch kan me dit gedrag als rationeel beschouwen volgens Becker. Want volgens hem is groepsconformisme rationeel gedrag. De grondgedachte van deze theorie is de volgende: stel dat in iemands preferentieordening groepsconformisme boven het moorden staat. Dit is al altijd zo geweest maar tot nu toe kon deze persoon deze twee preferenties gelijktijdig bevredigen. Maar stel dat deze persoon in een situatie komt waar dit niet het geval is dan zal hij moeten kiezen voor datgene waar hij het meeste belang aan hecht namelijk het groepsconformisme. Dus zal de persoon rationeel voor het moorden kiezen.

Maar de vaststelling dat de meeste politiemannen diepe crisissen doormaakten toont aan dat er een breuk is in hun preferentiestructuur. We hebben dus te maken met inconsistente en niet-transitieve preferentieordeningen. Ook het voorkomen van “learning by doing” en de “paradox van de sequentiële handeling” is moeilijk te verklaren vanuit de stabiliteit van de preferenties. Het lijkt er veel meer op dat de actoren zelf hun preferenties gaan wijzigen terwijl zij leren hun weerstanden tegen hun eigen handelswijze te overwinnen.

De zienswijze van Becker toont wel aan dat de zaken misschien niet zo gemakkelijk liggen als men op het 1e zicht zou denken. Het leert ons echter ook iets over de gebrekkige onderlinge coherentie van de gedragswetenschappen. De uitgangspunten van de experimentele sociale psychologie en de economie bepalen in zeker mate of men gedrag als rationeel of irrationeel gaat interpreteren.

Rationele actoren: contra:

- rol: situatie (wordt gekozen)

- onvoorspelbaarheid

- inconsistente preferenties: depressies, gebruik excuses

- preferentiewijziging: learning by doing

Rationele actoren: pro:

- onbewuste berekening van voordelen

- consistente preferenties op gewijzigd markt

à actor prefereert waardering door anderen

Uitroeiingskampen

  • Slachtofferperspectief

- kwaad is intentioneel

- kwaad hangt samen met schadelust, sadisme

- het slachtoffer is onschuldig en goed

  • Daderperspectief

- hebzucht en ambitie (indianengenocide)

- wraak en egoïsme (servische gewelddaden tegen Kroaten)

- idealisme (jodengenocide)

- plezier (5% vd gewelddaden)

Lees meer...

Het model van Albert Bandura

Uit de Milgram- en Lernerexperimenten blijkt dat ‘normale’ mensen in bepaalde situaties- en dit tegen hun eigen waarden en overtuigingen in – kunnen pijnigen.

Albert Bandura heeft geprobeerd om een overzicht te geven van mechanismen die mensen gebruiken om tegen hun eigen waarden en normen te handelen. Een overzicht:

  • Morele justificatie: hoewel men start van de overtuiging dat iets verkeerd is, wijzigt men de overtuiging doordat men in een bepaalde situatie komt te staan waarin zich een morele justificatie aandient voor het foute handelen. Essentieel voor deze justificatie is dat mensen er gehoor aan geven omdat dit hen uitkomt en niet zozeer omdat de argumentatie hen overtuigt.
  • Palliatieve vergelijkingen: door het vergelijken van een voorgenomen verkeerde daad met één die nog slechter is, overtuigt men zichzelf dat de voorgenomen daad nog niet zo slecht is.
  • Eufemistische uitdrukkingen: uitdrukkingen die de zaak mooier voorstellen dan zij is. Dergelijke uitdrukkingen dienen eerder om de buitenstaanders te misleiden dan om de daders zelf gerust te stellen.
  • Verplaatsing van de verantwoordelijkheid:
  • In autoritaire structuren: men schuift de verantwoordelijkheid af op een hoger geplaatste.
  • Men kan de verantwoordelijkheid afschuiven op een bewustzijnstoestand (vb. dronken).
  • Diffusie van de verantwoordelijkheid: als men zichzelf ziet als een onderdeel van een groter radarwerk, kan men zichzelf eveneens ontlasten van verantwoordelijkheid.
  • Het minimaliseren, negeren of verkeerd inschatten van de gevolgen van de handelingen.

De gevolgen zien er door de ogen van de daders heel anders uit dan bekeken door de ogen van de slachtoffers.

  • Dehumanisering: mensen gaan gemakkelijker over tot het stellen van ‘problematische’ daden als zij de ander zien als geheel verschillend van zichzelf (vb. taal, uitzicht). Dit noemt men vergroten van de psychische afstand. Ook de fysieke afstand kan bijdragen tot het depersonaliseren en dehumaniseren van mensen (cfr. Milgramexperimenten)
  • Blameren van het slachtoffer: daders zullen het slachtoffer zelf de schuld geven van wat hen overkomt.
  1. Het verklaren van grootschalige geweldpleging

Browning heeft bij zijn onderzoek de leden van de politiemoordbrigade bestudeerd. Dit waren volgens hem gewone mannen zonder echt gewelddadig verleden of sadistische aanleg. Browning toont aan hoe die mannen het moorden leerden door het te doen (learning by doing) en hoe sommigen zich ontwikkelden tot volleerde sadisten. Belangrijke vaststellingen van Browning zijn:

  • Men trachtte de afstand tussen de beul en het slachtoffer psychisch en fysiek zo groot mogelijk te maken.
  • Men dronk zich voor een moordpartij zat (ontremming).
  • Bij een operatie zonder officieren nam de bereidheid tot moorden af (autoriteit).
  • Het belang van groepsconformisme: dit is de wil om voor de ogen van je kameraden niet te kort te schieten.
  • De meesten hadden psychische problemen met het moorden maar toch deed ongeveer 80% van de mannen mee ook al werden ze daartoe niet gedwongen.
  • Er was geen pre – of zelfselectie om deel te worden van deze groep. Het waren vooral oudere mannen die ongeschikt waren voor de dienst.
  • De mannen keurden zelf hun gedrag af.

Eigenlijk kan men het optreden van dergelijk moordbrigades zien als een geïnstutionaliseerde manier om de hoger vermelde ontremmingsmechanismen te bevorderen. In gewone omgeving zullen mensen wel de neiging hebben om deze mechanismen te gebruiken wanneer zij onder druk staan om een regel die ze zelf aanvaarden te overtreden. Het zijn dus uitzonderingssituaties.

Lees meer...

De Lerner-experimenten

Onderzoekshypothese van Lerner: getuigen van onverdiend lijden zullen trachten de rechtvaardigheid in een situatie te herstellen door het slachtoffer te helpen. Als dat niet mogelijk is, zullen zij de rechtvaardigheid in de situatie herstellen door het slachtoffer te blameren → ze willen het geloof in een rechtvaardige wereld staande houden.

Experimenten van Lerner: p120 e.v.

Opstellingen: p121

Bevindingen: p122

Conclusies:

  • Als de proefpersonen geloven dat het model elektroshocks zal krijgen beschrijven ze het als minder aantrekkelijk dan als zij dat niet geloven.
  • Als de proefpersonen geloven dat het model shocks zal krijgen, wordt de martelaar sterker verworpen dan de niet-martelaar.
  • Als de proefpersonen geloven dat het model geen shocks zal krijgen, dan wordt de martelaar als even aantrekkelijk, zoniet aantrekkelijker ervaren dan de niet-martelaar.
  • Als de proefpersonen geloven dat het model shocks zal krijgen, maar ook geloven dat het in hun plaats shocks krijgt en zij zich net zo goed in die situatie konden bevinden, zal het model als aantrekkelijker worden ervaren dan wanneer het gevoel van een mogelijk gedeeld lot niet aanwezig is.

→ Als men een slachtoffer kan helpen zal men dat doen.

→ Als men het slachtoffer niet kan helpen, verkiest de meerderheid om het te blameren.

→ De ervaring van verschillend-zijn is essentieel voor het accepteren van leed aangedaan aan anderen. Anders gezegd: hoe meer men zichzelf ervaart als gelijk aan het slachtoffer, hoe minder men geneigd zal zijn om te blameren.

Verklaringen:

  • De frustratie-agressiehypothese: mensen nemen wraak op het slachtoffer voor de spanning die zij zelf ervaren bij het zien van het lijden van het slachtoffer.
  • De schuldreductiehypothese: het blameren van het slachtoffer reduceert het schuldgevoel bij de toeschouwers als ze het slachtoffer niet kunnen helpen.
  • De dissonantiereductiehypothese: als je een diepe behoefte hebt om te geloven dat iets het geval is, zal je informatie die daarmee in strijd is negeren, bedreigende informatiebronnen vermijden en consonante informatiebronnen opzoeken.
  • De rechtvaardige-wereldhypothese: de meeste mensen geloven dat wij in een rechtvaardige wereld wonen en als zij dan iemand zien gepijnigd worden denken zij dat dit tot deze rechtvaardige wereld behoord en dat het zijn verdiende loon is. (Waarnemingen in strijd met de rooskleurige wereldvisie worden m.a.w. gereduceerd.)

≠ dissonantiereductiehypothese

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen