Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Nominale een reële productie

Veranderingen in het BBP zijn niet alleen het gevolg van wijzigingen in de kwantiteiten, maar ook van veranderingen in de prijzen.

Om een betere maatstaf te hebben voor veranderingen in de output van goed/diensten, moeten, we bij de berekening van het BBP dus een correctie doorvoeren voor prijswijzigingen.

Daarvoor passen we een eenvoudige techniek toe:

We gebruiken de prijzen van een bepaald jaar, we noemen dat jaar het basisjaar, om voor alle jaren de bruto toegevoegde waarde te bereken.

De berekening van het BBP tegen constante prijzen (= prijzen van het basisjaar), levert dus een betere maatstaf op voor de evolutie van de economische activiteit dan de berekening tegen werkelijke of lopende prijzen.

BBP berekend tegen constante prijzen = reëel bruto binnenlands product

BBP berekend tegen lopende prijzen = nominale bruto binnenlands product

De berekening van het BBP van 2003 aan lopende prijzen kunnen we schematisch voorstellen:

Het reële BBP van bv 2003, berekend tegen prijzen van 2000, geven we als volgt weer:

Tot slot merken we op dat niet alleen het BBP, maar ook de andere aggregaten van de nationale boekhouden, zoals de output van de verwerkende nijverheid of de private consumptie, kunnen berekend worden tegen prijzen van een basisjaar.

Lees meer...

De bestedingsbenadering: de finale goederen

De goederen die in de economie worden geproduceerd, worden ook gevraagd door de gezinnen, door de bedrijven, door de overheid of door het buitenland. Om dubbeltellingen te vermijden, houden we bij de bestedingen enkel rekening met de uitgaven voor finale goed/diensten

Het is op het eerste zicht niet evident dat de bestedingen gelijk zijn aan het BNP

Ondernemingen kunnen niet altijd alle producten verkopen, de voorraden van afgewerkte producten stijgen. We beschouwen een verhoging van de voorraden als een bruto-investering.

De nationale bestedingen worden in 4 categoriën opgeslitst:

  • de consumptiebestedingen van de particulieren
  • de investeringen van bedrijven
  • de bestedingen van de overheid
  • de uitvoer van goederen en diensten

Enkel de uitgaven voor producten met eigen productiefactoren geproduceerd, worden in rekening gebracht.

  • BNP = de som van de bestedingscomponenten – de invoer

consumptiebestedingen van de particulieren = totale bedrag dat e gezinnen in de loop van een bepaalde periode uitgeven aan consumptiegoederen en –diensten.

Bruto-investeringen van de bedrijven = alle duurzame kapitaalgoederen (=bedrijfsgebouwen en uitrusting), die de bedrijven in de loop van een bepaalde periode aankopen of voor zichzelf produceren + toename van de voorraden van afgewerkte en halfafgewerkte producten en van grondstoffen + uitgaven voor de bouw van nieuwe woningen.

Grondstoffen en halfafgewerkte producten worden beschouwd als finale goederen voor zover ze worden toegevoegd aan voorraden.

In de nationale boekhouding worden uitgaven voor de bouw van nieuwe woningen bij de investeringen, en dus niet bij de consumptie van de gezinnen, gerekend

overheidsbestedingen = overheidsconsumptie + overheidsinvesteringen

overheidsconsumptie heeft betrekking op de bezoldigingen van overheidpersoneel en de aankoop van goed door de overheid voor haar dagelijks functioneren

overheidsinvesteringen omvatten de uitgaven voor infrastructuur, zoals de aanleg van wegen, havens, enz. en voor nieuwe overheidsgebouwen

De overheid betaalt ook een aantal transfers. Die hebben geen betrekking op de aankoop van goederen en diensten en worden in de nationale boekhouding dus niet als overheidsbestedingen beschouwd.

Tot de bestedingen behoren ook de uitvoer van goederen en diensten. Die beschouwen we als buitenlandse bestedingen voor Belgische goederen en diensten.

Het bestaan van de buitenlandse handel maakt een correctie voor de invoer of de aankoop van goederen en diensten door inwoners van België in het buitenland noodzakelijk. De consumptiebestedingen van de gezinnen, de bruto-investeringen van de bedrijven, de overheidsbestedingen en zelfs de uitvoer zijn deels gericht op de ingevoerde goederen en diensten. In uitgevoerde goederen kunnen inderdaad ingevoerde goederen en diensten verwerkt zijn.

  • Daarom wordt de invoer afgetrokken van de 4 opgesomde bestedingscomponenten

Factorinkomens ontvangen uit het buitenland worden beschouwd als uitvoer van diensten, factorinkomens betaald aan het buitenland als invoer van diensten.

De bruto-investeringen kunnen van jaar tot jaar echter sterk fluctueren.

Voor België is de buitenlandse handel niet alleen zeer belangrijk, maar neemt bovendien nog in belang toe.

Lees meer...

De inkomensbenadering: het nationaal en beschikbaar inkomen

Hier bekijken we de verdeling van het BBP.

Eerst gaat een deel hiervan naar de overheid in de vorm van indirecte belastingen.

De BTW wordt berekend aan de marktprijzen inclusief de indirecte belastingen.

Subsidies worden gezien als negatieve indirecte belastingen.

Indirecte belastingen doen de prijzen stijgen.

Subsidies verlagen de marktprijzen.

BBP tegen factorkosten = wat overblijft na aftrek van deze netto indirecte belastingen

NNI = netto nationaal inkomen

Het BBP tegen factorkosten wordt verdeeld tussen arbeid en kapitaal.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen inkomen uit arbeid2  het bruto exploitatieoverschot3 van bedrijven en gemengde inkomens. Bij die laatste gaat het om inkomens waarvoor het onderscheid tussen arbeidsinkomens en exploitatieoverschot niet kan gemaakt worden. Het omvat inkomens van zelfstandigen en personenvennootschappen.

Exploitatieoverschot = de ontvangsten van de onderneming – de kosten van intermediaire goederen en arbeid.

Het wordt gebruikt om intresten te betalen op leningen van de bedrijven en voor afschrijvingen.

Wat hierna overblijft is de winst VOOR belastingen.

Afschrijvingen: ondernemingen moeten er rekening mee houden dat hun kapitaalgoederen elk jaar een deel van hun waarde verliezen. (de kapitaalgoederen depreciëren). De ondernemingen vangen deze depreciatie op door een deel van hun exploitatieoverschot niet uit te keren aan de productiefactoren onder de vorm van lonen, intresten en dividenden, en in het bedrijf te houden.

De winst die overblijft na aftrek van de intresten en de afschrijvingen, wordt gebruikt voor de betaling van de belastingen op winsten. Wat daarna overblijft kan worden uitgekeerd aan de eigenaars van het bedrijf of onder diverse boekhoudkundige hoofddingen in het bedrijf gehouden worden.

Het beschikbare inkomen = het inkomen dat ter beschikking staat van de gezinnen en dat deze kunnen gebruiken voor aankopen of sparen.

Het bevat niet alleen de inkomens die de gezinnen ontvangen uit arbeid, maar ook het inkomen van gezinnen uit vermogen (huur van gebouwen, intresten en dividenden).

Lees meer...

De productie benadering: de bruto toegevoegde waarde

BNP = som van de bruto toegevoegde waarde van alle ondernemingen die actief zijn binnen het territorium + de bruto toegevoegde waarde die gecreëerd wordt door de overheid.

BTW van een onderneming of van de overheid = de waarde die de onderneming of de overheid met eigen werknemers en uitrusting toevoegt aan de gebruikte inputs van grondstoffen en hulpstoffen.

We gebruiken “bruto” om aan te duiden dat we bij de berekening het waardeverlies van de uitrusting niet in rekening brengen.

Op het vlak van de individuele onderneming meten we de omvang van de productie adhv het zaken-of omzetcijfer.

Het omzetcijfer wordt berekend als het product van de kwantiteiten van de goederen die gedurende een bepaalde periode verkocht werden, en de verkoopprijzen.

Na aftrek van de bedragen die de onderneming betaalt aan andere ondernemingen voor de levering van grondstoffen, halffabricaten en diensten die worden gebruikt als lopende inputs in haar productie, bekomen we de BTW.

De overheid produceert diensten zoals openbare orde, onderwijs en veiligheid. Ook stelt ze straten en autowegen ter beschikking. Deze worden meestal gratis of tegen een prijs ver beneden de kostprijs aangeboden.

ð Het heeft dus geen zin om de BTW van de overheid te bepalen op basis van de marktprijs. Daarom wordt ze berekend adhv de kostprijs.

Hierbij worden enkel de lonen die de overheid betaalt, en de werkelijke of toegerekende huur van de gebouwen die ze gebruikt als kosten in rekening gebracht.

!!! de intrest die de overheid betaalt op haar schuld wordt niet als kostencomponent beschouwd en dus niet in rekening gebracht bij de berekening van de BTW van de overheid.

De impliciete assumptie is dat de overheid de opbrengst van haar leningen gebruikt voor consumptie en niet voor investeringen. De intrest op de overheidsschuld houdt in deze visie dus geen verband met de bijdrage van de kapitaalgoederen van de overheid tot de BTW.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen