Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

De experimentele methode

  1. Inleiding
  • Kennis: elke voorstelling, denkbeeld of overtuiging, waarvan we aannemen dat die met een zekere werkelijkheid overeenkomt (= breder dan wettenschap)
  • Wetenschap:

1) een menselijke bedrijvigheid die erop gericht is tot gesystematiseerde en betrouwbare kennis te komen.

2) het resultaat van een bedrijvigheid in een bepaald gebied: een wetenschap is is dan een geheel van uitspraken, wetten of theorieën betreffende een enigszins samenhangend probleemgebied. Het voldoet aan de volgende eisen: mededeelbaar, systematisch (geordend), controleerbaar.

  1. Waarom zoeken wij kennis?

Wij gaan informatie uit de buitenwereld opdoen aan de hand van onze zintuigen.

Men kan het gebruik van deze zintuigen verbeteren door ermee te leren werken. Zo kan men dan voorstellingenbeginnenmaken. De mens is daar zo bedreven in dat zij die voorstellingen gaat associëren met elkaar en dankzij de taal kan men ze onthouden en meedelen, zo ontstaat cultuur.

Er zijn ook nadelen verbonden aan de uitbreiding van het kenvermogen:

  • Voorstellingen die voorkwamen in gevaarsituaties (vb. bloed) worden geassocieerd met gevaar. Zo ontstaan symbolen van gevaar, die angst oproepen, ook wanneer er geen gevaar is.
  • Men gaat alles wat vreemd is als angstwekkend gaan zien door de behoefte om een begrijpelijk beeld van de wereld te vormen.
  • Doordat de mens continu keuzes moet maken gaat het gevoel opsteken van het maken van de foute keuze. Het handelen gaat dus gepaard met een gevoel van onzekerheid.

Deze factoren maken begrijpelijk dat naast de behoefte naar praktische kennis de mens ook een nood voelt aan ruimere cognitieve inhouden en richtsnoeren voor het handelen, die de angst en het onbehagen moeten reduceren.

Lees meer...

Goede wetenschappelijke producten kan men herkennen aan de volgende criteria

  • Kracht op vlak van de ordening van waarnemingsgegevens:
  • Falsifieerbaarheid: theorieën zijn beter naarmate ze meer weerlegbaar zijn. Dit betekent dat de theorie iets te maken heeft met de werkelijkheid/feiten.
  • Empirische accuraatheid: als een theorie succes heeft op het vlak van voorspellen toont dit dat ze iets te maken heeft met de werkelijkheid/feiten.
  • Bereik: theorie heeft succes op het vlak van voorspellen van verschillende soorten gebeurtenissen.
  • Coherentie: theorie is niet in contradictie met wat wij weten uit andere wetenschappen. (ook interne consistentie)
  • De kracht van theorieën op vlak van de ordening van waarnemingsgegevens blijkt uit tests:
  • Eerlijke tests: confrontatie met alternatieve en wedijverende theorieën.
  • Onafhankelijke tests: testen van afzonderlijke hypothesen.
  • Kruistests: verschillende componenten van theorieën uit verschillende domeinen vergelijken/ tegen elkaar afwegen.
  • Verklaringskracht:
  • Causaal: aangeven van de oorzaken van gebeurtenissen.
  • Unifiërend: verschillende domeinen onder 1 noemer plaatsen.
  • Formele kracht:
  • De logico-mathematische formuleerbaarheid
  • De axiomatische formaliseerbaarheid

Het is niet omdat een theorie aan 1 van deze voorwaarden niet voldoet dat zij daarom slecht is: afwegingen en keuzes zijn nodig.

Zo kan men een contradictie in een theorie soms oplossen door een ad hoc-hypothese te formuleren (en de falsifieerbaarheid dus opofferen).

- Filosofie

  • Filosofie etymologisch: philia + sophia = vriendschap voor + wetenschap, kennis, praktische wijsheid

Zoeken naar waarheid (Plato, Gorgias).

Zoeker van de kennis versus bezitter van de kennis, de kunde.

  • Geen eigen studiegebied filosofie = soort onderzoeksactiviteit

Men bestudeert geen filosofie, men doet het.

  • Wat is filosofie?

Voorlopigheid van de resultaten: “Wat op dwingende gronden door iedereen wordt erkend, is meteen ook wetenschappelijke kennis geworden, is geen filosofie meer, maar gaat over een bepaald domein van het kenbare.”

Verschijnsel van de leegloop van de wijsbegeerte + creatie nieuwe domeinen.

Principiële bereidheid om vragen en antwoorden daarop kritisch te onderzoeken.

Ergo(dus): met respect voor de standaarden van rationele argumentatie.

Betrekking op ultieme vragen (vb. grondslagen van de kennis)

  • Ultieme vragen?

Ontoereikende wetenschappelijke methodes: niet beslisbaar door experiment, observatie.

Enkel reflectie over reeds aanwezige kennis als onderzoeksmethode.

Lees meer...

Kernpersoneel

  1. Subcontractors: vb voetballers en trainer in 1e klasse
  2. Klanten: neemt stuk van processen over, vb IKEA: zelf u kasten ineen steken, phonebanking...
  3. Tijdelijke en alternatieve contracten: interimjob (belangrijk bij schaarse markt)
  • Werk ó niet-werk: interface management.
Lees meer...

Veranderend psychologisch contract

Weegrave van post-job organisatie: Wat als er geen jobs meer zijn?

  • Flexibiliteit (belangrijk voor WG) ó Voorspelbaarheid (belangrijk voor WN)

Voorbeeld: oproepcontract (je wordt opgeroepen enkel als er veel werk is en enkel dan betaald) verboden: de flexibiliteit voor de WG brengt de voorspelbaarheid voor de WN in het gedrang.

* Uitzondering: - als je zowiezo voor 40 u per week gebeld wordt.

- als je ook betaald wordt om te wachten, vb brandweer.

=> maximale flexibiliteit voor WG

- maximale flexibiliteit voor WN: gaan werken wanneer je wil, is ook verboden!

Alles tussen die twee extremen is in zekere mate gereglementeerd.

  • Kernpersoneel (gelinkt aan kernactiviteiten) ó niet-kernpersoneel (subcontracten, je kan niet in alles expert zijn, vb toeleveranciers in autobedrijven)
  • De post-job organisatie = Chambrock organisatie:
Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen