Menu

DE LATE BRONSTIJD

Inleiding

Doorheen de latere Bronstijd verdwijnt het evenwicht tussen de vijf complexen. Veranderingen omstreeks het jaar 1350 v.C. luiden de rijkste periode van de protohistorie in, waarbij het metaal alomtegenwoordig wordt in Europa. Brons komt in een andere sfeer terecht, waarbij het optreedt als sociaal symbool, iets wat men afleidt aan de riviervondsten.

Men ziet minder individuele inhumaties in monumentale grafheuvels voor de elite. Daarnaast vormen er zich namelijk ook uitgestrekte grafvelden, urnenvelden genaamd, waarbij het gecremeerde lijk geplaatst wordt in een urne in kleine vlakgraven. Dit graf fungeert niet langer als de drager van een sociale symboliek.

Gordon Childe dacht bij deze twee fenomenen aan migratie en diffusie vanuit het oosten. Ondermeer de steppevolkeren en de zeevolkeren (bekend van de Egyptische teksten en verantwoordelijk geacht voor de ondergang van de Myceense beschaving) zouden hun invloed hebben uitgeoefend en mogelijks aan volksvermenging hebben gedaan.

Nu doet men deze optiek, met een eengemaakte urnenveldcultuur, af als te simplistisch. Eerder draagt men een model voor waarbij vele culturen een gelijk funerair ritueel kennen, iets wat zijn oorzaak kent in de interne maatschappelijke veranderingen die veroorzaakt werden door het metaal.

Deze periode van expansie vormt een afwisseling van crisis en bloei. Men vermeerdert de landbouwproductie door de technische innovaties, waarbij de verhoogde voedselcapaciteit leidt tot een toename in het bevolkingsaantal. Rond 800 v.C. is er sprake van een clash tussen demografie en capaciteit. Marginale gronden worden nu in landbouwgronden omgevormd.

Als men tijdens de Bandkeramische periode nog nieuwe gebieden kan ontginnen, dan dient men tijdens de late Bronstijd uit te wijken naar oeverdorpen. Dit door de veralgemening van de kerende ploeg, de nieuwe gewassen en de uitvinding van de bronzen sikkel. Deze leidden tot een continue expansie van het rendement tussen 1400 v.C. en 800 v.C. (hoewel de begindatum van deze bloei in onze streken pas rond 1100 v.C. moet geplaatst worden). Een stijging van de landbouwproductiviteit die samengaat met specialisatie op het vlak van landbouw. De Bronstechnologie gaat zich ook veralgemenen en bereikt hogere technische toppen.

Deze periode is er een van druk en competitie, van socio-economische verschillen die zorgen voor interne verandering. Hoewel het elitesysteem verdwijnt, zien we geen egalitaire maatschappij ontstaan. Let wel: het oude krijgerideaal verdwijnt niet. De martialiteit van de gemeenschap valt af te leiden uit de rijke Oost-Europese depots van Çaka en Presov. Oorlogsvoering blijkt een belangrijke sociale competentie. Wapens en de mythe van de krijger hebben een belangrijke plaats in de maatschappij. De overgang van inhumatie naar crematie veralgemeent zich over Europa, dit gaat samen met een dichotomie tussen de hemel (crematie) en de ondergrond (deposities in meren, moerassen en rivieren).

Lees meer...

Veenlijken protohistorie

Tot slot treft men in de late Bronstijd ook het curieuze fenomeen van de veenlijken aan. Door scheikundige reacties zijn deze lijken zwart met rossig haar en zijn de beenderen opgelost terwijl de rest van het lichaam mooi bewaard bleef. De vondsten hiervan kan men situeren in Noord-Nederland en Scandinavië, waar natte en lage streken voorkomen. Beruchte voorbeelden zijn te vinden in Tollund, Grauballe, het meisje van Ide en het koppel (beide mannen) van Weerdingen.

Allen zijn meervoudig gestorven, dat wil zeggen dat ze zowel gewurgd (met de strop) werden, als de keel overgesneden of de schedel ingeslagen. Het blijft onduidelijk of het om straffen of offers gaat. De afwezigheid van werkmanshanden zou duiden op een aparte, hogere rang, maar Romeinse bronnen over de Germanen verhalen over straffen voor overspel en een zonnecultus.

Lees meer...

Depots protohistorie

De gewoonte om metalen in de grond te steken dateert reeds van voor de Bronstijd. Soms gaat het om enkele objecten, andere keren zijn het er wel duizend, zoals bij de randbijlen van Dieskau. Ondermeer ringen, bijlen en sieraden werden gevonden, maar af en toe hebben we slechts te maken met schroot.

Archeologen stelden reeds diverse hypotheses op rond de betekenis, die elk verdedigbaar zijn voor een reeks depots. Sommigen menen dat men de rijkdommen wilde veilig stellen en bewaren om te gebruiken in troebele tijden. Anderen zien hierin een oppotting voor hersmelting. Een derde visie meent een religieuze functie te ontwaren, door de stereotiepe samenstelling van de depots. Een laatste opinie die veel aanhangers wint is dat het vormen van depots dient gezien te worden als een vorm van sociale prestigeverwerving en competitie, vergelijkbaar met de potlatch bij de Noord-Amerikaanse indianen. Dat fenomeen is te vergelijken met de deposities uit de latere Bronstijd.

Lees meer...

Economie protohistorie

Het mag duidelijk zijn, in de Bronstijd circuleerden goederen over een vaak grote afstand. Zo vond men bij ons producten met een oorsprong in Ierland, Scandinavië en Centraal-Europa. De snellere evolutie in de technologie was tevens slechts mogelijk door de grotere informatie-uitwisseling.

Voor het transport over land werden er knuppelwegen aangelegd, die zich door natte omgevingen zoals moerassen baanden. Over zee werden reeds de schepen langs de oostkust van Engeland besproken (Ferriby en Doever), die tonen dat het Kanaal geen obstructie vormde. Tevens vond men nabij Ulu Burun en Kaap Gelidonya, ten zuiden van Turkije, een wrak dat wijst op het contact tussen de oostelijke Middellandse Zee en het Midden-Oosten.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen