Menu

Kunstuitingen protohistorie

Doorheen de tijd zijn enkele muziekinstrumenten manifest aanwezig. Zo zijn er enkele duidelijk te zien op rotstekeningen. Daarnaast vond men vaak ratels, zoals tintinabula of klinkende hangertjes maar de meest opmerkelijke vondsten zijn deze van blaastoestellen. Zo trof men in Scandinavië enkele luren aan, die duiden op technisch vernuft omdat de verschillende buizen precies in elkaar passen. Deze luren werden per twee gevonden in venen, wat moet wijzen op een religieuze deponering.

De Bronstijd vormt echter vooral een bloeiperiode in de rotskunst, en dat doorheen grote delen van Europa. Het betreft graveringen in door gletsjers gepolijste stenen. Hier worden drie bekende voorbeelden besproken.

Bohuslan

Op deze Zweedse site werd gebruik gemaakt van de picking-techniek, waarbij men individuele slagen kan onderscheiden op de rotswand. Zo bekomt men een onbeschilderd contrast tussen de gepatineerde en de afgeklopte wand.

Men treft vrij veel menselijke figuren aan met een duidelijk genderonderscheid (paardenstaarten tegenover fallussen). Deze voorstellingen zijn eerder schetsmatig en er komen verschillende afmetingen voor binnen één paneel. Velen dragen wapens en soms ziet met speciale figuren met rare oren of haren, mogelijks met een religieuze functie.

Daarnaast zijn boten en wagenachtige dingen te zien, en er is ook een ploegscène bekend waarbij men gebruik maakt van een keergetouw. De scènes zijn vaak vrij triviaal (dansen, vechten, werken, …) maar toch geven ze een religieuze indruk, ondermeer door de aanwezigheid van mogelijke zonnesymbolen.

Mont Bego

Deze verrassend afgelegen plaats nabij Nice kent hetzelfde vormengoed maar toch zijn er enkele duidelijke verschillen vast te stellen. Zo zijn er geen boten aanwezig en telt men minder mensachtige figuren, maar valt het grote aantal wapens, van dolken tot hellebaarden, op. Ook hier zijn veldscènes te zien, meestal in vogelperspectief.

Een karakteristiek van de rotskunst bij Mont Bego is het rundskopsymbool, bestaande uit een rechthoek met twee antennes. Ook veel voorkomend zijn variërende, geometrische symbolen. Opmerkelijk is tevens de zogenaamde biddende priester die een dolk in de hand houdt.

Val Camonica

Ook op deze Italiaanse site werd de picking-techniek toegepast. Chronologisch gezien moeten we deze tekeningen echter later situeren, met sporen tot in de IJzertijd. Zo zijn er meer ruiters te zien, met zelfs helmdracht bij de meesten. Verder betreft het dagdagelijkse scènes met gelijke symboliek, zoals de dansende figuren, het ploegen en de wapens. Opvallend zijn de smid en het dorp dat van bovenaf gezien wordt.

Op andere plaatsen, zoals Ierland en Spanje, werden eveneens rotstekeningen aangetroffen. Het is moeilijk om hiervan de symboliek in te schatten. Velen menen dat het gaat om zonnesymboliek, anderen zien een andere toedracht in de vele geometrische figuren, zoals cupules (ronde uithollingen) en spiraaltjes.

Daarnaast zijn ook op vele voorwerpen dergelijke symbolen, zoals puntstrepen, spiralen, e.d. aangetroffen. Ook de objecten zelf geven een dieper inzicht op de toenmalige samenleving.

Onder andere in Aventon werden holle, gouden hulzen gevonden die tot 80 cm groot kunnen zijn. De functie is onbekend, sommigen menen zelfs dat het om rituele hoeden gaat door de doorboringen aan de zijkant.

Een ander voorbeeld van de zonnecultus, is de schijf van Nebra ( cfr. supra).

Tot slot is er ook de wagen van Trundholm, die een nieuw bewijs vormt voor de verspreiding van de zonnecultus. Het betreft een vierwielige wagen, getrokken door een paard, waarop de zon wordt gedragen.

Lees meer...

Nederzettingen protohistorie

De huizen hebben meestal grote afmetingen (25-30 meter) en zijn woonstalhuizen. Zo is het Hilversumhuis drieschepig (vb. Emmerhout), in tegenstelling tot de Bandkeramische woningen, die nog vierschepig waren. Dit werd bekomen door het weghalen van de nokpalen en het verbinden door middenstutters. In de IJzertijd evolueerde dit tot tweeschepig om vanaf de Romeinse bezetting de huidige situatie te bekomen. De ingang bevond zich aan de langste zijde, en elke kamer had zijn eigen specifieke functie.

Het betreft veelal open nederzettingen, maar in de loop van de midden-Bronstijd ziet men versterkingen optreden. Er heerst een gemengde landbouw met kleine dorpjes van enkele eenheden. Een uitzondering hierop is de site van Hoogkarspel, een eiland waar men door de bevolkingsdruk een gestructureerd dorp vormde met tien tot vijftien huizen naast elkaar.

In Centraal-Europa en El Argar zijn grotere dorpen aanwezig, met een permanente bewoning. In de noordelijke en westelijke gebieden is er echter primitieve, extensieve landbouw op de slechte zandgrond (wat leidt tot uitputting door gebrek aan wisselslag en bemesting) en rotten de houten huizen vrij snel door het grondwater. Dit zorgt er voor dat in deze gebieden de mensen na een bepaalde tijd hun huis verlaten en een nieuw gehucht genereren per generatie. Dit fenomeen noemt men de zwervende erven.

Hieraan gekoppeld ziet men zwervende grafvelden met een 1/1 relatie tussen erf en grafveld in de nabijheid van het dorp. Deze volgen de locatie en functioneren eveneens een generatie lang. In de late Bronstijd wordt het zwervend erf behouden maar gaat men over tot urnenvelden, die vast en langer in gebruik blijven.

Een ander opmerkelijk fenomeen is de manifeste aanwezigheid van de dolk in de midden-Bronstijd. Het ideaal van de krijgsman zat duidelijk diep ingebakken in de martiale samenleving.
Toch blijven er veel vragen rond de vorm van de maatschappij. De rol van de vrouw is afhankelijk van complex tot complex en wisselend, en mede daardoor over het algemeen onbekend. De gelijktijdig geschreven Ilias duidt op de belangrijke rol van de godsdienst maar bij onderzoekers zijn geen of nauwelijks tempels bekend.

Lees meer...

Oost-Europees Complex

Reeds in het midden van het neolithicum vormde Oost-Europa een voortrekker op het gebied van mijntechnologie, denk maar aan de bloeiende silexmijnen. Vooral de ontginning van arsenicumhoudend metaal gebeurde in de kopermijnen, zoals die van Rudna Glava.

De twee toonaangevende culturen zijn die van

  • Tiszapolgar leunt sterk aan tegen het Anatolische voorbeeld.
  • Bodrogkereztur duidt op een autonome productie van metalen.
Lees meer...

Centraal-Europees Complex

Ontstaan vanuit de neolithische klokbekerculturen die de stap zetten naar de metallurgie, dit onder invloed vanuit Oost-Europa, iets wat duidelijk te zien is in de verschillende culturen.

De Unetice-cultuur is genoemd naar een grafveld van zo’n zestigtal graven in de buurt van Praag. In de omgeving ervan zijn sporen gevonden van een naderhand versterkte nederzetting waar men leefde van veeteelt en de landbouw. De vlakgraven, dus zonder bovengrondse monumentaliteit, duiden op een relatief zwakke sociale differentiatie. Het betreft inhumaties in foetale houding, waarbij de zij waarop men ligt afhankelijk is van het geslacht van de dode. Er rond vond men een klein aantal metalen en gendergerelateerde grafgiften, zoals spelden en kleine dolken. Een soortgelijke vindplaats is die van Resmeck.

De opvolger is de Hugelgräbercultuur, eveneens gekend door zijn grafheuvels, die een groter verspreidingsgebied kent. Aanvankelijk betreft het hier inhumaties hoewel er in latere generaties ook sprake is van crematies. Opmerkelijk is dat de doden nu meer onder een grafheuvel worden begraven. Ook gebeuren er begravingen in houten kisten, zoals de vondst in Thuringen, iets wat diende voor de goede bewaring, en met toevoeging van metalen (zoals spelden, banden en wapens) die getuigen van een grote bloei en vooral een eigen ontwikkeling in de metaalproductie.

Het zogenaamde ‘prinsengraf’ van Leubingen (een soortgelijk voorbeeld is te vinden in Helmsdorf) is een bekend voorbeeld van een monumentale grafheuvel, met afmetingen van dertig meter doorsnede en acht meter hoogte. Het betreft een houten grafkamer in tentvorm, afgedekt door een stenen kern en dan aarde. Binnenin bevindt zich het lijk van een grote, oudere man die op de rug ligt, met daarbij ook het skelet van een jongere persoon. Het is onduidelijk of het al dat niet gaat om gelijktijdige begraving, of het om een herbegraving gaat. Vorsers sluiten uit dat de jongeman een offer was, omdat dit ritueel slechts voorkwam bij de Scythen. Daarnaast is veel rijk materiaal gevonden, waaronder stenen artefacten (een hamerbijl, scepters als statussymbool, …) maar ook metalen bijlen, dolken en andere wapens. Bij een hellebaard is de Oost-Europese invloed duidelijk merkbaar, iets dat duidt op de sociale status die de dode had. In Helmsdorf wordt een gelijkaardig graf als Leubingen gevonden. Beiden zijn het graf van een personen uit de elite, een positie die mogelijks verkregen is door controle over de ertsbronnen.

We kunnen dus stellen dat op sociaal vlak, de Unetice-cultuur nog relatief zwakke sociale differentiatie vertoont, terwijl in de Hugelgräbercultuur dit veel sterker aanwezig is. Men gaat ervan uit dat de Hugelgräbercultuur een vrij complexe sociale structuur kende, met een grotere rol voor de groep. De aanwezigheid van enkele elitegraven zal zich doorheen de tijd uitbreiden tot meer graven, die duiden op een bredere basis. Ook wordt de rol van de vrouwen duidelijk door de rijke graven. Of zij stonden in hoog aanzien, of anders kon een hoge positie slechts bereikt worden door een bloedband via de vrouw.

De schijf van Nebra

In 1991 werd een merkwaardige ontdekking gedaan in de buurt van Halle in Duitsland. Er werd namelijk een depot gevonden uit de Unetice-cultuur ( 16e eeuw), die naast een hielbeitel, twee zwaarden en twee armbanden, een bijzonder object bevatte. Het ging om een bronzen schijf met een diameter van ca.30 cm die aan een zijde versierd was met ingelegde gouden motieven, waaronder bolletjes, een volle cirkel, een maan alsook twee boogvormige elementen. Dit voorwerp zou een hemelschijf moeten zijn. Het was duidelijk dat de hemelschijf in die tijd al aan een restauratie onderworpen geweest was, daar sommige delen ontbraken en andere overdekt waren met nieuwe elementen. De cirkel en de maanvorm beelden hoogstwaarschijnlijk de zon en de maan af. Daarnaast zouden de bolletjes sterren afbeelden, waaronder een ensemble van 7 sterren die waarschijnlijk verwijzen naar de Pleiade. De gebogen vorm zou dan weer een boot voorstellen, namelijk de boot die iedere dag de zon van zijn ondergang nar de zonsopgang voert. Het laatste boogvormig element, alsook een boogvormig element dat ontbreekt, zouden kunnen gediend hebben om de tijd en de seizoenen aan te duiden. Daarom wordt de schijf gezien als een soort kalender of hemelschijf. Kennis van de hemel en sterren vinden we dus niet alleen terug bij grote, machtige beschavingen als Egypte, maar ook hier in Scandinavië. Een ander voorbeeld van een voorwerp uit het noorden dat er op wijst dat men kennis had van tijd, seizoenen en de hemel, is Stonehenge.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen