Menu

Atlantisch Europa Bronstijd

Dit gebied heeft een minder voorname rol dan in vorige periodes, en bezitten van metaal is minder belangrijk omdat het alom tegenwoordig is in geheel Europa. In rivieren over heel West-Europa werden honderden voorwerpen aangetroffen, de zogenaamde natte deposities. Hierbij word een massa aan bronzen voorwerpen gedeponeerd, zowel wapens (offensief en defensief), sieraden zoals spelden en gebruiksvoorwerpen. Deze werden intentioneel gedropt, daar ze meestal ongebruikt, want geen slijtagesporen, of zelfs onafgewerkt zijn. De meeste vorsers zien hierin een vorm van sociaal gedrag als competitie tussen groepen (of individuen). Men tracht meer aanzien te verwerven door het ostentatief vernietigen van rijkdommen, iets wat de prestigesfeer die rond brons hing weergeeft. Dit is economisch nutteloos maar vormt een zachte vorm van sociale strijd en kan een uiting zijn van de troebele tijden, daar dit een erg mobiele vorm is, in tegenstelling tot de vroegere en latere stabiele elites. In Huelva bijvoorbeeld zijn 78 zwaarden, 22 dolken en 88 lanspunten gevonden. Ze sluiten qua vorm heel sterk aan bij de Atlantische wereld. In Vlaanderen zijn dergelijke deposities gevonden in de Schelde tussen Gent en Dendermonde, vooral rond Melle, Wichelen, Schellebelle en Schoonaarde, maar ook in de Dender of de Durme. Naar het einde van de late bronstijd neemt het aantal bronzen voorwerpen in rivieren af. Deze trend wordt vervangen door depots ( plaatsen van een hoeveelheid bronzen voorwerpen in de grond. Het zou ook bij deze vorm kunnen gaan om sociale competitie, al zijn andere interpretaties ook mogelijk, zoals schatten, bronsgieterdepots of rituele depots.

Het beeld van de krijger is echter nog steeds dominant. Zo zien we in Zuid-West Iberia steles met afbeeldingen van krijgers in volle wapenuitrusting.

Net als in Midden-Europa verandert de funeraire praktijk. Doden worden systematisch gecremeerd en begraven in vlakgraven (zonder monumenten dus) in grote grafvelden. Het beeld van zwervende erven en vaste grafvelden doet zich ook hier voor. Dit zorgt ervoor dat men soms een enorme hoeveelheid graven aantreft in deze grafvelden. Een voorbeeld hiervan is het gevonden grafveld van Temse, waar vermoedelijk meer dan 200 graven zijn aangetroffen. In vele gebieden lopen urnenvelden dan ook soms van de late bronstijd tot de vroege ijzertijd.

Lees meer...

Midden-Europa Bronstijd

Meest drastische culturele veranderingen te wijten aan een interne ineenstorting van de socio-economische systemen die de vroege- en de middenbronstijd kenmerken. Crematie wordt veralgemeend, de urne wordt geplaatst in een vlakgraf in een urnenveld. Veelal tellen deze grote grafvelden honderden graven. Het urnenveld is een blijvend element in het territorium. De bewoners van de nederzettingen blijven hun doden op de zelfde plaats begraven, ondanks de wisselende nederzettingen. Sociale status wordt niet meer in het graf geuit. Als sociaal vertoon gaat men nu over tot rivierdeposities.

De nederzettingen hebben nog steeds hun semipermanent karakter. Paaldorpen nemen hier een aparte plaats in. Recentere interpretaties wijzen uit dat het vooral oeverdorpen zijn van zo'n 10 tot 50 huizen bijeen, die door het stijgende water onder water zijn te komen staan. In Cortaillod werd een oeverdorp gevonden dat verschillende bouwfasen kende. Zo zou in 1009 v.C. het eerste huis worden gebouwd, waarna in tien jaar tijd het hele dorp wordt aangelegd. Een tweede bouwfase, tussen 997 v.C. en 991 v.C., zet het dorp uit volgens hetzelfde bouwplan. Na enkele jaren stelt men vast dat vele gebouwen aan herstelling toe zijn, en wordt het dorp volledig opgegeven. Volgens schattingen zouden in de eerste fase een 100 à 150 in het dorp gewoond hebben, terwijl in de tweede fase het bevolkingsaantal opliep tot 150 à 400. In onze gewesten zou er eventueel toch een vondst zijn die wijst op een paaldorp, namelijk in Dentergem, al is deze vondst niet betrouwbaar.

Bebouwing in grotten bestaat tijdens deze periode ook nog, maar deze worden eerder gezien als vluchtwoningen.

Cultureel spreken we in het Westen van een Rhin-Suisse-France oriëntale cultuur die gekenmerkt wordt door de urnenvelden, de bloeiende ijzerproductie en de nederzettingen aan oevers van meren en rivieren. In het oosten kennen we de Lausitz cultuur, vooral in Polen, gekenmerkt door versterkte nederzettingen, ook in natte regio's.

Lees meer...

De Tyrrheense wereld en het westen van de Middellandse Zee

De Feniciërs en andere zeevolkeren gaan zich vestigen op Cyprus tot in Sardinië. Er ontstaan zeer sterke handelscontacten. Vooral op Sardinië verschijnen koperen ossehuiden en ander materiaal in metaal in grote getale, wat er op zou wijzen dat Sardinië enorm aatrekkelijk was omwille van haar ijzererts. Er is vermoedelijk een band tussen de ‘Shardana’, een van de zogenaamde zeevolkeren, en de naam ‘Sardinië’. Een ander zeevolk wordt de ‘Shekeleh’ genoemd, en heeft een uitgesproken link met het eiland Sicilië. Het lijkt er dus op, dat de zeevolkeren die op het einde van het 2e millennium v.C. zoveel last bezorgden in het Oostelijke deel van de Middellandse zee en Egypte, zich nu richtten op het westelijke deel van de Middellandse zee en zich gingen vestigen op de eilanden. Op het eiland Sardinië zien we vanaf 1300 BC nurraghi verschijnen. Dit zijn grote torenvormige constructies, aangevuld met een of meerdere bijenkorfkoepels, waarrond nederzettingen ontstaan. Deze nurraghi konden gaan van eenvoudige constructies, tot zeer complexe forten, zoals die in Su Nuraxi, waar in totaal 5 torens deel uitmaken van het complex. Sardinië kende ook een zeer rijke bronsproductie, met onder andere beelden van krijgers.

In Etrurië verschijnen de eerste tekenen van de Etruskische beschaving. Verschillende steden zoals Cerveteri, Taraquinia of Veii ontstaan in die periode, waarna ook de eerste handelsrelaties tot stand komen met Noord- en Centraal Europa.

Het westelijke deel van de Middellandse zee is meer aangesloten bij de Atlantische netwerken. Zo zien we bijvoorbeeld diverse Atlantische late bronstijd zwaardtypes verschijnen in Zuid-Spanje tot in Sardinië. Ook mengen de Feniciërs zich vanaf de 9e eeuw in de economische wereld van het westelijk Middellandse Zeegebied.

Lees meer...

De Egeïsche Wereld Bronstijd

De Myceense beschaving is aan zijn einde gekomen mede door een vrij sterke economische instabiliteit en mogelijke aanvallen van de zeevolkeren. Na 1150 is er een heropleving in het Oosten van de Middellandse Zee. Handelaars zoals de Filistijnen en de Finiciërs, zullen al snel over de hele regio hun gegeerde cederhout en murex (schelpen waaruit een purperen kleurstof wordt gemaakt) gaan verhandelen. Ijzer verschijnt in de regio vanaf het 2de millennium, met name in de Hittietische wereld, waar het in het begin een luxeproduct is. Zo wordt er in het graf van Tout Ankh Amon ( 1327 v.C.) een ijzeren dolk gevonden. Het zou echter wachten zijn tot het einde van het 2e millennium vooraleer ijzerproductie zich zou gaan verspreiden. Pas rond 800 v.C. zou het zijn over heel Europa verspreiden.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen