Menu

Item gefilterd op datum: december 2012

HOE KUNNEN MANAGERS HET GEDRAG VAN WN’S VORMEN?

Shaping van gedrag
Systematisch bekrachtigen van elke stap in iemands leerproces om hem in de richting van een gewenst gedragspatroon te leiden

-> 4 manieren

- Positieve bekrachtiging
belonen van gewenst gedrag

- Negatieve bekrachtiging
Gewenst gedrag wordt aangemoedigd door een straf weg te nemen

- Straf
Een straf uitdelen voor ongewenst gedrag

- Uitdoving
Wegnemen van een bekrachtiging die een bepaald gedrag in stand houdt

Lees meer...

WAT IS HET SOCIALE LEERPROCES EN WAT ZIJN DE IMPLICATIES VAN DEZE THEORIE VOOR PERSONEELSMANAGEMENT?

Sociaal leren
Leertheorie die stelt dat mensen door observatie en directe ervaring kunnen leren
- 4 processen bepalen de invloed van rolmodellen

o Aandachtsprocessen
We leren het meest van de mensen die aantrekkelijk, belangrijk of beschikbaar zijn of op ons lijken

o Retentieprocessen
Hoe goed iemand de handelswijze van het rolmodel onthoudt

o Reproductieprocessen
Hoe goed gedrag van een rolmodel in daden kan worden omgezet

o Bekrachtingsprocessen
Gedrag dat wordt beloond krijgt meer aandacht, wordt beter aangeleerd en vaker herhaald

Lees meer...

HOE KAN OPERANTE CONDITIONERING MANAGERS HELPEN BIJ HET BEGRIJPEN, VOORSPELLEN EN BEÏNVLOEDEN VAN GEDRAG?

-> Operante conditionering: aanleerproces waarbij gewenst of vrijwillig gedrag tot een beloning leidt
of bestraffing voorkomt
-> Vrijwillig of aangeleerd gedrag

- Mensen vertonen vaker bepaald gedrag als ze via beloningen daartoe worden aangemoedigd
- Gedrag dat wordt beloond, zal sneller worden herhaald
- Gedrag dat niet wordt beloond of wordt bestraft zal minder snel worden herhaald

Lees meer...

NOEM 3 SNELLE MANIEREN OM ANDEREN TE BEOORDELEN

1. Aangenomen gelijkheid
Overtuiging dat anderen op onszelf lijken

2. Stereotypen
Beoordelen van iemand onder behoud van de groep waartoe die persoon behoort

3. Halo-effect
Algemene indruk van iemand die gevormd is op basis van een enkele karaktertrek

Lees meer...

BESCHRIJF DE BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN DE ATTRIBUTIETHEORIE

1. Attributietheorie

Een theorie waarin geprobeerd wordt te verklaren waarom we mensen op een bepaalde
manier beoordelen, afhankelijk van de betekenis die we aan een bepaalde handelswijze
geven

- Gedrag veroorzaakt door interne factoren, heeft de persoon zelf invloed op

- Gedrag veroorzaakt door externe factoren, waar men door de situatie toe wordt gedwongen

2. Bepalen van oorzaken voor gedrag

- Kenmerkendheid
Vraag of iemands gedrag in verschillende situaties of alleen in een enkele situatie vertoont

- Conformiteit
Als iedereen zich in een bepaalde situatie op dezelfde manier handelt

- Consistentie
Hoe vaak een persoon op dezelfde wijze handelt

Lees meer...

LEG UIT HOE BEGRIP VAN WAARNEMINGSMANAGERS KAN HELPEN INDIVIDUEEL GEDRAG TE BEGRIJPEN

1. Waarneming
Proces waarbij mensen betekenis geven aan hun omgeving door hun zintuiglijke indrukken te
organiseren en interpreteren

2. Factoren die waarneming beïnvloeden
- Persoonlijke eigenschappen beïnvloeden de interpretatie (attitudes, interesses, ervaringen, …)
- Kenmerken van datgene wat wordt waargenomen
- Context waarin we objecten of gebeurtenissen zien (locatie, licht, temperatuur, kleuren,

Lees meer...

LEG UIT HOE EMOTIES EN EMOTIONELE INTELLIGENTIE GEDRAG BEÏNVLOEDEN

1. Emoties
Intense gevoelens die op iemand of iets anders zijn gericht

2. Universele emoties

- Woede
- Angst
- Verbaast
- Verdriet
- Geluk
- Afschuw

3. Emotionele intelligentie
Een verzameling van niet-cognitieve vaardigheden en capaciteiten die invloed hebben op iemands vermogen om te gaan met wat de omgeving vraagt
bv. omroepster -> niet gestresseerd

- Zelfbewustzijn
je bewust zijn van wat je voelt

- Zelfbeheersing
Emoties onder controle te houden

- Zelfmotivatie
Vol te houden bij tegenslagen

- Empathie
In gevoelsleven van anderen inleven

- Sociale vaardigheden
Met emoties van anderen om te gaan

Lees meer...

BESCHRIJF DE 5 PERSOONLIJKHEIDSMERKEN DIE BEWEZEN HEBBEN HET KRACHTIGSTE TE ZIJN VOOR DE VERKLARING VAN INDIVIDUEEL GEDRAG IN ORGANISATIES

1. Locus of control

  • Interne locus de mate waarin de mensen denken dat ze hun eigen lot in handen hebben
  • Externe locus
  • De mate waarin mensen menen dat ze door externe krachten worden gestuurd


2. Machiavellisme

  • De mate waarin mensen pragmatisch zijn, emotionele afstand bewaren en menen dat het doel de middelen heiligt


3. Eigenwaarde

Mate waarin iemand waardering voor zichzelf heeft

  • Veel eigenwaarde
    • Direct gerelateerd aan verwacht succes Mensen nemen meer risico bij kiezen van werk
    • Meer tevreden met werk dan mensen met weinig eigenwaarde
  • Weinig eigenwaarde
    • Ontvankelijker voor externe invloeden
    • Op zoek naar goedkeuring
    • Mensen schikken zich eerder naar de mening van mensen die ze respecteren


4. Zelfcontrole

Iemands mogelijkheden om zijn gedrag aan te passen aan externe factoren en verschillende situaties

  • Veel zelfcontrole
    • Gevoelig voor externe ontwikkelingen en in verschillende situaties op verschillende manieren kunnen reageren
    • Mensen kunnen hun gedag goed aanpassen, en privélevens en professionele hebben die met elkaar in strijd lijken te zijn
    • Impressiemanagement
    • Proberen om de indruk die ze op anderen maken te beïnvloeden
  • Weinig zelfcontrole
    • Mensen kunnen hun gedrag niet aanpassen
    • Hun gedrag is dan ook waar en wanneer hetzelfde


5. Risicobereidheid de mate waarin iemand bereid is om risico’s te nemen

-> om de effectiviteit in organisatiegedrag te optimaliseren, moeten managers WN’s die graag risico’s nemen geschikte functies geven

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen