Menu

Item gefilterd op datum: december 2012

General Mental Ability (GMA)

Boek blz. 399 – 401.

Intelligentie, of ‘g’, wordt gedefinieerd als de vaardigheid om abstract te kunnen redeneren, problemen op te kunnen lossen en te kunnen leren. Een hogere intelligentie leidt tot sneller leren en het aankunnen van meer complexiteit.

De validiteit van GMA als voorspeller van baanprestatie, maar ook voor prestatie op trainingen, is veel onderzocht en goed bevonden (vooral voor banen met veel complexiteit).

GMA is dus een robuuste voorspeller van baanprestatie.

-> Problemen met g

Adverse impact -> De mate waarin de selectieratio van groep 1 verschilt van groep 2. Door socio-economische factoren.

Bevat geen onbewuste ke nnis.

  • Kan worden verbeterd met de tijd door oefenen / herhaalde tests.
  • Wel goed in combinatie met andere selectiemethoden.
Lees meer...

Interviews

Boek blz. 268 – 277.

Het gebruik van interviews voor de selectie van werknemers is bijna universeel. Dit kan mogelijk komen doordat werkgevers interviews niet puur en alleen zien als selectiemethode, maar ook als een mogelijkheid om de sollicitant meer te leren over de baan, de organisatie en het ontwikkelen van realistische verwachtingen over beide. Uit onderzoek bleek dat de kans dat een sollicitant een baan accepteerde afhing van het gedrag van de interviewer. Daarnaast had het interview een grote invloed op de manier waarop sollicitanten de organisatie waarnamen.

Interviews dienen twee doelen:

1. Het invullen van gaten van informatie uit andere selectiemethoden.

2. Factoren beoordelen die alleen face-to-face beoordeeld kunnen worden.

Bijvoorbeeld: Past de sollicitant bij de organisatie, deelt de sollicitant dezelfde waarden, zal hij met de meeste mensen binnen de organisatie overweg kunnen of juist een bron van conflict worden? etc.

-> Response distortion

Interviews: Boek blz. 268.

Geïnterviewde hebben de neiging om sociaal wenselijk te antwoorden, waarbij antwoorden worden aangepast in een meer sociaal wenselijke richting. Ook hebben zij de neiging om werkervaring te overdrijven en aan impressie management te doen. Impressie management is een vorm van zelfpresentatie, waarbij aardig en complimenteus gedrag wordt vertoond richting de interviewer, om zo hogere evaluaties te verkrijgen.

Twee specifieke vormen van impressie management, ingratiation en self-promotion, blijken de meest effectieve vormen om de interviewer gunstig te beïnvloeden.

Self-report: Boek blz. 257

Sollicitanten kunnen opzettelijk informatie vertekenen. Individuen verschillen in de mate waarin zij in staat zijn om te faken. Wanneer mensen willen kunnen ze informatie vertekenen, maar sommige mensen zijn daar beter in dan anderen.

Persoonlijke eigenschappen hebben invloed op de neiging van individuen om te faken. Sommige van die persoonlijke eigenschappen hebben betrekking op de normen, waarden, moreel en geloof van individuen.

Wat kan een interviewer hier tegen doen?

- Vragen naar objectieve en controleerbare gegevens, deze zijn minder vatbaar voor vertekening.

- Inspelen op de kans om gepakt te kunnen worden. De sollicitant laten weten dat er een leugenschaal in is verwerkt.

- Opties geven als antwoord.

- Sollicitanten hun antwoorden in detail laten uitwerken. Dit maakt het moeilijker om te liegen.

- Non-verbale aanwijzingen tijdens een interview

Boek blz. 270

In interviews waarin de interviewer meer praat en waarin minder stiltes vielen, werd de sollicitant vaker aangenomen. De lengte van het interview hangt grotendeels af van de kwaliteit van de sollicitant (interviews kosten meer tijd wanneer de interviewers te maken hebben met een sollicitant van hoge kwaliteit) en de verwachtte lengte van het interview. Hoe langer het interview wordt verwacht te zijn, hoe langer het nemen van een beslissing duurt. Non-verbale cues hebben een kleine impact op de beoordeling van interviewers. Positieve non-verbale cues (glimlachen, attente houding, kleinere interpersoonlijke afstand) zorgen consistent voor gunstigere beoordelingen. Daarnaast bestaat er een interactie tussen nonverbale gedragingen en andere variabelen zoals geslacht.

- Een man die direct oogcontact maakt tijdens een interview wordt beoordeeld als meer geloofwaardig dan een man die geen direct oogcontact maakt.

- Een vrouw die direct oogcontact maakt tijdens een interview wordt beoordeeld als dwingend.

Over het algemeen worden de vaardigheden van een kandidaten om beknopt en volledig vragen te beantwoorden, om relevante persoonlijke meningen te uitten en zich aan het onderwerp te houden als cruciaal gezien voor het behalen van een gunstige beoordeling.

- Hoge levels van non-verbale gedragingen hebben meer positieve effecten dan lage levels van non-verbale gedragingen. Maar alleen wanneer de verbale inhoud van het interview goed is.

-> Effecten van structuur

Boek blz. 275.

Een andere groep van belangrijke factoren die invloed hebben op selectie aan de hand van interviews is structuur. Over het algemeen kan structuur worden verhoogd door vragen te baseren op de job analysis, het vragen van dezelfde vraag aan iedere kandidaat, het beperken van doorvragen en verdieping op vragen, het gebruiken van betere soorten vragen (bijvoorbeeld situationele vragen), langere interviews met meer vragen, het controleren van de informatie, het beperken van het stellen van vragen door de sollicitant tot na het interview, het beoordelen van ieder antwoord op meerdere schalen, het gebruiken van een gedetailleerde verankerde schaal, het nemen van gedetailleerde notities, meerdere interviewers, dezelfde interviewer(s) voor alle sollicitanten, het trainen van de interviewers en het gebruiken van statistische voorspellers. Gestructureerde interviews zijn meer valide en verlaagd verschillen tussen rassen.

Gestructureerde interviews kunnen vragen stellen op basis van eerdere ervaringen (experience based) uit het verleden, of op basis van een geschetste situatie (situational based) waarbij de respondent wordt gevraagd hoe hij/zij zou reageren. Situationeel gestructureerde interviews zijn hoog valide. Echter hebben sommige studies aangetoond dat situationeel gestructureerde interviews minder valide zijn voor hogere level posities, of meer complexe banen.

Lees meer...

Restriction of Range

Boek blz. 150.

-> Direct restriction of range

Boek blz. 152.

Van restriction of range is sprake wanneer je door selectie voor de validatie plaatsvindt de steekproef zodanig beïnvloed dat de criterion data niet meer beschikbaar zijn voor individuen die laag presteren (en daarom niet werden aangenomen). Je meet alleen een specifiek deel van de predictor of het criterium (namelijk alleen individuen die hoog presteerden). Dit is direct restriction of range.

-> Indirect Restriction of Range

Boek blz. 152.

Er is sprake van indirect restriction of range wanneer een experimentele predictor wordt afgenomen bij sollicitanten, maar niet wordt gebruikt voor de daadwerkelijke keuze bij selectie. Sollicitanten worden geselecteerd aan de hand van een andere procedure (welke meestal al in gebruik is), welke hoogstwaarschijnlijk gecorreleerd is aan de nieuwe predictor. In andere woorden, selectie vindt plaats aan de hand van een andere variabele dan de variabelen die met elkaar vergeleken worden. Laag scorende sollicitanten worden aangenomen en worden ontnuchterd door de baan en nemen ontslag voordat criterion data kan worden verzameld, wat zorgt voor een verdere restriction of range van beschikbare scores.

Beide vormen van restriction of range hebben een lagere schatting van de validiteit tot gevolg.

Lees meer...

Range Enhancement

Boek blz. 149.

Wanneer de predictor is gevalideerd op basis van een groep die meer heterogeen is dan de groep waarvoor de test bedoeld is, lijkt het alsof de test beter discrimineert dan hij eigenlijk doet. In een meer heterogene groep zal vanzelfsprekend ook meer variantie aanwezig zijn, waardoor het lijkt alsof de test effectief discrimineert tussen groepsleden. Voor een meer homogene groep zal dit vervolgens tegenvallen, vanwege de lagere variantie tussen groepsleden.

Lees meer...

Content validiteit

Boek blz. 142.

Dekken de test items de lading van het bedoelde domein? Aan content validiteit onderliggen drie assumpties:
1. Het betreffende gebied kan op een betekenisvolle manier worden gedefinieerd.
2. Een steekproef kan worden getrokken uit de populatie.
3. Het trekken van de steekproef kan met precisie om te kunnen beoordelen of de
prestatie van de steekproef de prestatie van de ware populatie weerspiegeld.

Lees meer...

Face validiteit

Lijkt de test te meten wat hij zou moeten meten? Of lijkt het stom en irrelevant. Dus: Niet technisch, maar kan wel de reactie van de deelnemers beïnvloeden (motivatie, gevoel van rechtvaardigheid).

Lees meer...

Criterion validiteit

Boek blz. 145.

Is de test gerelateerd aan valide metingen van prestatie? Dus: Empirische relatie tussen predictor en criteria. Wordt meestal bepaald door experts.

Twee typen:

1. Concurrent -> Criterion meting beschikbaar op hetzelfde moment als de predictor (meet status quo)

2. Predictive -> Predictor scores worden verzameld voor criteria data beschikbaar zijn. Belangrijk: Verzamel criteria data onafhankelijk van de predictor data. Adequate power (probleem bij kleine n).

Lees meer...

Criterion validiteit

Boek blz. 145.

Is de test gerelateerd aan valide metingen van prestatie? Dus: Empirische relatie tussen predictor en criteria. Wordt meestal bepaald door experts.

Twee typen:

1. Concurrent -> Criterion meting beschikbaar op hetzelfde moment als de predictor (meet status quo)

2. Predictive -> Predictor scores worden verzameld voor criteria data beschikbaar zijn. Belangrijk: Verzamel criteria data onafhankelijk van de predictor data. Adequate power (probleem bij kleine n).

Lees meer...

Construct validiteit

Boek blz. 153.

Meet een meting een specifiek psychologisch construct? Dus: Laten test scores een verschil zien in het construct? De focus ligt op de beschrijving van breed en abstract gedrag. Het gaat erover of de testscores betekenisvolle informatie geven over baanprestatie.

- Convergent validity

Boek blz. 155.
Zou gerelateerd moeten zijn aan scores op andere metingen van hetzelfde construct.

-- Divergent validity

Boek blz. 155.
Zou ongerelateerd moeten zijn aan instrumenten die niet bedoeld zijn om het construct te meten.

- Multitrait-multimethod (MTMM) matrix

Boek blz. 155.

Iedere test die een gegeven trek (trait) meet is een single method. Als we de relatieve bijdrage van een trek en methode variantie van test scores willen weten, moet meer dan één trek bestudeert worden en meerdere methoden worden gehanteerd. Dit wordt mogelijk in een multitrait-multimethod matrix.

Een MTMM matrix is een tabel waarin correlaties langs (a) dezelfde gemeten trek voor dezelfde methode, (b) verschillende trekken gemeten door verschillende methoden en (c) dezelfde trek gemeten door verschillende methoden en (d) verschillende trekken gemeten door verschillende methoden. Om goede ondersteuning te vinden voor de validiteit van een construct, moeten de (c) correlaties (convergente validiteit) groter zijn dan 0 en hoog genoeg om verder onderzoek te stimuleren. Daarbij, moeten de (c) correlaties hoger zijn dan de (b) en (d) correlatie (dus discriminante validiteit vertonen).

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen