Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Demografische factoren

Antropocentrische studies tonen aan dat de lengte op een bepaalde leeftijd afhankelijk is van de kwaliteit en kwantiteit van input zoals voedsel en hygiëne en de output, zoals werk, ziekte en koude. Aan de hand van historisch bronnenmateriaal bleek de belabberde toestand van de lagere sociale klassen. Toch mogen we dit niet veralgemenen aangezien er sterke verschillen bestonden naargelang land en regio.

In Vlaanderen was er sprake van een gebrek aan investeringen en technologische vernieuwingen, een groeiende concurrentie tussen binnenlandse en buitenlandse afzetmarkten en een dramatische vorm van sociale crisis halverwege de negentiende eeuw. In deze jaren werd bij rekruteringen bijna de helft afgekeurd wegens te klein.

Naast deze studies zijn ook mortaliteit en levensverwachting belangrijke demografische factoren. Er bestonden sterke verschillen afhankelijk van beroep en sociale groep en scherpe discrepanties tussen stad en platteland.

Lees meer...

Voedselbedrag

Het grootste aandeel van het inkomen ging naar het voedsel. Er zijn echter weinig bronnen, maar diegene die er zijn wijzen op een zeer eenzijdig en pover dieet. Mokyr stelt dat een stijging van de consumptie van genotsmiddelen gepaard gaat met een stijging van de koopkracht. In werkelijkheid gebeurde dit echter nauwelijks of niet.

Belangrijk hier is de Wet van Engel die stelt dat bij een kleiner inkomen, het aandeel van voedsel groter is. Bij een daling van het inkomen is er geen gelijkaardige daling van de voedselbesteding en bij een toename van het inkomen is er geen evenredige vergroting va de voedselbesteding. Deze laatste heeft echter wel effect op de samenstelling van het voedselpakket.

Het is duidelijk dat bij een lage levensstandaard de consumptie van aardappelen aanzienlijk toeneemt. De arbeidersklasse besteedde gemiddeld 65 tot 70 procent van hun inkomen aan voeding, die steeds eentonig en ruw was. De burgerij daarentegen had meer keuzemogelijkheden inzake voedsel. Slechts 25 procent van het budget ging naar voeding en drank, doch besteden zij zes tot veertienmaal meer geld aan voedsel dan het gemiddelde arbeidersgezin. Dit toont de grote ongelijkheid in die tijd aan.

Hieruit blijkt dat arbeiders overlevingsstrategieën nodig hadden wegens lage lonen, onregelmatige werkgelegenheid en lange werktijden. Ook was er sprake van sterk schommelende prijzen door de spanning tussen vraag en aanbod en hongercrises.

Pas tijdens het laatste kwart van de negentiende eeuw kwam er een inzicht op de problemen, wat leidde tot een verbetering van de levensstandaard van arbeiders. Dit fenomeen was algemeen en europees en viel op aan de hand van de calorieconsumptie.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen