Menu

Realisme verklaring + kenmerken

A. Inleiding

Varianten

  • Novelle
  • Renaissanceroman
  • 18e-eeuwse burgerlijke roman
  • kritisch realisme: psychologische - sociale analyse
  • naturalisme: filosofie van het determinisme
  • impressionistisch realisme: esthetische beschrijving
  • psychologisch realisme: sociale analyse op achtergrond

→ Hier centraal: realisme dat ontstaat in schoot romantiek en dominant wordt in 2e helft 19e eeuw: het kritisch realisme: streven fictionele wereld kritisch te ontleden

→ Context: wetenschappelijk optimisme (in de geest van de Verlichting)

B. Cultuurhistorische culturele context

  • Fascinatie voor wetenschap en objectiviteit
    • Wetenschappelijk socialisme van Marx
    • Economisch utopisme van Saint-Simon
    • Positivisme op vlak van sociologie van A. Comte (maatschappij met positieve feiten verklaren)
    • Atheïsme en agnosticisme
  • Deterministisch wereldbeeld: aantonen dat mens ingebed is in netwerk van materiële factoren dat hem grondig bepaalt.
    • Biologische determinanten (mens is gevolg van natuurkrachten, niet van God): Darwin's evolutieleer beïnvloedt H. Taine en E. Zola
    • Culturele en biologische determinanten: H. Taine: mens wordt van bij geboorte bepaald door materiële factoren: 'race, milieu et moment'. (mens denkt dat hij vrij is maar is het niet)
  • Revolutionaire politieke theorieën: geloof in veranderbaarheid mens en samenleving

C. Kenmerken realistische esthetica

Kenmerken realistische roman

  • Roman als kunstvorm: beschrijving alledaagse werkelijkheid vroeger lage stijl, vanaf 18e eeuw ook hoge stijl, in 19e eeuw populairste genre
  • Aandacht voor maatschappelijke en psychologische context
  • Beschrijving representatieve segmenten van de werkelijkheid: alledaagse werkelijkheid en helden op de voorgrond (sociologisch en psychologisch relevant)
  • Realistische technieken
    • Objectieve observatie: weigert beschreven feiten te evalueren (kiest geen partij: Impartialité (onpartijdigheid) et Impassibilité (onbewogenheid)): beschrijft gevoelens zonder passie
    • Doorbreken lineaire, chronologische verhaalverloop
    • Naturalisme: causale verbanden tussen verschillende verschijnselen in de werkelijkheid belichten. Realistische houding aangevuld met deterministisch mensbeeld
    • Impressionisme: zintuiglijke prikkels adequaat weergeven in nauwkeurige en smaakvolle stijl (eerst bij E. en J. De Goncourt)

Kenmerken van het realistische en naturalistische drama

Essentieel element: dialoog: praatstukken die problemen en ideeën uit actuele maatschappij thematiseerden. Om maatschappelijke realiteit adequaat weer te geven, concentreren ze zich op:

  • Aandacht voor het sociale leven
  • Determinering van de mens (vervangt noodlot uit klassiek drama) door vb. historische werkelijkheid.
  • Alledaagse spreektaal
  • Alledaagse figuren

→ uit het leven gegrepen

D. Vertegenwoordigers van de realistische romankunst

Franse realistische roman

  • G. Flaubert (groot vb. voor andere auteurs, ook nu nog)
    • Madame Bovary (1857): hanteert impassibilité en impartialité: neutrale gevoelloze verteller met afstandelijke instelling → provocerend en normdoorbrekend: ook grote contrasten, veel schokkende details bij sterfscène
    • L'éducation sentimentale (1874): sterk autobiografische roman over ontgoochelingen jongeman op amoureus vlak en politieke desillusie van revolutionaire generatie van 1848
      • Een van de grote Bildungsromans uit 19e eeuw
      • Geeft goed beeld van positie autonome kunstenaar in moderne kunstenaar
  • E. Zola: nieuwe dimensie: sociale en culturele situatie van de 19eeeuw en onderzoekt deze met haast wetenschappelijke methode (model = dokter: symptomen onderzoeken en diagnose stellen)
    • Le roman expérimentale (1880): theoretisch geschrift, verklaring uitgangspunten naturalisme, werd methodologisch beïnvloed door determinisme van Taine en erfelijkheidstheorie van Dr. Lucas, wil externe invloeden bepalen en experimenteren.
    • Les Rougon-Macquart. Histoire naturelle d'une famille sous le second empire (1871-93). Onderzoekt sociale ziektesymptomen van keizerrijk onder Napoleon III. Door 1 familie stelt hij diagnose op omtrent maatschappelijke situatie: kapitalistische samenleving is lege wereld vol corruptie, ellende, uitbuiting, menselijke verwording.
      • Grondspeculatie en leven van nouveau riches (La Curée, 1917)
      • Contrast burgerlijke welvaart en armoede in steden (Le ventre de Paris, 1873)
      • Alcoholisme bij industrieproletariaat (L'assomoir, 1877)
      • Prostitutie in Parijs (Nana, 1880)
      • Opkomende consumptie-industrie (Au bonheur des dames, 1883)

→ Alles is gebaseerd op feiten: doet maanden onderzoek => goed beeld 19e eeuw

Engelse realistische roman

Langere traditie (van 1730) => voortbouwen: burgerlijk moralisme (gematigder als bij Flaubert)

→ Gematigd realisme

  • C. Dickens:
    • Oogstte succes met humoristische schetsen die in krant werden gepubliceerd
    • Romans: deels autobiografisch => sociale dimensie
      • Zelfkant van de samenleving: Oliver Twist (1838)
      • Klassejustitie: Bleak House (1853): kritiek op Engels juridisch systeem
      • Onrechtvaardige verdeling rijkdom: Hard Times (1854)
      • Cf. Victoriaanse moraal wordt kritiek op sociale wantoestanden geneutraliseerd door stevige dosis sentiment.
      • Uitgesproken realistische kenmerken: observaties van milieu en sociale types
  • W. M. Thackeray: minder impact van Victoriaans model => meer sociale kritiek, scherpe ironische en satirische houding
    • Vanity Fair (1847): grootste werk, kritiek op feit dat sociale schijn meer geapprecieerd wordt dan maatschappelijke realiteit: aanklacht van insincerity en romantische schijnwaarden, pleidooi voor juiste beoordeling sociale waarden
    • Geen centraal hoofdpersonage: alledaagse karakters waarvan mediocriteit wordt blootgelegd.
  • C. en E. Brontë: gouvernantes: superieur door culturele achtergrond, kennis, inferieur door maatschappelijke achtergrond, kennis.
    • C. Brontë: drukt obsederende thematiek van ongelukkige liefde uit in Jane Eyre (1847), analyseert individuele, romantische hartstocht, zonder in weekheid of sentimentalisme te vallen
    • E. Brontë: Wuthering heights (1847): combinatie romantische en realistische elementen:
      • Demonische verbeelding (gothic) en wonderlijke hartstocht- en liefdesthematiek
      • Sterke psychologische uitbeelding van karakters
  • G. Elliot (M. A. Evans): besteedt veel aandacht aan psychologische karakterontleding en aan verhouding menselijke psyche tot sociale omgeving.
    • Bijzondere thematiek: bekrompen leven op platteland
    • Middlemarch. A Study of Provincial Life (1872): epos over onmacht en mediocriteit die ontstond uit teleurstelling over menselijke kleinheid.

Russische realistische roman

Reflectie op Russische samenleving die dan allerminst modern kan genoemd worden. Realistische roman = in die situatie propagandist van waarden Verlichting. => sterk gericht op analyse menselijke psyche: psychologisch realisme

  • I. Toergenjev: schakel Rusland - Westen, intelligentsia (vs. tsarisme)
    • Romantisch: poëtische beschrijvingen van natuur en liefde
    • Vaders en Zonen (1862): illustreert realistische attitude: oppositie van oudere generatie (idealistische en romantisch) en een jongere generatie (idealen van de Verlichting)
  • F. Dostojevski: sympathie voor slavofilie (waarden O.-Eur.) en invloed uit Westen
    • Biografie laat sporen na in zijn werk
      • Opgegroeid in gegoede familie, daalde op sociale ladder door vroegtijdige dood ouders. Debuutwerk: groot stilistisch vermogen en sterk sociaal engagement, ambivalentie menselijke psyche centraal
      • Psychische schok door verbanning naar Siberië => tweede fase: empathie met maatschappelijke verschoppelingen (Herinneringen uit het dodenhuis, 1861)
      • Na 10 jaar ballingschap, zwervend bestaan door Europa. Ontstaan belangrijkste werken, gepubliceerd in de vorm van feuilletonbijdragen in Russische pers (Schuld en Boete, 1866, De Idioot, 1869)
      • Belangrijk voor ontwikkeling Westerse roman
        • Oppervlaktestructuur van romans: spannend en spectaculair verloop
        • Dieptestructuur: groot psychisch realisme, doorgedreven ideële organisatie, menselijke drijfveren verkennen, ontleden politieke en religieuze problematiek
      • Morele ideeën kaderen in traditie van Slavofilie: benadrukken nationale eenheid en waarde godsdienstige tradities, voorstander van organische groei in richting van bevrijde, minder dictatoriale maatschappij.
  • L. Tolstoj: afkomstig uit adellijke familie , onderschreef toch nieuwe levens- en wereldbeschouwingen van zijn tijd, stichtte religieusethische sekte geïnspireerd door evangelisch christendom. => latere werk: sociaal geëngageerde strekkingsliteratuur
    • Novelles: beste werk: Kreutzersonate (postuum), Dood van Ivan (1886): opvallende stijl en morele problematiek
    • Sociaal-realistische frescoromans, Oorlog en Vrede (1868-69) en Anna Karenina (1877-78) behandelen passionele geschiedenis, en bieden panoramisch beeld Russische maatschappij.

E. Vertegenwoordigers realistische en naturalistische drama

Dramatiek speelt in West-Europese realistische literatuur een ondergeschikte rol. In Scandinavië en Rusland ontstaat realistische dramatiek waarin spanningsverhouding menselijke psyche en zijn maatschappelijke omgeving centraal staat. Zal 20e-eeuwse theatergeschiedenis grondig bepalen.

  • H. Ibsen
    • Vanaf 1877: moderne drama's met kritiek op burgerlijke maatschappij
      • Huichelarij van de Steunpilaren van de maatschappij (titel idem, 1877)
      • Ondergeschikte positie vrouw (Een Poppenhuis, 1879)
      • Dubbelmoraal in burgerlijk huwelijk (Spoken, 1881)
      • Retrospectieve techniek: breekt met zuivere intrigetechniek en grote invloed op evolutie drama
  • A. Strindberg
    • Naturalistische dramatiek: Freule Julie (1888): verhouding man-vrouw, relatie als strijd op leven en dood tussen 2 fundamenteel verschillende wezens.
    • Invloed op Franse naturalistische toneel en via Duitse expressionisme op moderne toneel
  • G. Hauptmann
    • Grondlegger naturalistische theater in Duitsland (Die Weber, 1892)
    • Die Weber: opstand Silezische wevers, toont toneelomwenteling van naturalisme
      • Niet meer burgerij, maar proletariaat centraal
      • Groep centraal i.p.v. personage
      • Dialect: revolutie in drama
      • Determinering door noodlot vervangen door determinering door sociale situatie
  • H. Heijermans
    • Beïnvloed door Ibsen en Duitse naturalisme, belangrijkste vertegenwoordiger Nederlandse naturalisme: zinvolle literatuur verwijst naar maatschappelijke context en heeft bewustmakende functie.
      • Centraal: uitbeelding situatie in een milieu, nadruk op echtheid personages
      • Op Hoop van Zegen (1900): drama dat failliet van werkelijke menselijke samenleven onder druk van sociaal-economische machten naar voor brengt. Personages gekenmerkt door fatale berusting.
      • Literaire werk sterk geëngageerd: kiest expliciet voor socialisme
      • Kantte zich tegen l'art-pour-l'art van de tachtigers (cf. symbolisme)

Lees meer...

Romantiek Literaire kenmerken

Kunstsociologische kenmerken

Tot eind 18e eeuw bepaalden poëtica's de normen voor literatuur; Romantiek: afkeer van zulke algemene normensystemen, auteur bepaalt zelf schoonheidsnormen:

  • Persoonlijke poëticale reflectie: vb. inleiding van Wordsworth in Lyrical Ballads (1800), inleiding van V. Hugo in Cromwell (1827)
  • Creatio: doorbreking van bestaande literaire normen: Wordsworth en Coleridge: "Emotion recollected in tranquility": bron van lyrische creativiteit.
  • Genie-cultus: nadruk op esthetische vermogens kunstenaar.
    • Kunstenaar is geen vakman maar buitengewone geniale persoonlijkheid => poeta vates: bezield, geïnspireerd dichter met profetische allures: ziener: bemiddelt tussen alledaagse en bovenpersoonlijke waarheid

Lord Byron (G. Gordon): invloedrijkste romanticus uit zijn tijd doordat hij het romantische persoonlijkheidsideaal gestalte wist te geven: Byronic Hero: held die opbokst tegen moderne wereld vanuit marginale positie van kunstenaar.

  • Weerstand tegen elke buitenwereldse dwang (preromantische helden als Werher radicaliseren, machogedrag t.o.v. vrouwen en problemen → beeld van de femme naïve)
  • Immoreel en cynisch zelfbeeld (heiligdommen die burgerij vereert bespotten, demonische held van de 'zwarte romantiek': flirten met thematiek van duistere en met dood, slachtoffer van immorele vrouwen → beeld van de femme fatale)
  • Mal-du-siècle-gevoel: radicalisatie mode 1e helft 18e eeuw (isolement wordt eenzaamheidscultus, onzekerheid over oude idealen wordt individualisme, cultuurmoeheid en levensverveling worden spel met leven en dood (decadentisme, ...))

→ niet opgewassen tegen maatschappij

Formele kenmerken

Idem als preromantiek maar met eigen accenten

  • Originaliteit en variatie
    • Cf. preromantische Shakespearecultus: door variatie in expressiemiddelen individuele bijzonderheid van esthetische ervaring uiten.
    • Streven naar vrijheid: strakke metrische schema's vervangen door losser ritme en nieuwe versvormen.
    • Voert vaak tot hyperindividualistische, pathetisch aandoende kunstwerken
  • Stilistische eenvoud: nieuwe, eerder informele dichtkunst waarin men toon en ritme van conversatie (= uitgangspunt) gebruikt om eenheid aan gedichten te geven.

Individualistische thematiek

'ik' is centraal

  • Geniale individu vs. de maatschappij: kunstenaar komt in opstand tegen druk en beklemming buitenwereld
    • Bewondering grote persoonlijkheden
    • Verheerlijking vrijheidsstrijd
    • Centraal: trouw, vrijheidsdrang, zelfbewustzijn

J. W. Goethe (Egmont, 1787) en F. Schiller (Wallenstein, 1800): historische drama's over vrijheidstrijd(ers)

H. von Kleist: Prinz (Friedrich) von Homburg (1810)

Lord Byron: invloedrijke beschrijving romantische persoonlijkheidstype (vb. Don Juan, 1819-23)

Stendhal: Le rouge et le noir (1830)

H. Heine: Reisebilder: verdedigt Franse omwenteling van 1830 en hekelt maatschappelijke toestanden.

A. de Lamartine: poëzie heeft naast filosofische en religieuze ook politieke en sociale betekenis, poëzie moet aanslaan bij het volk.

  • Esthetische genie tegen banale wereld (cultus van inspiratie → mysterieuze opwelling)
    • Sterk doorgedreven individualisme
    • De kunstenaar is een individu dat zich onderscheidt door zijn vermogen schoonheid te scheppen, hij communiceert wel met gelijke maar staat er boven door zijn grotere sensibiliteit, kennis, …

P.B. Shelley: leidraad is spirituele schoonheid en extreem individualisme (Hymn to Intellectual Beauty, 1816)

J. Keats: cultiveerde individualistische en romantische visie op de dichter als goddelijke schepper. "A thing of beauty is a joy forever" → schoonheid is duurzamer dan bv. Edelmetaal → kunstenaar is schepper schoonheid => kunstenaar is superieur.

Irrationele motieven

  • Ongeremde passionele emotie
    • Tegenstelling tussen gewoon - buitengewoon (wegvluchten uit het irrationele)
    • Liefdesmotief (geïdealiseerde liefdesbeleving en grenzenloze passie) en motief van smart

Goethe: Die Wahlverwantschaften (1809): romantische liefdesroman bij uitstek.

Shelley: Alastor, or the spirit of Solitude (1816): allegorische zoektocht naar ideale liefde

A. de Musset: Les Nuits ('30): romantische verscheurdheid en weemoed (motief van smart later ook bij Baudelaire (symbolisme) en Dostojewski (realisme))

  • Romantisch verlangen (motief van de nacht), Sehnsucht (verlangen van het verlangen)
    Novalis (F. L. von Hardenberg): enkel nacht, natuur en sprookje is waardevolle werkelijkheid: machteloosheid en toch euforie; blauwe bloem is symbool voor het onbereikbare
    Leopardi

Escapistische motieven

  • Natuur als object van Sehnsucht (Coleridge: Kubla Khan)
    • Onbestemd en onbepaald verlangen drijft dichter naar natuur → ideale toevluchtsoord (trekken zelf natuur in: weerspiegeling romantische gedachte)
    • Natuur als spiegel van stemmingen en gevoelens (cf. preromantiek)

Wordsworth: illustreren situaties, gebeurtenissen uit landelijke leven. Landman is onbedorven, op het land vindt men de zuiverste 'essential passions of the heart'

  • Fascinatie voor duistere en bovennatuurlijke
    • Cf. preromantiek
    • Verschil horror (extreem, angstaanjagender) en terror (meer preromantiek, het onbestaande)
    • Gelijkenis met 18e-eeuwse Gothic Novel
      • Hoffmann: Die Elexiere des Teufels (1815)
      • M. Shelley: Frankenstein (1818)
      • E. A. Poe (eerste): The Murders in the Rue Morgue (1841)
      • R. L. Stevenson: Dr. Jekyll and Mr. Hyde (1886)
      • Bram Stoker: Dracula (1897): geeft een realistisch tintje => schokkender
    • Bovennatuurlijke: Coleridge: The Ancient Mariner (1778)
  • Kinderlijke, ongerepte
    • Cf. preromantiek
    • Wordsworths lyriek: gevoel van kinderlijke verwondering, thematiseert ongereptheid kind vb. Lucy-Poems (1799)
    • W. Blake: Songs of Innocence (1789) en Songs of Experience (1792): respectievelijk optimisme en menselijke deugd vs. duister en het Kwade
  • Historische thematiek: ontvluchten in geïdealiseerd verleden (kunstenaar = historicus: wil verleden reconstrueren). Doorbraak met Sir W. Scott.
  • Exotisme (typisch 19eeeuw, niet in preromantiek) door kolonisatie: nostalgie naar het geografisch verwijderde
    • Cf. preromantische passie voor primitieve en universele oertoestand
    • Nu concentreren op het andere van een vreemd milieu

F. R. Chateaubriand (oriëntalisme): Atala (1801), René (1802): geëxalteerde beschrijvingen van exotische landschappen

Religieuze thema's

  • Nieuwe bloei religieuze gevoel omdat mystieke eenwording met sacrale tegemoetkomt aan verlangen naar ideale toestand.
  • Religie Romantiek is die van de Verlichting: pantheïstisch of deïstisch: centraal religieuze eenwording van mens en natuur

W. Blake: doorbreekt conventies en ontwerpt visionaire beelden die pogen te getuigen van een verruimd kosmisch bewustzijn vb. Book of Urizen
Coleridge: Frost at Midnight

De Lamartine: Harmonies poétiques et réligieuses (1830): christelijk idealisme tegen heidense atheïsme van Lord Byron.

Goethe: opgaan individu in kosmisch, pantheïstisch gevoel.

B. Realisme in het kader van de Romantiek

  • Originaliteitstreven: nieuwe 'verboden': onesthetische motieven (vb. criminaliteit): cf. romantici
  • Sociale thematiek: verbonden met volk (ongerepte): arbeidersklasse, onderdrukten; emancipatie: vrijheidscultus: strijd tegen onderdrukking
    vb. Sand: vrouwenemancipatie
    Hugo: onrechtvaardigheden in Les Misérables
    Sue: les mystères de Paris: stedelijke onderwereld
  • Gevoel en maatschappij: tragisch conflict
    Balzac: La Comédie Humaine
    • Komedie met alle menselijke drijfveren
    • Moderne, realistische Dante
      → Authenticiteit vs. druk van de moderne samenleving (geld, macht), wil terug naar tijd voor Franse Revolutie
    • Thematische spanningsverhouding tussen gevoel en maatschappij: cf. romantici

Lees meer...

Literaire ontwikkelingen in de negentiende eeuw

A. Continuïteit t.o.v. de 18e eeuw

18e eeuw: 2 nieuwe houdingen: benadrukken kritische rede (Verlichting) en emotionele (preromantiek), beiden ontstaan in Engeland, snel uitgebreid naar continent, wordt voortgezet in 19e eeuw.

  • Romantiek (1e helft 19e eeuw) en symbolisme (2e helft) bouwen voort op preromantiek: overgang van rationele cultuur- en kunstvisie naar een meer op het gevoel gerichte esthetica (hoewel ook realistische elementen voorkomen in romantische literatuur: gevoelsesthetica)
  • Realisme (1e helft: romantisch, 2e helft: gewoon) en naturalisme (2e helft) zijn erfgenamen van Verlichting (hoewel ook romantische elementen voorkomen in realistische literatuur: kritisch, pragmatisch)

B. Cultuurhistorische context

Industriële Revolutie

  • Rond 1800: Engeland economische wereldmacht (bloei kapitalisme, snelle evolutie van de wereld) => mechanisering en rationalisatie beheersen economische én sociale leven.
  • Sociologisch vlak: polariteit tussen kapitaal en arbeid: sociale spanning
  • Economische en sociale verschuivingen => voortdurende dynamiek (↔ hiërarchische Ancien Regime)

Culturele gevolgen

→ gemeenschappelijke

  • Fundament maatschappij: economie: waarden worden minder gerespecteerd, eerder gerelativeerd (nu voor kleine groepen, vroeger vb. Dante's beschouwing voor hele bevolking)
  • Individualisme: basiswaarde (naast geld): wordt dominant

→ verschillende

  • Romantici: individualisme met pessimistisch fatalisme
    • Keert terug in symboliek
    • Melancholie (Spleen)
    • Enige wat mens kan redden tegen waardenvermindering is schoonheid
    • Zoeken naar expressiemiddelen die de wereld haar betovering kunnen teruggeven.
  • Realisten: kijken naar het nieuwe: bewondering voor wetenschap, … (geneest ziektes, …)
    • Zien vooral voordelen, radicalisering optimisme
    • Toch niet alles zomaar aannemen: kritiek tegen irrationalisme
  • Symbolisten: veel verloren, contact met existentiële is verloren
    • Poète maudit: beleeft het decadente → voelt zich onvolledig => innerlijke verscheurdheid
    • Voor sommigen is wereld een kille lelijke omgeving in een sfeer van pessimisme en ondergang (Nietzsche, Schopenhauer): schrijvers trekken zich terug in een kleine kring van ingewijden.

C. Kunstsociologische situatie: autonomie van de kunstenaar

  • Autonomie van de kunstenaar (droom van de Humanisten)
    • Kunstenaar stelt zich individualistisch op, ontdoet zich van externe dwang (door economische steun)
    • Nieuwe levenshouding: stedelijke bohèmekringen: bohémien misprijst burgerlijke levenswijze, trekt zich terug in sociale sfeer (wordt beschreven in H. Murger's Scènes de la (vie) bohème)
    • Sociale rollen van de kunstenaar: dandy (opvallend uiterlijk), snob, flaneur (wandelt over boulevards): kunstenaar houdt zich enkel bezig met intellectuele (geaccentueerd door flaneur)

  • Gevolg autonomie: kunst als oppositie
    • Realistische literatuur: kritische oppositie tegen geïndustrialiseerde en verburgerlijkte samenleving ('kleinburgerlijk': saai, kortzichtig, …)
    • Esthetische oppositie: romantici en symbolisten stellen realiteit in vraag: weigeren zich in te laten met moderne wereld (houden zich bezig met wat geen waarde meer heeft: esthetische)
  • Radicaalste uitdrukking autonomie: l'art pour l'art binnen het symbolisme(esthetisch)
    • Theoretische basis: T. Gautier
    • Frankrijk: Baudelaire (symbolisme), Flaubert (realisme), Parnassiens (dichtersvereniging onder C. L. De Lisle)
    • Schilderkunst: primauteit van esthetische kwaliteiten: enkel eigen esthetische visie is van belang.
    • Angelsaksische wereld: Art for art's sake-beweging: kunstenaars plaatsen zich boven samenleving, trekken zich terug om zich te wijden aan de Schone Kunsten (W. Pater)

Lees meer...

Preromantiek situering

A. Inleiding

Vernieuwende visie op het schone + nieuwe motieven:

  • Schoonheid vanuit het perspectief van het subject: burger streeft naar intimiteit
  • Subjectieve emotie: tegen nuchterheid burgerlijke maatschappij en classicistische strengheid
  • Niet-klassieke motieven
  • Ook aanwezig bij realistische romanciers uit Verlichtingsbeweging
  • Geleidelijke opgang in 18e eeuw

Situering van Preromantiek

In Verlichting reeds kiemen nieuwe esthetica (Sterne, Richardson): vooral in de 2e helft 18e eeuw

  • Rationele cultuur van Classicisme wordt door preromantiek in vraag gesteld: emotionele zal zich in 19e-eeuwse romantiek doorzetten
  • Preromantici delen zelfde overtuigingen als Verlichtingsintellectuelen, maar proberen troosteloze nutteloosheid te bestrijden (combinatie Classicisme en Romantiek)

Filosofische achtergrond

Rousseau: belangrijk Verlichtingsdenker, tegelijk ideoloog van de preromantiek.

  • Opmerkelijk literair debuut doordat hij in 2 prestigieuze prijsvragen bekroond werd:
    • Discours sur les sciences et les arts (1750): intellectuele vooruitgang in de geschiedenis staat gelijk met zedelijke achteruitgang => slogan: retour à la nature, keert terug in preromantiek.
    • Discours sur l'origine et les fondaments de l'inégalité parmi les hommes (1755): oorspronkelijke natuurtoestand (bon sauvage) geperverteerd door 3 factoren die ongelijkheid in de hand werken: ontstaan van privé-eigendom, van autoritaire gezagsvormen en ontaarding van macht in willekeur.
  • Deze ideeën liggen aan basis voor latere werken:
    • Du contrat social, ou Principes du droit politique (1762): ongelijkheid enkel uitbannen op basis van sociaal contract (volonté générale: elk lid van de samenleving onderwerpt zich aan de wil van de gemeenschap).
    • Grondgedachte Rousseau: mens is van nature goed, maar verdorven door maatschappij => belangrijke rol voor opvoeding: vb. Emile ou l'Education (1762): zet opvoedingsidealen uiteen: opvoeding moet alle hindernissen wegnemen die ontwikkeling goedheid in de weg staan (ongereptheid kind vrijwaren).

B. Kenmerken van de Preromantische esthetica

Originaliteit van de literaire vormgeving

Kunst vanuit vormvrijheid: afwijken van esthetische norm, van klassieke en classicistische vorm

→ originaliteit (creatio i.p.v. imitatio): lichtend voorbeeld = Shakespeare (ook terug te vinden in Verlichtingsdenken: Sterne en Richardson, niet bij iedereen, vb. Voltaire)

vb. Shakespeare: in de 17e eeuw werd zijn werk conform aan de classicistische normen gemaakt, in de 18e eeuw worden zijn werken gelezen en gespeeld => Shakespeare-cultus

Thematische kenmerken

Motieven betreffende het niet-rationele:

  • Subjectieve emoties: persoonlijke emotie: duidelijkst in liefde(s-), verdriet
    • Rousseau: Julie ou la nouvelle Héloïse (1761): briefroman, liefdesrelatie met nooit eerder beschreven emoties; op het einde van zijn leven worden zijn werken ambivalent: naast verlichtingsideeën ook depressieve stemmingen => innerlijke tegenspraak (vb. in Confessions (1765-70), Rêveries du promeneur solitaire (1776-78))
    • Sturm und Drang-beweging: Goethe, Het lijden van de jonge Werther (1774)
    • Escapistisch motief: terug naar het niet-rationele: naar het échte leven
  • Natuurmotief
    • Religieuze bewondering voor natuur: vb. J. Thomson, The Seasons (1730)
    • Woeste ongebreidelde grootsheid van de natuur:
      • Spontane creaties van de natuur worden verheerlijkt: vb. overwoekerde ruïnes (ongetemd ↔ burgerlijke zedelijkheid)
  • Bovennatuurlijke en angstaanjagende
    • Graf- en maanpoëzie, Graveyard Poetry (dood, nachtzijde): T. Gray
    • Griezelroman, Gothic Novel (duistere kant)
      • Kenmerken: terugkerende stereotiepen: angstaanjagend décor, gevaarlijke en mysterieuze tegenstanders en onschuldige heldin, plot: geweld en bovennatuurlijke gebeurtenissen, motieven: seksueel verlangen, bezitsdrang, zucht naar kennis
      • Ontstaan rond 1775: vb. H. Walpole, The Castle of Otranto (1764: prototype)
  • Cultus van het ongerepte: bewondering voor wat aan rationaliteit van de burgerlijke wereld ontsnapt
    • Le bon sauvage
    • Het ongerepte verleden (Keltische en Oudgermaanse cultuurpoëzie)
    • Volksziel: vb. J. G. von Herder brengt ongerepte cultuur volk weer onder aandacht.
    • Kinderlijke, onschuldige
  • Nostalgie naar het verleden: terugkeer naar Germaanse verleden:
    • Herontdekking Oudscandinavische poëzie
    • Ossianisme:
      • Ontleend aan bundel van vermeende Keltische liederen, toegeschreven aan Ossian, uitgegeven door J. MacPherson: eigenlijk vervalsing, eigen werk op basis van beperkt oraal folkloristisch materiaal
      • Wordt enorm succes: aanleiding tot internationale stroming van imitaties (vb. Goethe's Werther leest werk van MacPherson, Herder wijdt hoofdstukken aan Ossian)
      • Ossian model voor Keltische wereld, werd daarom uitdrukkingsmiddel voor preromantische gevoelens.
  • Appreciatie voor Keltisch en Oudgermaanse sfeer ↔ Romeins-Franse pseudo-classicisme:
    • Patriottische gevoelens (volksliederen)
    • Ongerepte natuur en oerkracht
    • Heldhaftige daden voorouders
    • Sentimentele liefde (vaak melancholisch)
Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen