Menu

Neoromantische stromingen in de 20e-eeuwse roman

  • Exotische roman ontstaat in koloniale mogendheden: weerspiegelt paternalistische of racistisch-imperialistische visie op koloniale problematiek, dan weer wordt mysterieuze en niet-rationele van exotische culturen benadrukt.
    • R. Kipling: Kim (1901): pathetische en melodramatische gevoelens centraal
    • Escapisme bij E.M. Forster (A Passage to India, 1924) en J. Conrad (Lord Jim, 1900)
    • Ned. literatuur: L. Couperus (De Stille Kracht): neoromantische visie op niet-rationele
  • Historische romans in traditie R.L. Stevenson
    • Exotische charme van verleden oproepen
    • Vooral in Germaanse literatuur (Ned.: A. Van Schendel, A. France)
  • Werk van H. Hesse: erfgenaam Romantiek (Siddharta, 1922): romantische motieven van zoekende mens en verscheurde individu centraal; voorliefde voor Oosterse wijsheid → exotisme
  • Bijzondere vorm neoromantiek: streekroman in Vlaanderen (F. Timmermans, E. Claes) en Scandinavië (K. Hamsun): ontspoort soms in Blut und Boden-ideologieën
Lees meer...

Ontwikkelingstendensen in de 20e-eeuwse roman

20e-eeuwse literatuur: romangenre dominant, met als basis de realistische of naturalistische roman van eind 19e eeuw: lang, met hoofdstukken, ingewikkelde intrige, handelingen en conversaties personages in een bepaald milieu worden psychologisch ontleed en beschreven. Enerzijds overstijgt de roman op thematisch vlak de realistische invloed, anderzijds ontstaan in 20e eeuw op formeel vlak experimentele pogingen om romanvorm uit te diepen. Beide vernieuwingstendensen worden onder (post)modernisme geplaatst. Er zijn ook vormen die voortbouwen realistische roman: deze worden ofwel neoromantisch of neorealistisch genoemd.

Lees meer...

Historische avant-gardebewegingen (1910-1930)

A. Cultuurhistorische context en periodisering

Cultuurhistorische context

  • Religieus en moreel besef versplintert o.i.v. nieuwe filosofische en cultuurtheoretische inzichten.
    • Vb: les maîtres de soupçon: mens is niet altijd meester over zijn handelen en denken => existentiële crisis: mens is vreemdeling in deze wereld
    • Conservatief cultuurpessimisme
  • Alternatief: nieuwe visie op de mens
    • God is dood => ongeremde, vrije individu, leven zonder goddelijk plan (Nietzsche)
    • Bevrijding door relativisme en laïcisering: toenemend belang technologische en wetenschappelijk denken, bepaalt meer intellectuele leven.
    • Cultus van moderniteit als bron van nieuwe mogelijkheden.

Terminologie

  • Avant-garde als stilistische categorie (niet hier, schrijven wat nog niet geschreven is, eerder een voorhoede)
  • Historische avant-gardebewegingen (plaats in de literatuurgeschiedenis)

Periodisering

  • 1905-1920: achtereenvolgens futurisme, kubisme, expressionisme, imagisme en dadaïsme (tijdens WO I): door WO I worden de kritieken bevestigd => radicalisering avant-garde
  • Kort na Russische Revolutie en WO I: ontstaan en dominantie constructivisme (Rus.) en surrealisme (na WO I)
  • 1930-1960: reactie van traditionele stromingen + modernisme
    • neorealisme, laatsymbolisme, neoromantiek
    • socialistisch realisme in Rusland
    • fascisme (verbod op avant-garde kunst)
    • neorealistische, existentialistische literatuurstromingen na WO II
    • enkel surrealisme wist zich te handhaven

  • Na 1960: ontstaan neo-avant-gardebewegingen + postmodernisme
    • Neodadaïsme
    • Neosurrealistische stromingen (vb. magisch realisme)
    • Neo-expressionisme (N. Wilden, B. Poets)
    • Pop-art
    • Structuralistische type van avant-gardeliteratuur (nouveau roman)

B. Kenmerken

Ontstaan in grote steden (Parijs, Berlijn) → tijdschriften (Die Attion), cafés, cabarets

Kunstsociologische kenmerken

  • Artistieke subculturen
  • Oproep om een voorhoede tegen bestaande orde
    • Afkeer tegen establishment, maatschappelijke elite (ook taboedoorbreking)
    • Tegen artistieke elite (tegen hoge scholing: afrekening met vormschoonheid)
    • Politieke en artistieke actie om radicaal met tradities te breken → actief ingrijpen (Revolution, die freie Strasse)

Artistieke kenmerken

Radicale vernieuwingsdrang: consequent anti-traditionalisme

  • Verwerping van de conventionele communicatie
    • Rationeel vs. affectief (in lijn van preromantiek: radicalen)
      • Futurisme: parole in liberta; vb. Marinetti: wil schokken toedienen, bevrijden van context (vb. collage)
      • Expressionisme: Reihungsstil (1 beeld in elke rij); vb. Van Hoddis: bevrijding waarden (vb. telegramstijl)
      • Surrealisme: écriture automatique; vb. Breton: schrijven zonder denken
    • Zuivere, kinderlijke (V. Ostayen, Berceuse)
  • Nadruk op originaliteit van de communicatie
  • Kunst als spel
    • Schoonheidsideaal van de Renaissance wordt afgewezen: anti-kunst
    • Nieuwe expressievormen stimuleren creativiteit: nieuwe constructie van de alledaagse wereld => verplicht publiek tot participatie
  • Doel: vermengen kunst en leven (democratiseren esthetische: geen opleiding meer nodig)
    • Zoveel mogelijk aspecten van het leven in het kunstwerk opnemen
    • Artistieke activiteit aansluiten op alledaagse leefwereld

C. Futurisme verklaring

Thematische kenmerken

  • Cultus van energie en dynamiek
  • Verheerlijking van de daad (creativiteit in het alledaagse)
  • Wereld van morgen opbouwen (niet-traditioneel, moord op de 'maneschijn')

Formele kenmerken

Dynamisch en vrij taalgebruik

  • Parole in liberta
  • Russische futurisme ontwikkelt Zaumtaal: met nieuwe woorden nieuwe wereld scheppen.

F. Marinetti: Zang Tumb Tuumb

V. Majakovski: Wolk in broek

D. Expressionisme verklaring

Duitse variant van avant-gardebewegingen

Sterk antiburgerlijke literatuurstroming, zowel sociaal-politieke als existentiële problematiek, formele vernieuwingen die 20e-eeuwse literatuur zouden blijven beïnvloeden.

Ontstaan

Berlijn, ca. 1910, verspreiding via kunst- en literatuurtijdschriften (Der Sturm, Die Aktion)
K. Pinthus: Menschheidsdämmerung (1920)

Formele kenmerken

Traditionele vormen overboord gegooid, revolutie van taal en nieuwe communicatie

  • Vrije vers, onderschikking van metrum aan ritme
  • Reihungsstil (simultaneïteitstechniek): verschillende beelden spelen zich tegelijk af → verwarring van de werkelijkheid (vb. Van Hoddis: Weltende, 1911)
  • Proza: montagetechniek (variant reihungsstil)

Thematische kenmerken

  • Existentiële motieven (zowel dysforisch als euforisch): beschrijven dysforie, maar genieten ervan (vb. schrijven over en genieten van ondergang van de wereld van de burgerij)
    • Thematiseren existentiële crisis: wanhoop, angst, vereenzaming (G. Trakl: mens is overgeleverd aan een bestaan sterker dan zichzelf)
    • Geloof in redding
      • Via Umwertung aller Werte van Nietzsche (herwaardering waarden → reorganisatie cultuur): E. Stadler, Der Aufbruch, E. Blass (grootstadmotief)
      • Via nieuw soort spiritualisme (nieuwe wereld met concrete waarden als creativiteit): E. Lasker-Schüler
  • Sociale motieven: wereldondergang en regeneratie
    • Ondergang burgerlijke maatschappij gethematiseerd: Menschheidsdämmerung (met hoop op nieuwe wereld)
      • Evocatie chaotische impressies en apocalyptische motieven (ook ochtendschemering bij Nietzsche): gebruik van grootstadmotief (wereld in chaos gedompeld): G. Heym, Umbra Vitae (1912)
      • Metaforen over ziekte, dood, verval: G. Benn, Morgue (1912)
    • Herstel: apocalyptische motieven gepaard met positieve noot: overtuiging dat nieuwe mens zich aankondigt: P. Van Ostayen, Bezette Stad (1921), B. Cendrars

E. Dadaïsme verklaring

Meest radicale en meest internationale van de historische avant-gardebewegingen, sterk nihilistisch, anarchistisch (zie benaming)

Ontstaan

  • Gegroeid uit expressionisme (H. Ball, voor de beweging)
  • Eerste groep: immigranten die zich tijdens WO I terugtrokken in Zwitserland, komen vanaf 1916 samen in Zürich (Cabaret Voltaire, gesticht door H. en E. Ball)
  • Centrale figuur: T. Tzara (Roemeen): grote gangmaker, auteur van menig Dadaïstisch Manifest
  • Na oorlog verspreiden over Europese hoofdsteden: Berlijn (Hülsenbeck), Nederland (T. Van Doesburg, Wat is Dada), Hannover (K. Schwitters), Parijs (Tzara, Breton, Aragon)
  • Jaren 50 en 60: neo-dadaïstische bewegingen (fluxus in muziek, concretisme van P. Devree)

Kenmerken

Radicale vorm: mentaliteit propageren, i.p.v. kunst produceren

  • Volledige vrijheid en spontaniteit, vele activiteiten (klankgedichten, ruisconcerten, fotomontages, …) → geven lucht aan ontevredenheid met burgerlijke cultuur en hypocriete beschaving
  • Anti-kunst-mentaliteit
    • Enkel primitieve naïviteit is waardevol, rest is pretentie (aandacht voor het kind)
    • Wijzen alle wetten van taal en verstaanbaarheid af

F. Surrealisme verklaring

Ontstaan

  • Gegroeid uit Dadaïsme (moe van het geoverexperimenteer)
  • Uitgangspunten bij Duitse romantici en Franse literatuurgeschiedenis:
    • A. Rimbaud: dichter van irreële en fantastische (zoekt naar niet-rationele ervaringsbronnen)
    • S. Mallarmé
    • Lautréamont, Les chants de Maldoror: verheerlijking kwade
    • A. Jarry, Ubu roi (1896): wilde fantasie, karikaturale voorstellingen, zwarte humor
    • G. Apollinaire: experimentele richting met zijn typografische gedichten
    • Surrealisme geboren bij schrijven van Les Champs Magnetiques (1920), de eerste écriture automatique-tekst van A. Breton en P. Soupault
    • Programma surrealisme verwoord in Premier manifeste du surrealisme van Breton

Kenmerken

Ambitie: totale revolutie op persoonlijk en maatschappelijk vlak, kunst en leven moeten worden verenigd

  • Basis kunst = ervaringen waarin alledaagse waarnemingen samengaan met bovenwerkelijke (surreële) waarnemingen
    • Model van die ervaring is de droom
    • Begin van alle creativiteit is het wonderbaarlijke
    • Contact met wonderbaarlijke → le point suprême, mystieke toestand waarin individu een 'Nieuwe mens' wordt
  • Literatuur moet deze wonderbaarlijke ervaring stimuleren en lezer stimuleren aan zelfonderzoek te doen. Men kan uit het alledaagse stappen en contact krijgen met het wonderbaarlijke
    • Techniek van écriture automatique
    • Motieven: groteske en fantastische droombeelden, toestanden van zinsverbijstering en abnormale psychische leven. (Breton: Nadja, 1928)
    • Combinatie verschillende media en disciplines (visueel materiaal en literatuur/journalistiek en lyriek) → suggestie dat realiteit en droom samen voorkomen
      Aragon, Le Paysan de Paris (1926)
    • Bevrijding van erotische krachten via literatuur (P. Eluard)
    • Zwarte humor: wapen tegen rationaliteit en maatschappelijke dwang
Lees meer...

Symbolisme literatuur kenmerken

A. Kenmerken

Formele kenmerken

  • Impressionistische stijl: streven naar persoonlijke en suggestieve stijl, gebruik van plastische en muzikale effecten om impressies dichter gestalte te geven. → zintuiglijke effecten
  • Centraal: symbolen: dichter wil realiteit achter of boven zintuiglijke werkelijkheid uitdrukken, het exclusieve terrein van de subjectieve esthetische ervaring van de kunstenaar, door gebruik van symbolen uit primitieve poëzie, orale volkscultuur, sagen en ME literatuur door hun magisch gehalte.

Thematische kenmerken

  • Correspondentie tussen symbool en psychische werkelijkheid van dichter (magische wisselwerking tussen macro en microkosmos)
    • Ik-cultus centraal: uitgangspunt creatieve act is introspectie
    • Liefdesmotief centrale rol: liefde is bemiddelaar, medium tussen subject en object.
    • Belangstelling voor het paranormale en metafysische
  • Esthetisme: kunstwerk is resultaat van omzetting van alledaagse in schoonheid, uit gewone werkelijkheid wordt het buitengewone gepuurd (kunstenaar is alchemist die van lood goud maakt)
  • Moderne is i.p.v. taboe (romantici) nu aanleiding tot schrijven (moderne schoonheid = creatie van een kunstmatig paradijs (tegen romantici)
  • Spleengevoel: zwartgalligheid
  • Decadentisme: snel veranderende wereld

B. Voorlopers van het symbolisme

  • C. Baudelaire: definitieve breuk met 18e-eeuwse Humanisme en classicisme, sterk beïnvloed door Coleridge en Poe, zet vernieuwingsbeweging romantici en realisten verder, vernieuwende visie op relatie lyriek-magie, doet experimenten met geestesverruimende middelen
    • Formeel:
      • Breekt gedeeltelijk met romantiek: eenvoudig en precies taalgebruik, integratie esthetische vermogens als klank, kleur, … => melancholisme in de moderne wereld
      • Veelvuldig gebruik van synesthesie → wereld verbergt geheimzinnige overeenkomsten
      • Neiging tot vormcultus:
      • Thematisch:
        • Ambivalentie tussen banale en schone, spleenideaal
        • Theorie van de correspondances: zintuiglijke wereld geconcipieerd als een geheel van geheimzinnige relaties tussen de dingen en tussen het ik en de wereld.
        • Romantisch: nadruk op menselijk gemis, wordt gecompenseerd met contact met buitenwereldse fenomenen.
        • Modern: buitenwereldse sfeer brengt hem in contact met aardse vitaliteit, moderne leven kan esthetisch plezier oproepen, introduceert grote moderne stad in poëzie
        • Ambivalentie van decadentisme: aangetrokken door schone en zuivere, en door kwade en onesthetische.
  • P. Verlaine: intelligentste
    • Elegante verfijnde vormcultus van de Parnassiens (Les fetes galantes, 1869), thematisch verwant met rococopoëzie. Ook vernieuwingstendens in muzikaliteit van de gedichten.
    • Evolutie in zijn poëtische inzichten komt overeen met zijn leven: homoseksuele relatie (en gevolgen ervan als gevangenschap en bekering tot katholicisme) voert tot nieuwe visie op dichterschap: dichter is marginaal individu, doordrongen van zondebesef en schuldbewustzijn. → poète maudit
  • S. Mallarmé: werkt met witregels en pauzes, rechtstreekse voorloper op symbolistische beweging, later onder invloed van intellectualisme en abstractie van Duits idealisme ontwikkelt hij hermetische stijl
    • Dichtkunst moet suggereren, onbewust op lezer inwerken, door gebruik van alle muzikale en magische krachten en aanwenden van menselijk intellect kan dichter werkelijkheid omvormen.
    • In literair-esthetische essays onderscheidt hij alledaagse, communicatieve taalgebruik van poëtische taalgebruik (dat op lezer inwerkt met klanken, associaties en symbolen, opdat de innerlijke werkelijkheid het best zou benaderd worden)
    • L'après-midi d'un faune (1876)

→ Deze 3 waren voorlopers maar ook echte symbolisten

C. De Symbolisten

De symbolistische beweging

  • Ontstaat in Frankrijk in de jaren 80, belangrijk voor haar theoretische werk i.p.v. literaire prestaties.
  • Aan de basis liggen:
    • Manifest van het symbolisme (1886) van J. Moréas
    • Theoretische geschriften van R. Ghil (Traité du verbe)
    • Le vers libre (1912) van G. Kahn: ontwikkelt beginselen vrije vers, muzikale ritme
  • Belangrijke rol in verspreiding voor Belgisch tijdschrift La Wallonie: belangrijke functie voor literaire carrière van E. Verhaeren en M. Maeterlinck

Symbolistische dichters

Belangrijkste dichters in de 20e eeuw, bloeiperiode eerder in laatste kwart 19e eeuw, men spreekt dus van laat-symbolisme.

  • P. Valéry: sterk beïnvloed door Mallarmé (intellect): poëzie is geen kwestie van inspiratie maar van toverspel met taal => vaak mathematische combinaties
    Poëzie is een intellectuele activiteit: gedicht krijgt vorm door afwegen en overdenken relaties tussen begripsinhoud en klankwaarde taal
    Charmes (1922)
  • R.M. Rilke: bewondering voor Baudelaire
    • Aanvankelijk primeert esthetisme: impressionistische stijl en geraffineerde en gemaniëreerde vorm.
    • Geleidelijke evolutie naar modernistische stijl: Dinggedichte: eenvoudige dictie en sterke symbolische lading, ook religieus geïnspireerde levensverheerlijking (Neue Gedichte, 1907-08)
    • Enerzijds metafysische visie op onzegbare als centrale thematiek, anderzijds die visie uitdrukken via hermetische muzikale taal (Duineser Elegien, 1912-23)
  • W.B. Yeats: Engelstalig
    • Tot 1900: dromerige, romantische poëzie, vol nostalgie, geïnspireerd op Ierse natuurschoon, met zangerige woordenschat (The Rose, 1893)
      Hang naar mystiek verleden (later ook bij modernistische dichters als T.S. Eliot en E. Pound)
    • Vanaf The Wind Among the Reeds (1899) en Responsibilities (1914) verandert zijn poëtische stijl: preciezere, heldere beeldspraak, woordenschat benadert naturrlijke spreektaal, satirische inslag in gedichten (A Vision, 1925)

Symbolistisch theater

  • M. Maeterlinck: Gents Franstalig burger (kreeg Nobelprijs): beste voorbeeld symbolistisch theater
    • Idee van drame statique: theatervorm waarin de dramatische handelslijn alle spanning wordt ontnomen
      • Catastrofe is niet de ontknoping maar uitgangspunt
      • Stukken worden gedragen door symboliek
      • Dramatische scènes dienen als décor om gevoelens en stemmingen te symboliseren
      • Gebruik van mythisch-symbolisch décor
      • Overtuiging uitdrukken dat mens noodlot niet kan ontlopen, motief van blindheid is soort rode draad, sfeer van angst en beklemmin (Les aveugles, 1890)
      • Centrale motieven: noodlot, liefde en dood (Pelléas et Mélisande, 1893)
  • Andere vormen van symbolistisch theater: in landen met conservatieve traditie (Victoriaans Engeland, tsaristisch Rusland) is symbolisme een kritiek tegen de bestaande moraal: men poogt de onlustgevoelens en pessimisme van het fin-de-siècle te vertolken om de decadentie van de maatschappij te ironiseren.
    • Engeland: O. Wilde: Society Comedies: geestige en puntig-aforistische dialoogstijl
    • Oostenrijk: A. Schnitzler: symbolisch verwoorde kritiek in vorm van losse impressies
    • Rusland: A. Tsjechov: realisme + symbolisme: toneel zonder actie, heldendaden, enkel van belang zijn sfeerschepping en karaktertekening die wijzen op gestagneerde samenleving (De Kersentuin, 1903)

Hyper-esthetisme in het symbolistische proza

Veel aandacht voor hyper-esthetisme

Sleutelwerken:

  • A Rebours (1883) van J.K. Huysmans (Ned. Afkomst)
    • Kunstmatige wereld, afgeschermd van gewone gang der dingen (tegen de keer)
    • Vergelijkbaar met Jugendstil/Art Nouveau
    • Dandy hoofdpersoon (kunstenaar + losbol → decadent), kunst centraal
  • The Picture of Dorian Gray (1891) van Oscar Wilde
  • Bruges-la-morte (1892) van G. Rodenbach : cultus van verdriet
  • Werk van Italiaanse dichter, roman- en toneelschrijver G. D'Annunzio (Canto Novo, 1882)

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen