Menu

Berkeley 18e eeuw – empirisme

Als we beweren dat een ding bestaat, dan beweren we dat het in ons bewustzijn ‘bestaat’. Of het ook ‘echt’ bestaat daarover kunnen we niets zeggen. Om in ons bewustzijn te bestaan moeten voorwerpen of entiteiten eerst ervaringen geweest zijn. Je kunt alle kennis beschouwen als kennis van secundaire kwaliteiten. Voor alles geldt dat het bestaat, enkel en alleen als het wordt waargenomen. Dat er ook buiten ons bewustzijn een reële wereld bestaat, is slechts een geloofsovertuiging. ( = subjectief idealisme)
Waarnemingen zijn voorstellingen die we aan God te danken hebben, dat gaf hem ook het argument te aanvaarden dat de buitenwereld ‘bestaat’. God zorgt voor het bestaan van dingen door ze zelf voortdurend, ononderbroken, waar te nemen.
Solipsisme: het enige wat bestaat is zijn eigen geest, en al het overige dat hij meent waar te nemen door zijn geest werd ‘uitgevonden’. Als het kennen en denken van een solipsist ophoudt te bestaan, is meteen alles verdwenen.
Other Minds problematiek: Zijn er behalve ikzelf nog andere subjecten die, net als ik, bepaalde ervaringen hebben, gedachten, wensen, verlangens, intenties…?

Lees meer...

John Locke 17e eeuw – empirisme

An Essay Concerning Human Understanding’ : wie aan filosofie wil doen, moet allereerst een grondig onderzoek doorvoeren van de wijze waarop het menselijk verstand werkt. Zekerheid van kennis aantonen door aan alles te twijfelen. De ziel beschikt niet over aangeboren intuïties die ons zouden toelaten de basispostulaten van de wetenschap te kennen.
Bij geboorte is ons verstand een onbeschreven blad, de indrukken die daarop komen zijn de ideas, voorstellingen, alle dingen waar we ons van bewust zijn. Er zijn ideas of sensation (zintuigelijk) en ideas of reflection. Maar we moeten eerst ideas of sensation hebben voor we kunnen nadenken.
Er bestaan primaire kwaliteiten (mathematische en mechanisme aspecten van de werkelijkheid) en secundaire kwaliteiten (indrukken van die primaire kwaliteiten, geur, kleur, smaak).
We onderzoeken de dingen nooit op zich: we bestuderen ze via onze voorstelling ervan. Wij maken associaties tussen voorstellingen die zich geregeld samen voordoen. Het denken is een associatieproces dat uitsluitend door de aard van onze vroegere ervaringen wordt bepaald.

Lees meer...

Leibniz 17e-18e eeuw - rationalisme

Geen systeembouwer, Hij kende alle gebieden van de wetenschap en filosofie.
Er bestaan volgens hem talloos veel substanties, deze noemt hij monaden. Ze hebben geen uitgebreidheid, maar samenstellingen ervan kunnen wel materiële en uitgebreide kenmerken krijgen. Binnen elke monade is er een soort ziel. Ze kunnen een ontwikkeling doormaken maar ze oefenen op elkaar geen invloed uit.
God is de hoogste monade: heeft alle andere geschapen dat ze met elkaar in Harmonie zijn, ondanks het feit dat ze niet met elkaar in contact staan.
Het principe van voldoende grond: God kon kiezen tussen een onbeperkt aantal mogelijke werelden en hij heeft die gekozen die de best mogelijke combinatie van alle eigenschappen had.
Het theodicéeprobleem: God is almachtig omdat hij deze wereld heeft doen ontstaan, alwetend omdat hij kennis had van alle mogelijke werelden en oneindig goed omdat hij de best mogelijke wereld heeft gekozen. De wereld kan niet volkomen volmaakt zijn want dan zou hij gelijk zijn aan God.

Lees meer...

Spinoza 17e eeuw- rationalisme

De methode om tot betrouwbare kennis te komen is degene waarin ons verstand zijn mogelijkheden ten volle realiseert. Rede = datgene in de mens dat hem het dichtst bij God doet komen. (= Descartes)
Stelt dat de Bijbel een verzameling van historisch gesitueerde teksten is, die aangepast zijn aan het bevattingsvermogen van de grote massa. Scheidt filosofie van theologie.
God is de substantie, de grondslag van de werkelijkheid, het uitgangspunt van het axiomastelsel v.d. wereld. De substantie is iets dat op zichzelf bestaat, de dingen rondom ons ontstaan en vergaan en komen dus door iets anders tot stand. De substantie is oorzaak van zichzelf en vertrekpunt van het denken. Er kan maar één substantie zijn en die moet oneindig en eeuwig zijn. (= Pantheïsme, hij beschouwd God en Natuur als 2 synoniemen)
De attributen: oneindig aantal zijnswijzen waarin de substantie zich uitdrukt. We kennen er 2 van: het denken en het uitgebreide (materiële wereld). De concrete dingen rond ons zijn modi, die voortvloeien uit de substantie. = parallellisme tussen denken en materie (2 verschillende attributen van God)
De vrijheid van de wil bestaat niet in Spinoza’s wereldbeeld want ook de mentale processen zijn gedetermineerd. Alleen God is volkomen autonoom.
Ethisch ideaal voor de mens is dichter bij God komen en dus het verhogen van de autonomie. De hoogste vorm van autonomie is redelijk denken. De hoogste ethische waarde is inzicht krijgen in de hoogste werkelijkheid. Ultieme geluk: liefde tot het eeuwige, oneindige en onveranderlijke wezen
Staatsvisie = mechanicistisch. De Samenleving bestaat uit groepen en mensen met allerlei belangen, die kunnen worden voorgesteld als krachten die op elkaar inwerken. MAAR: hij zegt dat de natuurtoestand blijft bestaan, mensen blijven egoïstische wezens. Hij verdedigd democratie als enige staatsvorm.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen