Menu

Item gefilterd op datum: december 2012

Post-Finley

-Comparatieve benadering:
Oudheid: van ‘Dark Ages’ tot ‘Late Oudheid’.
Europa: van ‘Middeleeuwen’ tot ‘Vroegmoderne’.
Overwegend rurale economiën, technologisch beperkt, v.n.l. spier- en dierkracht, lage
levensverwachting.
Vb. H.W. Pleket (historicus), Hij legt de cesuur niet tussen de Middeleeuwen en de Vroegmoderne Tijd
maar tussen de Vroegmoderne Tijd en de Moderne Tijd.
Vb. P. Temin (economist)
-Intermediaire modellen (contra holistische modellen)
-Nieuw empirisme : artikels gaan schrijven over heel concrete dingen, bv. archeologische vondsten, i.p.v.
theoriën.
-New Institutional Economics (NIE)
Economic performance (in geld)
Economic structures: determineren economie (economische structuren die het mogelijk
maken

Lees meer...

Moses Finley ‘Embedded economy’.

Toepassing theorieën Polanyi en Max Weber op oudheid
The Ancient Economy (1973): meest invloedrijke boek.
‘Economische’ contacten zijn ‘ingebed’ in sociale relaties

o Het gaat hier niet om rationeel keuzegedrag, men gaat een sociale logica
volgen.
o Gedrag gebaseerd op ‘sociale status’ (behoud en toename)
· Sociale status is belangrijk.
· Gift exchange.
· Enkel burgers.
· Geschenkruil + redistributie.
o Dominant principes: ‘gift-exchange’ (geschenkruil) + ‘redistribution
o Anti-economische mentaliteit: niets voor fatsoenlijke mensen4.
Vb. De stoommachine werd uitgevonden maar Vespasianus laat de
uitvinding vernietigen want ‘hij moet zijn volk toch arbeid kunnen
geven.’
Steden = consumptiesteden
Technologische onderontwikkeling
Finley moest niks hebben van archeologen. Bv. men vond ergens scherven en trok daaruit de conclusie
dat er sprake was van een intensieve economie want ‘veel scherven gevonden’. Later bleek dat de vele
scherven allemaal afkomstig waren van één pot.

Lees meer...

Substantive Economy.

Hierbij is er sprake van:
Exchange (bv. markt).
Reciprocity.
Redistribution.
(+ autoconsumptie)
-Reciprocity (geschenk-ruil)
Bijvoorbeeld: Je koopt een huis en de vorige eigenaar had een voorliefde voor lichtròze muren die jij
helaas niet met hem deelt. Je had dus graag een aantal kamers herschilderd. Wat kun je nu doen?
Optie één: Je gaat naar de markt en kiest daar een schilder uit. Op de markt wordt er rekening gehouden
met prijs en kwaliteit. Deze optie is helaas alleen beschikbaar voor de mensen die over geld beschikken.
(=Exchange)
Voor de gewone stervelingen is er verder nog optie twee: je schakelt je vrienden en familie in. Waarom
zouden ze je helpen? Omdat ze nu eenmaal vrienden en familie zijn.
Maar, zodra al je muren van schattig ròze naar gezellig blauw geschilderd zijn komt plots een maand
later een behulpzame vriend aankloppen: ook hij had graag zijn muren in een ander kleurtje gezien. Als
je hier geen zin in hebt dan wijs je hem af met een smoesje, dit kan je één keer doen. Maar als je bij
diezelfde vriend nog een badkamerinstallatie en de afbraak van een tuinhuisje hebt afgewezen gaat die
vriend zich bedenkingen gaan maken. M.a.w. je raakt de vriend kwijt.
Van je vriendschapspatroon heb je namelijk een verwachtingspatroon gemaakt, dit patroon wordt
vandaag de dag nog toegepast tussen vrienden en familieleden. Dit patroon is een primitief patroon dat
sterk in de Klassieke maatschappij zit, het gaat hier om eergevoel.
Marshall Sahlins (° 1930)
Generalised reciprocity
o Bv. Broer en zus.
o Relatie is erg belangrijk.
Notities Economische Geschiedenis 2008-2009 An-Sofie, Sien en Evy
20
Balanced reciprocity
o Bv. Vage vrienden.
o Er moet meer evenwicht zijn tussen de diensten.
Negative reciprocity
o Wederkerigheid maar zonder emotie: er is geen band met de andere
persoon.
o Handel en oorlog ontstaan zo: je mòet er iets voor terughebben.
o Vb. in Archaïsche teksten zoals Odysseus. Als een stad te sterk is gaan ze
er handel mee drijven. Als het echter om een zwakke stad gaat voeren
ze er oorlog mee, plunderen ze ze achteraf en verdelen ze de buit onder
elkaar.
Doch verneem nu mijn rampzalige thuisvaart, welke Zeus, die de wolken verzamelt, mij bereidde,
sinds ik af voer van Troje. Nauwelijks vertrokken werd ik door de wind recht naar Ismaros gedreven,
waar de Kikonen thuis zijn. Die stad plunderde ik uit; de mannen werden gewurgd, maar de jonge
vrouwen en de verdere buit verdeelden wij onder elkander, eerlijk zodat niemand met lege handen
bleef.
(Homerus Odyssea IX,39-42)
o Bv. Ook vikingen plunderden slecht verdedigbare dorpen. De buit
gebruikten ze om handel te drijven met de steden die te sterk waren om
te worden aangevallen.
-Redistribution.
Met redistribution wordt bedoeld date en machtscentrum alles naar zich toetrekt en dit terug gaat
verdelen onder de behoeftigen. Bv. belastingen.
Er zijn veel vormen hiervan.
Bv. de romeinse graanvoorziening.
Bv. de Minoïsche paleizen op Kreta, waren ook centra van herverdeling.
Bv. Sociale zekerheid, Rizif.
-Deze sluiten elkaar niet uit.
Bv. de blauwe verf voor je muren is gekocht op de markt.
Bv. 19e eeuwse dorpjes hadden geen bakker.
o De boeren bakten zelf brood.
o De Smid en de Pastoor kregen brood in ruil voor diensten.
Markten hebben namelijk altijd bestaan. Bv. de marktjes in het dorp en onze markt vandaag.

Lees meer...

Het Substantivisme.

Het substantivisme is een volgende reactie op de ideën m.b.t. de economie in de Oudheid, dit keer gaat
het om de opinie van antropologen.

Karl Polanyi (1886-1964) hij nam deel aan het ‘politiek activisme’ en ging les geven aan arbeiders om
hen intellectueel te verheffen.
Volgens hem is het Klassiek economische model niet het meest overtuigende of het meest verklarende
model.

Economy = ‘instituted process of interaction between man and his environment, which
results in a continuous supply of want satisfying material means.
‘economie’ is ingebed (‘embedded’) in sociale instituties
studie: hoe wordt ‘economie’ in verschillende periodes/plaatsen geïnstitutionaliseerd?
Er is sprake van institutionalisering waarbij mensen interactie ondernemen met elkaar
en met hun omgeving. Als resultaat daarvan heb je goederen en diensten.
o Geen universalisering.
o Je moet een totaalbeeld van de maatschappij hebben.
o Welke instituties zijn er belangrijk?
The Great Transformation (1944)
Trade and Markets in Ancient Empires (1957
SUBSTANTIVE ECONOMY

FORMAL ECONOMY (marktmechanisme)
Rationeel keuzegedrag op basis van ‘schaarsheid’ in kader van ‘price-setting markets’ (~
klassieke economie)
Enkel zinvol vanaf +/- 1800 (‘markteconomie’ is een recent fenomeen)

Lees meer...

Weber versus Rostovtzeff.

Max Weber (1864-1920): Weber was een classicus en ook een socioloog.

antieke steden waren enkel consumptiecentra.
o De Antieke cultuur was een consumptiecultuur.
o Dit is het niet hetzelfde als de Middeleeuwse steden die economische centra
waren. De Middeleeuwse steden waren namelijk ook productiecentra, de
Klassieke steden teerden enkel op:
· Inkomsten die slaven produceerden op grootgrondbezit.
· Inkomsten door oorlog (buit) en tribuutbetalingen.

exploitatie slaven en onderworpen volkeren
burger  homo economicus

Johannes Hasebroek (1893-1957)
Uitwerking Webers ideeën voor Griekenland
o Staat und Handel im alten Griechenland (1928)
o Griechische Wirtschafts- und Gesellschaftsgeschichte (1931)
2 Vandaag de dag wordt daar soms nog ondernemerschap aan toegevoegd.

Michael Rostovtzeff (1870-1952): gaat reageren op de ideën van Weber:
oudheid minder ontwikkeld MAAR kwalitatief ‘modern’
Je moet vergelijken met de hoogtepunten, namelijk: Hellenistische periode en Romeinse
Keizertijd.
steden in handen van ‘bourgeoisie’ deze haalt haar inkomsten vnl. uit handel en
nijverheid in plaats van uit oorlog3. De producten waarmee ze handel drijven zijn
afkomstig uit de nijverheid en uit de landbouw.
‘The Social and Economic History of the Roman Empire’ (1926)
‘The Social and Economic History of the Hellenistic World’ (1941)

Lees meer...

Marx en de Bücher-Meyer controverse.

Karl Marx (1818-1883)
Volgens Marx gaat de maatschappij evolueren van een slavenmaatschappij (Klassieke Tijd) naar een
feodale fase (Middeleeuwen) tot een kapitalistische fase (Vroegmoderne en Moderne Tijd).
De Historische School
Deze school gaat sterk reageren tegen de Klassieke economische school, zij gaat namelijk stellen dat
economische wetten niet universeel zijn maar gebonden aan tijden en samenlevingen. Dit is ook wat
Marx zegt: je evolueert van de ene fase (een economie gebaseerd op slaven) naar een andere
(feodale) fase.
Aantal leden van de Historische School:

Wilhelm Rosscher: Volgens hem zijn er een aantal factoren die belangrijk zijn voor de
economie. Deze zijn natuur (grondstoffen), arbeid en kapitaal2 (om te investeren). Van deze
factoren ziet hij arbeid als de belangrijkste.

Bruno Hildebrand (1812-1878). Hij gaat een onderscheid maken tussen een ruileconomie,
een geldeconomie en een kredieteconomie.

Johan Karl Robertus (1805-1875)
o Oikos-economie.
o Een gezin bestond uit ouders, kinderen en slaven.

Karl Bücker(1847-1930)
o Die Entstehung der Volkswirtschaft (1892)
o Hauswirtschaft – Stadtwirtschaft – Volkswirtschaft (wirtschaft = economie)

Het model van de economie van de Klassieke Oudheid verschilt dus met het model van de hedendaagse
economie. Je kan de economie dus niet bestuderen aan de hand van dezelfde modellen! De economie
van de Klassieke Oudheid kan ook als onderontwikkeld worden gezien t.o.v. de economie vandaag.
Eduard Meyer (1855-1930) is hier echter niet mee akkoord. Zijn mening is dat de Antieke economie een
kapitalistische markteconomie was en dus overeenkomt met de moderne economie van vandaag.
Meyer was een classicus en dus zeer goed vertrouwd met de bronnen en de Klassieke maatschappij. Hij
heeft een belangrijke invloed uitgeoefend op het debat.
Die Wirtschaftliche Entwicklung des Altertums, 1895.

Lees meer...

Querelle des Anciens et des Modernes.

Het gaat hier om het feit of de verwezenlijkingen uit de huidige tijd beter zijn dan die uit de oudheid of
niet. Dit debat is al maar liefst 300 jaar oud.
Pierre Daniel Huet (1630-1721)

In zijn boek ‘Histoire du commerce et de la navigation chez les anciens’ uit 1717 gaat hij stellen dat de
Romeinen de handel stimuleerden.
Op deze mening gaat Charles de Montesquieu (1688-1755) protesteren. Hij beweerde dat de Romeinen
enkel waren geïnteresseerd in veroveringen om hun rijk uit te breiden. Hij doet dit in:

‘Considérations sur les causes de la grandeur des Romains et de leur décadence ‘(1721)
‘L’esprit des lois ‘(1748)

Dit debat heeft grote invloed op de Klassieke economische school.
Een belangrijk persoon van deze school is Blanqui Jerôme-Adolphe (1798-1854) met zijn boek ‘Histoire
de l'économie politique en Europe depuis les Anciens jusqu'à nos jour’s (1837)

Volgens deze school zijn de economische wetten universeel. De Grieken en de Romeinen gingen hun
economie op het eerste gezicht niet echt gaan stimuleren. Maar als je dieper gaat kijken naar hun
wetten en instellingen dan zie je dat de economie toch lichtelijk werd gestimuleerd.

Lees meer...

Hybried model: New Institutional Economics

Dit systeem, beschreven door Douglas North, stelt dat er twee soorten kosten zijn: de eigenlijke kosten,
zoals lonen en grondstoffen, en de institutionele kosten. Deze kosten zijn het gevolg van de regels
binnen de maatschappij waarbinnen de productie plaatsvindt. Deze zijn zowel formeel als informeel, en
zorgen voor de transactiekosten, zoals patenten, rechtszaken, aanwervingskosten, verplaatsingskosten
en dergelijke meer.

Lees meer...

Wereldsystemen: een hybried model

De belangrijkste auteur over de wereldsysteemanalyse is I. Wallerstein. In dit model gaat men uit van
een asymmetrische indeling van de economie, boven het politieke niveau, met een kern en een periferie.
Tussen deze beide delen bestaan tal van ongelijke relaties.
Er is een ongelijke arbeidskost (core=duur, per=goedkoop), een ongelijke uitwisseling van
goederen(core=afgewerkt, per=grondstof, half afgewerkt, met winsten op transport) ongelijke
organisatie van de arbeid (core=vrij, per =onvrij)

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen