Menu

De evolutie van de wereldbevolking in de long run

Oorspronkelijk waren mensen nomaden, waardoor een lage bevolkingsdichtheid ontstond wegens hun levenswijze en klimaatschommelingen. Ongeveer tienduizend jaar voor Christus ontstonden landbouwgemeenschappen, wat zorgde voor een stijging van de bevolkingsdichtheid wegens domesticatie en domiciliëring. De groei verloop echter niet lineair. De twee belangrijkste crises zijn de pest (1340 – 1400) en de verovering van Amerika (1500 – 1600).

Lees meer...

De hoofdrolspelers van de demografie

(geboorten – sterfte) + (immigratie – emigratie) = bevolkingsverloop

Belangrijke variabelen hierbij zijn nataliteit, mortaliteit en fertiliteit. Aan de hand van deze gegevens kan men het natuurlijk verloop (= nataliteit – mortaliteit), het migratiesaldo (= immigratie – emigratie) en de bevolkingsevolutie (= geboortecijfer / nataliteit) berekenen. Voor een grote populatie maakt men gebruik van verhoudingsgetallen. Er ontstaan veel vertekeningen, die men kan verminderen door middel van een verfijning van de indicatoren. Daarbij spreekt men vaak over levensverwachting i.p.v. mortaliteit. Ook maakt men soms gebruik van gezinsreconstructie, wat stuit op verscheidene problemen: men kan niet alle mensen volgen, het is tijdrovend en arbeidsintensief en meestal eerder exemplarisch dan representatief.

Lees meer...

Beschikbaar bronnenmateriaal

- volkstellingen sinds de oudheid, zowel incidentele als lijsten met belastingplichtigen en weerbare mannen

- Concilie van Trente (1545-1563): doop-, trouw- en begrafenisregisters in de parochies

- Franse Republiek: tienjaarlijkse volkstellingen, systematische registratie (burgerlijke stand = civiele taak), gebruik van cijfermateriaal als beleidsinstrument

Lees meer...

De historische demografie

Demografie is het onderzoek van de samenstelling en ontwikkeling van de bevolking. Dit kan aan de hand van biologische en sociale variabelen, waarbij verklaringen worden gegeven voor economische, culturele, ... elementen. Dankzij de pijlsnelle groei van de wereldbevolking in de twintigste eeuw, de invloed van de Franse historische ‘Ecole des Annales’ en de structurele sociale geschiedenis werd de demografie populair in de jaren vijftig.

Lees meer...

Naar een geschiedenis van de Westerse samenleving en maatschappij

De samenleving wordt beschouwd als een sociale structuur en dus een patroon van verhoudingen of functies tussen mensen. Deze functies leiden tot afspraken en tot instituties. We zien de organisatie van de maatschappij op verschillende niveaus naargelang de functies en de bijbehorende instituties.

De verschillende aspecten zijn het economisch aspect (manier waarop mensen in hun levensonderhoud voorzien), culturele aspecten (manier waarop mensen betekenis geven aan ervaringen en de manier waarop dergelijke inzichten worden overgedragen), politieke aspecten (de manier waarop de macht in een samenleving verdeeld is en de mate waarin die machtsverdeling door de mensen wordt aanvaard) en sociale aspecten (alles wat de mens doet, heeft per definitie een sociaal karakter, de mens is een sociaal wezen).

We moeten rekening houden met de complexiteit van de maatschappelijke ontwikkelingen. We moeten rekening houden met het leven buiten de institutionele kaders, instituties die meer dan alleen hun primaire functies uitoefenen en het feit dat de samenleving geen gestroomlijnde machine is.

Lees meer...

Het domein van de sociale geschiedenis en de relatie tot de politieke geschiedenis

Sociale geschiedenis is een vrij jonge wetenschappelijke discipline. Ze bestaat sinds de tweede helft van de negentiende eeuw dankzij wetenschappelijke veranderingen. Politieke geschiedenis werd vooral gebruikt als propaganda en legitimatiemiddel (o.m. cultureel nationalisme).

Met de industrialisatie ontstonden maatschappelijke spanningen en werden onderzoek en studie een vereiste. Oorspronkelijk gaat het hier dan ook om de geschiedenis van de arbeidersbeweging met inzicht in hun slechte situatie. Dit werd gelijk gesteld aan social history (= the daily life of inhabtants of the land in past ages) en ging over veranderingen voor mensen.

Na de tweede wereldoorlog ontstond een analytische aanpak en nieuwe onderzoeksmethoden en technieken. We spreken nu over de sociologie en de Annales school.

De moderne sociale geschiedenis wordt vaak omschreven als structurele sociale geschiedenis wegens het geheel van intermenselijke processen dat het intermenselijke handelen van individuen stuurt.

De laatste twee decennia ontstond er een toenadering en beïnvloeding tussen de sociale geschiedenis, cultuurgeschiedenis en de culturele antropologie. Een vervaging van de grenzen ontstond door verruiming van het gezichtsvel en een toename van de onderzoeksonderwerpen.

Lees meer...

Ontwikkelingen in de negentiende en twintigste eeuw

De structurele verschillen tussen west, oost en midden Europa ontplooiden zich verder. Op economisch vlak zag men de industrialisering in het westen ten opzichte van een veel tragere ontwikkeling in het midden en oosten.

Op politiek vlak ontstonden de moderne nationale staten ten opzichte van een minder geleidelijke ontwikkeling, een ondermijning van de macht van de vorst en adel door de burgerij ten opzichte van een sterke positie van establishment van de adel en processen van centralisering, bureaucratisering en democratisering ten opzichte van een sterke positie van het anti liberale en anti democratische establishment. Daarnaast was er een gematigd nationalisme ten opzichte van zeer extreme vormen van nationalisme met een politisering van het natie begrip vanaf de achttiende eeuw, een collectieve nationale identiteit ten opzichte van problemen en een dominantie van het civiele ten opzichte van de etnische variant van het nationalisme in bepaalde perioden.

Lees meer...

De culturele ruimte

Er was een discrepantie tussen de wereld van de geletterde elite en de wereld van de anderen. De manieren om de wereld te begrijpen waren een volkscultuur met sterke lokale en regionale verschillen, kerk en geloof en wetenschap. De culturele reformaties van renaissance, hervorming en verlichting hebben vooral hun stempel gedrukt op West Europa.

Lees meer...

Politieke ontwikkeling en staatsvorming

Een standenmaatschappij met principiële rechtsongelijkheid en sterke reglementering ontstond. Er waren variaties in de verhouding tussen de standen en het centraal gezag en de legitimiteit van de vorst.

In het Westen ontstond uit de middeleeuwse monarchieën betrekkelijk sterke dynastieke staten tijdens de zeventiende en achttiende eeuw. Ondanks oorlogen bleven de kernterritoria relatief stabiel, maar het centraal gezag van de vorst varieerde. Er was een differentiatie tussen economie en politiek, markt en staat en burgerlijke maatschappij en vorstelijk gezag. Het Westerse kolonialisme was gericht op gebieden buiten Europa vanwege handelsbelangen en niet territoriale expansie.

In het Oosten en midden was er een dominantie van imperiale rijken (Duits, ottomaans en Russisch) en een territoriale expansie binnen Europa en inlijving van aangrenzende gebieden. De impact van burgerlijke lagen in het Ottomaanse Rijk en Rusland was laag: weinig differentiatie tussen staat, religie, politiek, economie, staat en civil society. In het midden van Europa was er wel vorming van burgerlijke lagen, mar de keizers en adel behielden een zeer grote politieke macht.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen