Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Wat is gezondheidspsychologie?

Empirisme: komt voort uit de denkwijze dat alle kennis d.m.v. zintuiglijke waarneming kan worden verkregen.

Wat is het verband tussen psychologie en gezondheid?

Aan de hand van een psychologische benadering kan bijvoorbeeld worden verkaard waardoor sommige mensen emotioneel goed lijken te reageren op een slechte gezondheid en anderen niet. De belangrijkste doelstelling van de gezondheidspsychologie is het ontwikkelen van een inzicht in de biopsychosociale factoren die belangrijk zijn voor:

  • De bevordering en het in stand houden van de gezondheid
  • Het verbeteren van de systemen voor gezondheidszorg en het gezondheidsbeleid
  • De preventie en behandeling van ziekte
  • De oorzaken van ziekte; bijv. risicofactoren en kwetsbaarheid

Gezondheidspsychologie heeft verschillende contrasten met andere populaire disciplines:

  • Medische psychologie: gebaseerd op een mechanistisch medisch model -> een achterliggende beperking veroorzaakt een symptoom waarvoor behandeling nodig is om de

normale gezondheid te herstellen.

  • Gedragsgeneeskunde: wordt gebruik gemaakt van uiteenlopende gedragswetenschappen in relatie tot lichamelijke aandoening, waaronder psychologie, sociologie en gezondheidsonderwijs. Het onderzoekt de ontwikkeling en integratie van gedragsmatige en biomedische kennis en technieken die relevant zijn voor ziekte en gezondheid. Het wordt niet alleen toegepast op behandeling, maar ook op preventie en revalidatie. Dankzij de gedragsgeneeskunde is het standpunt verspreid dat de geest een directe invloed uitoefent op het lichaam.
  • Psychosomatische geneeskunde: dit betekent dat de geest en het lichaam beide zijn betrokken bij ziekte, en wanneer niet gemakkelijk een organische oorzaak word gevonden, kan de geest de oorzaak zijn van een lichamelijke reactie. Ziekten zonder aanwijsbare, lichamelijke oorzaken worden psychogeen genoemd.
  • Medische sociologie: probeert gezondheid en ziekte te begrijpen op basis van verschillende sociale factoren die op mensen van invloed kunnen zijn.
  • Gezondheidspsychologie: biologische, sociale en psychologische factoren. Het wordt bekritiseerd doordat dit vak te individualistisch van aard is. Er hebben zich vier benaderingen voor gezondheidspsychologie ontwikkelt:
    - Klinische gezondheidspsychologie
    - Gezondheidspsychologie m.b.t. de volksgezondheid
    - Gezondheidspsychologie van bepaalde groepen
    - Kritische gezondheidspsychologie (zie hieronder)
  • Kritische gezondheidspsychologie: kritische gezondheidspsychologen betogen dat het biopsychosociale model duidelijker van het medische model dient te worden onderscheiden, vooral m.b.t. de ontwikkeling van het sociale component. Door de nadruk op individuele gedachten, gevoelens en handelen wordt de rol afgezwakt die de maatschappij en de politiek spelen in onze menselijke ervaring van gezondheid en ziekte -> meer aandacht nodig voor context en cultuur.

Lees meer...

Individuele, culturele en leeftijdsgerelateerde perspectieven op gezondheid

Aan leken gevraagd wat gezondheid is (onderzoek Bauman). Daar kwam uit dat het is gerelateerd aan: gevoel, gerichtheid op symptomen, prestaties. Oudere mensen maakten vaker melding van gezondheidsproblemen, terwijl jongeren gezondheidsgedrag (bijv. eten van gezonde voeding) noemden. Herzlich deed ook onderzoek. Daar kwam uit dat er onderscheid werd gemaakt tussen gezond zijn, gezondheid hebben en gezond doen. Bij Bauman zagen respondent gezondheid eerder als een toestand van ‘zijn’ en ‘doen’. Niet zozeer van hebben. Dit verschil kan komen doordat Bauman ernstig zieke mensen ondervroeg, en Herzlich niet-zieke mensen.

Ander onderzoek was ‘Health and Lifestyle’ van Blaxter. Categorieën die naar voren kwamen waren:

  • Gezondheid als niet ziek -> geen symptomen, geen bezoek aan arts.
  • Gezondheid als bezitting -> ik kom uit sterke familie.
  • Gezondheid als gedrag -> ik zorg goed voor mezelf, ik sport.
  • Gezondheid als lichamelijke fitheid en vitaliteit
  • Gezondheid als psychosociaal welzijn -> m.b.t. geestestoestand.
  • Gezondheid als functie -> vermogen om taken te verrichten.

Definitie van gezondheid van de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie): Een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet alleen als de afwezigheid van ziekte of invaliditeit.

-> Er is een duidelijk relatie tussen gedrag, levenswijze en gezondheid. Minder duidelijk zijn de sociaaleconomische en culturele invloeden op gezondheid.

Crossculturele perspectieven op gezondheid

Wat wordt beschouwd als een normale gezondheid verschilt per cultuur en is afhankelijk van het economische, politieke en culturele klimaat van het tijdperk waarin de betrokkene leeft. Westerse mensen delen de geest, het lichaam en de ziel zodanig dat elk van deze terreinen aan afzonderlijke zorgverleners wordt toegewezen. In sommige Afrikaanse culturen is dat niet het geval -> de drie elementen van de menselijke aard worden daar geïntegreerd. In bepaalde Afrikaanse streken werken groeps- of familieleden samen voor het welzijn van allen. Dit is een collectivistische benadering en verschilt sterk van onze individualistische benadering. In verschillende oosterse culturen wordt een soortgelijke holistische en collectivistische benadering toegepast. Holistisch -> niet alleen het zuiver lichamelijke of waarneembare wordt aangepakt, maar het hele wezen en het welzijn wordt in beschouwing genomen.

Levensduur, ouder worden en aannamen over gezondheid

Het ontwikkelingsproces is een functie van de interactie tussen drie factoren:

1) Leren

2) Ervaring

3) Rijping

Erikson -> 8 belangrijke levensfasen, die m.b.t. verschillende dimensies verschilden, waaronder:

  • Cognitief en intellectueel functioneren (bijv. invloed zijn op medische instructies begrijpen)
  • Taal- en communicatievaardigheden (bijv. geen melding kunnen maken van pijn of zorgen)
  • Inzicht in ziekte (bijv. voor inroepen van medische hulp)
  • Gezondheidszorg en verzorgingsgedrag (bijv. van invloed op vermeende risico van ziekte)

Tijdens de ontwikkeling van kind tot volwassene wordt het verstandelijk vermogen, waarmee de werkelijkheid begrepen kan worden, rijper. Piaget meende dat deze cognitieve ontwikkeling in opvolgende vaste stadia verloopt:

1) Sensomotorisch stadium -> baby verkent wereld d.m.v. zintuigen

2) Preoperatief stadium -> magisch aandoende opvatting van de wereld, er is nog geen sprake van het leggen van objectieve concrete nauwkeurige relaties.

3) Stadium van concrete bewerkingen -> kind kan juiste relaties leggen tussen dingen, mits deze dingen in werkelijkheid ook aanwezig zijn.

4) Stadium van abstracte bewerkingen -> de concrete aanwezigheid van de dingen is niet meer vereist.

Ziekteconcept op de leeftijd van 3 tot 7 jaar

Het is belangrijk dat kinderen in de loop van de tijd enige verantwoordelijkheid aanleren voor het onderhoud van hun eigen gezondheid. Onderzoek van Bibace en Walsh toonde aan dat kinderen jonger dan 7 jaar ziekte verklaren op magisch niveau; verklaringen zijn gebaseerd op associatie

  • Onbegrip -> kind geeft irrelevante antwoorden of ontwijkt vragen.
  • Fenomenalisme -> ziekte is meestal een teken of geluid dat met de ziekte in verband wordt gebracht, maar er is weinig begrip van oorzaak en gevolg.
  • Aangestoken worden -> ziekte is meestal afkomstig van persoon of voorwerp dat dichtbij is.

Ziekteconcept op de leeftijd van 8 tot 11 jaar

Verklaringen van ziekte rond acht tot 11 jaar zijn concreter en gebaseerd op een logische reeks van gebeurtenissen van oorzaak en gevolg.

  • Besmetting -> begrijpen dat ziekte verschillende symptomen kan hebben en ze erkennen dat bacteriën of zelfs hun eigen gedrag ziekten kunnen veroorzaken.
  • Internalisatie -> begrijpen dat de ziekte zich in het lichaam bevindt, maar het proces waardoor symptomen zich voordoen, wordt slechts gedeeltelijk begrepen.

Tijdens deze ontwikkelingsfase kunnen kinderen ertoe worden aangezet enige persoonlijke controle over de ziekte of behandeling uit te oefenen; hierdoor kan het kind worden geholpen met de ziekte om te gaan.

Ziekteconcept vanaf de puberteit

Ziekteconcept is nog een abstract begrip: verklaring zijn gebaseerd op interacties tussen de persoon en zijn omgeving.

  • Fysiologisch -> de meesten kunnen ziekte nu definiëren in termen van specifieke lichamelijke organen of functies.
  • Psychofysiologisch -> tijdens de latere puberteit en volwassenheid begrijpen veel mensen dat lichaam en geest interactie vertonen.

Pubers nemen van zichzelf aan dat ze meer controle hebben over het ontstaan en de genezing van ziekte en zijn zich er beter van bewust dat persoonlijke acties van invloed kunnen zijn op de resultaten.

Vroege volwassenheid is de leeftijd van 17 tot 40. De kans dat ze nieuwe gedragingen gaan vertonen die een risico vormen voor de gezondheid is kleiner dan bij pubers; de kans dat ze preventief gedrag vertonen is groter. Accent bij gezondheidsvoorlichting ligt hier op praktische toepassingen.

Bij het ouder worden blijft het zelfconcept (bewuste gedachten en aannamen over jezelf) relatief stabiel. Veranderingen van het zelfconcept maken niet onvermijdelijk deel uit van het ouder worden.

Lees meer...

Wat is gezondheid? Veranderde perspectieven

Biomedisch model: bij dit model wordt aangenomen dat een symptoom van een ziekte een achterliggende pathologie heeft die hopelijk via medische interventie kan worden genezen. Dit standpunt wordt ook wel reductionistisch genoemd. Hierdoor wordt het feit genegeerd dat verschillende mensen op verschillende wijze reageren op eenzelfde ziekte.

Biopsychosociaal ziektemodel: het standpunt dat ziekten van symptomen door een combinatie van lichamelijke, sociale, culturele en psychologische factoren kunnen worden verklaard.

Van oudsher heeft er een spanning bestaan tussen degenen die de geest en het lichaam als afzonderlijk beschouwden (dualisten) en degenen die deze als eenheid zagen (monisten). Tegenwoordig ligt het accent op de wederzijdse relatie tussen lichaam en geest. Freud heeft hier belangrijke invloed op gehad. Hij kwam met het bestaan van een onbewuste geest. Er is veel onderzoek gedaan naar onbewuste conflicten, de persoonlijkheid en ziekte -> dit heeft geleid tot de psychosomatische geneeskunde.

Gedrag en gezondheid

De uitvinding van antibiotica kwam rond 1940. Fleming ontdekte penicilline al in 1928, maar het duurde enkele jaren voordat dit middel en andere antibiotica algemeen verkrijgbaar waren.

Vroeger was er geen remedie tegen aids waardoor mensen veel terughoudender waren. Later werden jongeren nonchalanter, omdat men dacht dat je er niet meer aan dood hoefde te gaan door het slikken van medicijnen.

Vroeger raakte gezondheid gekoppeld aan geschiktheid om te werken. Tegenwoordig kijken veel mensen nog steeds naar de effecten van ziekte op het werkende leven, hoewel er ook naar het tegenovergestelde wordt gekeken -> rol van het werk en de werkomstandigheden en de effecten hiervan op de gezondheid.

Lees meer...

Neobehaviourism in Retrospect (p 531)

Van alle 4 is Guthrie’s invloed het meest stabiel gebleven. Zijn Principle of contiguity blijft een inspirerend werk over gedrag. Tolman’s visie verloor invloed nadat Hull en Skinner ten tonele kwamen. Hull’s invloed is tegenwoordig ook tanende en waarschijnlijk zullen Tolman’s en Skinner’s invloed het langst overleven.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen