Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Een volgehouden economische groei

De industrialisatie in de Westerse landen zorgden voor een sterke economische groei dankzij een sterke stijging van de productie. Deze verbreding van de industrialisatie zorgde voor een inhaalbeweging van verscheidene landen en liet Engeland haar dominante positie verliezen.

De economische groei ging over een spectaculaire, maar veleer constante groei waarbij een expansie van de secundaire en later tertiaire sector gepaard ging. Er is echter een slechte keerzijde aan de medaille: de ontwikkelingsproblematiek. Dankzij de economische groei in de Westerse landen vergrootte de kloof met de derde wereld, die slechts diende als een voedselleverancier, voor grondstoffen en als afzetmarkt van in het Westen geproduceerde producten.

Lees meer...

Uitgavenpatroon en verbruik

Er zijn zeer weinig budgetanalyses uit deze tijd te vinden, maar uit diegenen die we hebben, blijkt dat ongeveer 60 – 80% van het inkomen aan voeding verbruikt werd. De rest ging voornamelijk naar woning, verwarming en kleding. Aangezien weinig geld hieraan besteed kon worden was er sprake van slechts beperkte privacy en was men zeer kwetsbaar voor epidemieën.

Hier ontstaat een enorme paradox, waar de middengroep er een vrij rijke materiële cultuur op na hield. Dit weten we aan de hand dan inboedelbeschrijvingen. Er ontstond een consumptiecultuur waarbij duurzame goederen, die voordien golden als investeringen en mentaal en cultureel van groot belang waren, vervangen werden door goedkopere substituten. Hierdoor steeg wel het sociale bereik van deze goederen, maar daalde jammer genoeg de levensduur ervan. Een verscherping van het modebewustzijn zorgde voor het ontstaan van een koortsachtige consumptiecultuur, die later zou uitwijden naar een heuse samenleving van massaconsumptie.

Lees meer...

De organisatie van de armenzorg

Belangrijk was de omvang van de inkomenstransfers. Hieronder verstaan we vrijwillige transfers en het betalen van giften, bruidsschatten enzovoort. Jammer genoeg waren deze veel te klein om een fundamentele verbetering aan te brengen. Er werden verschillende groepen bij betrokken: de elite gebruikte het als een controlestrategie, waar de armen het gebruikten als een overlevingsstrategie. Men spreekt over bargaining tussen beide groepen. De interesse van de elite kwam voort uit het belang voor de arbeidsmarkt van armen, het behouden van de sociale en openbare orde, medische argumenten en morele argumenten. De interesse van de armen kwam voort uit de overlevingsstrategie die ze hanteerden. Verschillende vormen hiervan waren inschakeling van arbeid van vrouwen en kinderen, onderlinge steun, misdaad met een zekere tolerantie, verpanden of kopen op krediet en via organisaties zoals gilden en ambachten.

Aanvankelijk werden armen opgenomen in de dorpsgemeenschap. Er bestond een kerkelijk doctrine van caritas (= recht op aalmoezen), het geloof in de hemel, armoede werd bezien als ongeluk en niet als een ondeugd, het was de traditionele taak van de dorpsgemeenschap en er bestond geïnstutionaliseerde solidariteit op basis van wederkerigheid. In de middeleeuwen veranderde dit alles.

Vanaf dan ontstond een bewuste armenpolitiek door de centrale overheid. Zij deden dit uit economische berekening en uit zorg voor de openbare veiligheid. De maatregelen bestonden uit een verbod op de bedelarij, propaganda van arbeidsplicht, onderscheid tussen valide en niet-valide behoeftige en het lokalisme van de arbeidszorg. Vanaf nu kon enkel da invalide, autochtone bevolking rekenen op steun van de overheid. Immigranten werden steeds meer beschouwd als concurrentie of een financiële last.

Met de ingrijpende economische veranderingen in de zestiende eeuw volstond de traditionele armenzorg niet langer. Men ontwikkelde een sociale politiek die regulerend optrad bij de inschakeling in het arbeidsproces d.m.v. goedkope tewerkstelling en arbeidsdwang en men beschouwde armen als een politioneel, veiligheid en ordeverstorend probleem. De sociale politiek bestond uit arbeidsdwang, strijd tegen bedelarij, tuchthuizen opgericht door de stedelijke overheid, geëxploiteerd door privé personen en dwangarbeid en bijpassingen bij het loon (= loonsubsidiëring). Deze sociale politiek vond zijn hoogtepunt in de achttiende eeuw onder de verlichting, het rationalisme, de gecentraliseerde administratie, de plattelandsvlucht en de verpaupering.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen