Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Het civilisatieproces

Het civilisatieproces van Norbert Elias had een sterke aantrekkingskracht vanwege zijn sociale dynamiek vanuit het lange termijn perspectief, veranderingen op micro en macro niveau en aandacht voor gedragscodes en omgangsvormen. Deze zijn vaak cultureel bepaald, op lange termijn aan verandering en dynamiek onderhevig en vervullen een sociale functie met processen van sociale distinctie.

Het civilisatieproces op micro niveau behandelt de veranderingen in persoonlijkheidsstructuren in nauwe samenhang met sociale structuren, een hogere graad van zelfbeheersing wat te maken heeft met affectmatiging en groeiende afstandelijkheid tot lichamelijkheid, wat leidde tot graduele pacificering van de dagelijkse omgang en een daling van crimineel gedrag. Het civilisatieproces werd voortgestuwd doordat het kracht inboette als sociaal distinctiemiddel en men steeds naar fijnere beschavingsvormen zocht.

Omtrent het civilisatieproces op macro niveau gaan we op zoek naar het waarom van die civilisering. Het gaat hier om de internalisering van zelfbeheersing, een grotere interdependentie tussen de sociale actoren en steeds complexer wordende samenlevingen wat betreft de groeiende arbeidsdeling en de langer wordende interdependentieketens tussen mensen. Ook de ondersteuning door sociale instellingen zorgen voor meer zelfbeheersing.

Van belang zijn de uitbouw van een markteconomie en het staatvormingsproces. Een daling van geweld is te verbinden aan de monopolisering van geweld door centrale staten en gewapende ridders uit de gepacificeerde hofsamenlevingen (= civilisering van gewoonten en manieren, edellieden als toegewijde en geciviliseerde dienaars) in de zestiende en zeventiende eeuw. Ook het gebruik van duel werd verbonden aan een strikte regelgeving waarvoor zelfbeheersing nodig was. We zien eer verbonden worden met de dienstbaarheid voor de vorst (Lodewijk XIII) en de strafvervolging wordt geprivatiseerd.

Omtrent het belang van het staatsvormingsproces mag wel kritiek geuit worden. Het verband tussen de daling van het geweld en de opkomst van monarchie (Muchembled) klopt niet op alle gebieden. In de lage landen was er helemaal geen sterk centraal gezag, maar wel een snelle afname van de doodslagcijfers. Ook in de Italiaanse steden ontstond heel wat controle van overheidswege op geweld in de Middeleeuwen en de vroeg moderne periode, maar deze was verre van effectief. Ook is er een onderschatting van de stedelijke dynamiek en de relatie tussen staat en de civil society ging over legitimiteit van de staat en wederzijds vertrouwen in de samenleving. Ook ontstond er een onderschatting van de culturele component.

Lees meer...

Enkele algemene conclusies

Interpersoonlijk geweld daalde gedurende de laatste zes eeuwen en vooral vanaf de zeventiende eeuw. Er treden verschillen op in timing en per regio, maar er trad weinig verandering op in sekse en leeftijd van daders. De hoge graad van geweld viel dus samen met de hoge betrokkenheid van de elite. Er traden vooral conflicten tussen mannen op in verband met eer en pacificering van de publieke ruimte.

Lees meer...

Variabelen

We zien een groot op het vlak van sekse of gender. Over het algemeen gaat het vooral om mannen en is het percentage vrouwen beperkt, maar dit is ook afhankelijk van ruimte en tijd. We kunnen wel stellen dat gender geen relatieve variabele is om de daling in geweld te verklaren.

Op het vlak van leeftijd is weinig onderzoek verricht. Op het vlak van sociale status zien we enkele verschillen. Is er een oververtegenwoordiging van sociaal minder bevoorrechte groepen=? In de middeleeuwen was interpersoonlijk geweld geen klassenspecifiek fenomeen, maar vanaf de zestiende eeuw ontstond een dalende betrokkenheid van hogere klassen bij criminaliteit. Dit ondanks regionale verschillen. Deze daling ging vergezeld met een verminderd gebruik van fysiek geweld bij elites.

Wat betreft het geslacht van de slachtoffers, zijn er ook weinig onderzoeken. Wel is duidelijk dat de proportie van vrouwelijke slachtoffers stijgt. Een daling van de doodslagcijfers blijkt in de eerste plaats, maar niet exclusief, een daling van de gewelddaden van man tot man.

Ook de persoonlijke relatie tussen dader en slachtoffer is van belang. Dankzij een pacificering in de publieke ruimte groeide de weerstand tegen fysieke confrontatie bij een conflict, werd de eer als een culturele code om dagelijks gedrag te reguleren verbannen en treden veranderingen op in de notie van eer. Wel is er een stijging van gewelddelicten binnen het gezin.

Lees meer...

Vaststellingen

We kunnen uit onze bronnen vaststellen dat er op lange termijn een dalende trend in frequentie van moord en doodslag is die begon in de vijftiende eeuw en aanzienlijk versterkte tussen de zeventiende en twintigste eeuw. De variaties in de hoogste en laagste schattingen verminderen vanaf de negentiende eeuw.

We zien in de middeleeuwen een relatieve homogeniteit in de cijfers. Vanaf de zestiende eeuw zien we een toename van geografische verschillen en in de negentiende eeuw treden verschillen op tussen centrum en periferie. De periode 1880-1950 toonde een daling van geweld tot het laagste niveau ooit bereikt en traden steeds minder verschillen op tussen de Westerse landen. In de periode 1950-1990 ontstond opnieuw een lichte stijging. We zien schommelingen in de geschiedenis gevolgd door een verdere daling van de doodslagcijfers.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen