Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Literaire ontwikkelingen in de negentiende eeuw

A. Continuïteit t.o.v. de 18e eeuw

18e eeuw: 2 nieuwe houdingen: benadrukken kritische rede (Verlichting) en emotionele (preromantiek), beiden ontstaan in Engeland, snel uitgebreid naar continent, wordt voortgezet in 19e eeuw.

  • Romantiek (1e helft 19e eeuw) en symbolisme (2e helft) bouwen voort op preromantiek: overgang van rationele cultuur- en kunstvisie naar een meer op het gevoel gerichte esthetica (hoewel ook realistische elementen voorkomen in romantische literatuur: gevoelsesthetica)
  • Realisme (1e helft: romantisch, 2e helft: gewoon) en naturalisme (2e helft) zijn erfgenamen van Verlichting (hoewel ook romantische elementen voorkomen in realistische literatuur: kritisch, pragmatisch)

B. Cultuurhistorische context

Industriële Revolutie

  • Rond 1800: Engeland economische wereldmacht (bloei kapitalisme, snelle evolutie van de wereld) => mechanisering en rationalisatie beheersen economische én sociale leven.
  • Sociologisch vlak: polariteit tussen kapitaal en arbeid: sociale spanning
  • Economische en sociale verschuivingen => voortdurende dynamiek (↔ hiërarchische Ancien Regime)

Culturele gevolgen

→ gemeenschappelijke

  • Fundament maatschappij: economie: waarden worden minder gerespecteerd, eerder gerelativeerd (nu voor kleine groepen, vroeger vb. Dante's beschouwing voor hele bevolking)
  • Individualisme: basiswaarde (naast geld): wordt dominant

→ verschillende

  • Romantici: individualisme met pessimistisch fatalisme
    • Keert terug in symboliek
    • Melancholie (Spleen)
    • Enige wat mens kan redden tegen waardenvermindering is schoonheid
    • Zoeken naar expressiemiddelen die de wereld haar betovering kunnen teruggeven.
  • Realisten: kijken naar het nieuwe: bewondering voor wetenschap, … (geneest ziektes, …)
    • Zien vooral voordelen, radicalisering optimisme
    • Toch niet alles zomaar aannemen: kritiek tegen irrationalisme
  • Symbolisten: veel verloren, contact met existentiële is verloren
    • Poète maudit: beleeft het decadente → voelt zich onvolledig => innerlijke verscheurdheid
    • Voor sommigen is wereld een kille lelijke omgeving in een sfeer van pessimisme en ondergang (Nietzsche, Schopenhauer): schrijvers trekken zich terug in een kleine kring van ingewijden.

C. Kunstsociologische situatie: autonomie van de kunstenaar

  • Autonomie van de kunstenaar (droom van de Humanisten)
    • Kunstenaar stelt zich individualistisch op, ontdoet zich van externe dwang (door economische steun)
    • Nieuwe levenshouding: stedelijke bohèmekringen: bohémien misprijst burgerlijke levenswijze, trekt zich terug in sociale sfeer (wordt beschreven in H. Murger's Scènes de la (vie) bohème)
    • Sociale rollen van de kunstenaar: dandy (opvallend uiterlijk), snob, flaneur (wandelt over boulevards): kunstenaar houdt zich enkel bezig met intellectuele (geaccentueerd door flaneur)

  • Gevolg autonomie: kunst als oppositie
    • Realistische literatuur: kritische oppositie tegen geïndustrialiseerde en verburgerlijkte samenleving ('kleinburgerlijk': saai, kortzichtig, …)
    • Esthetische oppositie: romantici en symbolisten stellen realiteit in vraag: weigeren zich in te laten met moderne wereld (houden zich bezig met wat geen waarde meer heeft: esthetische)
  • Radicaalste uitdrukking autonomie: l'art pour l'art binnen het symbolisme(esthetisch)
    • Theoretische basis: T. Gautier
    • Frankrijk: Baudelaire (symbolisme), Flaubert (realisme), Parnassiens (dichtersvereniging onder C. L. De Lisle)
    • Schilderkunst: primauteit van esthetische kwaliteiten: enkel eigen esthetische visie is van belang.
    • Angelsaksische wereld: Art for art's sake-beweging: kunstenaars plaatsen zich boven samenleving, trekken zich terug om zich te wijden aan de Schone Kunsten (W. Pater)

Lees meer...

Preromantiek situering

A. Inleiding

Vernieuwende visie op het schone + nieuwe motieven:

  • Schoonheid vanuit het perspectief van het subject: burger streeft naar intimiteit
  • Subjectieve emotie: tegen nuchterheid burgerlijke maatschappij en classicistische strengheid
  • Niet-klassieke motieven
  • Ook aanwezig bij realistische romanciers uit Verlichtingsbeweging
  • Geleidelijke opgang in 18e eeuw

Situering van Preromantiek

In Verlichting reeds kiemen nieuwe esthetica (Sterne, Richardson): vooral in de 2e helft 18e eeuw

  • Rationele cultuur van Classicisme wordt door preromantiek in vraag gesteld: emotionele zal zich in 19e-eeuwse romantiek doorzetten
  • Preromantici delen zelfde overtuigingen als Verlichtingsintellectuelen, maar proberen troosteloze nutteloosheid te bestrijden (combinatie Classicisme en Romantiek)

Filosofische achtergrond

Rousseau: belangrijk Verlichtingsdenker, tegelijk ideoloog van de preromantiek.

  • Opmerkelijk literair debuut doordat hij in 2 prestigieuze prijsvragen bekroond werd:
    • Discours sur les sciences et les arts (1750): intellectuele vooruitgang in de geschiedenis staat gelijk met zedelijke achteruitgang => slogan: retour à la nature, keert terug in preromantiek.
    • Discours sur l'origine et les fondaments de l'inégalité parmi les hommes (1755): oorspronkelijke natuurtoestand (bon sauvage) geperverteerd door 3 factoren die ongelijkheid in de hand werken: ontstaan van privé-eigendom, van autoritaire gezagsvormen en ontaarding van macht in willekeur.
  • Deze ideeën liggen aan basis voor latere werken:
    • Du contrat social, ou Principes du droit politique (1762): ongelijkheid enkel uitbannen op basis van sociaal contract (volonté générale: elk lid van de samenleving onderwerpt zich aan de wil van de gemeenschap).
    • Grondgedachte Rousseau: mens is van nature goed, maar verdorven door maatschappij => belangrijke rol voor opvoeding: vb. Emile ou l'Education (1762): zet opvoedingsidealen uiteen: opvoeding moet alle hindernissen wegnemen die ontwikkeling goedheid in de weg staan (ongereptheid kind vrijwaren).

B. Kenmerken van de Preromantische esthetica

Originaliteit van de literaire vormgeving

Kunst vanuit vormvrijheid: afwijken van esthetische norm, van klassieke en classicistische vorm

→ originaliteit (creatio i.p.v. imitatio): lichtend voorbeeld = Shakespeare (ook terug te vinden in Verlichtingsdenken: Sterne en Richardson, niet bij iedereen, vb. Voltaire)

vb. Shakespeare: in de 17e eeuw werd zijn werk conform aan de classicistische normen gemaakt, in de 18e eeuw worden zijn werken gelezen en gespeeld => Shakespeare-cultus

Thematische kenmerken

Motieven betreffende het niet-rationele:

  • Subjectieve emoties: persoonlijke emotie: duidelijkst in liefde(s-), verdriet
    • Rousseau: Julie ou la nouvelle Héloïse (1761): briefroman, liefdesrelatie met nooit eerder beschreven emoties; op het einde van zijn leven worden zijn werken ambivalent: naast verlichtingsideeën ook depressieve stemmingen => innerlijke tegenspraak (vb. in Confessions (1765-70), Rêveries du promeneur solitaire (1776-78))
    • Sturm und Drang-beweging: Goethe, Het lijden van de jonge Werther (1774)
    • Escapistisch motief: terug naar het niet-rationele: naar het échte leven
  • Natuurmotief
    • Religieuze bewondering voor natuur: vb. J. Thomson, The Seasons (1730)
    • Woeste ongebreidelde grootsheid van de natuur:
      • Spontane creaties van de natuur worden verheerlijkt: vb. overwoekerde ruïnes (ongetemd ↔ burgerlijke zedelijkheid)
  • Bovennatuurlijke en angstaanjagende
    • Graf- en maanpoëzie, Graveyard Poetry (dood, nachtzijde): T. Gray
    • Griezelroman, Gothic Novel (duistere kant)
      • Kenmerken: terugkerende stereotiepen: angstaanjagend décor, gevaarlijke en mysterieuze tegenstanders en onschuldige heldin, plot: geweld en bovennatuurlijke gebeurtenissen, motieven: seksueel verlangen, bezitsdrang, zucht naar kennis
      • Ontstaan rond 1775: vb. H. Walpole, The Castle of Otranto (1764: prototype)
  • Cultus van het ongerepte: bewondering voor wat aan rationaliteit van de burgerlijke wereld ontsnapt
    • Le bon sauvage
    • Het ongerepte verleden (Keltische en Oudgermaanse cultuurpoëzie)
    • Volksziel: vb. J. G. von Herder brengt ongerepte cultuur volk weer onder aandacht.
    • Kinderlijke, onschuldige
  • Nostalgie naar het verleden: terugkeer naar Germaanse verleden:
    • Herontdekking Oudscandinavische poëzie
    • Ossianisme:
      • Ontleend aan bundel van vermeende Keltische liederen, toegeschreven aan Ossian, uitgegeven door J. MacPherson: eigenlijk vervalsing, eigen werk op basis van beperkt oraal folkloristisch materiaal
      • Wordt enorm succes: aanleiding tot internationale stroming van imitaties (vb. Goethe's Werther leest werk van MacPherson, Herder wijdt hoofdstukken aan Ossian)
      • Ossian model voor Keltische wereld, werd daarom uitdrukkingsmiddel voor preromantische gevoelens.
  • Appreciatie voor Keltisch en Oudgermaanse sfeer ↔ Romeins-Franse pseudo-classicisme:
    • Patriottische gevoelens (volksliederen)
    • Ongerepte natuur en oerkracht
    • Heldhaftige daden voorouders
    • Sentimentele liefde (vaak melancholisch)
Lees meer...

De Verlichting: ontstaan en betekenis

A. Inleiding

Burgerlijke mentaliteit:

  • pragmatisme, scepticisme, rationalisme, l'homme cultivé
  • sentimentalisme, subjectivisme (preromantiek): reeds in Renaissance, radicaler in 18e eeuw, wordt het uitgangspunt, doordat burgerij nieuwe dominante stand wordt

Ontstaan en betekenis Verlichting

Theoretisch-filosofische stroming (geen strikte literatuurstroming, beïnvloedt wel latere schrijvers)
Intellectuelen maken wel gebruik van literatuur om ideeën Verlichting kenbaar te maken aan het publiek.

Het zijn radicale ideeën, onder impuls van nieuwe ideeën uit de 18e eeuw:

  • democratische ideeën, tegen absolutisme (vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid)
  • rationalisme
  • scepticisme: twijfelen aan absolute waarheden
  • radicale verdraagzaamheid (godsdienstig en metafysisch pluralisme)
  • pragmatisme: concrete alledaagse leven

Rol schrijver-intellectueel verandert: Classicisme: hoveling; ideaalbeeld nu: kritische, pragmatische burger (cf. Renaissance) → l'homme cultivé vs. le gentilhomme

Ontstaan

  • Engelse burgerij: vernieuwingsbeweging: verspreid zich over Europa
  • Franse Verlichting: zeer combattief (tegen macht koning en Kerk); Diderot en D'Alembert, Voltaire, Rousseau
  • Duitse Verlichting: saai en nuchter, onder invloed van Engelse (eerste fase: Engels empirisme) en Franse voorbeelden (onder Frederik de Grote), wordt opgedrongen door heersers

Intellectuele pijlers van de Verlichting

  • Filosofie: taakuitbreiding: naast theorie ook Praktische Rede, Gezond Verstand (vanuit ethiek bv.)
    • Rationele verklaring voor alledaagse dingen, logica van het alledaagse leven
    • Descartes (voorloper): Discours de la méthode (1637): geeft raad hoe men zijn leven moet organiseren

Filosofie wordt belangrijk in 18e-eeuwse maatschappij:

  • Filosofie wordt basisdiscipline in universiteiten (eind 18e - 19e eeuw)
  • Filosofie verovert de salons (Diderot)
  • Filosofische publicaties verdubbelen (theologie neemt af)
  • Religie: traditionele theïsme verliest aan invloed, pogingen om religieuze denken een rationeel fundament te geven => nieuwe ideeën (vooral bij vrijmetselaars)
    • Ontstaan deïsme (merendeel bevolking)

- Schepper verantwoordelijk voor ontstaan kosmische orde, grijpt niet persoonlijk in in zijn schepping

- Mens is verantwoordelijk voor eigen daden

- Belangrijke component vrijmetselarij

  • Freethinkers: wijzen elke vorm van religiositeit af (kleine groepen)
  • Ethiek: tendens tot filosofische, rationele fundering; Hume: ethiek is beoordelen menselijk gedrag door mensen.

  • Encyclopedieën en andere filosofische geschriften (verspreiding vanuit Engeland, encyclopedie: centrale dingen)
    • Diderot en D'Alembert: L'encyclopédie (1751-1771, 33 dln.): over alles wat geleerden belangrijk vonden: wetenschap, ambacht, …

- D'Alembert: wiskunde en natuurkunde

- Diderot: literatuur en filosofie

- Bijdragen van andere Verlichtingsdenkers: Voltaire, Rousseau, Montesquieu

  • Psychologieën: commentaar over alledaagse dingen, beschrijvingen (vb. beroepen)
  • Voltaire

- Afkomstig uit provincie, kwam naar Parijs, reputatie van berucht en gevreesd satiricus, verdedigde onvoorwaardelijke tolerantie

- Ondervond onverdraagzaamheid (werd tot de orde geroepen en verbannen => leert Engelse verlichtingsdenken kennen)

- Trekt zich terug in slot van Cirey (leefde in concubinaat met markiezin)

- Drie jaar lange verblijf aan hof Frederik de Grote

- Ideeën Voltaire: metafysisch vlak: deïsme; politiek vlak: vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid

B. Vertegenwoordigers van het Verlichtingsdenken

Conventionele literatuurvormen om verlichtingsdenken te verspreiden: brief, essay, journalistieke artikels, conte philosophique (Voltaire, uitgangspunt is een filosofisch probleem)

Enorme opgang romangenre (belangrijk: bestudeert alledaagse leven)

Filosofisch geïnspireerde literatuur

  • G. Lessing: toneelstuk Nathan der Weise
    • Pleit voor religieuze tolerantie (jood wordt vervolgd vanwege geloofsovertuiging, maar blijft zelf verdraagzaam)
    • Prioritair is het goede handelen, wat los staat van geloof en ras, mensen die elkaars religie niet aanvaarden kunnen toch een nauwe band hebben
    • D. Diderot: vecht voor autonome individu: mens en autoriteit gaan niet samen
      • Antiklerikale roman La Religieuse, dialoog- en briefroman Le neveu de Rameau en dialoogroman Jacques le fataliste et son maitre
      • Bewonderde Engelse burgerlijke literatuur (Richardson)
    • Voltaire: contes philosophiques: strijd tegen godsdienstig fanatisme en politiek absolutisme
      • Micromégas (1752): buitenaards wezen bekritiseert Westerse wereld
      • Candide ou l'optimisme (1759): satire op filosofisch optimisme van Leibniz, pleidooi voor burgerlijk pragmatisme (men moet zich bv. bezighouden met tuinbewerken)
    • A. Pope: geeft uitdrukking aan verlichtingsmentaliteit

Burgerlijke zedenroman in Engeland

  • D. Defoe: Robinson Crusoe (1719)
    • Lofzang op burgerlijke deugden
    • Exotisch kader sluit aan bij koloniale expansie van Engeland ('bewerken en beschaven')
    • Religie: bekering: men moet verantwoordelijkheden opnemen

Moll Flanders (1722): geromanceerde biografie, reeks van losstaande, vaak realistische taferelen, vorm is verwant aan schelmenroman (Moll is een picaro die tot inkeer komt)

  • J. Swift: Ier, tegen uitbuiting armen, misantroop, hekelt vooruitgangsoptimisme, toont aan dat menselijke ambitie tot onmenselijke machtsstrijd leidt.
    • Gulliver's Travels (1726): ridiculiseert nieuwe burgerlijke klasse, groteske overdrijvingen:
      • Verkleining menselijke zwakheden en ijdelheden: eiland Lilliput (hoge en lage hakken = Tories - burgers)
      • Vergroting ervan: eiland Brobdingnag (vliegende stad Laputa: geleerden en filosofen doen er de gekste dingen vb. zonlicht uit komkommer halen)
      • Verdierlijking: paarden op Houyhnhnm (Yahoo: slechte mensen)
      • Confrontatie van problematische held met problematische samenleving. Hierdoor is Swift een voorloper van het 19e-eeuwse realisme.
    • H. Fielding: eerste die erin slaagt de menselijke komedie (parodie op het lichaam) in de vorm van een verhaal te gieten.
      • The History of Tom Jones, a Foundling (1749): vondeling ontpopt van onstuimige jeugd tot voorbeeldige echtgenoot, symbool van aanvaardbare middelmaat.
      • Joseph Andrews (1741): parodie op Richardson's Pamela, Fielding's satirische toon wijkt af van die van Richardson.

Sentimentele zedenroman

Ook hier zeden burgerij centraal, manier waarop verhaal intersubjectieve relaties en psychologie naar voor brengt verschilt. Anticipatie op realisme uit 19e eeuw.

  • S. Richardson: Pamela or Virtue rewarded (1740-41): keukenmeidroman, deugd overwint en Pamela wordt beloond. Prototype voor wensdroomliteratuur. Clarissa Harlowe (1747-48): briefroman gebaseerd op zelfde intrige.
    • Richardson stelt privé-sfeer, huiselijk kader centraal. Hoofdpersonages zijn concrete burgers .
    • Aandacht voor morele problemen: komt vaak neer op bevestiging puriteinse zedelijkheidsidealen.
    • Toegenomen belang emotionele in romanliteratuur.
    • L. Sterne: The life and opinions of tristram shandy, Gentlemen. (1760-67): voor hoger geschoolden, stelt publiek op proef, levensverhaal, niet volgens chronologisch schema, plotloze roman, collage, experimenteel, grappig
    • A.-F. Prevost: sterk beïnvloed door didactische roman van F. de Fenelon, Telemaque; Manon Lescaut (1761): vermenging moralisme en emotionaliteit, zoals Richardson.

Europees verschijnsel met zwaartepunt in Engeland.

Lees meer...

Pseudoclassicisme - Rococo

A. Zedenkomedies van het pseudoclassicisme

Kenmerken

  • Stereotiep stramien: intrige evolueert altijd naar verloving en huwelijk (cliché happy end)
  • Uitgewerkte psychologische ontleding (esthetiek: personages moeten goed uitgewerkt zijn)
  • Liefde als centraal motief
  • Over alledaagse levensstijl
  • Burgerlijke genotscultuur: moralisme
  • Contrast stijlregisters: lachen over ernstige dingen: tragisch pathos en komisch sentiment

The Restoration Comedy (comedy of manners)

  • Melodrama
  • Blijspelvorm
  • Thema: kritiek op schijnmoraal, lachen met domheden van de wereld (cf. Moliere)
  • Dubbelzinnige en soms schunnige toespelingen
  • W. Congreve: Love for love (1695); J. Gay: The Beggar's Opera (1728)

Comédie larmoyante

  • Tragische ontwikkeling, happy end
  • Burgerlijke sfeer: gericht op Parijse publiek
  • Aandacht voor gevoelsleven
  • P. de Marivaux: Le jeu de l'amour et du hasard (1730); P. de Beaumarchais: Le mariage de Figaro (1784)

B. Rococoliteratuur (2e helft 18e eeuw)

Terminologie

Rococo = weelderige ornamentvorm (rocaillesculptuur), ook Louis XV -stijl genoemd (interieur). Rococo is op enkele punten verwant met maniërisme en barok: beklemtonen virtuoze en sierlijke. Verschil met barok: wil publiek zich aangenaam laten voelen; barok wil mensen zich klein laten voelen.

Literaire kenmerken en vertegenwoordigers

  • Thematisch
    • Hedonisme: barokke welttheater wordt een profane theaterwelt; In de barok is theater de enscenering van religieuze of metafysische krachten die de wereld beheersen, alledaagse wereld = kosmische machinerie. In de rococo is theater een 'kunstmatig paradijs': geen wereldtheater maar een prettige theaterwereld.
      Technieken om profane theaterwereld te scheppen: proloog in toneelstukken, sentimentele setting (cf. fêtes galantes uit schilderkunst; Bellman: De epistels van Fredman, 1770), anakreontische poëzie (ook verwant met fêtes galantes, onterechte verwijzing naar Anakreoon, vroeg-Grieks dichter; A. Pope: Pastorals, 1709)
    • Melancholie: grote onzekerheid ten aanzien van de vergankelijke wereld; Bellman, Wieland (Die Geschichte des Agathons, 1767: wordt eerste Bildungsroman genoemd), later ook Goethe.
      Plot: rijping hoofdpersonage: melancholie: eenzaamheid, enkel op jezelf aangewezen.
  • Generisch (genre)
    • Barok en classicisme: opteren voor grootse drama's (Lucifer) en grootse epische werken (Paradise Lost)
      Rococo: opteren voor kleinere genres (idylle, sprookje, novelle) ter verstrooiing van de luisteraar
    • Voorliefde voor melodrama (oorspr. enkel zang en muziek, meer affectief): uitgewerkte emoties (affectieve spanning, grote contrasten); P. Metastasio; theater met loges: wordt een artificieel gebeuren
    • Weerstand tegen klassieke genregrenzen, voorkeur voor genre mêlé; Pope: The rape of the lock (1712-14) (Gesandtkunstwerk: plastische en toegepaste kunsten)

  • Formeel: inventiviteit belangrijker dan imitatio, groter belang voor creativiteit
    • Versieringen in plastische kunsten en literatuur
    • Verstoring compositie in proza
    • Stijlfiguren → speels effect
    • Open vorm
    • multiperspectivisme: wisselende en verschillende vertelperspectieven.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen