Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

El Argar complex

Het westelijke gedeelte van de Middellandse Zee ontwikkelde zich grotendeels los van de ontwikkelingen in het oosten. Slechts enkele zeldzame Mykeense scherven werden gevonden op Sardinië, en twee scherven werden gevonden in de regio van de monding van de Guadalquivir (zuiden van Spanje).

De rijke aanwezigheid van ertsen in Spanje, koper en tin in het noordoosten en koper in het zuiden, zorgde ervoor dat in de buurt van Almeria een cultuur tot bloei kwam. Deze werd ontdekt door de gebroeders Siret, Belgische mijningenieurs, die in 1880 tijdens hun mijnwerkzaamheden in de regio opgravingen hebben verricht en zo deze cultuur aan het licht brachten. Het bergachtige gebied in de streek van Almeria biedt mogelijkheden tot landbouwgronden in de rivierdalen en graslanden voor het vee. Ook hier zien we het opkomen van elites, die hun positie in hun graven weten te tonen. De nederzettingen bevinden zich op strategisch gelegen hoogtes, zogenoemde acropolen. De versterkte dorpen bestaan uit een reeks smalle straten met kleine huisjes.

Een belangrijke vindplaats is die van El Oficio, een acropool die zich bevond op een natuurlijk beschermd plateau. Het versterkte dorpje, met een reeks kleine huisjes langs smalle straten, beschikte over waterreservoirs en had ook graven binnen de nederzetting (onder de huizen en straten).

De grafvelden, zoals die in El Argar, waarnaar de cultuur is vernoemd, zijn vrij groot, tot duizend graven. Hierbij gaat het zowel om inhumaties als crematies, hoewel dat laatste slechts later opduikt. Vaak gebeuren deze in cisten, dat zijn stenen grafkamers, of pithoi, grote aardewerken potten. Bij het lichaam bevonden zich vaak rijke grafgiften, afhankelijk van het geslacht: sierraden in allerlei materialen, zoals diademen voor de vrouwen tegenover wapens (waaronder ook een hellebaard) voor de mannen. Daarnaast is ook voor beide geslachten aardewerk gevonden, dat opvalt door zijn schoonheid, fijne bewerking en puntbodems.

Opvallend is het veelvuldig aantreffen van amber. Dit zou erop wijzen dat deze cultuur deel uitmaakt van de vroege handelsnetwerken.

Lees meer...

De Minoïsche en Mykeense wereld

Terwijl in het late 3e millennium het Oude Rijk in Egypte plaats maakt voor het Nieuwe rijk ( 1975 v C.), terwijl in Mesopotamië het Akkadische rijk rond 2200 verdwijnt en het Babylonische en later Assyrische rijk opkomen, ontwikkelt er zich in het Oosten van de Middellandse Zee een heel ‘commercieel’ handelsnetwerk in allerhande producten.

Langs de kusten ontwikkelen zich (versterkte) nederzettingen, eventueel met een citadel, die deze handelsnetwerken controleren. Voorbeelden hiervan zijn Troje in de Dandarellen, of Lerna in de Argolide. Kenmerkend voor deze nederzettingen is dat centraal zich een ‘megaron’ huis bevindt. Dit is een lang rechthoekig elitehuis met verschillende kamers in het verlengde van elkaar. De nederzettingen kenmerken zich door grote rijkdom aan vondsten, waaronder goudschatten. Dit bewijst dus dat het elites waren die deze nederzettingen bewoonden, en dus de handelsroutes controleerden. Het meest cruciale punt van deze handelsroutes in de Egeïsche zee is Kreta.

De Minoïsche wereld

Kreta kon door haar gunstige geografische ligging, namelijk op de kruising van de Egeïsche en Egyptische handelsnetwerken, al snel grote rijkdom uitbouwen en haar eigen netwerk uitbouwen. Zo werpt Kreta zich op tot het centrum van de handelsroutes tegen het einde van het derde millennium. Belangrijke producten waren koper en obsidiaan uit de Cycladen en ivoor, goud en andere luxueuze producten uit het zuiden. Op Kreta duiken op die manier paleizen op, die al regionale centra fungeren. Deze paleizen kenmerken zich door een open centraal plein, omringd door een veelheid van kamers ( opslagplaatsen, publieke ruimtes).

Het zijn duidelijk centrale plaatsen, waar allerhande producten werden opgeslagen (gezien de vele enorme dolia), waar administratieve ( in Lineair A) en rituele activiteiten plaatsvonden. Belangrijke importproducten voor Kreta waren ossehuiden koperstaven, tin en ivoor. De exportproducten waren vermoedelijk vooral wol, wijn en olijfolie.

Opvallend is dat deze paleizen helemaal niet versterkt zijn door omwallingen of een andere vorm van verdediging. Volgens sommigen wijst dit erop dat de Minoïsche beschaving een vreedzame samenleving was. Anderen menen echter dat men omliggende zeeën in die mate beheerste en controleerde, dat men geen vrees had voor een aanval van buitenaf. De bekendste van deze paleizen zijn Knossos en Mallia, in het noorden van Kreta, en Phaestos in het zuiden. De Minoïsche beschaving is opgesplitst in drie fases: het vroeg-palatiaal ( 1950-1700 v.C.), het laat-palatiaal (1700-1450 v.C.) en het post-palatiaal ( 1450-1050 v.C.).

Het staat vast dat de maritieme routes, en dus maritieme handel en transport belangrijk waren voor Kreta. Afbeeldingen van boten met roeiers of zeilen worden dan ook regelmatig teruggevonden. Er moet dus ongetwijfeld een zeevarende bevolkingsgroep bestaan hebben op Kreta, gecontroleerd door de paleisbewoners.

De Mykeense wereld

Al in de 17e eeuw v. C. begint het Griekse vasteland een belangrijke rol op te eisen in de netwerken en handelsroutes van de Egeïsche wereld. Rond 1400 v. C. nemen de Mykeense paleizen dan ook de rol van de Minoïsche over. Op het Griekse vasteland ontwikkelen zich verschillende machtscentra, ook weer in de vorm van paleizen, waarvan Mykene zelf de meest centrale en bekendste is. . Deze paleizen fungeren eveneens als centrale plaats voor opslag, administratie ( Lineair B, Grieks) en rituele handelingen. Het verschil met de Minoïsche nederzettingen, is dat de Mykeense paleizen wel degelijk versterkt zijn met enorme muren. Ook heerst er in de Mykeense beschaving een ander sociaal beeld, namelijk dat van het ideaal van de krijger. Een voorbeeld van dit ideaal is de vondst van ‘het harnas van Dendra’ in een grafcontext. Hun rijkdom hebben de verschillende Mykeense nederzetten enerzijds te danken aan hun positie binnen de handelsroutes, en anderzijds door het feit dat ze zich bevinden in rijke landbouwgebieden.

Ulu Burun en Kaap Gelidonya

In 1982 werd enkele kilometers ten zuiden van de Turkse kust een wrak gevonden dat een illustratief beeld geeft van de handelsnetwerken in de bronstijd.

Het wrak bleek een gezonken koopvaardijschip te zijn uit de 14e eeuw v. C. Het schip bevatte toen ca. 10 ton koper (in de vorm van 354 ossehuiden staven), 1 ton tin, goud, zilver, ivoor, struisvogelschelpen, amforen met terpentijn, gekleurd glas, ebenehout, en nog een pak ander materiaal uit Egypte, de Levant, Cyprus en Kreta.

Een andere vondst was het gezonken schip van Kaap Gelidonya ( late 13e eeuw v. C.). Deze bevatte eveneens koper (uit Cyprus), tin, en Mykeense ceramiek. Het schip was wat minder rijk dan die van Ulu Burun, dus zouden we volgens sommige onderzoekers eerder te maken hebben met de vracht van een bronssmid.

Lees meer...

VROEGE EN MIDDEN BRONSTIJD Culturele Geografie

De oudste bekende metallurgische sporen stammen uit 6500 v.C. en bevinden zich in Koerdisch Anatolië. Reeds in het vijfde millennium heeft de verspreiding zich op de Balkan voorgedaan

De aanwezigheid van ertsen speelt een bepalende rol in de ontwikkeling van de verschillende cultuur- of technocomplexen. Koper en tin zijn niet alomtegenwoordig in Europa. Centraal- en Oost-Europa zijn relatief goed voorzien van zowel koper als tin, terwijl West-Europa een groot tekort heeft aan deze ertsen. Koper komt in Duitsland (Thuringen), het noorden van de Alpen, maar vooral op de Britse eilanden voor. Tin in nog zeldzamer, maar komt vooral in Thuringen, Centraal-Frankrijk (Berry), en de beide kanten van het Kanaal (Cornwall en Armorica) voor.

Het is dan ook niet toevallig dat deze gebieden rijke culturen voortbrengen. Reeds in de vroege bronstijd zien we in heel Europa verschillende grote cultuurcomplexen ontstaan. Dit waren groepen culturen die preferentieel met elkaar uitwisselen (handelen, sociale contacten, informatie, technologie), en bijgevolg gelijklopende kenmerken vertonen.

Het Middellandse Zeecomplex strekt zich uit over Italië, ex-Joegoslavië en Oost-Iberië, het zogenaamde El Argar-complex. Daarnaast was er in het oosten van de Middellandse zee de Minoïsche beschaving, op haar beurt afgelost door de Mykeense beschaving.

Het Oost-Europees complex met de gebieden langs de Zwarte Zee, steunde op de ertsen in Transsylvanië. Hierdoor ontstonden grote innoverende culturen gebaseerd op metaal, waar de Bulgaarse site van Varna een mooi voorbeeld van is.

In Centraal-Europa, met metaalrijke gebieden zoals Bohemen en de Noordelijke Alpen, treffen we onder andere de Unetice-cultuur aan, op haar beurt opgevolgd door de Hugelgräber-cultuur (grafheuvelcultuur). Ook hier zien we dat de opkomst van metaal, in dit geval brons, sociale gevolgen heeft.

In West-Europa (van het Iberisch schiereiland tot in Nederland, over groot Brittannië en Ierland) zijn eveneens ertsen gekend. Interessante innoverende culturen zijn onder andere de Armorikaanse cultuur in Bretagne en de Wessex-cultuur in Zuid-Engeland. In minder ertsrijke gebieden zoals Noord-Frankrijk , België en Nederland zien we eveneens dat er culturen bloeien, met als koploper de Hilversum-cultuur.

Het Scandinavisch complex tenslotte, is merkwaardig. Ondanks de afwezigheid van ertsen blijkt toch ook hier een bloeiende cultuur tot stand te komen, namelijk de Scandinavische bronstijd.

Deze cultuurcomplexen leiden in een zeker opzicht een eigen leven, en zullen in bepaalde periodes meer of minder succesvol zijn. Zo zal het Centraal-Europese complex in de late bronstijd een grote expansie naar het westen kennen, om zo gebieden te beïnvloeden die vroeger eerder naar het Atlantisch complex neigen

Lees meer...

Enkele vroege voorbeelden van metaal

Aan de hand van enkele merkwaardige graven uit het vierde millennium, kunnen we aantonen dat de vroegste metalen toen al aanwezig waren in Europa en circuleerden. Ze geven een beeld van een veranderende maatschappij.

Varna

Varna, in Bulgarije, is een Zwarte Zeecontext uit het vierde millennium voor onze tijdsrekening met twee soorten graven die ons een mooi beeld geven van de veranderende sociale structuren van die tijd: elites ontstaan, vermoedelijk omdat zij de stap hebben gezet naar het controleren van deze metaalbronnen en daardoor sociaal aanzien en macht konden verwerven. Ten eerste is er een reeks inhumaties, waarbij het lijk op de rug ligt, omringd door vele en vaak prestigieuze giften. Vaak betreft het metalen, zoals goud, koper en sieraden, die gebruikt werden om de kledij te versieren. Daarnaast zijn er ook vondsten van stenen commandostaven. Het meest befaamde graf is dat van de zogenaamde ‘prins’ waarbij sommigen zelfs spreken over een gouden peniskoker. Deze theorieën zijn echter zeer betwist, in de eerste plaats al omdat er nergens anders gelijkaardige voorwerpen gevonden zijn.

De tweede reeks graven zijn zogenaamde cenotaven, een grafteken waarbij er geen lijk aanwezig is. Het betreft kleien maskers, rijk versierd met gouden sieraden, die een symbolisch graf zouden zijn van elders gestorvenen. Anderen vermoeden eerder dat het stoffelijk overschot in de ondiepe grond chemisch moet zijn weggerot.

In ieder geval vormt de vondst bij Varna een belangrijk bewijs in het bestaan van een Oost-Europees kerngebied met mogelijks autonome metallurgie. Hieruit zijn elites ontstaan met aanzien en macht, mogelijks door controle over de metaalbronnen, iets wat zich uit in rijke grafgiften.

De man van Similaun

In 1991 werd bij toeval in een bergpas op de Italiaans-Oostenrijkse grens Ötzi ontdekt, een man die goed bewaard was gebleven in het ijs en die door de opwarming van de aarde en door het overwaaiend zand uit de Sahara aan de oppervlakte was gekomen. Al snel identificeerden onderzoekers hem als historische vondst i.p.v. een gletsjerdode, omdat zijn lichaam niet zeepachtig was en wegens de aanwezigheid van archeologische objecten in zijn omgeving. Hij bevond zich in een kom, ingevroren, waardoor de gletsjer er doorheen de jaren was overheen gegaan zonder hem te schaden.

De man van Similaun was bij zijn dood 45 jaar, met zwart haar en blauwe ogen en met versleten tanden met een spleet tussen. De tatoeëringen die zich op zijn ledematen bevinden zouden wijzen op een vorm van acupunctuur, om zo zijn gewrichtspijnen tegen te gaan. Hij beschikte over een rijk arsenaal en was dus goed voorzien voor de bergen: een boog, een pijlkoker met onafgewerkte pijlen, een rugzakje, een koperen vlakbijl, een dolk, een doosje, een paddenstoelzakje en warme kledij.

Op het materiaal en ijs rond hem en op het stro in zijn schoenen werd 14C-datering toegepast, die erop duidt dat de vondst uit 3500-3300 v.C. moet dateren. Vermoedelijk was hij afkomstig uit het zuiden, door de aanwezigheid van koper en door sporen van een nederzetting in de nabijgelegen Etschvallei. In zijn schouder steken echter de resten van een pijl die een ader moet hebben getroffen, wat volgens sommigen wijst op moord. Ter ondersteuning van deze theorie worden zijn gebroken ribben ook vaak aangehaald.

De vondst is belangrijk omwille van drie redenen. In de eerste plaats is het een van de eerste kopervondsten, zeker in het gebied van de zuidelijke Alpen. Daarnaast is het ook een bewijs van contact, circulatie doorheen de Alpen zelf. Tot slot is het oudste, goed bewaarde lichaam uit de prehistorie.

De Klokbekers

Deze cultuur verspreidde zich over grote delen van westelijk Europa: van Sardinië en Portugal tot Denemarken en Hongarije. De naam is gekozen omwille van de typische S-vorm van het aardewerk gevonden in de grafcontexten. Deze zijn elitair, iets wat wijst op de streng hiërarchische vorm van de toenmalige maatschappij. Het gaat om individuele inhumaties op de zij in foetale houding. Gedurende een tweede fase van de cultuur bevonden deze inhumaties zich onder een grafheuvel. Af en toe bevinden er zich ook eerste en dus dure koperen voorwerpen op de site, zoals priemen, ringen of dolkjes. Frequenter is de aanwezigheid van jachtattributen, zoals op de sites van Ede, Köln of Barnack. Andere vondsten betreffen pijlpunten, amber en benen polsbeschermers voor de jacht met boog en pijl. Vroeger werd er gedacht dat deze samenleving uit migranten bestond, die vanuit Spanje waren gemigreerd naar Europa, op zoek naar ertsen. Ze zouden volgens deze theorie ook de invoerders van metalen geweest zijn in vele gebieden.

Gordon Childe beschouwde ze als kleine gewapende groepen handelaars, die zich door gans Europa verplaatsten. Anderen wezen op het feit dat deze immigranten zich betrekkelijk snel hadden vermengd met de lokale populaties. Vandaag zijn deze theorieën rond migraties echter niet meer aanvaard. Tegenwoordig meent de gangbare opinie dat er een uitwisselingsnetwerk bestond tussen de elites, iets wat zich uitte in o.a. de kledij. Daar slechts weinigen contact hadden met metaal zorgde dit netwerk voor een hoog sociaal aanzien.

Binnen de Stonehenge-context is er de vondst van Amesbury Archer. Het betreft hier een 45jarige man die in foetushouding werd gevonden met vijf Klokbekers, zestien vuurstenen pijlpunten, een koperen dolk en mes, een polsbeschermer, een slagtand van een everzwijn, en wat het opmerkelijkst is, goud. Het is dus duidelijk dat deze persoon tot een elite behoorde. Opmerkelijk is dat uit analyse van spoorelementen (zuurstofisotopen en strontium) in het email van zijn tanden kon worden afgeleid dat de man uit de Alpen kwam, wat er op wijst dat er circulatie van mensen plaatsvond. Naast het zijne bevond er zich een ander graf van een man, zowat 25 jaar oud. Door de aanwezigheid van een gemeenschappelijke genetische afwijking maakt men gewag van een familiale band, maar deze man vertoont geen Alpiene kenmerken.

Ook in België, ondermeer in Temse en Mol zijn er dergelijke vondsten gemaakt.

De ‘klokbekercultuur’ moet dus eerder beschouwd worden als een typische vorm van elitevorming. De spreiding van deze cultuur maakt duidelijk gebruik van de aanwezige uitwisselingsroutes die reeds in het Neolithicum aanwezig waren. Zwaartepunten van de klokbekers treffen we dan ook aan in Portugal (Taag regio), Zuid-Frankrijk ( Provence), langs de as van de Garonne in Frankrijk, in Bretagne, in Zuid-Engeland, en in de Lage Landen.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen