Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Van armoede naar ongelijkheid.

Binnen het hedendaags vertoog over armoede is sociale ongelijkheid een blinde vlek. De mate van armoede zegt niets over de verspreiding ervan. Ongelijkheid kent een relatieve en absolute zijde. Effecten van economische groei kunnen paradoxaal zijn, met minder (absolute) armoede maar met meer (relatieve) ongelijkheid. Ondanks de exponentieel toegenomen rijkdom lijkt de inkomensongelijkheid gegroei op wereldschaal.

De sociale en economische verschillen die al aanwezig waren sinds landbouwsamenleving, worden verder uitgediept. De verschillen zijn een gevolg van ongelijke toegang tot de rijkdom, vastgelegd in sociale en politieke machtsverhoudingen. Maatschappelijke verschillen worden toegeschreven aan sociale afkomst of aan individuele bekwaamheid. Ongelijkheid wordt verantwoord in nieuwe, racistisch geïnspireerde wereldbeelden wanneer de grote rijken beginnen te expanderen. De economische ongelijkheid verminderd in de 20ste eeuw, maar blijft ook nu nog enorm.

Ongelijkheid bestaat in meerdere, vaak overlappende vormen – 3 grote spanningsvelden:

Gender

Ras

Sociale klasse

Materialistische visie omtrent ongelijkheid:

Rousseau : De creatie van privébezit is de oorzaak van ongelijkheid. De maatschappij is verantwoordelijke voor het in stand houden van die ongelijkheid. Daarom is er een sociaal contract nodig die de privé- en publieke sfeer op elkaar afstemt.

Marx : Vervreemding, verarming en inkomensongelijkheid zijn structurele kenmerken van de kapitalistische samenleving. De differentiatie situeert zich tussen sociale groepen (klassen).

Ongelijkheid wordt vooral gezien als een economische realiteit tussen individuen of klassen binnen 1 land en tussen landen onderling.

Ontwikkeling en onderontwikkeling zijn 2 kanten van dezelfde medaille en weerspiegelen de macht van een land om zijn import en export te controleren en die van de anderen te dicteren: Dependisten  A.G. Frank, F. Braudel, I. Wallerstein.

Lees meer...

Het meten van armoede.

Focus bestrijden van (extreme) armoede. Dit richt zich niet langer op het nationale, maar de individuele ontwikkeling. Vanaf 1980 komt er een streven naar geïntegreerde wereldmarkt en naar een lokale armoedebestrijding. Om economische groei te bevorderen moet er een open economisch klimaat heersen. De soevereiniteit van de staat gaat over naar de soevereiniteit van de markt en het individu. Dit brengt grootte verantwoordelijkheid met zich mee.

Sociale beleid is er om mensen te helpen deelnemen aan de markt. De markt wordt niet gezien als de oorzaak van armoede, maar de barrières die de toegang tot die markt beletten (geen onderwijs, oorlog, ziektes).

Armoede wordt berekend via een absoluut inkomenscriterium. Een meer ‘geïntegreerde’ definitie van armoede is met inbegrip van sociale uitsluiting, discriminatie en analfabetisme. Een poging tot klaarheid te brengen is de HDI (Human Development Index), een internationale standaard over gezondheid, opleiding en economische welvaart in wordt verwerkt.

Het strategisch gebruiken concept armoede is niet nieuw, maar wel de manier waarop we ze zien en benaderen. Georg Simmel stelt dat armoedebestrijding altijd een antwoord is op de behoeften van de niet-armen. De armen zelf zijn niet het doel. Armoede wordt daardoor bestudeerd in relatie tot de sociale samenstelling van de bevolking. In alle beschavingen vinden we grote verschillen tussen rijk en arm.

Lees meer...

Armoede op internationale agenda.

Armoede staat hoog op internationale agenda. Het is een centraal concept geworden bij supranationale instellingen.

Jeffrey Sachs schreef in een centrale these dat de armen in ontwikkingslanden in een armoedefuik, in een vicieuze cirkel zitten. Ze hebben te maken met :

Slechte economie

Gezondheidsproblemen

Een slechte infrastructuur

Slecht onderwijs

Moeilijk klimaat

Hij heeft kritiek op verschillende organisaties en zegt dat armoede kan bestreden worden door mensen van de onderste trede omhoog te helpen, dan doet de economie de rest. Belangrijkste kritiek is dat armoede vergeleken wordt met ontbreken van ontwikkeling. Men is arm omdat hen de mogelijkheden zijn ontnomen om in het levensonderhoud te voorzien. Armoede is niet beginstadium waaruit we moeten vertrekken, maar is het eindstadium wanneer de ontwikkeling fout loopt. Armoede is pas weg te werken wanneer we het systeem die de armen berooft van hun inkomsten buiten werking stellen. Armoede is niet los te koppelen van ongelijkheid. Processen van groeiende ongelijkheid noemen we sociale polarisering.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen