Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Schalen en patronen van ruimte.

Menselijke groepen hebben altijd een eigenwereldbeeld gehad, een kennis en interpretatie van de hen bekende wereld, groot of klein. Die kaarten die toen werden gemaakt zijn nooit neutraal, ze zijn altijd de uitkomst van een aantal keuzes. Ze verraden in de eerste plaatsen in eigen perspectief. De mercatorprojectie die allom wordt gebruikt klopt niet. Enkele landen zijn te groot afgebeeld. Maar ze is perfect voor de scheepsvaart. De peterprojectie is correcter, maar vertekent de richtingen. Vroegere wereldkaarten gaan uit van de eigen bekende wereld. Ze zijn aangevuld met scenes uit het eigen, meestal mythische verleden en worden zo een echte ‘ imago mundi’ een representatie van de aardse en kosmologishce wereld.

Oudste wereldkaart komt uit Babylon

Zeekaart uit Polynesië met stokjes

Kaart van Al-Idrisi uit de 12de eeuw n.t.

De Christelijke Psalterkaart

Kaart van Azteken

Indische wereldkaart

Koreaanse kaart

Kaart uit 1898  grootsheid Brits Imperium benadrukken

Gebruik maken van kleinere eenheden (schalen) om de wereld te differentiëren:

Continenten met zeeën en (grote) rivieren als scheidingslijn

Regio’s zijn moeilijk vast te leggen. Men verwijst daardoor naar menselijke groepen/culturen/beschavingen. Tweedeling tussen eigen en andere beschaving.

Lokaliteit: Grote centra beschouwd als middelpunt van een rijk

Ruimtelijke benadering krijgt vorm door het benoemen van zones en het aanbrengen van grenzen. Zones en grenzen hebben vaak een gecombineerd karakter, geografisch, politiek, cultureel enz. Ze zijn een onderdeel van anaylese zoals in de 20ste eeuw we de 1e, 2e en 3e wereld hebben. Nu wordt er meer gesproken van de ‘Global North’ en de ‘Global South’.

Is er een eenduidige afbakening mogelijk en op basis waarvan?

Geografische afbakening

Cultuurhistorische grenzen maken het vraagstuk nog moeilijker

Politieke grenzen zijn de echte begrenzing van Europa

Als er dan toch iets typerends is voor Europa, dan is het de voordurende verdeeldheid, de grote variëteit aan nationale, religieuze en culturele identiteiten. Uit deze diversiteit is zowel het beste (openheid, democratie) als het slechtste (slavernij, dictatuur) voor Europa uit voortgekomen.

Lees meer...

Een wereld in stukken : eenheid en fragmentatie.

Geen enkele afbakening is absoluut. De keuze van een ruimte- en tijdsperspectief hangt samen met een inhoudelijke keuze. Men spreekt in de wereldgeschiedenis van schalen. We spreken ook over zones van contact in interactie. Hier komen verschillende maatschappelijke systemen samen. Er zijn vele schalen, en deze werken op elkaar in, dit op verschillende niveaus. Het menselijke gedrag kan nooit in zijn geheel worden verklaard door de grote processen, net zo min dat deze processen een loutere optelsom zijn van ontelbare menselijke beslissingen. Richard Dawkin stelt dat macrogroei (van een mens) de opstelsom is van een heleboel episoden van microgroei (van cellen). De twee vormen van groei vinden echter plaats op een heel andere tijdsschaal en vereisen daarom verschillende onderzoeksmethoden en manieren van denken. Globale patronen interageren met een regionale en lokale, dat is de kern van de wereldgeschiedenis. De patronen hebben tevens een gedeeltelijke autonomie. Het loop fout wanneer de historische en sociale analyse zich beperkt tot dat ene niveau, wanneer de inzichten niet geplaatst worden in een context van andere schalen. We maken een onderscheid tussen schalen en patronen van ruimte en tijd.

Lees meer...

Het debat over ontwikkeling en ongelijkheid.

Opkomst en succes van sociale wetenschappen in de 18de-19de-eeuwse Europa wortelt in de triomf van het vooruitgangsidee. Expansie-idee gelegitimeerd door de universele waarden van de westerse samenleving. De verspreiding van beschaving wordt als een modernisering gezien. De ongelijkheid is een residu, een gevolg van te weinig ontwikkeling, enkel te verwijderen door mee op de trein van modernisering te stappen (1e visie).

Moderniseringsgolf vanaf 1960 onder druk. Ze zoeken de wortels van ongelijkheid in de werking van nieuwe maatschappelijke modellen. Meer modernisering en meer integratie betekent voor vele delen van de wereld meer verarming en dus een grotere mondiale ongelijkheid. Ongelijkheid wordt hier gezien als een gevolg van te veel ontwikkeling (2de visie).

Oorzaken van ongelijkheid in de teloorgang van de vroegere productie- en samenlevingsstructuren. De huidige economie wordt orde op de vinger gewezen. Het globale kapitalisme vernietig op termijn meer autonome en collectieve overlevingsstructuren: de teloorgang van de boerenlandbouw , de druk op de 20ste eeuwse welvaartsstaat. Mogelijkheden tot gedeeltelijke zelfvoorziening verdwijnen, zonder dat er nieuwe stabiele inkomstperspectieven gecreëerd worden, te zien in de massale verstedelijking (planet of slums). Ook komen de collectieve voorzieningen onder druk te staan, zowel de sociale (onderwijs, gezondheidszorg) als de ecologische (land, water). (3de visie).

Deze 3 visies staan in het hedendaagse debat over globalisering nog altijd tegenover elkaar.

Lees meer...

Van ongelijkheid naar polarisering.

Niet enkel armoede en ongelijkheid vaststellen, maar aantonen of er al dan niet processen plaats vinden waarbij armoede en ongelijkheid wordt bestendigd, vergroot dan wel afgebouwd. Nog altijd ontberen we het basisgereedschap om op lange termijn en in mondiaal perspectief armoede, ongelijkheid en sociale polarisering in kaart te brengen. Hiervoor moet men de economische ongelijkheid binnen en tussen verschillende schalen gaan bestuderen (mensen, huishoudens, sociale groepn, staten, regio’s, economische zone’s). De vraag is hoe de schalen zich verhouden ten opzichte van elkaar en in hoeverre ze op elkaar inwerken.

Figuur 22, pagina 179: Ongelijkheid tussen landen neemt sterk toe. Ook de globale ongelijkheid blijft even stijgen. Vanaf 1980 merken we dat de ongelijkheid tussen landen niet meer groeit, maar wel dat deze groeit binnen het land zelf. De globale ongelijkheid blijft echter even hoog.

19de eeuw : verschillen nog voor 2/3 bepaald door rijkdomverschillen binnen het land, 1/3 door ongelijkheid tussen landen. Economische positie wordt bepaald door de sociale groep waartoe je behoort. De geboorteplaats voorspelt de plaats van een individu op de inkomensladder. Economische ongelijkheid is meer dan ooit een internationale en globale verantwoordelijkheid.

De ongelijkheid op wereldschaal wordt niet kleiner. Een belangrijke motor is de ongelijke krachtsverhouding tussen kapitaal en arbeid. De arbeidskracht is sinds 1980 verdubbeld door de integratie van Rusland en China in de wereldeconomie. Dit met de delokalisatie van bedrijven, zorgt voor een grote druk op de lonen en inkomens.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen