Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Kierkegaard 19e eeuw Karl Marx 19e eeuw

Neemt van Hegel over dat de wereld onderworpen is aan dialectische ontwikkelingswetten waar het menselijk individu geen greep op heeft. Maar mede onder invloed van Feuerbach wordt zijn wereldvisie materialistisch. Hij leert concrete modellen van nieuwe maatschappijvormen kennen en de mogelijkheden van revolutionaire actie. Hij ontmoet Friedrich Engels in Parijs die hem in contact brengt met de klassieke Engelse economisten. In Brussel schrijft hij het Manifest der kommunistischen partei en in 1864 is hij medestichter van de Eerste Internationale.
Het dialectisch materialisme: wereld is in ontwikkeling als evolutie van de materie. De werkelijkheid maakt discontinue overgangen mee die het resultaat zijn van de conflictwerking tussen tegenstrijdige krachten.
Het historisch materialisme: basisprincipe is dat verandering en ontwikkeling van de maatschappij gebeurt op grond van objectieve wetten. Mensen treden in bepaalde productieverhoudingen, deze beantwoorden aan een bepaalde ontwikkelingsfase van hun materiële productiekrachten. Het geheel van productieverhoudingen is de economische structuur van de maatschappij. De productiewijze van het materiële leven conditioneert het sociale, politieke en geestelijke levenspatroon in het algemeen. Ideeën, bewegingen en instituties kunnen de ontwikkeling versnellen of vertragen.
Economische theorie: arbeidswaarde theorie, uitbuitingstheorie (kapitalisten eigenen zich de meerwaarde toe die de arbeider produceert, bovendien vervreemd de arbeider van zijn werk ). Doordat de koopkracht van steeds grotere massa’s tot een minimum wordt gereduceerd zijn er onvoldoende mensen die de geproduceerde waarden kunnen kopen wat leidt tot crisissen. Er zou een strijd moeten komen tussen de arbeidersklasse en de bourgeoisie. Na de overwinning van het proletariaat is er eerste een periode van socialisme (alle productiemiddelen beheert door de staat) en later een klassenloze communistische maatschappij.
Religieuze vervreemding is slechts een gevolg van de vervreemding van de arbeid. Het is de opium van het volk, de mensen grijpen zelf naar de godsdienst als troost om hun ellendige toestand.

Lees meer...

Kierkegaard 19e eeuw

Zijn denken is een krampachtige poging tot contact met de realiteit, met het echte, concrete menselijke leven. Op maatschappelijk vlak was hij eerder conservatief. Hij voert de existerende denker in, deze is een noodzakelijk complement van het objectieve denken in 3 mogelijke relaties tot de realiteit:
1. De kennisrelatie wordt in het objectieve denken zo abstract dat ze elk contact met de realiteit verliest
2. Ook het gevoel kan zo op hol slaan dat het geen contact met de werkelijkheid meer onderhoudt
3. De plannen en projecten van de wil kunnen zich totaal los van het concrete gaan ontwikkelen.

Zijn drie mogelijke stadia op de levensweg

Het esthetische stadium: de realiteit wordt beleefd in het nu, men is gericht op het momentaan genieten, zinnelijk of meer spiritueel. Hij zoekt het oneindig geïnteresseerd zijn en dat denkt hij te vinden in het nu. Maar dit leven brengt vertwijfeling mee, men verliest zich als permanente ik.
Het ethische stadium: dit stadium wil samenhang en orde brengen door te leven volgens ethische regels. Maar dit brengt echter niet de oneindige geïnteresseerdheid, dat kan de mens niet volhouden. En hoe meer men opgaat in de maatschappelijke ethische regels, hoe meer men zichzelf weer verliest. De zonde is het bewijs van het niet bevredigende karakter van dit stadium, het individu zal in de wanhoop vervallen.
Het religieuze stadium: door de vertwijfeling waarin de mens valt komt hij tot God. Enkel wie op strikt persoonlijke, existentiële manier God heeft ervaren, is echt gelovig. God is het absolute dat alle categorieën te boven gaat. Het christendom is de meest authentieke godsdienst, want de meest absurde, de stap naar God is een irrationele sprong, gevolg van de vertwijfeling.

Lees meer...

Feuerbach 19e eeuw

Aanval op het hegeliaanse christendom: de fout van Hegel was volgens hem dat hij filosofie laat uitgaan van de theologie. De nieuwe filosofie moest zich met de mens bezighouden (naar een antropologie)
De ontwikkeling van de godsdiensten is een groeien naar het inzicht dat de mens zichzelf als hoogste voorwerp van inzet en verering moet stellen. Het geheim van religie is dat van de antropologie. God is een projectie van de mens, de mens ontdaan van al zijn beperkingen.
Historische visie: hij vindt het bestaan van religie en de ontwikkeling ervan positief; ze vormt een opeenvolging van noodzakelijke stadia in de groei van de mens tot zelfkennis.
God-is-dood theorie (100 jaar voor Nietsche!) God was in het alledaagse leven van de mens geen realiteit meer. De biddende christen had plaats gemaakt voor de arbeidende mens.

Lees meer...

Hegel 18e -19e eeuw – idealisme

4 belangrijke werken: Phaenomenologie des Geistes, Wissenschaft der Logik, Enzyclopaedie der philosophischen Wissenschaften, Grundlinien der Philosophie des Rechts.
Hoofddoel: inzicht krijgen in de totale werkelijkheid. De wereld is steeds in ontwikkeling, de totale werkelijkheid is aan een onomkeerbare verandering onderhevig. De ontplooiing van de werkelijkheid is die van het bewustzijn, het is alsof de werkelijkheid tot inzicht komt in zichzelf via het denken van de mensheid. Alleen de dialectische methode kan deze evoluerende geest adequaat vatten.
Hij begreep dat er beperkingen zaten in de Verlichting, hij stond ook open voor de ideeën van de Romantiek maar Hegel opteerde toch voor de prioriteit van de rede. Hij wilde een systeem bouwen waarin de waardevolle elementen uit de Verlichting en de Romantiek een plaats kregen: een geschiedenistheorie met een dialectiek.
Het systeem moet rationeel zijn:
1. Een tendens tot eenheid bevatte, alleen een totaalsysteem kan waarheid verschaffen.
2. Het ware weten is een weten door begrippen (geen intuïtie meer)
3. Beklemtoont het belang van het intersubjectieve
Het ware moet niet alleen een eenheid vormen, het moet ook de enorme diversiteit van de werkelijkheid weergeven. De werkelijkheid is een subject, alleen het subject maakt intrinsieke beweging van het zichzelf poneren en anders worden mogelijk. Dit subject vormt een splitsing in zichzelf door anders te worden (stadium 1), dan komt de ‘opheffing’ waardoor deze tegenstelling toch weer hetzelfde zijn (stadium 2). Het ‘ware’ kan zich nooit als een oorspronkelijk of onmiddellijk gegeven voordoen.
Hegeliaans denken: Vanuit zijn huidig inzicht dat hij ‘absolute wetten’ noemt, zal hij nu aantonen wat de noodzakelijke ontwikkelingsgang is die een subject moet doorlopen om tot dit absolute weten te komen. Hij verheft de problemen (de relatie tussen de Absolute Geest en het ik en het other minds probleem) tot de grondslag van de oplossing.
Geschiedenisfilosofie: THESE, ANTI-THESE en SYNTHESE, de synthese gaat dan weer als nieuwe these dienen. Beschouwt zijn eigen tijd als een hoogtepunt en mogelijk eindpunt van de geschiedenis.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen