Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Weerstand tegen de integratie 1384-1477

De belangrijkste factor in de politieke integratie van verschillende landen is het volk en de vooraf bestaande structuren. In de Nederlanden zorgde de sterke traditie van autonomie voor verschillende opstanden van individuele gewesten en steden tegen het centrale gezag. Door sterke bestraffingen van uit de hand gelopen opstanden, wilde de landheer een voorbeeld stellen om volgelingen te vermijden.

Halverwege de vijftiende eeuw zag de vorst steeds meer het voordeel in van onrechtstreekse belastingen. Hierdoor zou hij immers niet langer afhankelijk zijn van de Staten-Generaal voor de beden en had hij een doorlopende bron van inkomsten zonder verantwoording te moeten afleggen voor zijn beleid. Juist om deze redenen was de bevolking tegen dergelijke belastingen gekant.

De invoering van een zouttaks werd door de Gentse Brede Raad afgekeurd, een begin van het hevige Nederlandse verzet tegen permanente belastingen, maar ook de aantasting van de verhouding tussen de stad en de hertog, die uiteindelijk zou leiden tot een belegering van de stad. Ook hier had de bestraffing van Gent een voorbeeldfunctie.

Lees meer...

Bovengewestelijke Integratie 1384-1477

Naast de financiën werden ook bestuur en rechtspraak geleidelijk aan naar een hoger niveau gebracht. Zo was er bijvoorbeeld de Grote Raad die ging functioneren als het centraal gerechtshof, die door hun beroepsmogelijkheden de lokale hoven ging ondermijnen.

In 1433 werd de “vierlander” geïntroduceerd, een eenheidsmunt om de transactiekosten te verlagen en economische kracht en onderlinge handel te versterken. Langzaam maar zeker werd een economische samenwerking bekrachtigd, wat het voor de buitenlandse handelspartners moeilijker maakte om de gewesten tegen elkaar uit te spelen.

Door de groei van het centrale niveau, was er noodzaak aan een sterk ambtenarenapparaat, dat meestal bovenstatelijk georganiseerd werd. Door buitenlandse ambtenaren te installeren, verzekerden de hertogen zich ervan dat hun trouw bij het centrale gezag lag, eerder dan bij het lokale. De populariteit van Bourgondiërs voor deze posten zorgde voor de introductie van het Frans als bestuurstaal, waartegen later gereageerd werd door de gewesten.

Het hoofd van het ambtenarenapparaat was de Kanselier van Bourgondië, van 1425 tot 1457 Nicolas Rolin. Hij was het typevoorbeeld van de ambtenaar, waarbij opleiding en kunde belangrijker waren dan afkomst.

Lees meer...

Een nieuwe staat? 1384-1477

De nu Bourgondische landen vormden veeleer een personele unie van onderling erg verschillende en ver uit elkaar gelegen gewesten. Naar Frans voorbeeld probeerde Filips een gecentraliseerde staat uit te bouwen, door ten eerste een aantal overkoepelende structuren te organiseren. Een tweede deel bestond uit het eenvormig maken van de lokale bestuursapparaten, met als sluitstuk het breken van lokale weerstand door priveleges voor de heersers of door militair machtsvertoon.

De periode tussen 1435 en 1476 werd gekenmerkt door de stelselmatige uitbouw van een monarchale staatsmacht, die niet geheel effectief was tegen de eeuwenoude rivaliteit binnen de verschillende gewesten, en tussen de gewesten onderling.

Om ook financieel volledige controle te krijgen, werden de Rekenkamers vanaf 1433 opgericht. Hierdoor kreeg de vorst inzicht in de inkomsten en uitgaven.

Om de procedure van de beden te vereenvoudigen, werd vanaf 1471 de Staten-Generaal opgericht, wat ook zorgde voor de noodzaak van een verdeelsleutel voor de gewesten, omdat sommigen financieel draagkrachtiger waren dan anderen.

Lees meer...

Het Bourgondische overwicht 1384-1477

Na het overlijden van graaf Willem IV van Henegouwen, Holland en Zeeland (1417), ontwikkelt zich opnieuw een opvolgingsstrijd, waarbij de Duitse koning Sigismond ook probeerde om zijn invloed te doen gelden. Na de voormalige elect van Luik, Jan (de oom van de erkende opvolgster Jacoba) beleend te hebben met Henegouwen, Holland en Zeeland, regelde hij ook een huwelijk met de hertoging van Luxemburg.

Ondertussen speelde ook de Honderdjarige Oorlog, waardoor de opvolgingsstrijd ook van belang was voor alle partijen van de oorlog. Door de kinderloosheid en vroege dood van verschillende partijen, ontstond er een interventiemogelijkheid voor Filips de Goede.

Deze strijd breidde zich al vlug uit naar de hele Nederlanden, waarna hij beëindigd werd door de krachtige tussenkomst van Filips de Goede, waarna hij benoemd werd als de wettelijke erfgenaam van Henegouwen, Holland en Zeeland (1425). Enkele jaren later kreeg hij ook het graafschap Namen in handen, gevolgd door de machtsovername in Brabant, die echter gepaard ging met grote concessies in de Blijde Intrede.

De jaren twintig van de vijftiende eeuw vormden de grote wending in de dynastieke oriëntatie van de Bourgondiërs. Door de grote gebiedsuitbreidingen in de Nederlanden werd het makkelijker om zich los te maken van Frankrijk. Door het zwakke Duitse keizerschap vormde het ook geen probleem om het territorium te verenigen. De laatste stappen die gezet werden waren de gebiedswinst na de Vrede van Atrecht met de Fransen, en het erkennen van Filips als erfgenaam van Luxemburg.

Na deze territoriale eenmaking lag de focus van de vorsten niet meer op uitbreiding, maar op de consolidatie van de verenigde territoria. Door de verandering van bondgenoot ontstond er wel een probleem met Engeland, die traditioneel een handelspartner was geweest van de Lage Landen.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen