Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Jozef II of revolutie van bovenaf 1780 - 1814

In 1781: grote opwinding want Jozef II bracht een bezoek aan de Oostenrijkse Nederlanden. De reacties van de bevolking liepen uiteen: velen voelden zich enorm vereerd, de lokale besturen waren teleurgesteld omdat de keizer geen feestelijke hulde toestond, de centrale bestuursinstellingen waren niet gerust in de bedoelingen van de keizer (ze vreesden dat het theresiaanse compromis in het gedrang kwam: akkoord tussen Maria Theresia: hoge mate van zelfbestuur in ruil voor betere overheidsfinanciën en hogere belastingsopbrengsten) en het meest ongerust waren de bisschoppen.

Het oordeel van de keizer over de Zuidelijke Nederlanden: onoverzichtelijke structuur, slecht werkende instellingen, trage en onbetrouwbare justitie en een bemoeizieke kerk.

Jozef II slaagde erin het Barrièretraktaat op te zeggen, maar mislukte in zijn poging de vrije doorgang van de Schelde te forceren. Op binnenlands vlak had hij hervormingsbeleid aangepakt: nieuwe bestuurswetenschap: cameralisme. De keizer wilde een streng gecentraliseerd bestuur in Brussel waar Weense instanties alle touwtjes in handen hadden. Hij had enkel oog naar hervormingsvoorstellen van de regeringsleden als die pasten in zijn plan.

Minder talrijk waren de hervormingen die persoonlijk op Jozef II terug gingen: invoering van burgerlijke tolerantie: joden en protestanten kregen volledige burgerrechten. Dit was vooral symbolisch, maar voor velen was werd hiermee de eeuwenoude samenwerking kerk en staat, contrareformatorisch staatsmodel, opgezegd. In 1783 wilde Jozef II de ‘nutteloze’ kloosters afschaffen en met de opbrengst de hervorming van het parochiewezen financieren. De Geheime Raad poogde de draagwijdte van de tolerantiewetgeving te minimaliseren. Jozef II besefte dat hij voor radicale hervormingen nieuwe mensen nodig had. De landvoogden kregen een louter ceremoniële rol.

In 1784 voerde Jozef II definitieve, radicale en veelomvattende hervormingen in. Het meest voorzichtig bleef de economische politiek: de keizer stond maatregelen toe om macht van de stedelijke ambachten te doorbreken, in 1786 voerde hij vrijhandel voor graan in, dit werd echter snel weer ingetrokken, de meeste economische maatregelen waren protectionistisch geïnspireerd. De sociale politiek was meer vernieuwend: verspreiding welvaart bevorderen en hervorming van de armenzorg, hygiëne en volksgezondheid kregen veel aandacht, volksonderwijs: inspectie ingevoerd en een normaalschool opgericht.

Op kerkelijk vlak: drastische maatregelen. De bisschoppen kwamen unaniem op tegen de invoering van een volledig burgerlijke huwelijkswetgeving die de rol van de kerk beperkte. De storm brak definitief los door de oprichting van een Seminarie-generaal, die moest alle andere priesteropleidingen vervangen door een op jozefistisch herdersideaal gestoelde scholing.

Het kerkelijke ongenoegen bracht de overheid in het nauw toen het begrip vond bij ander groepen die zich eveneens bedreigd voelden. Dit gebeurde in 1787: de Collaterale Raden en Secretarie van Staat en Oorlog werden vervangen door de Algemene Regeringsraad, recht: de keizer schafte alle bestaande rechtbanken af en verving ze door een uniforme gerechtelijke systeem. De veelheid aan heerlijke jurisdicties, schepenbanken, justitieraden, kerkelijke rechtbanken, enz. moest plaats ruimen voor één Soevereine raad van Justitie te Brussel, twee beroepshoven en een veertigtal rechtbanken van eerste aanleg.

Lees meer...

Nationale verzoening 1780 - 1830

Rond 1800 kwam de door velen gewenste ‘nationalisering’ van de revolutie, waarbij nu ook de oud-orangisten betrokken werden. In veler ogen was de rol van Oranje in Nederland echter uitgespeeld.

In 1801 kwam er een nieuwe staatsgreep: verandering personeel en staatsstructuur. Het nieuwe staatsbewind was minder democratisch en centralistisch. De oude regenten kwamen vaak terug aan de macht in samenwerking met Bataafs personeel. De oude gewestnamen werden hersteld.

Rond 1800 begonnen de Fransen zich meer als bezetter te gedragen, samen met de nationalisering van de revolutie leidde dit tot een nieuw vaderlands gevoel (1800 – 1813). Dit gevoel was cultureel, nauwelijks politiek. Met de vrede van Amiens (1802 – 1803) kwam er nieuwe hoop: de handel en scheepvaart leefden weer op, daarna zouden de Britten dit weer aan banden leggen. De experimenten inzake staatsvorm blijven doorgaan in opdracht van de Fransen. In 1805 kwam er een nieuw systeem met een soort president: Jan Schimmelpenninck. Dit bewind duurde slechts 1 jaar, maar was toch van belang: belastingshervorming en schoolhervorming.

In 1806 werd Nederland een monarchie onder de broer van Napoleon: Louis Bonaparte. Hij bouwde voort op het beleid van Schimmelpenninck. In 1808 werden de gilden (relicten Ancien Regime) afgeschaft. Lodewijk deed het niet goed genoeg volgens Napoleon, waarna Napoleon het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk inlijfde.

De inlijving was een duidelijke breuk: volledig verlies van onafhankelijkheid, invoering Franse wetboeken (blijvende invloed), bestuur en administratie werden hervormd door de typische Napoleontische gelijkschakeling. De Franse bezetting werd steeds drukkender. Verzet rees, maar bleef vooral cultureel, niet activistisch.

(zie kaartje op blz. 231: De politieke evolutie 1780 – 1806)

Lees meer...

Bataafse revolutie 1780 - 1830

Net als de restauratie van 1787 werden de binnenlandse zaken in de Republiek door een buitenlandse interventie op zijn kop gezet tijdens de Bataafse revolutie. De revolutie werd in geregelde, Bataafse banen geleid door samenwerking van de patriotten. Als de Fransen een bepaalde stad naderden, namen de Bataven (patriotten) de stad over en onthaalden ze de Fransen als broeders zonder bloedvergieten.

In de internationale politiek was de Bataafse Republiek een satelliet van Frankrijk. Deze status werd geformaliseerd in het Haags Verdrag van 1795.

Tussen de Bataafse Republiek en haar Franse zuster werd een schijn van gelijkheid opgetrokken. De Bataven kregen de mogelijkheid om in eerste jaren te bewijzen wat ze waard waren op binnenlands gebied. De bestuursstructuur van de gewesten werd tijdelijk aangepast in afwachting van een nieuwe grondwet en de Staten-Generaal bleven nog even bestaan.

Op de hervorming van het staatsbestel hadden de Bataven 3 verschillende visies die hen in 3 groepen verdeelde: unitaristen, federalisten (provinciale soevereiniteit) en moderaten/pragmatici (meer naar eenheidsstaat geneigd). In de tijd zelf was er meer een tegenstelling tussen de revolutionairen en de moderaten.

Het ontwerpen van een grondwet was de belangrijkste taak van de Nationale Vergadering (1796), de opvolger van de Staten-Generaal. Dit werd via democratische volksvertegenwoordiging (met uitzonderingen op wie stemrecht kreeg) georganiseerd. De constitutionele discussie had echter geen bevredigende uitkomst en het uiteindelijke compromis werd verworpen.

Door dit onvermogen om een grondwet te maken hebben een aantal radicale Bataven met behulp van de Fransen een staatsgreep gedaan in 1798. Op korte tijd kwam er nu een grondwet met unitarisch beginsel en een blauwdruk voor de inrichting van een nieuwe samenleving. Het was een typisch product van de Nederlandse Verlichting al bleef het veelal in het stadium ‘goede bedoelingen’.

De Staatregeling van 1798 had een democratisch centralistische toonzetting. Politieke impulsen kwamen voortaan van bovenaf, het uitvoerend bewind bestond uit 5 directeuren en 8tal vakministers (agenten). Met het provincialisme werd radicaal gebroken door de inrichting van 8 departementen. De Staatsregeling was een duurzame doorbraak en het belangrijkste staatsvormende moment sinds de Opstand.

Het radicale regime van 1798 was niet populair behalve op het vlak dat ze het constitutioneel probleem hadden opgelost. Na 6 maanden kwam er een nieuwe coup met militaire steun. Het nieuwe bewind wilde de revolutie nationaal maken.

De grondwet van 1798 werd gezien als hoogtepunt van de staatsvorming maar ook als dieptepunt van natievorming omdat: door de zuiveringen waren vele Bataven van de politiek vervreemd en na enkele jaren volledig gedepolitiseerd. Het economisch verval sloeg ook enorm hard toe, enkel de landbouw kon zich redden, de voortdurende oorlog met Engeland en steeds meer kolonies gingen verloren.

Lees meer...

De Patriottentijd 1780 - 1830

In 1780 vond de 4de Engelse oorlog plaats die een eind maakte aan een eeuw verbondenheid tussen de zeemogendheden. Engeland verklaarde de oorlog omdat: de Republiek de verplichtingen van het verbond niet meer naleefde, de Republiek winst maakte op de strijdende partijen in internationale conflicten, de Republiek de onafhankelijke Amerikaanse staten bevoorrade en de druppel was de toetreding van de Republiek tot het ‘Verbond der Gewapende Neutraliteit, een project dat vooral tegen Engeland gericht was.

De gevolgen van de oorlog voor de Republiek waren dramatisch: de handel viel stil. Ook bracht de oorlog een proces van politisering op gang, men werd zich politiek bewust: begin van de Nederlandse variant van de Europese revoluties. Deze politisering in de patriottentijd moet men zien tegen de achtergrond van de Nederlandse verlichting: de rede kreeg naast openbaring een belangrijke rol in de religie, leescultuur breide zich uit tot een gevarieerd menu (niet enkel bijbel en stichtelijke lectuur). De spectatoriale tijdschriften speelden en belangrijke rol in de verspreiding van het Verlichtingsdenken. Sociale revolutie werd niet gepredikt.

In de Republiek werd Verlichting altijd samen gezien met verval: men geloofde in de maakbaarheid van de samenleving, dit was de hoop van een land die op internationaal vlak in verval was geraakt. In de periode 1760 – 1770 ontstond zo de verlichte vaderlandscultus, in dienst van het herstel van het vaderland.

De economische achteruitgang openbaarde zich vooral in de tweede helft van de 18de eeuw: de economie werd eenzijdiger, smaller maatschappelijk draagvlak, de landbouw deed het relatief goed, maar globaal werd de kloof tussen arm en rijk groter. Vooral na 1770 is er structureel verval en pauperisme.

De oorlog was de oorzaak van een diepe gezagscrisis die duurde tot 1787. De vaderlandscultus sloeg om in agressief nationalisme: patriottisme, dat gebruik maakte van de media die de Verlichting gecreëerd had. (pamfletten, opiniepers)

Deze patriottenbeweging richtte zich op buitenlandsvlak tegen Engeland en op binnenlands vlak tegen de stadhouder en zijn aanhang.

De machtpositie van de stadhouder was een mengeling van formele bevoegdheden en informele praktijken. Officieel was hij de dienaar van de Staten van de soevereine gewesten, hij had echter een sterke greep op staatsbestel. In de praktijk werden zijn bevoegdheden uitgevoerd door informeel netwerk van vertrouwelingen, dat had een nationaal-samenbindende functie. Dit netwerk ontregelen was één van de eerste doelstelling van de patriotten.

Daarnaast wilden vele patriotten ook medezeggenschap in het lokaal bestuur. Het sociaal profiel van de patriotten was als een dwarsdoorsnede van de bevolking. Lokale en regionale verhoudingen speelden een belangrijke politieke rol, toch had het patriottisme een nationale pretentie.

Het programma van de patriotten kan in 3 punten worden samengevat: macht, medezeggenschap en morele herbewapening. Macht was onhaalbaar waardoor het 2de punt steeds belangrijker werd. Zo ontstonden er tal van hervormingsbewegingen die geleidelijk hun eisen stelden.

Het kernwoord was ‘Grondwettige Herstelling’: herstel van de rechten en privileges die verloren waren gegaan waardoor de burgers, steden en gewesten invloed en zelfstandigheid hadden ingeboet tegenover de stadhouder.

In de jaren tachtig verscherpten de eisen van de patriotten waardoor een nieuwe tegenstelling ontstond. Sommige regenten schrokken immers van de gevolgen van het hervormingsproces.

Naast de verschillende soorten patriotten was er ook nog de orangistische tegenpartij. Hierdoor werd de burger voor de keuze tussen twee alternatieve ideologische stelsels geplaatst.

De politisering zorgde voor een rijk arsenaal aan actiemiddelen en organisatievormen: petities, pamfletten, periodieke pers, burgerbewapening en democratisch ingerichte vrijkorpsen.

Geleidelijkheid was het motto en de praktijk van de patriotten. Sociale revolutie wilde niemand.

De hervormingen moesten eerst op lokaal vlak uitgevochten worden, de steden waren immers de voornaamste machtskernen, daarna op provinciaal vlak en tenslotte in de Staten-Generaal.

Het verloop van de lokale hervormingen was zeer verschillend. Zo verschillend dat in 1787 de Republiek de facto in burgeroorlog verkeerde. De Pruisische inval in 1787 beëindigde deze burgeroorlog. De patriotten leverden geen weerstand tegen het Pruisische beroepsleger. Ze hadden gehoopt op hulp van Frankrijk, maar dat bleef uit.

Het Oranjeregime werd weer ingesteld en in stand gehouden door Engeland en Pruisen. Vele patriotten vluchten weg uit de Republiek, de meeste onder hen keerden na korte tijd terug.

Ondergronds bleef het patriottisme bestaan, bijvoorbeeld in leesgezelschappen. Hun programma werd veel ingrijpender.

De Franse revolutie wekte een voorbeeld op, maar ook veel schrik. In 1794 werden de Zuidelijke Nederlanden overspoeld en werd de Republiek bedreigd. Als ze de Republiek binnen vielen ondervonden ze geen weerstand. Op termijn boekte de patriottenbeweging haar grootste succes in de ‘fluwelen revolutie’ van 1795.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen