Zelfwaardering
- Gepubliceerd in Psychologie
- Reageer als eerste!
Zelfwaardering: algemene oordelende houding tegenover onszelf
bepaalt denken, voelen en gedrag
Positief-negatief zelfbeeld
effecten op de persoon
Zelfwaardering: algemene oordelende houding tegenover onszelf
bepaalt denken, voelen en gedrag
Positief-negatief zelfbeeld
effecten op de persoon
Zelfbeeld = geheel van gedachten, ideeën en oordelen over jezelf Wie ben ik?
Informatiebronnen bij de opbouw van het zelfbeeld
Autobiografische herinneringen
= herinneringen over ons verleden
Bv. Toen ik Angelo na al die jaren terugzag, merkte ik dat ik zijn kalme manier
van reageren in stresssituaties had overgenomen
Trekken: blijvende persoonsgebonden karakteristieken
De ‘grote vijf’: spontaniteit, respect, zorgvuldigheid, stabiliteit en autonomie
Waarde van de trekkentheorieën
Voordeel: meetinstrument
Nadeel: beschrijvend, bepaald door wat men al dan niet belangrijk vindt
In elke fase: bepaald bestaansthema + één aspect van menselijke relatie centraal
Iedere overgang: crisis
Fase één: de relatie met de verzorgende persoon
- 0 tot 12/18 maanden
- Vertrouwen / wantrouwen
Bv. baby’s hebben door dat er dingen en mensen zijn, ook al kunnen ze
die niet zien, hierbij is een basisvertrouwen noodzakelijk
Fase twee: de relatie met de ouders
- 18 maanden tot 3 jaar
- Autonomie(zelfstandigheid) / schaamte en twijfel
Bv. kinderen beginnen belangrijke verantwoordelijkheden op te nemen
i.v.m de eigen zorg: zelfstandig eten,…
Fase drie: de relatie met het gezin
- 3 jaar tot 6 jaar
- Initiatief / schuld
Fase vier: de relatie met school en buurt
- 6 jaar tot 12 jaar
- handvaardigheid / minderwaardigheid
Fase vijf: de relatie met de leeftijdsgroep en identificatiefiguren
- 12 jaar tot 18 jaar
- Identiteit / identiteitsverwarring
Bv. Ellen is 16 en kan uren voor de spiegel staan ook haar gsm
rekeningen zijn torenhoog door telefoontjes met haar vriendinnen.
Haar ouders moesten eens weten wat ze over hen vertelt.
Fase zes: de relatie met partners en groepsleden
- 19 jaar tot 40 jaar
- Intimiteit en solidariteit / isolement
Fase zeven: de relatie met personen met wie men werkt en samenleeft
- 40 jaar tot 65 jaar
- Generativiteit en productiviteit / egocentrisme en stagnatie
(generativiteit = de zorg voor het volgen en leiden van de volgende
generatie, Bv. de zorg voor u kinderen
egocentrisme = louter op zichzelf gericht zijn)
Bv. Vele vragen zich af waar Marc zijn energie blijft halen: hij heeft drie
kinderen, zit actief bij de ouderverenging, is penningmeester bij de
voetbalclub en organiseert één maal per jaar een BBQ voor de buren.
Fase acht: het nadenken en het aanvaarden van wat geweest is
- vanaf 65 jaar
- Integriteit / wanhoop
(Integriteit: men kijkt terug
Wanhoop: wanhopig omdat ze niet bereikt hebben wat ze wouden)
Bv. hoe grootouders met hun kleinkinderen omgaan