Menu

Correlationeel onderzoek: op zoek naar verbanden

Correlationeel onderzoek bestudeert de verbanden tussen variabelen die niet door de onderzoeker worden gemanipuleerd.

  • Een correlatiecoëfficiëntis een maat voor de sterkte en de richting van het verband tussen 2 variabelen.
  • Gelijktijdige of concurrente correlaties: correlaties die men krijgt door variabelen van een groep personen op een bepaald tijdstip te meten en te correleren.
  • Prospectieve correlaties: correlaties die men krijgt door variabelen op uiteenlopende tijdstippen te meten en te correleren.
  • Positieve correlaties: hoge scores op de ene variabele gaan samen met hoge scores op de ander variabele.
  • Negatieve correlaties: hoge scores op de ene variabele gaan samen met lage scores op de andere variabele.
  • Correlaties zijn geen bewijs voor een causaal verband. Het feit dat 2 variabelen met elkaar gecorreleerd zijn, betekent niet noodzakelijk dat de ene variabele als causale oorzaak van de andere fungeert.
  • Correlaties kunnen worden gebruikt om voorspellingen te formuleren en om hypothesen over verbanden te toetsen.
  • Bij kwalitatieve variabelen is het niet mogelijk om een klassieke correlatiecoëfficiënt te berekenen. Vb geslacht, ras, politieke overtuiging, …
  • Voordelen: gebruikt voor variabelen die niet manipuleerbaar zijn:
    • Om ethische redenen: delinquentie, relatieproblemen
    • Om fundamentele redenen: weer leeftijd, geslacht, huidskleur
    • Om dat ze unieke gebeurtenissen zijn: ramp, staking, crisis
  • Nadelen:
    • Richting van het verband
    • Derde variabelen
    • Lineaire variabelen

Lees meer...

Beschrijvend onderzoek: trends en tendensen ontdekken

Met beschrijvend onderzoek registreren sociaal-psychologen wat personen denken en voelen, of hoe ze zich gedragen.

  • Een van de vormen van beschrijvend onderzoek is observationeel onderzoek, waarbij personen systematisch worden geobserveerd, vaak in natuurlijke situaties.
    • Ethische bezwaren
    • Twijfels over de nauwkeurigheid (tv-reportages~kijkcijfers!)
  • In archief studiesbestuderen onderzoekers bestaande verslagen en documenten, zoals krantenartikelen, dagboeken en gepubliceerde misdaad statistieken.
    • Voordeel: geobserveerde gedrag wordt niet beïnvloed door de aanwezigheid van de onderzoeker, want er wordt uit de 2de hand geobserveerd.
    • Nadeel: beschikbare info meestal onvolledig, onvoldoende gedetailleerd of op onsystematische wijze verzameld.
    • Vooral waardevol voor het bestuderen van culturele en historische trends.
  • Opiniepeilingen stellen vragen over attitudes, opvattingen en gedragingen. Ze gebeuren van persoon tot persoon via de telefoon, internet, of schriftelijk.
  • Opiniepeilers definiëren de populatie van de opiniepeiling en trekken een steekproef uit die populatie.
  • Om te garanderen dat de steekproef voor de gekozen populatie representatief is, trekken de onderzoekers volkomen toevallig personen uit de populatie waarop de opiniepeiling betrekking heeft. Elk lid van de populatie heeft dus evenveel kans om te worden geselecteerd.

Lees meer...

Variabelen meten: zelfbeschrijvingen en observaties

  • In zelfbeschrijvingen rapporteren deelnemers hun gedachten, gevoelens, verlangens en gedrag. Bestaan uit individuele vragen of reeksen vragen die samen één conceptuele variabele meten.
    • Vb Zelfwaarderingsschaal van Rosenberg: reeks vragen die samen de algemene zelfwaardering van een individu meten.
  • Zelf beschrijvingen kunnen vertekend worden door de behoefte een goede indruk te maken. De formulering en de context van de vraagstelling kunnen eveneens de antwoorden vertekenen.
    • Onderzoek met een “pseudo-informatiebron” toont aan dat deelnemers in dat geval veel nauwkeuriger over zichzelf rapporteren en veel frequenter sociaal onaanvaardbare standpunten en gedrag rapporteren.
    • Bogus pipeline = pp-en werden overtuigd dat er een leugendetector aanwezig was. Dit beïnvloedde aanzienlijk de antwoorden. Toont gewenste antwoorden aan.
  • Om de nauwkeurigheid van de zelfbeschrijvingen te verhogen beklemtonen sommigen de noodzaak om zelfbeschrijvingen zo snel mogelijk na het optreden van de gedachten, de gevoelens of het gedrag te rapporteren, om zo inaccurate herinneringen te vermijden:
    • Interval-contingente zelfbeschrijvingen: ondervraagden rapporteren op regelmatige tijdstippen over hun ervaringen.
    • Signaal-contingente zelfbeschrijvingen: registratie van de gebeurtenissen gebeurt zo vlug mogelijk nadat de ondervraagden een signaal krijgen.
    • Gebeurtenis-contingente zelfbeschrijvingen: verslaggeving over welomschreven gebeurtenissen vlak na het optreden ervan.
  • Narratieve studies analyseren de inhoud van uitvoerige verhalen over een algemeen onderwerp. (~verhalende zelfbeschrijving)
    • Vb uit dagboeken, brieven, speeches, persconferenties, …
  • Observaties worden door menselijke waarnemers of door machines (vb perceptie analysator, meten van hartslag, seksuele opwinding etc.) geregistreerd. Hierbij is interbeoordelaarsbetrouwbaarheid (zitten de observeerders wel op 1 lijn?) wel een vereiste.
  • Dyadische Interactie Paradigma:2 waarnemers beoordelen onafhankelijk van elkaar het op video geregistreerde gedrag, met aandacht voor de interpersoonlijke afstand, lichaamshouding en de manier waarop de deelnemers naar elkaar kijken en glimlachen.
    • Voordeel observatie: gebrekkige herinneringen en vertekende interpretaties van het eigen gedrag worden vermeden.
    • Nadeel observatie: als de deelnemers beseffen dat ze geobserveerd worden, zijn observatiemethoden soms even vertekend als zelfbeschrijvingen door de sociale wenselijkheid.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen