Menu

Hoofdstuk 2 Philosophers of Mind John Locke and Gottfried Leibniz

  • Locke en Leibniz hadden veel verschillen maar ook veel gemeen. Zo hadden ze beide hele brede interesses. Beide hadden een aanbod afgeslagen om aan een academie te gaan werken. Beide probeerde hun politieke ideeën te integreren met een groetere en algemenere filosofie van de geest, voortkomend uit het werk van Descartes
  • Locke heeft veel van Descartes basis ideeën overgenomen over natuurkunde en fysiologie. Maar hij geloofde niet in descartes idee dat er een constante actieve bewust ziel in de wereld is. Hij steunde Aristotles idee dat de geest blank is als je geboren wordt, alleen maar capabel om impressies van de externe wereld op te nemen. Verder was hij het niet eens dat alle menselijke kennis van ervaring komt. Locke werd de leider van het empirisicme.
  • Leibniz was het juist helemaal niet eens met Descartes visies op natuurkunde, Hij was het wel met Descartes eens over de bewuste ziel van de wereld. Dus Leibniz had een filosofische kijk op de geest met vooral de nadruk op nativisme en rationalisme.
  • Vanuit Locke en Leibniz zijn twee grote stromingen ontstaan. Vanuit Locke het empirisme wat vooral invloed had in Engeland en USA. Leibniz had vooral invloed in Duitsland met een nadruk om het controleren en centraal functioneren van een actieve en aangeboren geest.


John Locke : Child of Revolution (36)

  • John Locke was geboren in Engeland op 29 augustus 1632
  • Engeland was toen bijna in een revolutie tussen de Puriteinen (voor een parlement) en de Royalisten (voor de monarchie).
  • In 1647 ging Locke naar de Westminster School in London. Hij werd daar gestimuleerd door Richard Busby, het hoofd van de school. Busby leerde zijn studenten voor zichzelf te denken en niet iets automatisch aan te nemen op autoriteit. Locke leerde dat ieder verhaal 2 kanten heeft.
  • Na 5 jaar op die school ging Locke naar Oxford University. Hier werd hij beïnvloed door Thomas Willis (bestudeerde hersenanatomie). Locke bestuurde medicijnen met andere mensen en werd dokter (zonder graad).
  • Robert Boyle woonde ook in Oxford waar hij zijn eigen laboratorium had. Hij heeft Boyl’s wet uitgevonden, dat het volume van gas varieert met de druk die erop gelegd wordt. Boyle werd een goede vriend, mentor etc van Locke. Tegen deze tijd komt Locke de ideeën van Descartes tegen. In 1665 werd Locke een minister van een diplomatieke missie in Duitsland.
  • In 1644 kwam Locke Sir anthony Ashley Cooper tegen (later Earl of Shaftesbury). Vriendschap ontstond. Beide mannen hadden een voorkeur voor tolerantie in religie en in de overheid. Locke ging met Cooper naar London om daar zijn persoonlijke dokter te worden.
  • Boyle was een van de oprichters van de Royal Society (engelands meest belangrijke wetenschappelijke organisatie). Locke werd hier ook lid van. Locke schreef verschillende papers over de overheid en religie
  • Locke wou de natuur van kennis zelf gaan onderzoeken, door de geest te begrijpen en om te ontdekken wat mogelijk is om te weten en wat niet mogelijk is om te weten. Het duurde 19 jaar voordat hij dit uitgevonden had en dat schreef hij allemaal op in zijn grote boek “Essay Concerning Human understanding”.
  • Ondertussen was er een grote politieke discussie in Engeland in 19\697. Charles II was nog op de troon maar had geen legitieme zoons dus hij woud at zijn broer James de troon zou overnemen.Shaftesbury wou dit niet en heeft de eerste politieke partij opgericht “de Whigs”, protestantse lieden. In 1681 Werd shaftesbury opgepakt en in de London Tower gegooid. Een aantal maanden later kwam hij vrij en vluchtte hij naar Nederland maar kort daarna overleed hij. Locke is ook gevlucht naar Nederland en leefde daar onder de naam Dr. Van der Linden. Hij hield vol dat hij voor het bier kwam... Hij ontmoette in Nederland meerdere keren William Penn. Verder werkte Locke aan zijn werk Essay Concerning Human Understanding en Two Treatises of Government. Charles II overleed in 1685, en werd opgevold door zijn boer James. James werd 3 jaar later afgezet en opgevold door de protestantse dochter Mary (dochter van James) en William of Orange. Kort hierna ging Locke weer terug en publiceerde hij zijn werken en nog veel meer werken over filosofie, religie, educatie en economie. In 1704 ging Locke dood. Hij schreef zijn eigen grafschrift.


An Essay Concerning Human understanding

  • Locke’s essay neemt aan dat de menselijke geest werkt door een inductief model, dat het alle kennis ontwikkeld door observaties van de externe wereld.
  • Locke zag de geest dus als enorm ontvankelijk voor ervaringen en vaak een passieve geest dus. Hij verwierp Descartes idee van een aangeboren ideeën. Locke zag de geest als een Tabula Rasa ( een blank blad ).
  • De geest heeft volgens Locke 2 soorten ervaringen Sensaties van objecten in de externe wereld en reflecties van de geest zijn eigen werking. Deze ervaringen leiden tot simpele ideeën zoals luidheid, koudheid, en zoutheid van sensaties en van reflecties; willen, waarnemen, houden van of niet houden van... Als hier nog meer ervaringen op volgen dan krijg je complexe ideeën zoals roodheid, rondheid, zoetheid. Elk complex idee heeft concrete ervaring als basis.
  • Ook al bestaan sommige complexe ideeën niet in de werkelijkheid, toch vond Locke dat alle simpele componenten van zo’n idee eerder ervaren moeten zijn. Bijv. We kunnen een idee van een man met groen haar hebben, maar niet voordat we werkelijk hebben meegemaakt, haar, man en groen.


The nature Human Knowledge

  • “Knowledge is nothing but the perception of the connexion and agreement, or disagreement and repugnancy, of any of our ideas”.
  • Kennis is niets meer dan het waarnemen van een verband tussen ideeën = basis van het associationisme. Je hebt natuurlijke associaties dat zijn bijv, . De roodheid en rondheid van een appel. En je hebt de kans dat je iets linkt door toeval. Bijv., bijgeloof.
  • Intuïtieve kennis = direct en zeker, verschil tussen zwart wit
  • Demonstratieve kennis = wel zeker niet direct, af te leiden uit logische deductie bijv, a²+b² = c²
  • Sensitieve kennis, bevat de meeste kennis. Onderschei primaire en secundaire kwaliteiten van objecten.

  • Primaire = soliditeit, uiterlijk, mobiliteit en extensie. Alle materialen hebben deze kwaliteiten.
  • Secundair = geluid, kleur, temperatuur, smaak en geuren. Secundaire kwaliteiten zijn minder zeker dan primair, bijv koud/warm water. Dit is het voorbeeld dat als je eerst één hand in koud water doet en de andere in warm en je daarna je beide handen in lauw water doet, dat de ene hand dat heel warm zal vinden en de andere juist koud.
  • Lockes essay zeg niet hoe ideeën geassocieerd worden maar hij denkt dat contiguity (de ervaring van twee of meer ideeën te gelijkertijd of vlak na elkaar) en similarity. Locke’s Invloed
  • In zijn essay zegt Locke “that all knowledge comes from experience, but that no one person’s experience can be sufficient to cvreate a complete and error-free knowledge of the world.”
  • In de Two treatises of Government gaat locke door op het idee van Thomas Hobbes over het social contract. Hobbes dacht dat mensen agressief, egoïstisch etc waren. Hij zei dat mensen in groepen moesten leven omdat ze anders beesten werden. Locke gaat verder op dit idee alleen kijkt hij er wat positiever tegenaan. Hij zei dat mensen juist hun voordeel konden doen met de ervaringen van andere mensen en dat ze daarom bij elkaar waren. Het is dus een rationele keuze.
  • Locke heeft ook de filosofie en psychologie beïnvloed en hij inspireerde het Britisch associationism. Het meest belangrijke lid daarvan George Berkeley heeft Lockes theorieën over associationistic principes toegepast op diepte kijken.

  • David Hume komt met 2 laws of association. De association by contiguity (ideeën die tegelijkertijd worden ervaren of vlak na elkaar zullen gelinkt worden) en the law of similarity (dat ideeën of ervaringen die gelijk zijn zullen geassocieerd worden met elkaar). Leibniz’s Leven en Carriere


Leibniz is geboren in Duitsland op 1 juli 1646.

  • Zijn vader was een professor in morele filosofie, maar hij stierf toen Leibniz 6 jaar was. Leibniz werd op zijn 14de toegelaten tot de universiteit van Leipzig.
  • Hij had als snel het standaard curriculum afgerond en hij wou doctor in law worden. Dit kon daar echter niet aangezien het aan leeftijd gebonden was en Leibniz nog veel te jong was. Hij ging naar de universiteit van Altdorf waar hij binnen zes maanden zijn degree binnenhaalde. Hij kreeg een positie aangeboden als professor maar dat wou Leibniz niet.
  • Hij werd minister van een Nuremberg alchemist. Maar dat verveelde hem al snel, en hij ging dan ook verder. Hij ontmoeten per ongeluk Baron Johann Christian von Boineberg, een belangrijke staatsman in dienst van de Elector of Mainz (een van 8 grote Duitse prinsen die de Holy Roman emperor mochten kiezen). Hij werd legal advisor van de Elector. In 1672 ging Leibniz naar Parijs om daar een delicate diplomatieke missie uit te voeren. Hij moest namelijk Koning Louis XIV overhalen om Egypte binnen te vallen. Hierin faalde hij, maar hij bleef nog wel 4 jaar in Parijs. Hij vond daar uit een nieuw soort horloge, een prototype van een onderzeeër en een wiskundig calculatie machine. Hij nam de rekenmachine mee naar Londen in 1673 waar hij het liet zien aan de Royal Society die onder de indruk waren. Hij werd een van de eerste non Britse leden van de Society.
  • Terug in Parijs ontmoete hij Christain Huygens en Nicolas de Malebranche. Door deze contacten kwam Leibniz aan de gepubliceerde en ongepubliceerde werken van Descartes.
  • In Parijs maakte hij twee belangrijke ontdekkingen de eerste was binary arithmetic. Het werken met alleen nullen en enen, wat tegenwoordig bij computers wordt gebruikt. De tweede ontdekking was de infinitesimal calculus. Deze rekenmachine was een uitbreiding van Descartes analytische geometrie, wat representeerde de algebraïsche vergelijkingen geometrisch en grafisch als lijnen en curves. Tot voorheen was het niet mogelijk geweest om hele kleine punten in die lijnen te bereken, bijv wanneer komt een auto op precies 80 km per uur.

  • De calculus heeft voor Leibniz filosofie gezorgd, ten eerste kon de rekenmachine variabelen die constant in beweging waren meten en hierdoor zag Leibniz dat fenomenen van continuïteit en verandering een essentieel deel waren van de wereld. Ten tweede analyseerde de rekenmachine de fysieke wereld in wiskundige termen.
  • Leibniz moet hierna snel Parijs verlaten omdat zijn beide beschermers Boineberg en the Elector of Mainz stierven vlak na elkaar. Leibniz kon geen andere baan vinden in Parijs en accepteerde dus een positie als raadgever van het huis van hanover. Hij deed er bijna een jaar over om van Parijs naar hanover te komen. Hij maakt een uitstapje naar London en naar Amsterdam waar hij Benedict Spinoza een filosoof en Anton van Leeuwenhoek ontmoete. De uitvinder van de microscoop. Toen hij eenmaal in Hanover was werd hij daar politiek adviseur, internationaal correspondent en technisch adviseur. Hij maakte op een bepaald ogenblik een afspraak dat als hij door gebruik van een windmolen water uit de mijnen kon krijgen, hij een levenslang pensioen kreeg. Leibniz is hier jaren mee bezig geweest en het is hem nooit gelukt. Hij werd er al voor uitgelachen, toen het huis van Hanover met een andere opdracht kwam. Leibniz moest een uitgebreide geschiedenis van het huis van Hanover schrijven. Dit vond Leibniz prima aangezien hij zo uitgebreid kon reizen. Hij produceerde 9 volumes van historische essays voordat hij stierf. Tijdens zijn leven was Leibniz enorm actief. Zo was Leibniz bezig met het plaatsen van een van de Duitse elecotors op de engelse troon. Hij correspondeerde met een heleboel mensen en hij schreef over van alles. Hij werkte ook nog aan wiskunde, natuurkunde en logica. En dit alles probeerde hij in een filosofisch systeem te plaatsen.
  • De laatste fase van zijn leven was een zwarte periode aangezien hij ervan beschuldigd werd plagiaat te hebben gepleegd met zijn rekenmachine aangezien Newton dat ook bedacht had. Newton woud it alleen niet delen met de rest van de wereld en hield zijn ontdekkingen voor zichzelf. Hierna was Leibniz niet meer geliefd in Engeland, maar kort daarop werd de Elector van Hanover koning in Engeland. Leibniz wou graag mee, maar kreeg de opdracht om in Hanover de geschiedenis af te maken. Hij stierf op 14 november 1718.


Leibniz’s Filosofie van de geest.

  • Leibniz grootste onenigheid met Descartes was over de mechanistische assumpties. Locke en descartes accepteerden extensie en beweging als primaire kwaliteiten van het universum, Leibniz was het hier niet mee eens. Zoals zijn infinitesinal calculus aantoonde, elk extensie materiaal object is potentieel op te delen in oneindigheid.

  • Leibniz dacht dat er forces of energies moeten zijn die ervoor zorgen dat er beweging is. Dus de ultieme units van de wereld moeten dynamisch zijn. Leibniz accepteerde van Descartess, “I think, therefore I am.”
  • Leibniz dacht dat er een universum is wat bestaat uit oneindige energie, zielachtige substanties die monads genoemd worden. Er zijn 4 soorten monads hiërarchisch georganiseerd. Helemaal bovenaan is een supreme monad, zoiets als God dus. Deze regelde alles. Daarna komt de rationele monad, dit zijn mensen Deze monads hebben apperception, wat inhoud dat ideeën niet simpel geregistreerd worden in het bewustzijn maar dat er ook attentie op gevestigd worde en rationele analyse. Bijv terwijl je een pagina leest, lees je niet alleen en geef je niet alleen betekenis aan de woorden maar ben je je ook bewust dat je aan het lezen en denken bent. Hieronder komen weer de sentient monads, dit zijn bijv dieren. Ze hebben geen bewuste ziel. Hieronder komen de bare of simpele monads. Dit zijn de lichamen van alle organisch of niet organisch.
  • De monads verschillen in het waarnemend vermogen(dus of je je bewust bent van wat je doet of niet). Elke monad heeft aangeboren doelen en een bestemming, maar vervolgt dat in een vooraf bepaalde harmonie met alle andere monads omdat ze alleen de creatie zijn van een enkele, perfecte en supreme monad. (blz. 66)
  • Psychohysical parallelism houdt in dat alles onafhankelijk van elkaar werkt maar dat wel alles tegelijkertijd wordt geregistreerd. New essay on Human understanding
  • Het was een fictieve dialoog tussen “philaletes”(locke) en “theophilus” (Leibniz).
  • Volgens Locke bestaat de geest alleen doordat je sensaties waarneemt. Leibniz zegt dat de geest een losstaand iets is wat je niet eerst verkrijgt door sensaties of waarnemingen.
  • Leibniz vindt dat het bewustzijn uit 3 dingen bestaat, apperceptie ( duidelijk, distinct en rationeel) , percepties (indirect) en minute percepties (dit zijn dingen die je niet bewust waarneemt maar wel waarneemt). Sommige minute percepties kunnen volledige percepties of appercepties worden, maar veel zijn zo klein en vaag dat je ze nooit bewust waarneemt. Leibniz zegt ook dat deze minute percepties voor een groot deel ons gedrag bepalen terwijl we het zelf niet weten (zoals Freud later ook zal ontdekken)
  • Locke zegt dat alleen secundaire kwaliteiten tegengesteld kunnen zijn (zoals vb met het koud/warm water). Leibniz zegt dat dit ook kan met primaire kwaliteiten. Als je je vingers kruist en je een potlood oppakt voelt het als 2 verschillende objecten.

Lees meer...

Hoofdstuk 1. Rene Descartes and the Foundations of Modern Psychology

Geboren: 31 maart 1596 in La Haye, Frankrijk. Groeide op bij zijn oma, samen met oudere broer, zus en een nurse. Ging naar de beste school: College at la Flèche. Werd veel wetenschap en wiskunde gegeven naast het ‘normale’ programma.

Werd beïnvloed door de leer van Aristoteles (385-322 vc). Op de school werd zijn leer aangeboden, dus ook dat de Aarde het middelpunt van het helal was. Toen later de astronoom Copernicus ‘ontdekte’ dat de zon in het midden stond, maar werd niet serieus genomen.

Ook biologie door Aristoteles beïnvloed. Deze beschreef het concept ‘ziel’ (‘psyche’ of ‘anima’) . Hij gaf het een betekenis van dat wat de levenden van de niet-levenden onderscheidt. Er zijn verschillende ‘verdiepingen’ zielen. Ieder soort organisme (plant, dier en mens) had een of meerdere ‘zielen’.

Aristoteles en leerlingen ‘verklaarde’ en ‘bewezen’ het hele ziel-gebeuren niet of nauwelijks. Er werd gedacht: “Dieren kunnen lopen OMDAT ze die ziel hebben” en daar hielt de analyse op. Tegenwoordig wordt gedacht dat dit eerder dingen zie die verklaard moeten worden dan dingen die verklaringen zijn. Descartes is een van de eerste die deze nieuwe manier van denken ‘invoerde.’

Op zijn zestiende studeerde hij af als beste van de school. Toen kwam er een periode van feesten totdat hij onder supervisie van de monnik Mersenne kwam. Deze nam hem psychologisch als intellectueel onder zijn vleugels tot hij naar Parijs vertrok. Descartes raakte in een emotionele en intellectuele crisis. Hij vond dat al het studeren hem meer vragen en onduidelijkheden had opgeleverd dan iets anders. In St. Germain gaat hij naar de meest beroemde attractie daar, een stel bewegende beelden. Deze beelden hebben Descartes een mechanische kijk op beweging bij levende mensen gegeven. Aangezien schizofrenen een mechanische kijk op mensen hebben en vanwege zijn emoties wordt Descartes vaak gediagnoseerd als schizofreen.

Toen hij tweeentwintig was ging hij het leger in, om te ontdekken of de ‘echte wereld’ meer bevredigende kennis te bieden hadden dan de ‘academische ivoren toren.’ Hij was katholiek, maar omdat het protestantse leger dichterbij was vocht hij aan die zijde in de dertigjarige oorlog. Na een jaar raakte hij in gesprek met de soldaat en wiskundige Beeckman. Ze werden vrienden. Beeckman werd een soort mentor van Descartes en zo ‘maakte’ Descartes zijn eerste eigen werk. De vriendschap tussen de twee loopt ten einde als Beeckman het werk tegen afspraak in aan anderen laat zien en terecht laat schemeren dat hij Descartes heeft geholpen. Na een jaar gaat Descartes naar de Katholiekenkant om daar te vechten. Hij neemt een omweg via Noord Duitsland en Polen, en heeft een ‘inzicht’ wat leidt tot de ontdekking van analytische geometrie, de eerste toepassing van wiskunde.

Descartes’ methode (vanaf blz 10)

Twee gedachtes van Descartes:

1) het werk dat gedaan wordt door meerdere mensen is minder goed dan dat wat gedaan isdoor één persoon. Bv architectuur.

2) Het toepassen van een geometrisch-achtige manier van redeneren bij alle velden van kennis. Soort hiërarchisch model met een grondstelling, of axiom. (een rechte lijn is de kortste afstand tussen punten) Deze worden met bij kleine maar logische stappen aan elkaar verbonden en leiden tot een conclusie of theorem.

Hoe worden de axioms bij niet-wiskundige gebieden gegenereerd? Grondregel:

“Accepteer niets als een waarheid, behalve als ik het herken als zeker en duidelijk. Dat houdt in dat onbezonnenheid en veroordelingen vermeden moeten worden, en niets in mijn conclusies toegevoegd wordt, behalve als het zichzelf zo duidelijk en onderscheidend presenteert in mijn gedachten dat er geen reden of gelegenheid is om te twijfelen.”

Dus: aan alles twijfelen.

Spontaan besloot hij geen soldaat meer te zijn. Bovendien begon hij met zijn nieuwe gedachten toe te passen op levensvragen om ze zo te beantwoorden. Zijn belangrijkste maar nooit afgemaakte werk is “Rules for the Direction of the Mind”. Hierin gebruikt hij zijn methode om de fysieke wereld te verklaren. Gedachten: de meest belangrijke onderdelen van de simple nature bepalen.

Een simple nature is een idee of impressie met twee eigenschappen:

1. clear: meteen gegeven in ervaring

2. distinct: ongeschikt voor verdere analyse of twijfel


Later reduceerde Descartes de simple nature tot twee eigenschappen die echt aan de eigenschappen voldeden, namelijk:

1. extension

2. motion


Dus: alle fysieke fenomenen moeten hiermee te verklaren zijn. Descartes zag het lichaam als mechanisch. In 1623 publiceerde Galilei een boek met hetzelfde idee, namelijk: “The Assayer”. Hij maakte onderscheid tussen primaire en secondaire fysieke kwaliteiten.

Pas na de primaire kwaliteiten (vorm, kwantiteit en beweging) kunnen de secondaire kwaliteiten opkomen. Primair: omvang, vorm en beweging. Secondair: aanzicht, geluid, reuk.

Descartes bracht echter niets uit tot “The World” 1633.

The World: Descartes Physics and Physiology. (blz 14)

Uitgegeven in 1633. Descartes wilde “universal science”: alle kunst en wetenschap onder eenzelfde set van fundamentele principes. Hij zag dus ook psychologie als wetenschap!

Treatise of light: Een onderdeel van het boek, natuurkunde. Analyse van materiaal in beweging.

“Er bestaat geen ‘niets’ er is altijd ‘iets’.” Wanneer iets beweegt laat het geen leegte achter maar wordt meteen opgevuld. Zoals een vis die zich door water beweegt.

Drie verschillende soorten materiaal, door Descartes gebaseerd op de elementen:

- vuur => heet materiaal, het kleinste van alle materialen

- lucht => iets groter maar nog steeds niet zichtbaar, meest voorkomend

- aarde => object bestaan hieruit, zwaarste materiaal

Zag het oog en de rest van het lichaam als mechanismen, werkend volgens fysieke wetten.

Treatise of man: Mechanische fysiologie, tweede deel van het boek. Galileo en Harvey hadden al eerder naar het lichaam gekeken als mechanismen dus dat was niets nieuws. Wel nieuw: de omvang van het aantal functies bij wij hij deze gedachte had. Aristoteles had de theorie van de ‘zielen’ deze verruilde Descartes door de theorie dat het lichaam 10 functies vervult, namelijk:

1. vertering

2. bloedscirculatie

3. voeden en groeien van het lichaam

4. ademhalen

5. slapen en wakker zijn

6. waarnemen

7. verbeelding

8. geheugen

9. voorkeuren en passie

10. beweging

In de nieuwe theorie bleef alleen de rational soul overeind. De rest verklaarde Descartes door de hersenen en neuronen erbij te betrekken. (begin neuropsychologie). Vooral interesse in ventrikels. Vloeistof nu bekend als cerebrospinel fluid, toen als ‘animal spirits’. (dus lichaamsfuncties). De vloeistof zou door de holle neuronen vloeien en de spieren van vorm laten veranderen. (bewegen).

Geheugen en leren zou komen doordat bepaalde ‘poriën’ opende onder bepaalde omstandigheden en het vocht opnamen.

Maar wat zette het vocht dan in beweging? Externe omstandigheden, net zoals de beelden in detuin. Wanneer in de buitenwereld iets bewoog kwamen de materialen in beweging en deze drukte zich tegen de zintuigen die het waarnamen. (het idee van ‘reflex’ wat toen nog niet zo genoemd werd).

Descartes ging uit van twee soorten reflexen:

1. automatische en onmiddellijke respons (hand bij vuur)

2. learned reactions (idee van conditioneren)


Emoties ontstonden door beroering, die de loop van de vloeistof beïnvloedde. Bv bij angst of woede meer vloeistof, bij geduld juist minder. Interactie tussen buitenwereld en neuronensysteem.

Mensen waren nog anders: die konden namelijk zelf kiezen wat ze wilde doen. Dus: vegetative en animal souls weg, de rational soul blijft. Het boek “The world” (of Le monde) is nooit uitgegeven wegens de kerk. Na de dood van Descartes door volgelingen uitgegeven.

Descartes philosophy of Mind (blz 22)

Descartes en Galileo hebben voor een democratisering van de wetenschap gezorgd door hun boeken in Frans of Italiaans in plaats van Latijn uit te geven, waardoor het beschikbaar was voor gewone mensen.

Volgens Descartes was alles onzeker en moest je overal aan twijfelen. Het enige wat zeker was, was dat hij overal aan twijfelde. Dus: zijn rationele ziel werkte. Moest dus los staan van het ‘onzekere’, het lichaam. Het was er wel, maar je kon het nooit in een keer omvatten, zoals alles wat we waarnemen met onze zintuigen. Wat bestond er nog meer wat je niet in een enkele

sensorische waarneming kon omvatten? (innate ideas) Bv: perfectie. Maar het moest wel

bestaan, dus bestond er een God die aan alle facetten van perfectie voldeed.

Rationalist: redeneren en intellect los van sensorische ervaringen

Nativist: geboren met een zekere vorm van kennis (innate ideas)

Empiricist: alles wat je weet, weet je door sensorische waarneming (was Descartes niet)

Dualist: lichaam en geest zijn van elkaar gescheiden

Interselected dualisme: hierin was Descartes de eerste: niet alles komt alleen uit het lichaam, of alleen uit de geest, er is sprake van interactie. Want: een lichaam zonder geest is als een machine zonder bewustzijn, een geest zonder lichaam heeft alleen innate ideas want geen zintuiglijke waarneming. Waar vond die interactie plaats? Descartes vond de hersenen logisch, maar die bestonden uit twee delen, terwijl je maar één gedachte hebt.

Op blz 27 fig 1.1. zie je de machinale uitleg van hoe het oog werkt. Niet erg boeiend.

De ziel mengt met gedrag en maakt het zo bewust en onze eigen keuze. Andere consequenties van deze interacties zijn passies: de bewuste ervaringen die samengaan met lichamelijke emoties. De ziel reageert op twee manieren op de informatie van de animal vloeistof:


1. het voelt de bewegingen van de vloeistof en wordt bewust van de sensatie of passie

2. de ziel maakt een bewuste attitude naar de passie, en kan er zo lichamelijk op reageren


Kleine emoties kan je negeren. De ziel heeft dus niet altijd controle. Maar bij hele heftige emoties kan de rationaliteit het verliezen, je rent bijvoorbeeld weg bij angst. De animal soul wint het dan van de rational soul. Zulke conflicten zijn lichaam tegen ziel. De ziel is dus perfect rationeel en consistent, maar heeft beperkte macht over het lichaam. Er was altijd een soort strijd. De lichaam was machinaal, maar de ziel zou boven de wetenschap liggen.

Descartes’s influence (blz 30)

Descartes bracht nog meer boeken uit. Hij was gelovig maar de kerk kwam steeds meer in opstand tegen wetenschap en in Nederland werden zijn boeken zelfs verbannen. Dit deed de gelovige Descartes pijn. Hij stopte zo’n beetje met het publiceren van boeken. Hij schreef alleen nog manuscripten en brieven naar wat vertrouweling, waarvan de meeste bewaard zijn gebleven. Hij verhuisde naar Zweden maar stierf daar na 6 maanden, 11-02-1650. in de rest van de hoofdstukken zal meer over Descartes ideeën en dies invloeden verteld worden.

Lees meer...

Casus: Overstromingen op Java

2 a) De wind die verantwoordelijk zijn voor de grote hoeveelheid neerslag op Java in de periode oktober tot februari heet: veranderlijke wind. Dit is te zien op GB 218 54e druk. Een veranderlijke wind is een wind, die minder dan windkracht 3 is. Deze wind waait niet één bepaalde wind richting uit.

2 b) De drie soorten massabewegingen die in het artikel te pas en te onpas door elkaar worden gebruikt zijn:

  • Bodemkruip; Langzame, 'kruipende' beweging van de bovenste meter(s) van het bodemoppervlak.
  • Verschuivingen: de beweging vindt plaats over een schuifvlak.
  • Afstortingen; het materiaal valt, of beweegt in hoge snelheid over de helling zonder zich als een vloeistof te gedragen.


3 a) Het bevolkingsaantal neemt toe waardoor er steeds meer bomen moeten worden gepakt om ruimte te maken voor deze nieuwe mensen. Doordat de bomen worden gekapt zal de grond niet stevig genoeg zijn om zichzelf tegen te houden. De bovenste laag aarde komt als het ware los te liggen. Wanneer het dan gaat regenen en/of waaien, zal de grond worden weggespoeld of worden weggeblazen. Dit is eigenlijk de oorzaak-gevolgrelatie.

3 b) De sociaal-economische factoren die in het artikel worden genoemd als oorzaak van ontbossing zijn:

  • Vanwege de uitbreiding van de landbouwareaal en de handel in tropisch hardhout.
  • Door de toenemende bevolking moesten er stukken bos worden gekapt. De stukken grond werden gebruikt voor de landbouw en eventueel voor de huizen.
  • Aanleg van steeds grotere oppervlakten van rijstvelden, koffieplantages en groentetuinen.


3 c) De journalist goochelt behoorlijk met de verschillende schaalniveaus in dit artikel. Hij wil eerst duidelijk maken wat bodemerosie op Java doet. Later gaat hij over op de bodemerosie in de wereld. Dan vertelt hij hoeveel bodemmateriaal per jaar wordt geërodeerd. Citaat: ‘’Door een gebrek aan diep vertakte bodemwortels trekt regenwater minder goed in de bodem en spoelt de bovenlaag van de bodem makkelijker weg’’. Dit gaat over Java maar dan volgt er een stuk over mondiaal schaalniveau. ‘’Volgens het Amerikaanse onderzoek heeft de natuur in de afgelopen 500 miljoen jaar gemiddeld over de hele aarde twintig meter bodemmateriaal per miljoen jaar geërodeerd’’. Hier begint de journalist opeens over mondiaal schaalniveau.

4 a) De natuur zorgt voor 20 meter per miljoen jaar voor de bodemerosie. De mens heeft dit tot 500 meter per miljoen jaar opgestuwd. Dus de mens heeft er voor gezorgd dat de bodemerosie voor 480 meter per miljoen jaar is versterkt. Dus nu kunnen we de factor uitrekenen. De factor is dus: 480/20= 24x.

4 b) Doordat de snelgroeiende soorten zoals pijnbomen en eucalyptus snel voor hout zorgen worden ze snel weer gekapt. Deze soorten zorgen ervoor dat er veel water wordt verdampt. Hierdoor droogt de bodem sneller uit en is het gevaar op bodemerosie hoger.

5 a) Welke oplossingen zijn er voor de jaarlijks terugkerende modderstromen op Java is een probleemoplossende vraag.

5 b) Twee beschrijvende vragen:

  • Hoe ontstaan modderstromen?
  • Waar vinden de jaarlijkse modderstromen op Java plaats?


Twee verklarende vragen:

  • Hoe komt het dat de modderstromen precies op Java te vinden zijn?
  • Waardoor zijn de modderstromen op Java ontstaan?


Twee waarderende vragen:

  • Wie zijn er bij bodemerosie op Java betrokken?
  • Wat is de mening van de bevolking op Java over de bodemerosie?


5 c) De volgende stap die je in dit onderzoek zou moeten doen is: het beantwoorden van de deelvragen die bij antwoord b zijn gesteld.

Lees meer...

Literatuurgeschiedenis Middeleeuwen – Tweede wereldoorlog

Middeleeuwen

Middeleeuwen: eeuwen tussen de Oudheid en de Renaissance (nieuw Oudheid)

476 -> Val West-Romeinse rijk

1150 -> Sint-Servaas legende (Hendrik van Veldeke): oudst bekende Middelnederlandse werk ‘begin van onze literatuur’

In de middeleeuwen was België het middelpunt wat literatuur betreft, vooral Leuven (zwaartepunt), maar deze universiteit is in WOII in brand gestoken.

Feodale stelsel

In de middeleeuwen stond het feodale stelsel centraal. Bovenaan stond God, gevolgd door de koning/leenheer die stukken land aan de adel/geestelijkheid gaf, die de horigen vervolgens bewerkten. Een deel van het voedsel ging naar de leenheer en het systeem is gebaseerd op trouw. Zo werd ook verwacht dat er voor de leenheer werd gevochten als dat nodig was. Op een hofdag kwam een deel van het volk naar het hof om bijvoorbeeld recht te spreken.

Kenmerken middeleeuwse literatuur

-> Didactisch: het was om van te leren

-> Theocentrisch: god stond centraal

-> Ridderlijk: het waren ridderverhalen, gebaseerd op types

De literatuur werd voornamelijk verteld omdat er nog geen boeken e.d. waren. Vandaar dat het ook vaak in rijm is geschreven, dan was het makkelijker te onthouden.

Bekendste werken Karel ende Elegast -> Propaganda voor het feodale stelsel Het feodale stelsel werkt volgens de schrijver -> conservatief Van den vos Reynaerde

-> Satire Het kraakt het feodale stelsel af, laat zien dat het niet werkt, spot

-> Progressief > opkomst steden

1300: opkomst steden

Prille begin van de Renaissance (hij komt in Nederland echt op rond 1450, dan ontstaan ook de wiegedrukken)

Men wil terug naar de Klassieke Oudheid, omdat dat een beter systeem zou zijn dan het feodale stelsel. Schrijvers gaan Romeinse werken herlezen en herschrijven (imitatio).

Het toneel komt weer op, het dient meer als vermaak.

Kenmerken

-> Antropocentrisme -> Humanisme -> Personage’s i.p.v. types* (dus gevoel, gedachtes, psyche)

-> Ultile dulci -> Leer & vermaak (het was dus niet meer alleen om iets van te leren)

-> Burgerij

* Dit zie je goed bij Warenar, hier worden zelfs abstracte begrippen als ‘liefde’, ‘gulzigheid’ en ‘jaloezie’ als personage op het toneel gebracht.

±1400: Abele Spelen

Dit is de overgangsperiode naar de echte Renaissance, werken bevatten kenmerken van zowel de

Middeleeuwen als de Renaissance

Mariken van Nieumeghen is een overgangswerk: het bevat veel kenmerken richting de Renaissance, maar is geschreven aan het eind van de Middeleeuwen en is vooral nog theocentrisch.

Elkerlyc: Allegorie, tussen de Middeleeuwen en Renaissance

±1500: begin Renaissance

Een belangrijkere periode voor Vlaanderen dan voor Nederland

1517: Hervorming (reformatie), het woord ‘Sola scripturum, sola fidela’ -> 1545 contrareformatie (reactie van de kerk op de hervorming) -> Barok (protserig) -> P.C. Hooft etc., calvinisten ->

Noord-Nederland Calvinistich

1469-1536: Desiderius Erasmus -> Humanisme -> De lof der Zotheid
1550: ‘Renaissanse’ door Vasari
1568: Begin 80-jarige oorlog -> “De opstand”
1585: Val van Antwerpen -> Kapitaal naar NL -> Culturele zwaartepunt slaat om
1609: 12-jarig Bestand -> Consolidatie van de Republiek der Verenigde Nederlanden -> Hoogbloei

Renaissance (gouden eeuw)

Politiek heel belangrijk -> Gijsbrecht van Aemstel

16e en 17e-eeuwse literatuur gaat over de opstand en het zelfstandig worden van Nederland

Belangrijke literatuur Renaissance:

- P.C. Hooft -> Warenar (betekent ‘echte gek’)
- Bredero -> De Spaanse Brabander
- Huygens
- Cats
- Vondel (katholiek) -> Gijsbrecht van Aemstel

1673: Eerste schouwburg in Amsterdam, en voor die opening is dus de Gijsbrecht van Aemstel

Verlichting

Reactie op de ‘donkere Middeleeuwen’
1669: Nil volentibus arduum (niets is te moeilijk voor hen die willen) -> Dichtgenootschap
Schrijvers als Langendijk en Poot
J.A. Schasz (Gerrit Paape) -> Reize door het Aapenland
-> Nieuw genre: imaginaire reisverhaal -> verzonnen reisverhaal, kritiek op eigen land Verlichting -> Verstand (ratio), rede, empirie

Filosoof: Spinosa

Opkomst Bèta-wetenschappen (contadictio in terminis) -> Encyclopedie, tijdschriften

-> Tolerantie, optimisme, opvoeding

1766: Pre-romantiek / Gevoelige verlichting

Kenmerken

- Pessimisme

- Gevoel (sentimentalisme)

- Originaliteit -> Afkeer van de imitatie van de oudheid (Renaissance) -> Fantasie, creativiteit

- Onburgerlijk (in tegenstelling tot bijv. P.C. Hooft, zoon van de burgermeester)

- Maatschappijkritisch

±1800-1880: Bloeiperiode Romantiek

Voortzetting op Pre-Romantiek

- Calvinistische burgaard -> Geen overdrijvingen

Onvrede met het hier en nu -> escapisme -> afstand van de realiteit, uitvluchten in

- Zelfmoord (extreem)

- Humor, zelfspot (Hildebrand, Paaltjens, Klikspaan)

- Geloof

- Exotische streken (‘Utopia’)

- Historische roman

Er werd veel gebruik gemaakt van pseudoniemen (andere namen)

Belangrijke schrijvers:

Wolff en Deken -> Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart

Van Alphen

1840: Realisme -> Werkelijkheid (1859: Max Havelaar, kenmerken van beide)

Naturalisme

Uitwerking van realisme dat omstreeks 1840 intrede doet in literatuur. Naturalisme (omstreeks 1875 in de Nederlandse letteren) wil niet alleen laten zien, maar ook verklaren. Hiervoor gebruikte men 3 factoren:

- erfelijke aanleg van iemand (race)

- het milieu waarin iemand opgroeit (milieu)

- de tijd waarin men leeft (moment)

Naturalisten lieten in romans zien hoe de mens bepaald werd door deze drie factoren (vaak was er sprake van dikke romans waarin men generaties in families kon volgen). Er was vaak sprake van familieromans; psychologische romans en sociale romans.

Naturalistische romans zijn vaak somber en pessimistisch.

- Leven wordt ervaren als uitzichtloos

- Mens wordt bepaald door het noodlot (fatalisme)

- De mens is geneigd tot het kwade

Veel naturalistische romans werden geschreven in een impressionistische schrijfstijl.

Belangrijkste auteurs: Emants, Buysse, Couperus, Van Eeden, Van Deyssel

Beweging van Tachtig

Impressionisme en naturalisme kwamen in Nederland naar voren in het werk van een groep

Amsterdamse schrijvers die rond 1880 debuteerden (de Tachtigers):

* J. Perk (voorloper)

* W. Kloos, F. van Beden, A. Verwey, L. van Deyssel, H. Gorter (belangrijkste auteurs)

* Blad: De Nieuwe Gids (vanaf 1885)

Werk van de Beweging van Tachtig is een reactie op de domineespoëzie die in de 19e eeuw de literatuur beheerste (vooral godsdienstige inhoud/geen of weinig aandacht voor de vorm). Principes van de Beweging van Tachtig:

- Vorm en inhoud dienen één te zijn (een bepaalde vorm brengt een bepaalde vorm met zich mee).

- Kunst dient een persoonlijke uiting te zijn (individualisme).

- Estheticisme ( schoonheidsopvatting)

- L'art pour !'art (kunst omwille van de kunst. Kunst dient geen maatschappelijk doel en heeft geen verantwoordelijkheid)

de echte of de hele werkelijkheid is, maar een afspiegeling van een “hogere” of “diepere” realiteit. De ware werkelijkheid kan alleen uitgedrukt worden door middel van een symbolische taal die iets oproept van de andere werkelijkheid. (p.s. symbolen zijn soms algemeen - denk aan verkeersborden - maar vaak ook particulier; zo is dat bij de symbolistische schrijvers ook) (symbolisten zijn auteurs die zich “verschuilen” -> Isolement)

Sommige dichters beschrijven niet alleen een hogere realiteit maar “scheppen” die. Wat ontstaat is dan een nieuw: verzonnen, bovennatuurlijk wereldbeeld dat een verklaring moet bieden voor de wereld en het leven een diepere zin moet geven. Auteurs

P.C. Boutens, J.H. Leopold, A. Roland Holst

Aanvullingen:

- In 1886 schreef Jean Moréas het artikel Le Symbolisme in La Figaro. Dit artikel wordt beschouwd als het manifest van de stroming. Kenmerken

- Gerichtheid op een “hogere” wereld. Auteur wil niet het realisme maar het absolute, de idee, het oneindige, onuitsprekelijke, het mysterieuze, de ziel. Vandaar dat de symbolist al te precieze uitdrukkingen vermijdt en plaats inruimt voor de “suggestie”.

- Het symbool speelt een belangrijke rol (het symbool is niet altijd eenduidig).

- Afstandelijkheid van het “volle leven”. De auteur kiest welbewust voor een “ivorentorenpositie”. De gerichtheid op het “hogere” impliceert verachting voor alledaagse beslommeringen en betekent dus isolement.

- Verinnerlijking (vergeestelijking van de dichter). Waarneembare werkelijkheid levert materiaal voor die verinnerlijking. dichter is vaak bezig met het opsporen van de relatie tussen binnen- en buitenwereld. in veel gedichten wordt gesproken over de (on)mogelijkheid van het dichten. (Voorbeeldgedicht: “Ik sloot de blinkevenstren van mijn Ziel” van P.C. Boutens)

Neoromantiek

Neoromantiek betekende deels een terugkeer naar de romantische kunst uit het begin van de 19e eeuw. De neoromantiek was ook een reactie op het realisme en het impressionisme.

Neoromantische schrijvers schreven zowel proza als poëzie.

Kenmerken

- het fantasievolle
- wonderlijke,
- lieflijke,
- geheimzinnige (ook het noodlot)
- verleden
-exotische streken

Thema' s

- eenzaamheid,
- zwerflust
- verzet tegen de maatschappij,
- onvervulde verlangens,
- dood,
- verval

Auteurs

- J.H. Leopold (Verzen)
- J.C. Bloem (Het verlangen, Media Vita, De Nederlaag)
- A. van Schegdel (Een zwerver verliefd, Een zwerver verdwaald, Het fregatschip Johanna Maria, De

Waterman, Een Hollands drama, De wereld een dansfeest).

- JJ. Slauerhoff (Een eerlijk zeemansgraf)
- A. van der Leeuw (De kleine Rudolf, Ik en mijn speelman)
- Nescio (De Uitvreter, Dichtertje, Mene Tekel, Titaantjes)

Nescio en Elsschot

Auteurs hadden nogal wat overeenkomsten: ze waren zakenman en auteur; beider eerste werk werd miskend. Ze werden allebei zeer gewaardeerd door de redacteuren van Forum. Het werk van beide auteurs kende een sterke herwaardering in de jaren '60. Zowel Nescio als Elsschot zijn niet meer weg te denken uit de (hedendaagse) Nederlandse literatuur.

Nescio

Nescio publiceerde in 1918: De Uitvreter, Titaantjes en Mene Tekel. Deze novellen werden lauw ontvangen. In 1932/33 volgde een herwaardering door Forum (vgl. de tegenbeweging tegen dictaturen). In de jaren '60 beleefde het werk van Nescio een sterke comeback (vgl. tegenbeweging o.l.v. Provo -hippies-).

Drie novellen behoren tot de belangrijke werken in de Nederlandse literatuur van het begin van de 20e eeuw:

- Voor die tijd zeer nuchter, cynisch taalgebruik (parlando).

- Aanval op de conventies (aanval op bepaalde maatschappelijke tendensen).

- Thema: conflict tussen individu en maatschappij. Dit was een typisch “Forum-thema”: er is sprake van een opstand tegen de burgerij en het burgerlijke; die opstand mislukt: men gaat dood, wordt ziek of wordt gedwee. Het pseudoniem Nescio geeft aan dat de auteur het eigenlijk ook niet precies weet.

Ander werk: Dichtertje, Boven het Dal, Natuurdagboek

Elsschot

Typerend voor Elsschot:

- Parlando-toon (schrijven zoals men spreekt)

- Nuchtere, ironische toon,

- Eenvoudige verhalen

- Thema is steeds: conflict tussen individu en collectief. Meer specifiek: de droom van de kleine burgerman wordt verwoest door ''wetten” en “praktische bezwaren” en “weemoed”, en die droom mislukt dus ook (zie het gedicht “Het Huwelijk”).

Het eerste werk van Elsschot werd miskend. Na 1930 veel waardering door Forum (waarin “Kaas” integraal wordt afgedrukt). Door waardering gaat Elsschot opnieuw schrijven. Vanaf jaren '60 is

Elsschot een zeer gewaardeerd auteur in Nederland en Vlaanderen. Zijn verzameld werk is reeds meerdere malen herdrukt.

Titels

Villa des Roses (1913)  Werd niet erkend ontgoocheling (1914, publicatie 1921)

De Verlossing (1921)

Lijmen (1924)

Kaas (1933)

Verzen (1934)

Het Been (1938)

Het Dwaallicht (1946)

C.a. 5 jaar voor zijn dood startte zijn populariteit.

Modernisme

Het “Modernisme” is een verzamelnaam voor de moderne literatuur na het Fin de siècle (vanaf 1918, eind WOI). Dit is de bloeiperiode van talloze stromingen die de westerse kunst ingrijpend veranderd hebben. Dit is dan ook totaal andere kunst dan in de voorafgaande periode. Opvatting:

- Orderlijke kunst steunt bestaande orde (als je altijd alles weergeeft zoals op een foto kan het de maatschappij nooit bedriegen)

- Abstracte kunst -> Modernisme is de geboorte van abstracte kunst -> Antidictoriaal en antiburgerlijk

Modernisme in de Nederlandse literatuur zie je vooral in het Expressionisme

Expressionisme

De afbeeldingsfunctie slaat om in de uitdrukkingsfunctie. Men gebruikt dus onrealistische kenmerken, vormen en middelen om iets uit te drukken, in plaats van realisme. Dit heet deformatie, afwijken van de concrete vorm.

In de poëzie zie je dit doordat er ‘vrije verzen’ worden gebruikt. Het bevat geen regelmatig ritme, rijm en zelfs geen grammaticale zinsbouw. Er verdwijnen werkwoorden, hoofdletters, interpunctie en worden combinaties gebruikt die eigenlijk niet kunnen zoals ‘groen duister’ of ‘blauw geluk’. Ook de opmaak wordt niet altijd netjes gehouden, zo staan woorden bijvoorbeeld klakkeloos scheef onder elkaar.

In de proza zie je het vooral door de stijl van schrijven. Men gebruikt weinig bijvoeglijke naamwoorden en beschrijvingen. Bijvoeglijke naamwoorden weergeven de sfeer, zelfstandige naamwoorden de essentie, en daar draaide het om.

Het expressionisme bloeide vooral in Duitsland, maar in Nederland en Vlaanderen waren er ook taltijke expressionistische dichters en schrijvers zoals H. Marsman en Paul van Ostaije, en ook F.

Bordewijk wordt gedeeltelijk als expressionist gerekend.

F. Bordewijk

Ferdinand Bordewijk leefde van 1884 tot 1965 en publiceerde als eerste drie bundels Fantastische vertellingen. Ze gaan over allerlei buitenissige onderwerpen zoals een vrouw die met een aap trouwt en een man die zijn eigen dubbelganger speelt. Blokken

In 1931 publiceert hij Blokken, waarin hij een toekomstdictatuur beschrijft. Hij schrijft over ‘De Staat’, als dictatuur als zodanig. Hij beschrijft de Staatsideologie en communistische en fascistische kenmerken. Dit wordt een aniutopisch verhaal genoemd. Hij gebruikt hele korte zinnen, vol vreemde woorden en af en toe een heel afwijkende zin. Het verhaal is opgebouwd als een soort van ‘blokkendoos’, waarbij ieder hoofdstuk een handeling beschrijft. Vorm en inhoud komen overeen, want in ‘De Staat’ is alles wat rond is verboden en bestaat dus alles geheel uit blokvormige figuren.

Ook zijn alleen de kleuren zwart, rood en wit toegestaan. Dit rekent het boek tot het constructivisme.

Het uiterlijk van de kaft en het verhaal doet denken aan het blad De Stijl.

Bint

Dit bevat dezelfde compositorische en stilistische kenmerken, maar heeft vooral ook expressionistische kenmerken. Het is minder zakelijk en concreet als Blokken, maar juist visionair en fantastisch. Het vertelt hoe een nieuwe leraar op school geleidelijk het vertrouwen van zijn leerlingen weet te winnen. Deze school wordt op uiterst autoritaire wijze geleid. Directeur Bint wil de leerlingen niet zozeer onderrichten als wel opvoeden tot ‘maatschappelijke reuzen die het land weer groot zullen maken. Om zich heen ziet hij alleen maar neergang en verval, er is geen gezag meer en geen orde. De nieuwe leraar De Bree, een in zichzelf gekeerde man, beziet het genadeloze bewind op school eerst afstandelijk, maar wordt later een fervent aanhanger van Bint. Dit boekje verwekte in 1934 veel opschudding in de linkse kring. Bordewijk zou een fascistische indoctrinatie op scholen te bepleiten. Dat is onjuist, want Bordewijk beschrijft alleen het verschijnsel en laat ook zien dat het faalt.

Karakter

Ook dit is een boek in dezelfde stijl. Ook hier gaat het om macht, maar nu van een vader over zijn zoon. De vader werkt hem op allerlei mogelijke manieren tegen, maar aan het slot wordt gesuggereerd dat hij op die manier in zijn zoon een tomeloze ambitie heeft opgewekt om zijn doel te bereiken.

Nieuwe zakelijkheid

De nieuwe zakelijkheid ontstond in de jaren ’20 in Duitsland rond het Bauhaus, een opleidingsschool in Wimar voor kunst en architectuur. Het principe was functionalisme: dingen moesten doelmatig zijn, vorm aangepast aan de functie. In de literatuur zie je dit doordat schrijvers van deze stroming geen overbodige versieringen aanbrachten in hun verhalen. Het wordt wel de parlando-stijl genoemd: geschreven zoals met alledaags sprak, zo veel mogelijk de ‘praattoon’ benaderend. Het was een kritische literatuur, vooral t.o.v. het fascisme. In 1933 waren er veel boekverbrandingen, waarbij alle kritische literatuur werd verbrand. Nazi-Duitsland verlangde een ‘begrijpelijke’ literatuur, en aan die eis voldeed de nieuwe zakelijkheid. Maar omdat alle dictaturen nationalistisch zijn, verlangen ze tevens een * volkse’ literatuur, waarin het volk zich kan herkennen en de nationale waarden worden opgehemeld. Vreemde invloeden worden uitgebannen en kritiek wordt niet geuit. De nieuwe zakelijkheid voldeed hier niet aan dus daarom moest deze verdwijnen.

Forum

Dit tijdschrift werd opgericht in 192, en werd geleid door Menno ter Braak en Eduard du Perron. Het literaire tijdschrift verkondigde de opvattingen van de nieuwe zakelijkheid. In de literatuur ging het volgens Forum niet om de vorm, maar om de inhoud. Goede literatuur hoeft niet ingewikkeld in elkaar te zitten, maar moet wat te zeggen hebben. De leus was “Niet de vorm maar de vent”, bedacht door J.C. Bloem. Het wordt daarom ook wel het ventisme genoemd. Forum was een groot succes en in de vier jaargangen werden onder andere romans van Elsschot, Slauerhoff en Vestdijk gepubliceerd, alsmede gedichten van Elsschot, Marsman, Du Perron, Roland Holst, Slauerhoff en Vestdijk. Het beste van de literatuur in die jaren.

Literatuur na WOII

In de periode na WOII verscheen in diverse vormen veel literatuur waarin die oorlog direct of indirect aan de orde kwam:

Directe ervaringen aan de oorlog of de periode direct daarna (soms in de oorlog uitgegeven, meestal – lang – daarna). Bijv. Het Bittere Kruid (Marga Minco), Niet Verstaan, Quarantaine (G.L. Durlacher), De Nacht der Girondijnen (J. Presser), Kinderjaren (J. Oberski)

Reflecties: In de latere decennia gaat het vaak om reflecties van de auteur; wat betekent de oorlog voor de auteur ‘nu’? Bijv. Bezonken Rood (Jeroen Brouwers), Het Verdriet van België (Hugo Claus), De Kip die over de Soep Vloog (Frans Pointi), Tralievader, Twee Koffers Vol (Carl Friedman).

In de jaren ’60 t/m nu is de WOII ook vaak thema of decor en spelen directe ervaringen – als die er al zijn – niet of nauwelijks een rol. Bijv. De Donkere Kamer van Damocles (W.F. Hermans), De Aanslag (H. Mulisch), Pastorale (S. Vestdijk)

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen