Menu

De Grieken strijden onderling

Uit angst voor een nieuwe Perzische aanval besloten veel Griekse staatjes te gaan samenwerken. Er ontstonden 2 groeperingen onder leiding van:

- Athene;

- Sparta.

Ze probeerden bondgenoten te winnen en van elkaar af te pakken, beide probeerde ze het machtigste te worden. Hieruit volgde de Peloponnesische oorlog: (431 tot 404 voor Chr.) Oorlog tussen Athene en Sparta. Griekenland had sterke vloot, Sparta had sterk leger en geen vloot. Uiteindelijk won Sparta de oorlog, maar de Atheense democratie bleef bestaan tot het eind van de 4e eeuw.

Lees meer...

De Grieken verslaan de Perzen

Het Perzische rijk: Een man aan de macht (koning).
Het Perzische rijk was een groot gevaar. In 500 voor Chr. kwam een kleine groep
Griekse kolonisten in opstand om te proberen zich onafhankelijk te maken van de

Perzische koning. Deze opstand werd de aanleiding tot de Perzische Oorlogen. Darius (de Perzische koning) besloot als strafmaatregel wegens hulp aan de opstandelingen, Griekenland te veroveren. De Griekse staatjes waren op tijd op de hoogte van de aanval, maar tot een goede samenwerking kwam het niet. Eerst vielen de Perzen binnen over Zee. Op het laatste moment besloten de Griekse staatjes (waaronder Sparta en Athene) toch samen te werken. Bij de laatste veldslag bij Marathon kwamen de Spartanen pas opdagen, nadat de Atheners de overwinning al hadden behaald.

10 jaar later in 480 voor Chr. Vielen de Perzen, onder leiding van koning Xerxes opnieuw binnen, dit keer over land en over zee. Het Perzische leger veroverde heel Griekenland behalve de Peloponnesus. De Griekse vloot versloeg echter de Perzische vloot bij het eiland Salamis. In 479 werd bij Plataeae ook het Perzische landleger verslagen.

Lees meer...

Sparta, een andere polis

De Spartanen stichtten in tegenstelling tot de Atheners geen kolonies, in plaats daarvan veroverden ze hun buurland: de Messenirs. Omdat de Spartanen ook een voedseltekort hadden moesten de Messenirs een deel van hun oogst afstaan aan de Spartanen waardoor ze zelf in voedselnood kwamen. De Spartanen hadden een heel sterk leger, dit kwam door verschillende factoren:

· Spartaanse mannen hoefden niet als boer te werken;
· Op 7-jarige leeftijd werden jongens al uit hun familie gehaald en in een soort kazerne geplaatst;
· Tot hun 20e kregen zij een militaire opleiding;
· Er werd hun geleerd dat niets boven Sparta stond.

Het dagelijks bestuur was in handen van 5 ephoren. Zij werden jaarlijks gekozen door de volksvergadering. Ze hadden grote macht omdat ze voorzitters waren van de raad van edelen en de volksvergadering en bepaalden de buitenlandse politiek. Het leger werd aangevoerd door 2 (erfelijke) koningen. Zij stonden onder toezicht van de ephoren. De Spartanen stammen af van de Dorirs.

Lees meer...

Het ontstaan van de polis, Athene als voorbeeld

Polis: Aparte staatjes in Griekenland werden een polis genoemd. Het middelpunt van bijna elke polis was een versterkte heuvel (acropolis). Als de polis werd aangevallen vluchtten alle burgers hier naar toe om bescherming te zoeken. Op de acropolis was ook vaak een tempel te vinden. Daarin werd de belangrijkste god van die polis vereerd.

Agora: In een polis was ook een agora (een plein waar de burgers elkaar ontmoeten, handel dreven en het bestuur van de polis bespraken).

Rondom de agora/acropolis ontstonden steeds grotere nederzettingen, waar de meeste mensen niet meer van de landbouw leefden (stad). Mensen waren hier dan:
· Kunstenaar;
· Ambachtslieden;
· Kooplieden;
· Soldaat etc.

In de verschillende stadstaten ontstonden allerlei bestuursvormen:
· Autocratie (alleenheersers);
· Oligarchie (alleen aanzienlijke burgers nemen deel aan bestuur);
· Democratie (alle burgers kunnen deelnemen aan bestuur).

In het begin had de adel vooral de macht (vooral geselecteerd op grondbezit). Een raad van edelen nam alle beslissingen. Er was dan wel een volksvergadering, maar die stond sterk onder invloed van de adel. Dit veranderde toen er een nieuwe bevolkingsgroep ontstond: De handelaren.

Kolonie: Omdat de bevolking alsmaar groeide en er te weinig vruchtbare grond was, besloot men in het Middellandse Zeegebied nieuwe nederzettingen te stichtten (750-550 voor Chr.) De handelaren werden zo belangrijk omdat zij ervoor zorgden dat er voedsel uitgewisseld werd tussen de koloniën en hun moederstad. Echte democratie kwam er niet omdat alleen mannen kiesrecht kregen.

Directe democratie: Alle belangrijke beslissingen worden genomen door de volksvergadering (burgers). Alle mannen vanaf 18 hadden kiesrecht. De vergaderingen werden voorbereid door de Raad van 500. Deze werden door een loting voor 1 jaar aangewezen. Het dagelijks bestuur was in handen van een telkens wisselende groep van 50 leden van de Raad van 500. De volksvergadering koos tien leiders van leger en vloot.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen