Menu

Maak een overzicht van de Islamitische expansie na Mohammed. Doe dit door een fasering te maken in tijd en plaats (wanneer werd wat veroverd?)

632 Dood van Mohammed

633 - 651 Verovering van Perzische Rijk en huidig Irak, na Mohammed zijn dood begonnen veel van zijn opvolgers (kaliefen) met het uitbreiden van de Islam door middel van veroveringen in huidig Irak en Iran.

662 - 751 Verovering van Centraal-Azië, de gevestigde dynastie van de Omajjaden begon met het uitbreiden van het Islamitische rijk naar Centraal-Azië. Dit eindigde met de slag bij Talas waarin moslims het leger van het Chinese keizerrijk versloegen en de expansie van de Islam bevorderde.

664 - 712 Verovering van delen van India, ten tijde van de expansie naar Centraal-Azië waren er ook invasies naar het Indisch Schiereiland. Over het algemeen waren dit gevechten tussen het Islamitische rijk en het Dahir koninkrijk. Na deze overwonnen te hebben lag de weg naar de rest van India open.

711 -720, Verovering van Spanje en Zuid-Frankrijk, in deze tijd landden de Moren, Noord- Afrikaanse moslims, met een groot leger op het Iberische Schiereiland en waren in staat om de Visigoten te verslaan. Ze zijn zelfs in staat delen van Zuid-Frankrijk (Languedoc en de Provence) te veroveren.

718 - 750, einde van de veroveringen, veel landen slaagden erin de Moslims terug te drijven. In het oosten behaalden de Byzantijnen en Bulgaren overwinningen op de moslims. Tevens werden de moslims met succes bevochten in Centraal-Azië en India. In 732 werden de moslims verslagen bij Poitiers wat een einde betekende van de expansie in West-Europa.

Lees meer...

Hoe organiseerde Mohammed de eenwording van de verschillende volken in Saoedi- Arabië?

Enerzijds deed hij dit door middel van religie. Hij slaagde erin mensen Allah als enige god te erkennen en zijn leer te volgen. Hierdoor kreeg hij steeds meer invloed in Arabië. Veel stammen accepteerden hem en zijn leer. Hierdoor kreeg hij de beschikking over een groot leger dat hem in staat stelde om Mekka en grote delen van het Arabisch Schiereiland te veroveren.

Lees meer...

Geschiedenis De Islam en Europa in de vroege middeleeuwen door Dominic Kok

In 610 op de berg Hira kreeg Mohammed een visie, hij werd bezocht door de engel Gabriël die hem ‘het woord van God’ bracht, hier begint de Islam. Mohammed startte met het verkondigen van de leer van Allah maar was niet erg succesvol. Uiteindelijk werd hij verdreven naar Medina, waar hij wel aandacht en een machtige functie kreeg. Het lukte hem zelfs de eenwording van Arabië te realiseren. Enerzijds deed hij dit door middel van religie. Hij slaagde erin mensen Allah als enige god te erkennen en zijn leer te volgen. Hierdoor kreeg hij steeds meer invloed in Arabië. Veel stammen accepteerden hem en zijn leer. Hierdoor kreeg hij de beschikking over een groot leger dat hem in staat stelde om Mekka en grote delen (Mohammed in het Arabisch)

Van het Arabisch Schiereiland te veroveren.

Mohammed liet na zijn dood in 632 een immens rijk achter. Deze werd uitgebreid door zijn opvolgers en volgelingen, de Omajjaden1. Hier een overzicht van de veroveringen:

633 - 651 Verovering van Perzische Rijk en huidig Irak, na Mohammed zijn dood begonnen veel van zijn opvolgers (kaliefen) met het uitbreiden van de Islam door middel van veroveringen in huidig Irak en Iran.

662 - 751 Verovering van Centraal-Azië, de gevestigde dynastie van de Omajjaden begon met het uitbreiden van het Islamitische rijk naar Centraal-Azië. Deze expansie2 eindigde met de slag bij Talas waarin de moslims het leger van het Chinese keizerrijk versloegen en de expansie van de Islam bevorderde.

664 - 712 Verovering van delen van India, ten tijde van de expansie naar Centraal-Azië waren er ook invasies naar het Indisch Schiereiland. Over het algemeen waren dit gevechten tussen het Islamitische rijk en het Dahir koninkrijk. Na deze overwonnen te hebben lag de weg naar de rest van India open.

711 -720, Verovering van Spanje en Zuid- Frankrijk, in deze tijd landden de Moren, Noord- Afrikaanse moslims, met een groot leger op het Iberische Schiereiland3 en waren in staat om de Visigoten4 te verslaan. Ze zijn zelfs in staat delen van Zuid-Frankrijk (Languedoc en de Provence) te veroveren.

718 - 750, einde van de veroveringen, veel landen slaagden erin (Soldaten van het Omajjaden Rijk) de Moslims terug te drijven. In het oosten behaalden de Byzantijnen5 en Bulgaren overwinningen op de moslims. Tevens werden de moslims met succes bevochten in Centraal- Azië en India.

In 732 kwamen de Moslims een leger van Merovingische Franken tussen Tours en Poitiers. Hier vond de zogenaamde slag van Poitiers plaats. Helaas spreken de bronnen van beide partijen elkaar tegen, dus wat er precies gebeurd is zal onduidelijk blijven.

Bijna een week lang durfde geen van beide partijen echt te beginnen met een veldslag, maar deden in plaats daarvan om de beurt kleine uitvallen. Pas daarna begon de eigenlijke veldslag, en ook het verschillen van de bronnen. De aanvoerder van de Moslims, Abd er Rahman, ging prat op een superieure cavalerie6, maar dat bleek - helaas voor hem, gelukkig voor Karel - onterecht te zijn. Door de falanx-opstelling7 van Karels leger hield zijn infanterie stand tegen de Berbercavalerie. Althans, dat zeggen de christelijke bronnen.

Volgens de Arabische bronnen drong de cavalerie door tot de Frankische carré8. Uiteindelijk versloeg Karel Martel de troepen van Rahman door een betere kennis van het terrein, zwaardere bepantsering en de uitvinding van de stijgbeugel. De troepen van Rahman hadden dit door en trokken zich terug naar het kamp. Rahman, die het hier niet mee eens was, probeerde zijn leger weer aan het vechten te krijgen, maar werd tijdens zijn vergeefse pogingen gevangengenomen en gedood. De ochtend daarna vonden de Frankische troepen een leeg Berbers tentenkamp.

Deze nederlaag betekende het einde van de expansie van de Moslims in West - Europa. De moslims werden terug gedreven achter de Pyreneeën en deden geen pogingen meer om Frankrijk binnen te vallen. Toen hadden ze Spanje op de noordkust na nog in handen, maar in 914 hadden de Spanjaarden hun buik vol van de Moslims en begonnen met het veroveren van het Iberische Schiereiland. In 1080 hadden ze de grens met Frankrijk, de bovenste helft van Portugal en een dun randje onder hun strook noordkust erbij. Tussen 1080 en 1130 veroverden ze er nog en strookje onder, waardoor weer ongeveer de helft van Spanje bevrijd van moslims was.

Daarna begonnen ze opnieuw met de verovering van een klein strookje, zodat twee derde van Portugal in 1210 alweer in Christelijke handen was. Toen veroverden ze Córdoba in 40 jaar, in 1250 was alleen nog Granada9 in islamitische handen. Om dat te heroveren hadden maar liefst 142 jaar nodig. Maar in 1492 was dan uiteindelijk de reconquista10 voltooid.

Begrippenlijst:

1 Omajjaden: Een clan uit Mekka die na de dood van Mohammed een dynastie van heersers leverden die verantwoordelijk was voor de immense uitbreiding van de Islam.

2 Expansie: Uitbreiding, in deze context gebruikt om de uitbreiding van het rijk van de Omajjaden aan te duiden.

3 Iberisch Schiereiland: Een schiereiland van het Europese continent, begint bij de Pyreneeën en bevat het hedendaagse Portugal, Spanje en Gibraltar.

4 Visigoten: Een Germaans volk uit Oost-Europa dat zich door de grote volksverhuizing uiteindelijk op het Iberisch Schiereiland vestigde.

5 Byzantijnen: De naam van de inwoners van het Oost-Romeinse Rijk na de val van het West- Romeinse rijk.

6 Cavalerie: Militairen te paard, ruiterij, het onderdeel van het leger te paard.

7 Falanx-opstelling: Een militaire tactiek waarbij soldaten met lange speren in gesloten rijen achter elkaar werden opgesteld om zo een massieve speermuur te creëren.

8 Carré: Een vierhoekige slagorde (carré is Frans voor vier).

9 Granada: Een stad in Spanje die het centrum vormde van het laatste Kalifaat in West-Europa.

10 Reconquista: De herovering van het Iberisch Schiereiland op de Moslims door de Christenen (reconquista is Spaans voor herovering).

Lees meer...

HOOFDSTUK 21 - CONSOLIDATIE NA DE OORLOG

§ 1. Kerkelijk réveil. Herontdekking van wezen en opdracht van de kerk

In de oorlogstijd vindt een kerkelijk re veil plaats, de kerk herontdekt haar wezen en opdracht. Het christocentrische karakter van de belijdenis komt weer in beeld, evenals Israe l; tegenstellingen worden overwonnen, er is oecumenisch, maatschappelijk en politiek besef. (Anders dan in 1816). Er wordt door de synode een nieuw begin gemaakt. In 1816 heeft de kerk geen krachtig geluid laten horen en in de 19e eeuw blijft het re veil een particuliere aangelegenheid. Nu doet zich een nieuwe situatie voor. (Een nieuw begin: Gemeenteopbouw). In augustus 1939 was het besef ontstaan dat kerkelijke reorganisatie meer van onderaf en in etappes moest plaatsvinden. (Een constituante). Tijdens de bezetting wordt ook duidelijk dat de geestelijke verantwoordelijkheid ook om reorganisatie van het kerkelijke bestuur vraagt. Een Werkorde wordt ontworpen en aangenomen. Dit impliceert de instelling van een Generale Synode, een ambtelijke vergadering met een geestelijk karakter.

§ 2. De generale synode

(Eerste zitting der generale synode op 31 oktober 1945). De generale synode volgens de Werkorde komt bijeen op 31 oktober 1945. (Stuttgarter schuldbelijdenis). Dr. W.A. Visser ’t Hooft vertelt ter synode van de weerklank van het getuigenis van de Nederlandsche Hervormde Kerk. De schuldbelijdenis van de Raad der Evangelische Kerk in Duitsland maakt samenwerking en hulp mogelijk. In haar hierna volgende zittingen heeft de synode tal van maatregelen genomen voor het functioneren van de kerk en haar getuigenis in de wereld.

§ 3. Nieuwe kerkorde

Op 11 december 1945 benoemt de generale synode een nieuwe, uitgebreide commissie voor de kerkorde. Na twee arbeidsintensieve jaren presenteert de commissie in 1947 een ontwerp, bevattende een kerkorde van 27 artikelen en 20 bijbehorende ordinantie n. December 1950 wordt het geheel aangenomen.

Richtlijnen voor de werkwijze waren: (1)Het vervangen van de bestuursorganisatie door een ambtelijk presbyteriale kerkorde; (2)Aandacht voor het oecumenisch-apostolaire karakter der kerk op het hele levensterrein; (3)Erkenning van normatieve kracht Schrift en belijdenis; (4)Ambtelijke inschakeling van diaconaat en kerkvoogdij. Kenmerkend voor de nieuwe kerkorde is daarom de nadruk op het ambtelijke karakter van de kerkleiding, aandacht voor oecumene en apostolaat, etc.

§ 4. Een hernieuwd belijden

(Subcommissie voor het leerboek). De subcommissie voor het leerboek krijgt van de synode opdracht een nieuw belijden ‘tegen de afgoden en verzoekingen dezer eeuw, rondom en binnen in ons’ op te stellen. Dit resulteert in Fundamenten en Perspectieven van Belijden, 1949. Deze ‘Proeve van hernieuwd reformatorisch belijden’ bevat 19 artikelen met een toelichting van Berkhof. Bepalend is de belijdenis en de proclamatie van het Koninkrijk Gods. De christelijke toekomstverwachting komt beter in beeld. Israe l krijgt ruim aandacht, naast de belijdenis van Christus. In een afsluitende lofprijzing wordt de Driee enheid beleden. Van de overheid wordt gezegd dat zij niet neutraal mag zijn. Een officie le aanvaarding als een nieuw belijdenisgeschrift heeft niet plaatsgevonden, het blijft bij een Proeve. De Vrijzinnige Hervormden en de Gereformeerde Bond hebben onoverkomelijke bezwaren. Algemeen mist men een leer over de Heilige Schrift.

§ 5. Een sprekende kerk

De hervormde kerk is in de oorlogstijd veranderd in een sprekende kerk. De kerkorde bevestigde haar opdracht tot getuigen en de ordinantie n leveren gereedschap. In kanselboodschappen, handreikingen e.d. spreekt de kerk zich uit over de kinderdoop, de leer aangaande de Heilige Schrift, de uitverkiezing, het gesprek tussen de verschillende richtigen, de leertucht, het communisme, de verhouding van ons land tot Indonesie , het vraagstuk Oorlog en Vrede. Ook wat betreft huwelijksvragen, abortus, seksualiteit en de nieuwe moraal en euthanasie gaf de kerk haar mening. De synodale (d.i. kerkelijke) uitspraken worden door speciale commissies, dikwijls door organen van bijstand voorbereid. Van grote betekenis is daarnaast de - niet ambtelijke - kerkelijke pers (Hervormd Nederland, Woord en Dienst), deze biedt geen officiele kerklijke uitspraken, maar wel een beeld van wat in de kerk leeft.

§ 6.Andere binnenkerkelijke vernieuwingen

In 1970 wordt het Liedboek voor de Kerken waar de nieuwe psalmberijming(1967) in opgenomen is, aanvaard. De Raad voor Kerk en Eredienst biedt een Dienstboek in Ontwerp aan. In 1953 wordt de bijbelvertaling van 1951 officieel naast de Statenvertaling erkend. In 1950 ontstaat het seminarium van de hervormde kerk, dat de predikantsopleiding bedoelde te voltooien. Bij de voorbereiding van de kerkorde komt in 1950 voor het eerst de kwestie van openstelling van de ambten voor de vrouw aan de orde. De bedieningen van hulpprediker en vicaris worden opengesteld. Na acht jaar besluit de synode ook het ouderlingen- en diakenambt open te stellen en in 1966 wordt het predikantenambt volledig opengesteld.

§ 7. Vernieuwingen in de samenleving

De verzuiling van het volksleven verhindert de hervormde kerk haar maatschappelijke en politieke verantwoordelijkheid waar te nemen. Een nieuw politiek experiment vindt plaats: de stichting van de Partij van de Arbeid in 1946 als tegenzet tegen de verzuiling en de antithesepolitiek. De synode verklaart wel duidelijk dat de gehoorzaamheid aan Christus geen bepaalde politieke houding impliceert, de kerk heeft een roeping voor het geheel.

§ 8. Personen

Naast onderstaande zijn te noemen: Banning, Dippel, Lekkerkerker, Dokter en Touw. (J.M. de Jong). 1911-1968, studeert in Leiden theologie. Als conrector en rector van het seminarium staat hij in het ontmoetingsveld tussen het evangelie en de steeds verder van kerk en christendom vervreemd rakende moderne wereld. (A.A. van Ruler). 1908-1970, studeert theologie te Groningen, kerkelijk hoogleraar te Utrecht, diss. De Vervulling van de Wet. Een zeer zelfstandig theologisch denker, in zijn gehele persoon e e n met de waarheid die hij gevonden had; zelfbewust e n bescheiden: zijn inzichten zijn niet zijn waarheden, maar Gods waarheid waarvan hij getuigt. Hij heeft veel invloed op de nieuwe kerkorde, met name de theocratische gedeelten. Staat in traditie van Groen van Prinsterer, Hoedemaker en Haitjema. Publiceert over religie en politiek. Is van de meerwaarde van het OT boven het NT overtuigd. In het OT gaat het veel positiever om de Schepping en het Rijk, heiliging en humaniteit, ethos en cultuur, maatschappij en huwelijk, geschiedenis en staat. Vanwege het Rijk is Christus gekomen; daarom moet Hij vanuit de oudtestamentische Rijksgedachte benaderd worden. Een nieuwtestamentische christonomie, die met het aardse karakter van het Oude Testament geen raad weet, is te verwerpen. Centraal staat de notie van de vervulling der Wet. De Wet (Thora) moet in de christelijk cultuur gelden. Zij is de uitdrukking van het wezen Gods, de wil en het wezen Gods zijn goed over ons. Terwille van Gods Wet zijn de messias en het pneuma gegeven; het evangelie is er ter wille van de Wet. Het gaat erom dat de levende God zijn rijk in de existentie tot uitdrukking wil brengen, als een eschatologisch geheim. Deze Wet is vervuld in de messias, en zij wordt nader vervuld door de Geest. Kerstening is een messiaans gebeuren door de Geest. Over Gods heilswerk moet ook pneumatologisch gesproken worden. Bij Van Ruler valt grote nadruk op de belijdenis van de Heilige Geest. De Geest heeft meer relatie met de schepping dan met Christus. (G.C. van Niftrik). 1902-1972, studeert theologie te Utrecht en leert daar met diep respect de ethische theologie kennen; komt onder invloed van Karl

Barth. Diss. Sola Fide. De rechtvaardigingsleer in de nieuwere theologie. Schrijft Kleine Dogmatiek en Zie, de mens!

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen