Menu

Het debat over ontwikkeling en ongelijkheid.

Opkomst en succes van sociale wetenschappen in de 18de-19de-eeuwse Europa wortelt in de triomf van het vooruitgangsidee. Expansie-idee gelegitimeerd door de universele waarden van de westerse samenleving. De verspreiding van beschaving wordt als een modernisering gezien. De ongelijkheid is een residu, een gevolg van te weinig ontwikkeling, enkel te verwijderen door mee op de trein van modernisering te stappen (1e visie).

Moderniseringsgolf vanaf 1960 onder druk. Ze zoeken de wortels van ongelijkheid in de werking van nieuwe maatschappelijke modellen. Meer modernisering en meer integratie betekent voor vele delen van de wereld meer verarming en dus een grotere mondiale ongelijkheid. Ongelijkheid wordt hier gezien als een gevolg van te veel ontwikkeling (2de visie).

Oorzaken van ongelijkheid in de teloorgang van de vroegere productie- en samenlevingsstructuren. De huidige economie wordt orde op de vinger gewezen. Het globale kapitalisme vernietig op termijn meer autonome en collectieve overlevingsstructuren: de teloorgang van de boerenlandbouw , de druk op de 20ste eeuwse welvaartsstaat. Mogelijkheden tot gedeeltelijke zelfvoorziening verdwijnen, zonder dat er nieuwe stabiele inkomstperspectieven gecreëerd worden, te zien in de massale verstedelijking (planet of slums). Ook komen de collectieve voorzieningen onder druk te staan, zowel de sociale (onderwijs, gezondheidszorg) als de ecologische (land, water). (3de visie).

Deze 3 visies staan in het hedendaagse debat over globalisering nog altijd tegenover elkaar.

Lees meer...

Van ongelijkheid naar polarisering.

Niet enkel armoede en ongelijkheid vaststellen, maar aantonen of er al dan niet processen plaats vinden waarbij armoede en ongelijkheid wordt bestendigd, vergroot dan wel afgebouwd. Nog altijd ontberen we het basisgereedschap om op lange termijn en in mondiaal perspectief armoede, ongelijkheid en sociale polarisering in kaart te brengen. Hiervoor moet men de economische ongelijkheid binnen en tussen verschillende schalen gaan bestuderen (mensen, huishoudens, sociale groepn, staten, regio’s, economische zone’s). De vraag is hoe de schalen zich verhouden ten opzichte van elkaar en in hoeverre ze op elkaar inwerken.

Figuur 22, pagina 179: Ongelijkheid tussen landen neemt sterk toe. Ook de globale ongelijkheid blijft even stijgen. Vanaf 1980 merken we dat de ongelijkheid tussen landen niet meer groeit, maar wel dat deze groeit binnen het land zelf. De globale ongelijkheid blijft echter even hoog.

19de eeuw : verschillen nog voor 2/3 bepaald door rijkdomverschillen binnen het land, 1/3 door ongelijkheid tussen landen. Economische positie wordt bepaald door de sociale groep waartoe je behoort. De geboorteplaats voorspelt de plaats van een individu op de inkomensladder. Economische ongelijkheid is meer dan ooit een internationale en globale verantwoordelijkheid.

De ongelijkheid op wereldschaal wordt niet kleiner. Een belangrijke motor is de ongelijke krachtsverhouding tussen kapitaal en arbeid. De arbeidskracht is sinds 1980 verdubbeld door de integratie van Rusland en China in de wereldeconomie. Dit met de delokalisatie van bedrijven, zorgt voor een grote druk op de lonen en inkomens.

Lees meer...

Van armoede naar ongelijkheid.

Binnen het hedendaags vertoog over armoede is sociale ongelijkheid een blinde vlek. De mate van armoede zegt niets over de verspreiding ervan. Ongelijkheid kent een relatieve en absolute zijde. Effecten van economische groei kunnen paradoxaal zijn, met minder (absolute) armoede maar met meer (relatieve) ongelijkheid. Ondanks de exponentieel toegenomen rijkdom lijkt de inkomensongelijkheid gegroei op wereldschaal.

De sociale en economische verschillen die al aanwezig waren sinds landbouwsamenleving, worden verder uitgediept. De verschillen zijn een gevolg van ongelijke toegang tot de rijkdom, vastgelegd in sociale en politieke machtsverhoudingen. Maatschappelijke verschillen worden toegeschreven aan sociale afkomst of aan individuele bekwaamheid. Ongelijkheid wordt verantwoord in nieuwe, racistisch geïnspireerde wereldbeelden wanneer de grote rijken beginnen te expanderen. De economische ongelijkheid verminderd in de 20ste eeuw, maar blijft ook nu nog enorm.

Ongelijkheid bestaat in meerdere, vaak overlappende vormen – 3 grote spanningsvelden:

Gender

Ras

Sociale klasse

Materialistische visie omtrent ongelijkheid:

Rousseau : De creatie van privébezit is de oorzaak van ongelijkheid. De maatschappij is verantwoordelijke voor het in stand houden van die ongelijkheid. Daarom is er een sociaal contract nodig die de privé- en publieke sfeer op elkaar afstemt.

Marx : Vervreemding, verarming en inkomensongelijkheid zijn structurele kenmerken van de kapitalistische samenleving. De differentiatie situeert zich tussen sociale groepen (klassen).

Ongelijkheid wordt vooral gezien als een economische realiteit tussen individuen of klassen binnen 1 land en tussen landen onderling.

Ontwikkeling en onderontwikkeling zijn 2 kanten van dezelfde medaille en weerspiegelen de macht van een land om zijn import en export te controleren en die van de anderen te dicteren: Dependisten  A.G. Frank, F. Braudel, I. Wallerstein.

Lees meer...

Het meten van armoede.

Focus bestrijden van (extreme) armoede. Dit richt zich niet langer op het nationale, maar de individuele ontwikkeling. Vanaf 1980 komt er een streven naar geïntegreerde wereldmarkt en naar een lokale armoedebestrijding. Om economische groei te bevorderen moet er een open economisch klimaat heersen. De soevereiniteit van de staat gaat over naar de soevereiniteit van de markt en het individu. Dit brengt grootte verantwoordelijkheid met zich mee.

Sociale beleid is er om mensen te helpen deelnemen aan de markt. De markt wordt niet gezien als de oorzaak van armoede, maar de barrières die de toegang tot die markt beletten (geen onderwijs, oorlog, ziektes).

Armoede wordt berekend via een absoluut inkomenscriterium. Een meer ‘geïntegreerde’ definitie van armoede is met inbegrip van sociale uitsluiting, discriminatie en analfabetisme. Een poging tot klaarheid te brengen is de HDI (Human Development Index), een internationale standaard over gezondheid, opleiding en economische welvaart in wordt verwerkt.

Het strategisch gebruiken concept armoede is niet nieuw, maar wel de manier waarop we ze zien en benaderen. Georg Simmel stelt dat armoedebestrijding altijd een antwoord is op de behoeften van de niet-armen. De armen zelf zijn niet het doel. Armoede wordt daardoor bestudeerd in relatie tot de sociale samenstelling van de bevolking. In alle beschavingen vinden we grote verschillen tussen rijk en arm.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen