Menu

Tweede stroming: Toynbee, J.L. en B. Hammond: nadruk op de ‘sociale kwestie’

Ca 1880-1920
Arnold Toynbee
o Gaat focussen op mechanisatie/ technische innovaties.
· Deze zorgt voor het uitstoten van arbeidskrachten.
· Machines laten de productie stijgen.
· Maar ze vervangen daarnaast ook veel mensen.
· Deze revolutie gaat de samenleving verstoren.
Kwalitatief / beschrijvend
Achtergrond: economische crisis
o Prijzen en zo ook de winsten dalen.
o Koopkracht niet gestegen.
o Markt overspoelt met goedkope producten.
o De concurrentie en dus ook de armoede stijgen (concurrentie gaat de lonen laag
houden).
o Pessimisme.
IR: symbool voor grote sociale problemen; accent op revolutionaire aspect
Sociale dimensies.

Lees meer...

Eerste Stroming: K. Marx, J.S. Mill : contemporaine transformaties

Ca. 1820
K. Marx, J.S. Mill
Focus op contemporaine transformaties (Franse Revolutie)
Jérôme Adolphe BLANCQUI – 1837
o Gebruikte voor het eerst het begrip ‘Industriële Revolutie’.
o Pas tegen 1880 zal het begrip frequent gebruikt worden.
Friedrich ENGELS - 1845
‘Men weet dat deze uitvindingen een industriële revolutie ontketenden die, tegelijkertijd, de
burgerlijke maatschappij in haar geheel transformeerde: iets waarvan men de betekenis in de
wereldgeschiedenis nu pas begint te doorgronden’
o Industriële Revolutie heeft plaatsgevonden.
o Ze heeft een enorme impact gehad.
o Men is bang voor wat deze revolutie gaat doen met de wereld.
Allen hebben vrij pessimistische visies op wat de Industriële Revolutie gaat doen met de maatschappij.
Er is bezorgdheid m.b.t. sociale toestanden (situatie arbeiders) en men realiseerde zich dat de
gevolgen op economisch, politiek en sociaal vlak heel groot zullen zijn.

Lees meer...

De ‘Revolutie’ metafoor.

Wordt gebruikt vanuit een bepaalde achtergrond.
Geen vrijblijvend begrip.
Men gaat het verleden opdelen in periodes
o Men gaat keuzes maken van ijkpunten.
o Welk ijkpunt men gebruikt is afhankelijk van.
· Achtergrond
· Invulling.
· Iets is er veranderd.
Franse Revolutie (pol. Revolutie).
o 1817: cartoon, grote groep die het niet heeft op revoluties.
o Guillotine uit de regering van Robespierre (schrikbewind).
Demografische revolutie.
o Schema met verschillende fasen van economische groei.
Industriële revolutie.
Als je deze verschillende golven op elkaar gaat leggen dan komen de revoluties overeen.
Industriële revolutie als ideologisch concept.
Een eindeloos debat
o Zeer conjuctureel gevoelig.
o De economische situatie waarin mensen zelf verkeren heeft invloed op hun visie op de
Industriële Revolutie (komt nog terug.)
o “Alle geschiedenis is actuele geschiedenis”
· We schrijven geschiedenis op basis van de problemen van vandaag.
Doelstelling van de les.
o Debatten die al zijn geweest.
o Debatten die gevoerd kunnen worden.
o Waarom Engeland?
o Waarom de katoen en ijzersectoren?
o Kritische bedenkingen.

Lees meer...

Consumptierevolutie

Vanaf het midden van de 17e eeuw zou er een toenemende vraag komen naar koloniale goederen en
luxeproducten door de grotere toegankelijkheid, onder meer de dalende prijs. Daarnaast ziet men de
opkomst van modeartikelen: de productie wordt gestandaardiseerd, maar de goederen blijken minder
duurzaam. De consumptierevolutie komt er ook door de inspanningen van de kleinhandel: het is de
ontstaansperiode van winkels en reclame. In tegenstelling tot vroeger zal men niet meer zelf de
noodzakelijke goederen maken (zelfvoorziening), maar ze gewoon aankopen op de markt. Dit wordt
door J. de Vries de revolutie van de vlijt genoemd: men ziet ook een stijging van de loonarbeid.
De industriële revolutie.
Les 10
Stijn van de Perre
Economische geschiedenis
M. BERG & P. HUDSON, ‘Rehabilitating the Industrial Revolution’, - in: Economic History Review, 45
(1992), p. 24-50
Reader: 279-293.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen