Menu

Meerdimensionaliteit van het begrip “consumer culture”, Celia Lury

Kenmerken die typerend zijn voor de manier waarop in de hedendaagse maatschappij geconsumeerd wordt.

  • Toename consumptiegoederen.
  • Vermarkting: sociale interacties verlopen meer en meer via de markt = commodificatie.
  • bv. Privatisering van een aantal diensten.
  • Belangrijke vrijetijdsbesteding: in de V.S. is shoppen na tv-kijken de nummer twee.
  • Organisatie van consumenten: ze worden een groeiende politieke macht. Dit weerspiegelt het objectief belang van consumeren.
  • bv. Testaankoop in functie van de verdediging van het eigen belang.
  • Toename van het belang van sport en andere vrijetijdsactiviteiten en de verweving daarvan met commercie: sponsoring.
  • Vergemakkelijking van kredietmogelijkheden.
  • Toename van mogelijkheden waar geconsumeerd kan worden: shopping malls en de merchandising die hoort bij allerlei evenementen en parken.
  • Stylering: toenemend belang aan de vorm (design) en de verpakking: “het zich laten verleiden”
  • De allesdoordringende invloed van reclame: houdt de consumptie-ethos in stand (zoals religie in de Middeleeuwen).
  • Onmisbaarheid van consumeren voor de opbouw van de eigen levensstijl en de identiteit.
  • Het opduiken van consumptieziekten.
  • Het verleidelijk tentoonstellen van consumptiegoederen en het vormen van “collecties”. Door een stuk te kopen wordt je verleid om andere verwante zaken te kopen.
Lees meer...

De “these van de consumer culture”, Slater

Het consumeren krijgt in de moderne wereld een centrale rol toebedeeld. Sociale praktijken en culturele waarden, ideeën, aspiraties en identiteiten worden in de eerste plaats gedefinieerd in hun relatie tot consumptie en minder in relatie tot andere sociale dimensies zoals arbeid, burgerschap, religie en politiek. De waarden die gelden in de sfeer van de consumptie zijn dominant geworden in alle domeinen van het leven (soort van spill over-effect).

bv. nadruk op individuele keuze

Lees meer...

Voorwaarden van de consumer culture

  • Vrije tijd: nood aan strikte scheiding tussen arbeid en vrije tijd (rechtstreeks gevolg van industrialisering).
  • Capaciteit van het productieapparaat: massaal consumptiegoederen produceren. Overproductiecrisissen in de 19de eeuw betekenden een economische stimulans om mensen aan te zetten tot consumeren (massaproductie veronderstelt massaconsumptie).
  • Waardenverschuiving van arbeidsethos naar consumptie-ethos.
  • Hypothese van Campbell: de consumer culture heeft zijn roots in het piëtisme en de romantiek en gaat terug tot in de 18de eeuw (die moet al bestaan hebben in industriële maatschappij vanaf het begin, ze is niet nadien ontstaan).
  • Piëtisme (tak van het protestantisme): veel nadruk op het cultiveren van gevoelens en subjectieve belevingen: enkel oog voor de eigen innerlijkheid ~> kiem van narcistische consumentarisme ~> nadruk op zelfbeleving
  • McKendrick: ruimtelijke nabijheid van de verschillende sociale klassen versterkt het imitatiegedrag: navolgen van cultuur- en consumptiepatronen om op te klimmen op de economische ladder.
  • Kritiek: consumeren kan nog heel wat andere motieven hebben dan afgunst of de drang tot sociale mobiliteit.
  • Reclame speelt ook een belangrijke rol in de verbreiding van de massaconsumptiecultuur. De consument wil zijn verlangens realiseren, maar verlangen leidt onvermijdelijk tot frustratie. De reclame stelt betoverende werelden voor waartoe het product de toegang is. De frustratie die je oploopt door het kopen van het goed zal tot een nieuwe koopzucht leiden. Je blijft uiteindelijk consumeren; het is een zichzelf aanzwengelend proces.

Reclame zorgt ervoor dat verlangens opgewekt worden en zijn dus verleidelijk en prikkelend. Ook heeft het een moraliserende inslag: het poogt de traditionele producten belachelijk te maken en te doen verdwijnen: de conserverende houding moet afgebroken worden. De angst voor het nieuwe en onbekende wordt weggenomen door de reclamemakers die zich als missionarissen met een missie zagen.

Lees meer...

Consumer culture

Het begrip vond ingang na WOII n.a.v. de algemene welvaartsstijging. Het heeft niet zulk een uitgesproken normatieve connotatie.

Sommigen zeggen dat de consumptiecultuur even oud is als de kapitalistische economie; vanaf de 16de eeuw dus.

bv. Evolutie in de afschrijvingstijd ~> neiging om meer te consumeren + toenemende mate binnen het bereik van de opkomende middenklasse (ook luxegoederen): het daalt de sociale ladder af. Ook neemt de algemene duurzaamheid af (weggooien -> consumeren -> consumeren -> etc).

Meestal situeert men de oorsprong in de 19de eeuw: ontstaan van grootwarenhuizen ~> bedwelmende overvloed van consumptiegoederen ~> sfeer waar niets anders gedaan werd dan consumeren. Ontstaan van plaatsen van vermaak en consumptie ~> één groot complex gericht op consumptie en ontspanning: een afgebakende en gespecialiseerde consumptiesfeer.

Ontstaan van nieuw sociaal type, nl. Flaneur.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen