Menu

Stuart Hall

 Bij overdracht van een boodschap moeten we deze encoderen en de ontvanger zal deze dan weer decoderen!

Decoderen  er zijn 3 verschillende posities tegenover decoderen:

  1. Dominante- hegemonistische positie  INCORPORATION

_ Decoderen is exact het zelfde als encoderen

_ Er is een perfect transparante communicatie! Er zijn veel ‘universele gekende codes’ en ‘biologische tekens’. Indexen > iconen > symbolen

_ Ekman = zie de 6 universele emoties

  1. Onderhandelingspositie (negotiation position)

_ Het publiek begrijpt de boodschap, maar gaat er over onderhandelen: ze nemen er een beetje van over, beetje niet,.. + er is een mix van aangenomen en afgestoten elementen.

_ Bv. boodschappen op pakje sigaretten,…

_ + mensen die webcam gebruiken zijn er zich niet van bewust dat ze met iemand anders kunnen converseren dan wie ze denken! Bv. jonge meisjes, pedofielen,..

  1. Tegenovergestelde positie (contrary position) – RESISTANCE / VERZET

_ Het publiek omkadert het bericht met een ander kader!

_ Decoderen is anders dan ecoderen

_ Het publiek ‘leest’ het verhaal anders dan hoe de zender zijn verhaal heeft gedecodeerd.

+ Dubbelzinnige (polysemic) berichten  wanneer berichten op verschillende wijzes gedecodeerd kunnen worden! (komt uit het postmodernisme, Barthes, Foucault, Baudrillard)

MAAR de meeste teksten zijn dubbelzinnig op een bepaald niveau! (geprefereerde manier van lezen)

Lees meer...

Tekens en taal volgens de Saussure

Symbool / symbolisch  een wijze waar de signifier niet lijkt op de signified maar waar er een fundamentele, willekeurige of puur conventionele relatie tussen beide is! (dit is taal in het algemeen = de relatie moet worden aangeleerd. Bv. een stop teken, belgische vlag, cijfer

Icoon / iconisch  waar de signifier wordt waargenomen als lijkende op of imiterende van de signified (herkenbaar klinken, er uit zien, voelen, proeven,…)  ze zijn gelijkend door het bezitten van gelijke kenmerken! Bv. marilyn monroe, queen elizabeth, obama (karicatuur)

Index/indexical = waar de signifier is niet willekeurig maar een directe connectie met de signified heeft (fysiek of causaal). Deze link kan waargenomen worden = ‘natural signs’ bv. voetstappen in het zand, symtomen van een ziekte (bv. uitslag), temperatuur,

+ Taal bestaat vooral uit symbolische tekens! Sommige woorden zijn iconisch zoals bv. onomatopoeia (klinkt als de signified bv. koekoek)

+ indexical woorden kunnen zijn: dit, dat, hier, daar  ze zijn verbonden met de signified!

Lees meer...

Vergelijking Peirce + de Saussure

  • representamen – signifier
  • object
  • interpretant – signified  maar het verschil is dat de interpretant (in tegenstelling tot de signified) op zichzelf een teken in de geest van de interpreterende is! Een signified kan zelf een rol van signifier spelen!
Lees meer...

Peirce

3-delige model


1. De Representamen = de vorm die het teken heeft
- Niet noodzakelijk materieel


2. Een object: waarop het teken verwijst

3. Een interpretant = geen tolk/interpreteerder, maar veeleer de Sense gemaakt van het teken


+ Semiosis = de interactie tussen representamen, interpretant en object

Voorbeeld: Traffic light sign for 'stop'

red light = representamen

vehicles halting = object

idea that a red light indicates that vehicles must stop = interpretant

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen