Menu

Van impressies naar realiteit

Confirmation Biases: het interpreteren van informatie zodat deze blijft aansluiten bij huidige ideeën.

Belief perseverance: Het behouden van huidige ideeen ondanks dat het tegendeel is bewezen.

Self-fulfilling prophecy Zien wat je wil zien. Er naar leven waardoor het ook gebeurd.

Lenore Jacobson (1968) Pygmalion in the classroom:

De leraren die dachten dat bepaalde studenten goed waren beinvloeden de resultaten van de studenten.

Hoe worden verwachtingen werkelijkheid:

  • die ontvanger vormt een impressie
  • de ontvanger handelt naar de eerste indruk
  • de target persoon gedraagt zich naar het gedrag van de ontvanger

4 redenen om ondanks de bisases toch positief te zijn over de competenties van de ontvangers:

  • Hoe meer ervaring hoe beter ze worden
  • We kunnen verwachting hebben over hoe mensen zich gedragen en daarop anticiperen.
  • Het kan beter worden door de mensen de regels van logica en waarschijnlijkheid te leren.
  • Kunnen beter worden door de nadruk te leggen op een "open mind"

Lees meer...

Van karakteristiek naar indruk

Wanneer we gedrag hebben gerelateerd aan een situatie kunnen we nog niet veel over iemand zeggen we zijn immers niet 1 dimensionaal.

Belief in a just world: De overtuiging dat mensen krijgen wat ze verdienen in het leven, waardoor soms wordt gedacht dat slachtoffers krijgen wat ze verdienen. Ook egeschreven aan attributie fout

Impression formation Het proces van integratie van informatie over personen om een juiste indruk te krijgen. (Wanneer vinden we iets goed en wanneer niet) Er zijn hierbij twee modellen te onderscheiden:

  • summation model; als je onder de indruk bent gebruik je dit model alle positieve ervaringen worden nog positiever.
  • averaging model: als je minder onder de indruk bent gebruik je dit model. Hoe hoger de gemiddelde waarde van verschillende aspecten hoe beter.

Het krijgen van een indruk lijkt ingewikkelder dan de modellen van impression formation doen lijken. Een theorie die hier verder op ingaat is de Information integration theory. Impressies zijn volgens deze theorie gebaseerd op;

  • Ø persoonlijke situatie van de ontvanger
    • ontvangers karakteristieken (gebruiken onszelf als standaard, ons humeur heeft daardoor invloed)
    • priming (dingen die we onlangs hebben gezien en of hebben gebruikt komen makkelijker naar boven en beïnvloeden daardoor de interpretatie van nieuwe informatie)

  • Ø het gemiddelde gewicht die aan bepaalde karakteristieken wordt gehangen. (door target en context)

Target:

  • Target karakteristieken (bepaalde factoren kunnen we beter waarnemen dan anderen dit heeft invloed op onze indruk, daardoor kan er een verschil ontstaan in wat we waarnemen en wat is.)
  • Trait negative bias (Negatieve informatie wordt meer gewicht aan gehanden dan aan positieve informatie)

Context:

  • Implicit personality theories (een netwerk van aannames die we hebben over relaties, kenmerken en gedragingen) Central traits kenmerken die een sterke invloed hebben op overall indrukken.)
  • Primacy effect (Dingen die eerst aan bod komen maken meer indruk dan dan later)
  • Need for closure (De wil om de eerste indruk de laatste te laten zijn)

Lees meer...

Fundamentele attributiefout

Als mensen anderen waarnemen, attribueren zij onevenredig vaak aan interne factoren; de rol die de situatie speelt wordt onderschat. (lee ross 1977, tv quiz, de quizmaster werden slimmer gevonden dan deelnemer.) Situatie verdwijnt naar de achtergrond. Voorbeeld: De neiging om slachtoffers nadelig te beoordelen door te veel te focussen op de persoon en niet op de situatie.

- Actor observer effect: De neiging om eigen gedrag extern/situationeel te zoeken en gedrag van anderen te relateren aan interne/karakteristieke factoren.

- Actor-observer-bias: De neiging om ons eigen gedrag toe te schrijven aan de situatie waarin we ons bevinden en het gedrag van anderen aan persoonlijke factoren.

- Motivationele factoren: Graag goed willen overkomen bij anderen en een positief beeld over jezelf willen hebben. Voorbeeld: als ik zak voor mijn tentamen ligt het niet aan mijn intelligentie, maar aan het tentamen en aan de omstandigheden.

Lees meer...

Heuristieke informatieverwerking

Informatieverwerking met behulp van vuistregels (snel en makkelijk, maar worden veel fouten mee gemaakt)

- Availability-heuristiek:

Naarmate een gebeurtenis gemakkelijker te herinneren is, lijkt deze vaker voor te komen.

(Tversky en Kaneman, hoeveel woorden kan je opnemen beginnend met een r en woorden met r als derde letter.)

- False consensus effect: de neiging om de mate waarin andere mensen jouw mening en gedrag delen te overschatten.

- Base rate fallacy Mensen zijn ongevoeliger voor concencus (reageren anderen hetzelfde in die situatie) gebaseerd op nummers/statistieken.

- Counterfactual thinking: De neiging om alternatieve gebeurtenissen of uitkomsten te verzinnen die voorgekomen zouden kunnen zijn, maar die niet zijn gebeurd. (Stel nou dat...) Counterfactual thinking treedt vooral op als we een actie hebben ondernomen met een goed of slecht resultaat; het treedt veel minder op wanneer we geen actie hebben ondernomen (terwijl het resultaat hetzelfde kan zijn als wanneer er wel actie zou zijn ondernomen).

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen