Menu

Wat is bedrijfscultuur?

*=geheel van waarden, normen en overtuigingen met betrekking tot de organisatie en haar omgeving die in de organisatie zijn ingebed.

*Sanders & Neuijen = ajuin:

  • Basisassumpties: kern organisatiecultuur
  • Waarden en normen: expliciet geformuleerd:
    • Waarden:
      • Regels en voorschriften waaraan de waarden worden afgemeten
      • Zero fouten = topkwaliteit
  • Mythen, helden en symbolen
    • Symbolen:
      • Uiterlijke tekens van cultuur
      • Gemakkelijk te wijzigen
    • Helden:
      • Voorbeeldfunctie
      • Aanduiden goed of slecht gedrag
      • Meestal niet meer in organisatie
      • Ook antihelden
  • Gewoonten, rituelen en procedures:
    • Rituelen:
      • Sociale gewoontes
      • Essentieel voor leden
      • Bieden zekerheid en houvast
Lees meer...

Structurerende kenmerken

= politieken en activiteiten in de organisatie, die het gedrag van de leden voorschrijven of beperken=coördinatie horizontale en verticale indelingen:

  • Formalisatie/Standaardisatie:
    • FORMALISATIE = voorschrijven wat de werknemers moeten doen
    • STANDAARDISATIE = voorschrijven hoe de werknemers het voorgeschrevene moeten doen
    • conformiteit = beperken van controle en persoonlijk toezicht mogelijk
  • Centralisatie:
    • CENTRALISATIE = formele beslissingsmacht geconcentreerd bij hoogste leiding
    • SUBSIDIARITEITSPRINCIPE = hogere niveau’s mogen zich niet inlaten met beslissingen die de lagere niveau’s ook kunnen nemen
      • werk lagere niveau’s aantrekkelijker
      • leiding kan zich richten op belangrijkste beslissingen
    • Mate van centralisatie ~ :
      • Omvang
      • Heterogeniteit
      • Omgeving
      • Specialisatie
      • Duurzaamheid activiteiten
Lees meer...

Structurele kenmerken

= beschrijven hoe organisatie is opgebouwd:

  • Horizontale organisatie-indeling:
    • Bevat eenheden waarin onderscheiden functies en taken op logische wijze worden gegroepeerd in beheersbare vorm (DEPARTEMENTALISATIE)
    • Departementaliseren:
      • Functionele indeling:
        • Gelijksoortige functies samenvoegen in functionele afdelingen
        • Grote mate van specialisatie
        • Voordelen:
          • Efficiëntie
          • Opleidingsbehoeften beter omschreven
          • Schaalvoordelen
          • Gevoel van samenhorigheid
        • Nadelen:
          • Eentonigheid
          • Rigiditeit
          • Lange communicatielijnen
          • Geen totaalvisie
      • Product indeling:
        • Groepering op basis van het product
        • Voordelen:
          • Snelle probleemsignalisering & oplossing
          • Betrokkenheid
          • Bredere vorming, minder eentonig
          • Korte communicatielijnen
          • Coördinatie binnen afdeling vlotter
        • Nadelen:
          • Minimum volume
          • Minder schaalvoordelen (=hogere kosten)
          • Mindere specialistisch
      • Geografische indeling:
        • Groepering volgens geografische plaats
        • Veronderstelt zeker volume en geografische verspreiding
        • Voordelen:
          • Lokale aanpassing
          • Korte communicatie naar klant
          • Lokale coördinatie
          • Betrokkenheid medewerkers
        • Nadelen:
          • Moeizame communicatie met “corporate”
          • Eigen (lokale) doelstellingen eerst
          • Te strike procedures van moederhuis
      • Markt indeling:
        • Groepering volgens markt-segment = segmentatie markt
        • Voordelen:
          • Klant centraal
          • Grondige kennis van de markt
          • Gerichter marktsignalen detecteren, analyseren en kanaliseren
          • Commerciële activiteiten gedijen uitstekend
        • Nadelen:
          • Te veel oog voor klant ipv op efficiëntie
          • Coördinatie tussen M-afdelingen
          • Tijdverlies door onderlinge twisten voor centrale diensten
          • Indien centrale arbiter = minder efficiëntie
      • Kanaal indeling:
        • Groepering volgens distributiekanaal
    • Geen beste indeling = contingentiebenadering noodzakelijk
    • Wel rekening houden met bepaalde aspecten:
      • Omvang bedrijf (klein = F; groot = P)
      • Aard activiteiten (bepaalde activiteiten best centraal = P)
      • Spreiding werkzaamheden (Groot volume & verspreiding = G)
      • Coördinatie activiteiten
  • Verticale organisatie-indeling:
    • Vastleggen hiërarchie of bevelstructuur (gezagsverhoudingen)
    • FORMELE ORGANISATIE = officiële organisatie
    • INFORMELE ORGANISATIE = feitelijk functioneren (schaduworganisatiestructuur)
    • Verticale indeling:
      • Lijnorganisatie: eenheid van bevel
        • Voordelen:
          • Grote mate van duidelijkheid en ondubbelzinnigheid
          • Taakafbakening
          • Taak chef overzichtelijk
          • Eenvoudige informatie/communicatiestructuur
          • Verticale promotiekansen
        • Nadelen:
          • Spanwijdte = optimaal bepaald door:
            • Capaciteit manager
            • Capaciteit medewerkers
            • Aard/moeilijkheid werk
            • Beschikbare technologie
            • Horizontale indeling
          • Lange communicatielijnen
          • Verstoringen en ruis
          • Overbelasting afdelingshoofden
          • Efficiëntie
      • Uitgebreide lijnstructuren:
        • Staffunctie:
          • Ondersteunen lijnfunctionaris in besluitvorming
          • Informatie verwerken/advies verstrekken
          • Geen lijnbevoegdheid
          • Deskundige
          • Voordelen:
            • Verbetering kwaliteit besluitvorming
            • Eenheid van bevel blijft
            • Lijnverantwoordelijke kan bezig houden met beleidsbeslissingen
          • Nadelen:
            • Niet productief meetbaar
            • Duur betaald
            • Leiden soms eigen leven
        • Hulpfunctie:
          • Ondersteunen primaire processen
          • Uitbesteedbaar
        • Functionele functie:
          • Wel verplichtingen opleggen aan lijnfunctionaris, doch onder andere directie
          • Beperkte omvang
          • Voordelen:
            • Snelle communicatie
            • Specialisten
            • Informatiedoorstroming (eis van conformiteit)
            • Grotere spanwijdte
          • Nadelen:
            • Tegenstrijdigheden
            • Geen eenheid van bevel
            • Teveel aan functies = overbelasting
      • Matrixorganisatie: Duaal leiderschap
        • Functionele structuur verzoenen met projectteamstructuur
        • Intense samenwerking tussen verschillende afdelingen vereist
        • Voordelen:
          • Flexibiliteit
          • Betere afstemming producten en diensten op klant
          • Korte communicatielijnen
        • Nadelen:
          • Dure vorm
          • Conflicten tussen loyaliteit functionele afdeling en team
          • Veel overleg en verzoening
Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen