Menu

Item gefilterd op datum: december 2012

Beschrijf de kritiek en de visie van cultural studies.

Inzichten uit Culturele studies beïnvloeden de verschuiving van een enkelvoudige definitie van kunst naar een meervoudige invulling van wat we onder cultuur verstaan. Culturele studies roepen de vraag op wat telt als cultuur en wie in dit debat mag spreken of moet zwijgen. Ze kanten zich tegen de elitaire invulling van de culturele geletterdheid. Matthew Arnold schreef dat cultuur een zoektocht impliceert naar „het beste wat er in de wereld wordt gezegd en gedacht‟. Raymond Williams, een grondlegger van de culturele studies, sprak dit tegen door te zeggen „culture is ordinary‟. Deze uitspraak is zowel politiek, een tegenkanting tegen de bestaande machtsstructuren, als cultureel, de aandacht voor de (populaire) cultuur. Cultuuranalyse betekent het verhelderen van betekenissen van waarden die impliciet en expliciet behoren tot een manier van leven. Stuart Hall vestigt de aandacht op het feit dat cultuur niet alleen verenigt maar ook scheidt door verschillen te creëren qua klasse, gender en etniciteit.

Het gevolg van de kritiek van de culturele studies was een stroom van publicaties over culturen, multiculturaliteit, globalisering, het belang van culturele constructies als gender en de andere, macht van de massamedia, lifestyles en digitalisering. Het begrip “cultuur” wordt ruim opgevat en de aandacht voor de boekencultuur wordt steeds verder verruimd tot de aandacht voor de massamedia. Een eenzijdige kritische benadering van de massacultuur steunt op de gedachte dat mensen passieve consumenten of slachtoffers van de massamedia zijn, denkers binnen de culturele studies menen echter dat mensen ook actief betekenis zoeken bij deze massamedia. Men zag vroeger de populaire cultuur als ‘hen’, maar nu begint men meer zelf deel uit te maken van deze cultuur en wordt het ‘ons’.

Lees meer...

Beschrijf de kritiek, de correcties op een traditionele literatuurgeschiedenis of bloemlezing.

Literatuur heeft lang een uitverkoren plek gehad in het (taal)onderwijs maar deze vanzelfsprekende functie staat steeds meer ter discussie. Vanuit multiculturele perspectieven, minderheden en feminisme wordt de traditionele cultuur aan kritiek onderworpen. Dit zijn enerzijds terechte kritische bedenkingen, maar anderzijds menen sommigen dat het kind met het badwater is weggegooid. Dit in tijden waarin cultuur eigenlijk zou moeten verdedigt worden tegen commercie en onverschilligheid. De begrippen ‘elite’ en ‘canon’ zijn gewogen en te licht bevonden.

Enkele cultuurwetenschappers die aan de basis stonden van de deconstructie van de elitaire cultuur (o.a. Bourdieu en Said) zouden zich later bezinnen over de gevolgen van deze culturele ontluistering en zelfs op de barricades klimmen om hun bezorgdheid over de nieuwe ontwikkelingen te ventileren. Said, die de elitaire cultuur te engwesters vond, klaagde over het verdwijnen van cultuur uit het curriculum en over de gefragmenteerde kennisgebieden die daarvoor in de plaats kwamen. Bourdieu, die de oorspronkelijke cultuur te machtsgebonden vond, verdedigde het belang van de Europese traditie. Hij geeft aan dat zijn oorspronkelijke kritiek vooral het „esthetische geloof‟ betrof: een religie van de kunst waaraan alle intellectuelen deelnemen.

Lees meer...

Beschrijf de visie van New London Group op meervoudige geletterdheden.

Alle perspectieven over geletterdheden vindt men terug in het werk van ‘The New London Group’. Ze combineerden een maatschappelijke analyse met een plan voor de toekomst. Ze schreven over de richting die onderwijs moet volgen, indien het wil aansluiten bij maatschappelijke ontwikkelingen (digitalisering, globalisering en de nieuwe economie).

‘The New London Group’ wil het begrip over geletterdheid verbreden. Ze staan lijnrecht tegenover de Back-to-Basics benadering met hun enkelvoudige betekenis van geletterdheid. Een veelheid aan discoursen wordt beïnvloed door globalisering (confrontatie met meerdere teksten en talen), digitalisering (variëteit aan media(woord,beeld,klank) die ons langs een drager bereiken en elkaar gerelateerd worden) en mediatisering (deelt realiteit op in lifestyles, subculteren, …).

Vandaag hebben we daarom multigeletterdheden nodig om betekenis te creëren op drie terreinen van ons bestaan, die grondig aan het veranderen zijn, namelijk werk, publiek leven en het privé leven. De rode draad doorheen die veranderingen is het toenemende belang van diversiteit en de verschillen waarover moet worden onderhandeld. Het geletterdheidsonderwijs zou jongeren moeten in staat stellen om die noodzakelijke onderhandeling tot een goed einde te brengen door hen multigeletterd te maken, zodat zij op een positieve manier kunnen omgaan met verschil.

Lees meer...

Beschrijf de mythe van geletterdheid

De mythe van geletterdheid is het Westerse idee dat geletterdheid enkel een positieve connotatie heeft en dat geletterdheid datgene is dat ons beschaafd maakt, ons onderscheid. Geletterde mensen worden als hoger ingeschat en geletterde samenlevingen worden als meer beschaafd en ontwikkeld gevonden. Geletterdheid wordt onder meer gezien als iets dat alleen maar leidt tot een hele waslijst van 'goede dingen'.

In het debat rond de mythe van geletterdheid wordt heel veel gesproken over Pygmalion en my fair lady. Het bekende toneelstuk en zijn latere verfilming is voor een deel gebaseerd op een Griekse mythe waar de Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal beeldhouwer Pygmalion verliefd wordt op zijn eigen creatie Galathea. Venus vervult de wens van Pygmalion en blaast het meisje leven in.

In My Fair Lady leert Higgins, een professor, het bloemenmeisje Eliza hoe ze moet praten en bewegen om zich te integreren in de hogere klassen. De schrijver van de roman, George Bernard Shaw, analyseert de relatie tussen geletterdheid en klasse en reflecteert over de sociale meerwaarde van geletterdheid. Men mag het belang van het romantische aspect niet onderschatten. De verschillende geletterdheden trekken elkaar aan: de intellectuele, afstandelijke geletterdheid van de professor en de spontane, emotionele geletterdheid van Eliza blijken complementair. Er is een romantisch-erotisch perspectief van de meester-leerlingverhouding.

Enkele tegenstellingen bij het traditionele beeld van geletterdheid: standaardtaal -> dialect, mentor -> leerling, schepper-> creatie, subject -> object, man -> vrouw, rijk -> arm, luxueus -> schamel, rein -> vuil, kleurrijk -> grauw, verfijnd -> grof, mondain -> volks, gecultiveerd -> ruw, hoge (dominante) cultuur -> lage (populaire) cultuur, beschaafd -> primitief.

De verschillende geletterdheden roepen positieve en negatieve connotaties op. De linkerzijde (hoge cultuur) wordt gezien als meerwaarde. Veel verschillende auteurs namen variaties van het oorspronkelijke pygmalionverhaal op in hun verhaal (cf. Educating Rita, Finding Forester,Pretty Woman … ). Een mentor introduceert zijn/haar leerling in een bepaalde geletterdheid en veroorzaakt daardoor een botsing tussen verschillende culturen, klassen of milieus. Binnen deze verhalen vinden we een „cultural clash‟ over verschillende perspectieven en over de problemen die het vinden van een identiteit met zich meebrengt. Samenvattend kunnen we stellen dat onze data films zijn met als hoofdthema of belangrijk motief: een mentor die als een Pygmalion-figuur in een informele leeromgeving een „leerling‟ kneedt tot een nieuwe, „ideale‟ creatie door hem/haar in te wijden in geletterdheden (Discourses) die grondig verschillen van diegene die hij/zij heeft meegekregen door sociale afkomst en cultureel milieu.

Er zijn 2 paradoxen:

1) de zoektocht naar verhalen over een traditionele geletterdheid worden vooral ingevuld door films

2) het bekijken van films en het bespreken hiervan bleek motiverend om te reflecteren en te discussiëren over de literaire cultuur

Er zijn dus twee opvattingen over geletterdheid namelijk de basale vaardigheden en het lezen van hoogstaande literatuur. Als gewone mensen de geletterdheid verwerven, zouden ze het ver kunnen schoppen. Ze gaan echter meestal uit van een enkelvoudige geletterdheid. Literatuur behoord dan tot de hoogstaande cultuur die enkel door de elite bereikt is, en als superieur wordt ervaren. Met als gevolg dat de cultuur van de massa als minderwaardig wordt gezien. De mythe wordt gekoesterd in het Westen en ook in de fictie verspreid. (Cfr. Educating Rita,…) (literatuur willen studeren en daardoor zogezegd slim genoeg worden om de pil te nemen, man wil dat ze met studies stopt). Deze mythe wijst ook op de verborgen agenda van de traditionele geletterdheid. Specifiek taalgebruik en kennen van bepaalde inhouden creëren een kloof tussen elite en massa. Voorbeeld: toen de volkstaal op school werd gegeven, creëerde de elite een standaardtaal om zich te distantiëren. Taal en inhouden zijn dan vormen van symbolisch kapitaal.

Lees meer...

Geletterdheid als ideologie -> Beschrijf de kritische houding t.o.v. geletterdheid vanuit het concept meervoudige geletterdheden.

Er bestaan meerdere opvattingen over het begrip geletterdheid. Er is een continuüm tussen de basale vaardigheid van lezen en schrijven en het lezen van hoogstaande literatuur. De tweede extreme kant van het continuüm wordt vaak als verouderd opgevat, maar is evenzeer ironisch. Hoe ironisch immers is de stroom boeken waarin culturele geletterdheid in een paar lessen wordt uitgelegd aan dummies? De boeken pretenderen dat we door het lezen van één boek verlost kunnen worden van vele vormen van ongeletterdheid. Als we ons beperken tot de traditionele invulling van geletterdheid (kunnen lezen en schrijven) is het te eenzijdig. Ongeletterdheid is dan een verschijnsel dat bestreden moet worden, omdat het gevolgen heeft voor het functioneren van een persoon in democratie, arbeidsmarkt en persoonlijk leven. Geletterdheid wordt vaak gebruikt als neutraal ideologisch instrument in de strijd tegen werkloosheid, armoede en uitbuiting en voor emancipatie, democratie en welvaart.

Brian Street wijst erop dat we met de term ongeletterd anderen stigmatiseren. De invulling van wat we bedoelen met (on)geletterdheid hangt af van plaats en tijd. Er is niet één geletterdheid maar er zijn meervoudige geletterdheden. Zo kan een derde wereld cultuur ongeletterd lijken maar bij nadere beschouwing diverse geletterdheden kennen. Dit kan gaan van sociale omgangsvormen tot kunst, landbouwpraktijken tot levensfilosofieën. In het onderwijs worden bepaalde leerlingen als ongeletterd bestempeld en bijgevolg gestigmatiseerd door hun manier van praten en redeneren. Ze gebruiken andere codes dan degene die de school accepteert. Het Westen houdt met andere woorden vast aan de „mythe van geletterdheid‟. Hierbij bemerken we ook de verborgen agenda van de traditionele geletterdheid: het in stand houden van de kloof tussen elite en massa. De taal is hierbij een symbolisch kapitaal. Door deze inzichten hebben mensen suggesties gedaan tot onderwijshervormingen en veranderingen in de ontwikkelingssamenwerking, men wil vertrekken vanuit hun geletterdheid en hen niet langer als ongeletterd beschouwen. Men kan zelfs geletterd zijn in het ene discours en ongeletterd in het andere. De betekenis van geletterdheid varieert immers naar gelang het belang een bepaalde maatschappij. We creëren insiders en buitenstaanders door geletterdheden en ideologieën. Kritische geletterdheid moet ons bewust maken van deze machtsrelatie en hopelijk leiden tot de (h)erkenning van het bestaan van meervoudige geletterdheden.

Lees meer...

Beschrijf de paradigma’s in verband met onderwijs in het algemeen en literatuuronderwijs in het bijzonder  Confrontaties

De leraar wordt vandaag geconfronteerd met diverse theoretische modellen voor literatuuronderwijs. Leesmodellen haken hierop in. Luke en Freebody beschreven vier mogelijke rollen van een lezer in de postmoderne cultuur: de code breaker (coding vaardigheid), meaning maker (semantische(betekenis van woorden) vaardigheid), text user (pragmatische vaardigheid) en de text critic (kritische vaardigheid). Afhankelijk van de context werken bepaalde rollen beter of combinaties hiervan. Paradigma’s zijn pogingen om verschillende perspectieven in kaart te brengen: Binnen het onderwijs zijn er drie te onderscheiden paradigma's afhankelijk van waarop de manier van werken is gericht:

Cultureel erfgoed hebben de centrale gedachte dat teksten betekenissen bevatten die er door de auteur zijn ingelegd en door de competente lezers kunnen worden achterhaald. Kennis van de literatuurgeschiedenis is dan belangrijk en de kennisoverdracht primeert als onderwijspraktijk.

Bij persoonlijke respons staat de lezer centraal. Hij interpreteert en evalueert vanuit zijn eigen ervaringen de teksten. Dit is een lezer-leerling gerichte methode met aandacht voor motivatie, creativiteit en communicatie. Cultuurkritiek zegt dat teksten vaak tegenstrijdige betekenissen bevatten. Mensen construeren deze zelf en teksten zijn dus subjectieve constructies.

Een keuze tussen de verschillende benaderingen is niet zinvol want als je kiest voor cultureel erfgoed haken leerlingen af en als je kiest voor persoonlijke respons zie je dat de kennis en competentie afneemt. Imelman had genuanceerd inzicht over de ‘tegenstelling’ leerstof en leerling. Onderwijs heeft te maken met drie polen van communicatie. “Er is een subject dat een ander subject inleidt in betekenissen en die beiden moeten verantwoorden”. Opvoeden kent een triadische structuur en is aanwezig als opvoeder, kind en kennis. Men relativeert de leerstof-leerling tegenstelling door het kennisverantwoordend inleiden van de leraar en de kennisverantwoording van het vragende kind.

Leraren blijven wel met theoretische en praktische problemen zitten. Ze vragen zich af hoe ze de confrontatie op gang kunnen brengen en welke argumenten nog tellen. Ook vragen ze wie recht heeft van spreken en of de Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal evaluaties van specialisten (leraren) wel meer waard zijn dan het oordeel van lezers. Hoe geef je kennis door over literatuur en welke bijdrage levert het cultuurbeleid en de leesbevordering?

Lees meer...

Beschrijf de vernieuwingsbeweging in het taal- en literatuuronderwijs. Vernieuwing versus traditie

Vroeger was het moedertaalonderwijs voornamelijk gebaseerd op de klassieke talen. De volkstaal werd dus maar moeilijk geapprecieerd. Men vormde ‘beschaafde mensen’ en wakkerde de vaderlandsliefde aan. Maar in de jaren 60 en 70 ontstaat het debat tussen traditie en vernieuwing in het moedertaalonderwijs met de

vernieuwingsbeweging. Kritiek lag op de inhoud van het literatuuronderwijs (onzinnige feitenkennis) maar ook de methode (steriel doceren). Leerlingen kregen volgens deze beweging een ‘gezeefde’ literatuurgeschiedenis te slikken en moesten auteurs kennen omdat ze literair-historisch belangrijk waren, niet omdat ze van belang waren voor de kinderen zelf. De democratisering van het onderwijs speelde een rol bij opmars van kritiek: een aantal vanzelfsprekendheden van een elite werden in vraag gesteld.

Gevolgen van de vernieuwing waren ingrijpend voor het literatuuronderwijs zowel qua inhoud als methode. De nieuwe maatstaf wordt het kind en men ontdekt de leerling in de klas. De vanzelfsprekendheid van onderwijs in de literatuur wordt bekritiseerd en men wil meer muziek, PO, enzovoort. Centraal hierbij staat de training van taalvaardigheid en dit vraagt tijd en een andere omgang met teksten (leesvaardigheid maar ook fictie). Fictie lees je voor je plezier en leesplezier wordt de nieuwe slogan. Dit sluit aan bij emancipatie, motivatie, creativiteit en leerlinggerichtheid.

Consequentie is dan wel dat leerlingen vastzitten in subjectieve reacties en geen literatuur meer willen lezen. Hoe kan je dan voldoen aan de plichten van het onderwijs en de cultuuroverdracht? Hierdoor heeft het tradtioneel perspectief nog altijd een sterke invloed en de Back-to-Basics overtuigt zowel rechts/conservatieven als links/progressieven.

Lees meer...

Beschrijf de relatie tussen onderwijs en natie.

Doordat boeken gelezen worden in een standaardtaal is er nood aan vorming van een natie. Boeken en naties ondersteunen elkaar. Boekdrukkunst zorgde voor nationale begrippen zoals de standaardtaal en de literaire canon. Vroeg enkelvoudige geletterdheid, nu meervoudig.

Maar hoe gaan we nu om met die nationale constructies in het literatuuronderwijs? Conservatieve cultuurfilosofen zeggen dat het essentiële constructies zijn voor de samenleving, terwijl de progressieven ze zien als onnodig en gevaarlijk. Nu worden we geconfronteerd met het inzicht dat Europa slechts een cultuur onder de culturen is en dat naties slechts constructies zijn. Vroeger werd men vooral in de goede dingen van cultuur onderwezen en de slechte van anderen. Robert Musil zei bijvoorbeeld dat Duitse kinderen leerden neerkijken op de Oostenrijkse en Franse kinderen als decadente losbollen.

De enkelvoudige geletterdheid en identiteit wordt gaandeweg vervangen door meervoudig geletterdheden en identiteiten. Doordat mensen hun perspectieven verruimen worden nationale identiteiten steeds meer ervaren als ‘imaginaire gemeenschappen’ (Iedereen zegt erover wat hij wil).

Hoe onderwijs je dan over naties als imaginaire constructies? Begrippen als globalisering, mediatisering en multiculturele evoluties komen dan ter sprake. Nog belangrijker is The virtual community: digitalisering, netwerken die ontstaan buiten de grenzen van een natie.

TOCH: is nationale of culturele identiteit nog niet verdwenen van politieke en culturele agenda. Hoewel de vanzelfsprekendheid van de traditionele cultuuroverdracht in vraag gesteld wordt, blijft ze voorwerp van zorg. Dit blijkt ook uit het debat binnen het moedertaalonderwijs tussen traditie en vernieuwing ….

Lees meer...

Beschrijf het traditioneel onderwijs in cultuur (focus op literatuur, boek)

Vandaag in de klas leer je lezen via de standaardtaal, je leert nationale geschiedenis en maakt zo kennis met de nationale literatuur, de grote schrijvers van de eigen cultuur. Boeken liggen dus nog altijd aan de basis (crisis?) om culturele geletterdheid te creëren. Aan de basis van het klassieke onderwijs lag de humanistische visie, waarin de literaire cultuur (het schoolboek, de literaire bloemlezing) centraal stond. Studies van het traditionele onderwijs (1945 – 1980) schetsten de dominante schoolboeken door te zeggen dat ze chronologisch van opzet zijn, de literaire canon primeert en dat ze vooral onder de vorm van teksten over nationalistische en religieuze waarden gaan.

Complementair met het literatuuronderwijs werd een grammatica onderwezen naar model van de klassieke talen. Qua taalvaardigheden lag de nadruk op receptieve vaardigheden en leesvaardigheid. In alle systemen van moedertaalonderwijs werd een basisvorm van literair schrijven aangeleerd: verhandeling. Functionele geletterdheid ging over lezen en schrijven. Culturele geletterdheid ging over kennis van de literaire canon. Deze twee stonden centraal. Vandaag ligt de focus minder op de natie en mede daardoor is er meer ruimte voor meervoudige culturele geletterdheid.

Lees meer...

Boekdrukkunst & Boek en (literatuur)onderwijs

De boekdrukkunst zorgde voor centrale begrippen zoals standaardtaal en de literaire canon. Boeken richten zich tot een algemeen publiek en dat stelt eisen aan een gemeenschappelijke taal (standaardtaal). Er is baat bij de vorming van een natie. Vroeger gebeurde dit vanuit een enkelvoudige culturele geletterdheid, maar vandaag de dag meervoudig.

Boekdrukkunst haalde woord, beeld en klank uit elkaar. Schoolboeken creëren vakken. Kennis wordt dus niet alleen overgedragen maar ook getransformeerd. Boeken bepalen hoe we denken en welke instituties we daar rond bouwen.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen