DE JAARREKENING
- Gepubliceerd in Boekhouden
De balans p22
De resultatenrekening p22
De balans p22
De resultatenrekening p22
p 21
Financieel management heeft te maken met toekomstige keuzes, vertrekkende uit een actuele toestand van het bedrijf.
Dashboard:
1.dynamisch
2.geconcentreerd
3.eenvoudig
Ratio’s:
1.slechts nuttig als ze geanalyseerd worden in combinatie met andere ratio’s.
2.volgen in de tijd
3.zijn historisch
Financieel management in de enge zin van het woord: DE FINANCIERINGSBESLISSING: Hoe we de start, de werking en de eventuele uitbreiding van de onderneming het best financieren.
Maar er zijn 4 extra functies.
1) Investeringsbeslissing
Kijken of uitbreiding- of vervangingsinvestering een bepaald minimumrendement overstijgen.
2) Bedrijfskapitaalbeheer
Grote invloed op kasbeheer, financiële politiek tav leveranciers, klanten, stock.
3) Dividendenbeslissing
Dividend uitkeren (steady state groeiend) of reserveren (verstevigen solvabiliteit & bedrijfskapitaal)
4) Financieringsbeslissing
keuze tussen financiering met EV of VV.
Onderling implicaties.
1) Investeringsbeslissing heeft implicaties op de financiering, als er bvb naar extra middelen moet worden gezocht.
2) Bedrijfskapitaalbeheer implicaties op verschillende balansposten.
3) Financieringspolitiek is zowel eigen financiering als externe financiering. (beurs)
Kapitaalmarkten < bankkredieten
privat equity culture= Het is de benaming voor investeerders die buiten de aandelenbeurs om bedrijven financieren.
Venture capital
Zie schema pg 15 zeer belangrijk.
Globalisatie => shareholder value moet stijgen.
Als bank wil je dat uw kredieten even rendabel zijn als uw andere activiteiten (asset management). Kredieten aan KMO’s zijn niet het meest winstgevende segment van de bankactiviteit.
Fragmentatie: fusies en acquisities. Operaties krijgen transnationaal karakter. Veel kantoren worden gesloten. (zelfbedieningsgedachte)
Informatie, telecommunicatie, en technologietijdperk: (zelfbedieningsgedachte), direct banking services,…
Banken worden reserveverplichtingen opgelegd door het comité van Bazel.
Van staatsmonopolie tot staatsinterventie:
Globalisatie=> concentratie stijgt.
sector met publieke inmenging => markteconomie => oligopolie
gigantische risico’s => overheidinmenging
90’: Liberalisatiegolf, globalisatiegolf => prijszetting afgeschaft
marktefficiëntie, concurrentie waren leidmotief.
=> kredietmarges door concurrentie behoorden tot de laagste in Europa.
Internationalisatie en europeanisering
Herindahl index: indicatie van sterke concentratie (bijna kritisch), de concentratie is zodanig sterk dat concurrentiegedrag niet langer is gegarandeerd. (antitrustwetgeving)
interventionistische economie => markteconomie => machteconomie
Zeer belangrijke figuur op pagina 3 boek.
Starters en snelle groeiers komen moeilijk aan financiële middelen
Waarom zijn banken de meeste geliefde financier?
Vooral moeilijkheden bij het aantrekken van LT kredieten, omdat voorwaarden groter zijn.
KT kredieten zijn minder veeleisend omdat ze zelfsecuring zijn.
Bedrijfskapitaal (EV) groter in Amerika dan in België. In België voornamelijk financiële middelen halen uit KT kredieten. Iedere wijziging in kapitaalvereisten van de bank zal een belangrijk effect hebben op de Belgische ondernemingen.
Vertrouwensratio: verhouding LT kredieten tov totale kredieten.
Confidence gap/vertrouwenskloof: door een gebrek aan eigen middelen kiezen banken in Europa voor KT kredieten te verlenen, dit door zichzelf liquiderende transacties of klassieke kaskredieten. Gebrek aan vertrouwen leidt tot hoge financieringskost als KT kredieten worden gebruikt om LTbehoeftente financieren. (afhankelijkheid van de bank)
Equity gap of eigenmiddelencultuur: Eigen middelen zijn hoger in Amerika dan hier. (d.i op kapitaalmarkten, privaat formeel en informeel risicokapitaal)
Onderkapitalisatie leidt tot bankentrouw? Het eigen vermogen tov balanstotaal is laag. De financiële autonomie is dus laag. Veel KMO’s hebben dus een negatief vermogen. Door dit lage vermogen, doen ondernemingen meer beroep op KT kredieten, met hoge kostprijs. Hierbij wordt vaak een stabiele relatie opgebouwd bij één bank. (Hausbanksysteem DU
Waarom is de acid test zo zuur in Europa? Veel ondernemingen met een negatief bedrijfskapitaal.
Quick ratio, of acid test ratio, is een kengetal om de financiële toestand en specifiek de Liquiditeit van een bedrijf te meten. Het geeft de mate aan waarin de verschaffers van het kort vreemd vermogen uit de vlottende activa kunnen worden betaald. Hier worden alleen de voorraden, in tegenstelling tot de current ratio, niet meegerekend. Deze kunnen vaak niet in zijn geheel verkocht worden, omdat daarmee de continuïteit van de onderneming in gevaar komt. Bovendien zal verlies van waarde bij gedwongen verkoop van de voorraden niet uit te sluiten zijn. De Quick ratio wordt met de volgende formule berekend:
Een gezonde waarde moet minimaal 1 zijn. Wel moet er rekening gehouden worden met de betalingstermijnen. Als die van debiteuren langer is dan crediteuren kan men bij een waarde van 1 toch in gevaar komen.
Niet enkel rekening houden met bedrag, maar ook met de vorm, de termijn, de modaliteiten.
Iedere financieringsvorm heeft zijn voordelen en zijn nadelen. => er moet een optimale combinatie worden gekozen
Voorbeeld: subsidie (niet terugbetalen), risicokapitaal en business angel (niet terugbetalen, maar mede-eigenaar),…
Activiteiten
Er moet worden bepaald wat bij wie gaat worden aangekocht, en wat zelf wordt vervaardigd. Algemene leveranciersprincipes bepalen, geschikte leveranciers zoeken, evalueren, selecteren. Organiseren van aankooptaken (bestel of betalingprocedures). Het opvolgen van afspraken met leveranciers.
Technieken, instrumenten, richtlijnen en prognoses
Er moeten berekeningen gemaakt worden om te kijken of het interessant is
om alles zelf te maken.
Bij algemene leveranciersprincipes hoort onder andere
- Het Just In Time principe, dat zeer duidelijke afspraken noodzaakt.
- Raamcontracten waarbij de leverancier een bepaalde periode de
gevraagde hoeveelheden levert tegen een vaste prijs.
- Men kan kiezen om enkel zaken te doen met bevoorrechte partners
- Via Electronic Data Interchange kunnen orders direct doorgegeven worden
aan de leveranciers.
- Via internetveilingen kunnen leveranciers aanbiedingen doen aan de
organisatie.
Bij het evalueren van leveranciers kan men kijken naar prijs, kwaliteit,
bekwaamheid, imago, service, leverbetrouwbaarheid en dergelijke.
Activiteiten
Welke noden zijn er en hoe moeten we ons product aanpassen om daaraan te voldoen? Welke knowhow hebben we nodig?
Bij productontwikkeling worden via marktonderzoek de functionele wensen van klanten over het product geïdentificeerd, en doorvertaald in technische vereisten. Die worden dan uitgewerkt tot een dienst-verleningontwerp. Er worden prototypes of testfasen gedaan. Het ontwerp wordt juridisch beschermd.
Bij procesontwikkeling zijn het ongeveer dezelfde fasen. De aanpassingseisen worden geïdentificeerd, er wordt gezocht naar passende oplossingen, en dan worden die uitgetest.
Technieken, instrumenten, richtlijnen en principes
Bij het identificeren van functionele wensen zijn er market pulled innovations die door de externe omgeving gevraagd worden. Die trends moeten dus in de gaten worden gehouden, en de organisatie moet beslissen of ze er in meegaat of niet.
Market pushed innovations = organisatie gaat er van uit dat behoeften maakbaar zijn, en dat de omgeving wel naar het nieuwe product zal vragen.
Market pulled innovations = creatie van producten waar maatschappij om vraagt.
Bij het ontwikkelen van idee tot concreet ontwerp:
- Techniek van divergent denken = afwijkende en dus vernieuwende ideeën
expliciet en systematisch belonen om gekende problemen op een nieuwe
manier aan te pakken.
- Mind mapping/techniek van associatief denken =visueel denkpatronen
weergeven.
- Creatief brainstormen = zonder richtlijnen zoeken naar nieuwe ideeën.
- Teamwerk = meer mensen zijn creatiever dan 1.
- Tijdelijke werkeenheden = selectief aantal medewerkers zoeken gericht
naar gewenste vernieuwingen.
- Participatief management = mee beslissen bevordert het zoeken naar
vernieuwingen.
- Empowerment = meer vrijheid bevordert het zoeken naar vernieuwingen.
- Transformationeel, charismatisch en visionair leiderschap stimuleert
mensen om buiten de betreden paden te stappen.
- Algemene richtlijnen = mensen moeten los komen van dagelijkse
gewoonten. Ideeën moeten tijd krijgen, langetermijnmijlpalen proberen halen,
hard en intensief werk stimuleren, beloon goede en creatieve ideeën, leer uit
fouten, uitdagende doelen vooropzetten, niet te formalistisch werken.
- Feasibility studies brengen de technische en economische haalbaarheid van
het ontwerp in kaart