Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Problem Solving psychologie

Procedural knowlegde and problem solving

Procedural knowledge valt te omschrijven als (meestal impliciete) kennis die we bezitten om bepaalde cognitieve taken uit te kunnen voeren. Deze kennis ligt ten grondslag van probleemoplossing.

Een voorbeeld is het experiment van Kohler met de chimpansee Sultan, die door het samenvoegen van twee losse stokken uiteindelijk bij zijn geliefde banaan buiten de kooi kon komen. Het gedrag van Sultan kon gezien worden als een instantie van probleemoplossing met drie kenmerken:

1. Goal directedness: het gedrag (bv. samenvoegen van stokken) is gericht op het bereiken van het doel, nl. de banaan buiten de kooi bereiken.

2. Subgoal decomposition: het “gehele” probleem wordt opgedeeld in subdoelen die eerst bereikt moeten worden.

3. Operator application: het toepassen van bekende operatoren om het probleem op te lossen. Een operator is een actie (operatie) die ondernomen wordt om van de ene probleemstaat in de andere te komen. Een opeenvolging van deze operatoren leidt tot het oplossen van het probleem.

Als Sultan dit probleem vaak had moeten oplossen, zouden het uitvoeren van alle stappen een automatisme voor hem zijn geworden, zodat het een aangeleerde procedure wordt. Dit bevestigt het vermoeden dat het oplossen van problemen zijn wortels in procedural knowledge heeft.

Lees meer...

Procedural memory

Berry en Broadbent(1984); experiment met een virtuele fabriek waarmee ze moesten aangeven hoeveel mankracht nodig was per output. Er was een formule voor, maar ondanks dat de proefpersonen er vrij goed mee werkten na een lange tijd konden ze de regel niet expliciet aangeven.

Declarative knowledge; kennis die we kunnen uitspreken, van bewust

Procedural knowledge; hoe dingen te doen, vaak impliciet.

Lees meer...

Impliciet geheugen vs expliciet geheugen in normale objecten

Jacoby (1983); Liet proefpersonen woorden leren op 3 manieren: zonder context(alleen het woord), in context(door de tegenpool erbij te noemen) en door genereren, na het noemen van de tegenpool moesten de proefpersonen met het te leren woord opkomen. Daarna werd bij een gedeelte gecheckt op impliciete kennis en bij een gedeelte op expliciete kennis. De impliciete kennis bleek vooral beter te werken bij de eerste manier en nam af naar de derde, de expliciete

kennis nam juist toe richting de 3e manier. Jacoby refereert dit effect aan priming; ze moeten bij de 1e manier meer op hun perceptuele encoding steunen.

Jacoby & Witherspoon(1982); Ontdekten dat het kort tonen van een woord dat bestudeerd werd heel goed de proefpersonen het woord konden oproepen, maar als ze expliciet moesten aangeven uit een lijst welke woorden ze herkennen hier meer moeite mee was(?).

Lees meer...

Impliciet geheugen vs expliciet geheugen

Impliciet geheugen; BV een toetsenbord: iemand die kan typen kan niet zomaar alle toetsen en locatie opnoemen(expliciete kennis), maar met keyboard blijkt deze het perfect te weten.

Dit grote contrast heet dissociations.

Graf, Squire en Mandler(1984); Ze lieten een groep mensen met geheugenverlies en normale mensen een lijst woorden leren. Uiteraard konden de mensen met geheugenverlies minder goed de woorden herinneren, maar als de eerste paar letters werden gegeven deden beiden het evengoed. Het wordt dus wel ergens opgeslagen.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen