The Research of Ivan Pavlov and the Behaviorism of John B. Watson (p 443)
- Gepubliceerd in Psychologie
- Reageer als eerste!
Watson’s behaviourisme had een zeer grote invloed op de ontwikkeling van de psychologie, met name in de US.
Watson’s behaviourisme had een zeer grote invloed op de ontwikkeling van de psychologie, met name in de US.
Earl Hunt ontwikkelde een cognitive-correlates approach waarbij testscores afhangen van cognitieve taken (bijv. geheugen scannen en het matchen van letters). Zijn aanpak wordt ook wel de cognitive-components approach genoemd.
Thurnstone gaat ervan uit dat intelligentie van meerdere factoren afhangt (kennis acquisitie en prestatie factoren). Een oligarchisch model aldus Spearman, die intelligentie unitary noemt. Zo zijn er nog meer dingen maar boven alles: intelligentietesten waren controversieel, zijn controversieel en zullen dat nog lange tijd blijven.
De grote aantallen testen zijn een bewijs van de invloed van psychologische testen. De opmerking van Arthur Jensen dat 60-90% van intelligentie genetisch bepaald is werd in de jaren 70-80 druk gedebateerd.
Robert Yerkes was een pioneer in de comparatieve psychologie. Hij deed diverse onderzoeken met apen wat leidde tot zijn werk The Great Apes in 1929.
Yerkes, Hall, Thorndike, Watson en Cattel met nog 4 anderen onderzochten pyschologische toepassingen in het leger tijdens de 1ste WW. Ze moesten testen maken die: 1) als groep afgenomen konden worden, 2) boerenverstand als meeteenheid, 3) moet voor alle lagen (eenvoudig tot zeer moeilijk), 4) moet in een uur te maken zijn en objectief te bescoren.
Er kwamen 2 testen, de Alpha voor literaire personen en de Beta voor analfabeten en buitenlanders. Toen het testen stopte in 1919 waren zo’n 1.723.000 mensen getest. Hierop volgende meer massatesten, zo waren er 7 miljoen kinderen getest gedurende de dertiger jaren met de National Intelligence Test for Children. De daadwerkelijke effecten van de testen was klein, slechts 0.005% van de soldaten werden mentaal niet capabel geacht om in het leger te werken, en vaak werden deze aanbevelingen genegeerd. De link tussen lage testscore en lage soldaatwaarde stond voor het leger niet vast. Wel waren de militaire testen een doorbraak van de psychologie in de praktijk.
In het rapport over deze testen bleek dat de gemiddelde mentale leeftijd van alle soldaten op 13 jaar lag, hiervoor werd aangenomen dat het gemiddelde 16 was. 13 was de leeftijd die als zwakzinnig wordt uitgelegd. Dit feitje kwam al snel in het nieuws en veroorzaakte veel oproer.
Goddard geloofde niet in gelijkheid en miljoenen dollars zouden verspild worden aan scholing. Deze conclusie was opvallend omdat de test score en aantal jaren aan opleiding met .81 correleerden. Door velen werden zijn bevindingen verwelkomd.
Charles Brigham onderzocht de gegevens uit de legertesten en vond dat mentale leeftijden uit centraal Europese en mediterrane landen lager lag dan die uit noord Europese landen. Aanbevolen werd iedereen te weren behalve immigranten uit noord europa. Deze racistische stellingen hadden gewicht omdat de mensen die dit riepen gerespecteerde wetenschappers waren.
Het grootste tegengeluid kwam van de journalist Walter Lippmann. Hij zei dat de omgeving belangrijk was voor de mate van educatie en dus intelligentie. Verder viel hij het leeftijds model aan. Terman viel Lippmann stevig aan, hij zette Lippmann weg als een ongeïnformeerd persoon.