Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Lichaamsbeweging

Regelmatige lichamelijke activiteit kan het risico op aandoeningen van de kransvaten (die gerelateerd zijn aan overgewicht) verkleinen. Dit geldt ook voor: diabetes type 2, hartziekten en bepaalde vormen van kanker.

‘Dik zijn’ betekent niet per definitie ‘ongezond zijn’.

Lichaamsbeweging biedt bescherming tegen het ontstaan van osteoporose (afname van de botdichtheid als gevolg van calciumverlies), wat anders het risico op fracturen verhoogt.

De psychologische voordelen van lichaamsbeweging

Lichaamsbeweging heeft effecten op de stemming, het gevoel van eigenwaarde en sociaal gedrag. Op het psychologisch welzijn. Dit wordt toegeschreven aan:

- door lichaamsbeweging geeft het lichaam natuurlijke opiaten af (zorgen voor een natuurlijke ‘kick’ en werken als pijnstiller)

- lichaamsbeweging zorgt voor stimulatie van de afgifte van nor- en adrenaline (dit zijn catecholaminen -> bioneuro ;)), die de stressreactie verminderen en de stemming verbeteren

- door spierontspanning nemen gevoelens van spanning af.

Te intensieve lichaamsbeweging veroorzaakt een negatieve stemming tijdens de beweging. Dit kan er toe leiden dat men het sporten niet volhoudt. Al werd er tijdens een onderzoek voor en na de inspanning wel een positieve stemming gemeten.

Matige regelmatige lichaamsbeweging lijkt het welzijn wel te bevorderen. Het zelfbeeld en het gevoel van eigenwaarde kunnen worden verhoogd doordat beweging gewichtsverlies en gewichtsbeheersing bevordert. Ook kan het positief werken doordat het even een ontsnapping van een stressvolle situatie is. Daarnaast kan het voordelen opleveren voor mensen die last hebben van cognitieve achteruitgang als gevolg van ouder worden of dementie.

De negatieve gevolgen van lichaamsbeweging

Bij mensen die regelmatig sporten of aan lichaamsbeweging doen en die daartoe ineens niet meer in de gelegenheid zijn kan de stemming achteruitgaan en prikkelbaarheid ontstaan.

Aanbevelingen voor lichaamsbeweging

Mannen doen meestal meer aan lichaamsbeweging dan vrouwen (jongens zijn vanaf jonge leeftijd actiever dan meisjes). En jongere vrouwen meer dan oudere vrouwen.

Er is bewijs dat de hoeveelheid lichaamsbeweging een voorspellende factor is voor de levensduur.

De mate van lichaamsbeweging kan bepaald worden door de cultuur.

Waarom sporten mensen?

Mensen die regelmatig sporten denken vaker dat lichaamsbeweging een positief resultaat heeft dan degenen die niet sporten, zien minder barrières voor lichaamsbeweging en menen dat zij zelf controle hebben over lichaamsbeweging (zie verder hoofdstuk 6).

Redenen om te sporten: gewenste lichamelijke fitheid, gewicht verliezen, gezondheidstoestand in stand houden of verbeteren, zelfbeeld en stemming verbeteren, middel voor stressreductie, sociale activiteit.

Barrières om te sporten: tijdgebrek, kosten, géne, gebrek aan zelfvertrouwen, gebrek aan een sportmaatje, gebrek aan toegang tot de juiste apparatuur.

Lees meer...

Gezonde voeding

Voeding heeft een direct en een indirect verband met ziekten. Bijvoorbeeld te veel vet, zout en te weinig vezels is gerelateerd aan kanker.

Fruit en groenten bevatten vitaminen, anti-oxidanten en vezels. Deze zijn nodig voor een gezond lichaam.

Anti-oxidanten (vitamine A, C en E, bètacaroteen en foliumzuur) remmen het oxidatieproces (wat zorgt voor het ontstaan van vetafzettingen in de slagaders).

Uit een groot onderzoek blijkt dat vitaminepillen niet veel effect hebben. Alleen de combinatie van vitamine C en E zou cognitieve achteruitgang en dementie kunnen beperken.

Kinderen vinden ‘het smaakt goed’ het belangrijkste criterium voor eten. Tegelijk linken ze ‘het smaakt goed’ aan ongezond voedsel en ‘het smaakt niet goed’ aan gezond voedsel.

Voedselpreferenties worden meestal aangeleerd via socialisatie binnen het gezin.

Het is goed om op de basisscholen stimuleringsprojecten voor fruit en groente op te zetten. Onder andere door het eten ervan te belonen.

Lees meer...

Gezond gedrag

In dit hoofdstuk wordt een overzicht geboden van uiteenlopende gedragingen die vaak worden beschreven als ‘gedragsmatige immunogenen’: gedrag dat zodanig werkt dat het de gezondheidstoestand van de betrokkene beschermt of verbetert. Een gebrek aan of laag niveau van ‘immunogenen’ is eveneens nadelig voor de gezondheid, zoals tot uiting komt in de stijgende cijfers met betrekking tot overgewicht (hfst 3); dit wordt grotendeels toegeschreven aan een geringe mate van lichamelijke activiteit. Gegeven het overtuigende bewijs van een verband tussen gedrag en ziekte dat in dit hoofdstuk en in hoofdstuk 3 is onderzocht, zouden we misschien op het simpele idee kunnen komen dat de meeste mensen zich op zodanige wijze zouden gedragen dat hun gezondheid wordt beschermd. Dit wordt echter niet door de statische gegevens ondersteund en het wordt steeds duidelijker dat er complexe invloeden op het gezondheidsgedrag inwerken.

Lees meer...

Onbeschermd seksueel gedrag

Negatieve effecten van onveilig vrijen op de gezondheid

Risico’s van onveilig vrijen: ongewenste zwangerschap, infecties zoals chlamydia en hiv. Sinds de ‘komst’ van hiv rond 1980 krijgt seksueel gedrag als risicofactor voor ziekte steeds meer aandacht.

In tegenstelling tot het andere gedrag dat in dit hoofdstuk is beschreven, vormen seksuele praktijken geen strikt individuele gedragingen; het gedrag vindt plaats in de context van een interactie tussen twee individuen.

In veel landen is de belangrijkste infectieroute voor hiv tegenwoordig onveilige heteroseksuele seks; deze oorzaak heeft homoseksuele seks en intraveneus druggsgebruik ingehaald.

Er is een daling van het beoefenen van veilige seks. Dit is mogelijk toe te schrijven aan het feit dat mensen aids zijn gaan zien als een ziekte die steeds beter kan worden behandeld. Hierdoor wordt deze aandoening niet langer als dodelijk beschouwd, zodat de impliciete noodzaak tot veilige seks mogelijk wordt ondermijnd.

Een groeiende reden tot zorg is de stijging van de cijfers met betrekking tot de soa’s: chlamydia, genitale herpes simplex en genitale wratten, die het meest onder adolescenten en jongvolwassenen voorkomen. Chlamydia is een ziekte die genezen kan worden en is de gemakkelijkst te voorkomen oorzaak van onvruchtbaarheid.

Seksueel gedrag en het gebruik van condooms

Uit een onderzoek in Engeland in 1990 bleek dat:

- jonge mensen vaker condooms gebruiken dan ouderen mensen

- vrouwen minder vaak condooms gebruiken dan mannen

- bij zowel mannen als vrouwen condooms het vaakst werden gebruikt bij een ‘nieuwe’ seksuele partner

- condoomgebruik aanzienlijk lager was bij mensen die meldden dat ze verschillende nieuwe partners hadden gehad

- het vrouwelijk condoomgebruik minder werd beïnvloed door de vraag of verschillende partners ‘nieuw’ voor hen waren of niet

Uit zulke resultaten komen aanwijzingen naar voren dat veilig vrijen niet alleen wordt beïnvloed door zorgen over hiv, maar ook door het type en het aantal seksueel actieve relaties dat iemand heeft.

Additionele barrières waar vrouwen mee te maken hebben wat betreft condoomgebruik:

- vrouwen verwachten bezwaar van de man (omdat gemeend wordt dat vrijen met condoom minder plezierig is)

- problemen/verlegenheid bij het ter sprake brengen van het condoomgebruik met een mannelijke partner

- zorgen dat het voorstellen dat een potentiele partner een condoom gebruikt, impliceert dat zij zelf of haar partner met hiv of met een andere soa is besmet

- gebrek aan zelfredzaamheid of handigheid met betrekking tot condoomgebruik

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen