Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Stress en coping

Coping: het proces van omgaan met belastende situaties.

Coping volgens Lazarus: er ontstaat psychologische stress wanneer er een spanningsveld is tussen de persoon en zijn omgeving, dat wil zeggen wanneer het individu het gevoel heeft dat zijn eigen mogelijkheden (draagkracht) niet toereikend zijn om met de eisen die in een bepaalde situatie aan dit individu worden gesteld (draaglast) om te gaan. Individuen moeten de stressor veranderen of moeten deze anders interpreteren, zodat deze er minder ongunstig uitziet. Deze poging wordt coping genoemd.

Bij coping gaat het dus om een poging tot het bereiken van aanpassing.

Coping kan cognitief of gedragsmatig, actief of passief zijn.

Folkman en Lazarus deelden coping op in 8 subschalen:

- confronterende coping - afstand nemen

- zelfbeheersing - vlucht en vermijding

- sociale steun zoeken - geplande probleemoplossing

- verantwoordelijkheid accepteren - positieve herbeoordeling

Wat is adaptieve coping?

Vijf belangrijke functies voor coping die bijdragen aan een succesvolle aanpassing aan een stressor (Cohen en Lazarus):

  1. het effect van schadelijke externe omstandigheden verminderen
  2. het tolereren van of het zich aanpassen aan negatieve gebeurtenissen
  3. het behouden van een positief zelfbeeld
  4. het behouden van emotioneel evenwicht en het verminderen van emotionele stress
  5. het behouden van een bevredigende relatie met de omgeving of met anderen

Dit model suggereert dat het moeilijk te voorspellen is welk type copingstrategieën in welke situaties effectief zijn, aangezien probleemgerichte en emotiegerichte strategieën onderling afhankelijk zijn en samenwerken en tezamen de totale copingreactie vormen.

Coping is in sterke mate afhankelijk van de context: om effectief te zijn, moet het omgaan met stress flexibel zijn.

Meestal wordt gedacht dat probleemgerichte coping vaker adaptief is in gevallen waarin er iets kan worden gedaan om de stressor te veranderen of te reguleren: bijvoorbeeld het gebruik van één of meer cognitieve of gedragsmatige strategieën.

Emotiegerichte coping is daarentegen vaak adaptief in situaties waarin de betrokkene weinig controle heeft over de gebeurtenis of als deze weinig hulpmiddelen heeft om daarmee om te gaan.

Vechtlust is een reflectie van een soort realistisch optimisme en vastberadenheid, waarbij mensen met veel vechtlust de ziekte meestal rechtstreeks confronteren in plaats van deze te vermijden. Dit is een vorm van actieve, probleemgerichte coping. Gevoelens van wanhoop en hulpeloosheid staan hier tegenover en zijn een vorm van passieve, vermijdingsgerichte coping. In sommige onderzoeken werd vechtlust in verband gebracht met een betere prognose voor borstkankerpatiënten. Maar n.a.v. een meta-analyse werden hier vraagtekens bij gezet.

Veel toegepaste theorieën van coping

  1. Probleemgerichte coping (probleemoplossende functie), dat wil zeggen pogingen tot instrumentele coping (cognitief en/of gedragsmatig) die op de stressor zijn gericht om de belasting te verminderen of om iemand meer reserves te geven. Tegenover:
  2. Emotiegerichte coping (emotieregulerende functie), dat wil zeggen voornamelijk, maar niet uitsluitend, cognitieve pogingen tot coping die zijn gericht op het aansturen van de emotionele reactie op de stressor. Endler, Parker en Summerfeldt onderscheiden hierin emotiegerichte, taakgerichte en vermijdingsgerichte manieren van coping.
  3. Attentioneel/confronterend, controlegericht (monitoring), waakzaam, actief, dat wil zeggen gericht op aandacht voor de bron van de stress en proberen het probleem op te lossen door er bijvoorbeeld informatie over te zoeken of d.m.v. actieve cognitieve of gedragsmatige inspanningen op de stressor te beheersen. Tegenover:
  4. Vermijdend (blunting), passief, dat wil zeggen gericht op het minimaliseren van de bedreiging van de stressor, soms emotiegericht, soms gericht op het ontwijken van de feitelijke situatie, bijv. afleiding zoeken door aan plezierige dingen te denken of afleiding zoeken door zich met andere activiteiten bezig te houden om niet aan de stressor te denken.

Het copingproces (vrij naar Lazarus)

Antecedenten Processen Effecten

Doelstellingen, kortdurende

opvattingen, fysiologische

hulpmiddel veranderingen

v/d betrokkene

Stimulus Beoordeling en Strategieën Emoties

Type en aard v/d interpretatie voor coping Sociaal functioneren

schade, bedreiging Lichamelijk

v/h functioneren,

uitdaging, baat Gezondheid en ziekte

Interne en externe hulpmiddelen,

bijv. stijl van coping, persoonlijkheid,

sociale ondersteuning

Stijlen van coping en strategieën voor coping

Stijl van coping is de algemene neiging die individuen vertonen om op een bepaalde wijze op gebeurtenissen te reageren. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen:

- vermijdingsgericht: de gewoonte om de stressor te vermijden

- controlegericht: de gewoonte om de stressor tegemoet te treden en er aandacht aan te besteden. Dit is een confronterende stijl, waarbij informatie wordt gezocht en verwerkt die relevant is voor de bedreiging van de gezondheid.

- monitors: mensen die aandacht aan de stressor besteden

- blunters: mensen die zich ongevoelig maken. Dit is een reflectie van de neiging om zichzelf af te sluiten voor informatie die relevant is voor de bedreiging of afleiding te zoeken.

Gedacht wordt dat stijlen van coping geen relatie hebben met de context of met de stresserende stimulus, het zijn daarentegen algemene vormen van coping die mensen meestal toepassen.

Functies van coping

De reden voor het kiezen van één of meer strategieën om met een vermeende stressor om te gaan, houdt verband met eerdere ervaring met die vorm van coping. Ook hangt het af van het doel wat bereikt moet worden. Het algemene doel van coping brengt de noodzaak met zich mee om het gevoel voor eigenwaarde en het zelfbeeld te behouden en om goede relaties met anderen te onderhouden.

Lees meer...

Het verband tussen stress en ziekte

De directe route

Stress kan fysiologische veranderingen teweegbrengen ten aanzien van de functie van het immuunsysteem. Deze veranderingen kunnen tot het ontstaan van ziekte leiden.

De indirecte routes

- Door gedragsmatige reacties op stress, zoals roken, eetgewoonten en drinken, maken mensen zichzelf kwetsbaarder voor ziekten. De functie van dergelijke gedragingen kan gezien worden als coping.

- Als gevolg van bepaalde persoonlijkheidskenmerken hebben bepaalde mensen een grotere kans op ziekte door de wijze waarop ze op stress reageren (hfst. 11).

- Mensen onder stress maken vaker gebruik van de gezondheidszorg dan mensen die geen stress hebben. Stress kan symptomen teweegbrengen zoals nervositeit, vermoeidheid, slapeloosheid en trillen. Daarvoor willen veel mensen zich laten behandelen, maar op zichzelf betekenen deze symptomen nog niet dat iemand ziek is.

Stress en gezondheid van de mantelzorger

Gebleken is dat de voortdurende psychologische, lichamelijk en sociale eisen die de verzorging stelt voor veel oudere mantelzorgers stressvol zijn en eveneens is gebleken dat deze stress zich in het immuunsysteem manifesteert, bijv. in de vorm van belemmerende wondgenezing, langere ziekte-episoden vergeleken met een controlegroep en verminderde vorming van antistoffen na vaccinatie. Bij jongere mantelzorgers werd dit niet gevonden.

Stress en verkoudheid

Naar de relatie tussen stress en verkoudheid is vooral onderzoek gedaan in laboratoria. Er is overtuigend bewijs gevonden voor een relatie tussen chronische stress en verkoudheid, maar hoe deze relatie eruit ziet is nog niet bekend.

Bij proefpersonen die meededen aan een experiment bleek dat vermeende stress en negatief affect een voorspellende factor vormden voor het infectiepercentage, terwijl negatieve levensgebeurtenissen op zichzelf geen voorspellende factor vormde voor infectie, maar wel voor de kans op ziekte onder degenen die werden geïnfecteerd.

Stress en aandoeningen van de kransvaten van het hart

Cardiovasculair: gerelateerd aan het hart en de bloedvaten.

In situaties van acute stress leidt selectedring van het sympathisch zenuwstelsel tot een toename van het hartminuutvolume en een vernauwing van de bloedvaten, waardoor de doorstroming van het bloed afneemt, zodat de bloeddruk toeneemt. Hierdoor kunnen de slagaderwanden beschadigd raken, een proces dat nog wordt verergerd door de afgifte van nor- en epinefrine.

Hypertensie: hoge bloeddruk.

Door stress wordt ook de afgifte van vetzuren aan het bloed door het sympathisch zenuwstelsel bevorderd. Als vetzuren niet worden verbruikt voor het vrijmaken van energie, worden ze door de lever in cholesterol omgezet. Een toename van het cholesterolgehalte speelt een grote rol bij het ‘dichtslibben’ van slagadders oftewel atheroom (de afzetting van vettige plaques op slagaderwanden), en deze atherosclerose speelt een belangrijke rol bij hartaandoeningen.

Stress en kanker

Stress kan van invloed zijn op mutatie van tumorcellen doordat het proces van celreparatie wordt vertraagd, mogelijk vanwege de effecten op hormonale selectedring en op de afgifte van glucocorticoïden, of door invloeden op de productie van lymfocyten van het immuunsysteem. Toch kan er vanwege alle verschillende soorten vormen van kanker niet gezegd worden dat stress een uniform effect heeft.

Er zijn wel resultaten die erop wijzen dat copingstijl (vooral een passieve stijl die een teken is van hulpeloosheid en wanhoop) en stemming van invloed kunnen zijn op de prognose van kanker.

Stress en darmaandoeningen

Bij mensen met het prikkelbare darmsyndroom is in stressvolle perioden de reactiviteit van de darmen sterker en symptomen zoals een opgeblazen gevoel, pijn of diarree kunnen toenemen.

Inflammatoire darmziekten (ziekte van Crohn en colitus ulcerosa) worden gekenmerkt door pijn en diarree die beurtelings verergert en verbetert.

Van zowel het PDS als de ID werd gedacht dat ze psychosomatisch waren, maar er is te weinig bewijs dat stress een rol speelt bij het ontstaan van de ziekten.

Stress en hiv/aids

Het leven met hiv/aids is inherent stressvol en hoewel er slechts een beperkte suggestie is dat stress van invloed is op de kans op infectie bij blootstelling aan het virus, zijn er aanwijzingen dat stress een sterke rol speelt bij de progressie van ziekten. Deze aanwijzingen zijn vooral sterk als modererende variabelen zoals depressie, sociale ondersteuning en copingreacties .

Hiv maakt B- en T-cellen inactief, waardoor de bescherming die het immuunsysteem ons biedt op een laag pitje komt te staan.

Hevige stress en veel piekeren belemmert wondgenezing. Genezing van wonden verloopt trager bij mensen met een sterke mate van nervositeit, depressie of stress.

Lees meer...

Stress als fysiologische reactie

Het reactiemodel van stress: eerst wordt een gebeurtenis beoordeeld, hierbij is het CNS betrokken. De sensorische informatie en de beoordeling van de gebeurtenis worden gecombineerd voor het initiëren van autonome en hormonale reacties die naar de hersenschors en het limbische systeem worden teruggekoppeld (die gekoppeld zijn aan de hypothalamus en de hersenstam).

Centraal zenuwstelsel (CNS): het gedeelte van het zenuwstelsel dat uit de hersenen en het ruggenmerg bestaat.

Sympathisch zenuwstelsel: het deel van het autonome zenuwstelsel dat betrokken is bij het mobiliseren van energie om de arousal te selectedren en te handhaven (bijv. verhoogde hartslag).

Vroege studies naar de stressreactie

Een van de eerste onderzoekers, W. Cannon, wees op de rol van catecholomaninen (nor- en epinefrine). Dit zijn hormonen die onder invloed van het sympathisch zenuwstelsel door de bijnieren worden afgegeven. Ze verhogen de arousal, waardoor de ‘fight-or-flight’-reactie ontstaat. Deze reactie is adaptief: het maakt een snelle reactie op bedreiging mogelijk. Het kan ook schadelijk zijn omdat het emotionele en fysiologische functioneren erdoor wordt verstoord.

De langdurige afgifte van nor- en epininefrine heeft negatieve effecten: het onderdrukt cellulaire immuniteit, versnelt de hartslag en verhoogt de bloeddruk en mogelijk leidt het tot hartaandoeningen.

Selye ontdekte dat verschillende soorten stimuli dezelfde fysiologische reactie opriepen. Hij ontwikkelde het algemeen aanpassingssyndroom: een reeks fysiologische reacties op langdurige stress, vanaf de alarmfase via de weerstandsfase tot de uitputting.

- Alarmfase: het waarnemen van een stressor is de initiële reactie die een daling van de lichamelijke afweer kan veroorzaken. Eerst kunnen de bloeddruk en hartslag dalen, vervolgens worden ze hoger dan normaal.

- Weerstandsfase: het lichaam probeert zich aan een stressor aan te passen die ondanks pogingen tot afweer tijdens de acute fase ofwel tijdens de alarmfase niet is afgenomen.

- Uitputtingsfase: treedt op wanneer de weerstandsfase te lang duurt, waardoor de reserves en de energie van het lichaam uitgeput raken. Het vermogen om weerstand aan de stress te bieden neemt af.

Recentere studies naar de stressreactie

Uit onderzoek bleek dat de epinefrinespiegel in het bloed toenam tijdens psychische stress en de norepinefrinespiegel tijdens lichamelijke stress.

Autonome zenuwstelsel: sympathisch zenuwstelsel (betrokken bij arousal en energieverbruik) en parasympathisch zenuwstelsel (vermindert de arousal en herstelt en bewaakt de energiereserves).

Op pagina 287 allerlei biologische/fysiologische termen over hoe stress in het lichaam werkt. Lijkt op bio-neuro, ik ga ervan uit dat dat voor dit geval te specifiek is.

Door de afgifte van glucocorticoïden wordt de glucosespiegel van het bloed verhoogd, uit deze glucose kan energie worden vrijgemaakt.

De activiteit van cortisol bij blootstelling aan chronische stress of aan herhaalde acute stressoren ondergaat extinctie. Extinctie: de kracht van een reactie zwakt af of dooft uit. de term wordt onder meer gebruikt bij de conditioneringsprocessen en in het bijzonder bij het afleren van aangeleerd gedrag.

In de theorie van omgevingsstress worden fysiologische reacties op stress (Selye) gecombineerd met het soort psychologische processen dat door Lazarus is beschreven:

- gebeurtenissen in de omgeving roepen een gevoel van bedreiging op, wat een ‘alarmreactie’ oproept die gepaard gaat met autonome arousal.

- Strategieën voor coping worden geselectederd, zoals vlucht, aanval of compromis. Gaat gepaard met emoties zoals angst of woede.

- Strategieën succesvol -> aanpassing aan stressor. Niet succesvol -> uitputting.

Stress en ontregeling van de immuunfunctie

Er blijkt een koppeling te bestaan tussen de deling van lymfocyten (B-, T- en NK-cellen) en de subjectieve beleving van stress. Met andere woorden: psychologische stress verstoort de werking van het lichaam.

Cortisol lijkt de T-cellen (helpercellen) en B-cellen (geheugen- en plasmacellen, etiketteren binnendringende antigenen, zodat ze herkenbaar worden voor vernietiging) te beschadigen en de vatbaarheid voor infectie te verhogen.

De ervaring van stress is, in uiteenlopende mate, afhankelijk van de stimulus (acuut of chronische, lichamelijk of psychologisch), van interne representaties van gebeurtenissen, waaronder de beoordeling en de emotionele reacties van de betrokkene, en van de aard en de mate van fysiologische en gedragsmatige selectedring die daarna volgt.

Is stress meetbaar?

Stress is gebaseerd op beoordeling, waarbij stimulus, cognitie en emotie een rol spelen en daarom moeten de subjectieve beoordeling van de stimulus, de emoties, de vermeende reserves en het vermeende vermogen tot coping worden bepaald. Beoordeling van stress wordt meestal gemeten door mensen te vragen hoe ze zich voelen of door hen te vragen een gestandaardiseerde psychometrische vragenlijst in te vullen. Bijv. de subjectieve stressschaal, waarbij wordt geschat in welke mate levenssituaties als stressvol worden beoordeeld.

Om secundaire beoordelingsprocessen te meten die centrall staan bij het model van Lazarus wordt bij onderzoeken ook veel gebruikgemaakt van een maat voor de persoonlijke reserves, zoals zelfredzaamheid of subjectieve sociale ondersteuning. De kans dat de antwoorden vertekend zijn omdat iemand van streek is, is groot. Nervositeit of depressie heeft waarschijnlijk invloed op de omvang van de reserves waarover iemand denkt te beschikken.

Onderzoekers moeten onderscheid maken tussen de voorlopers van een stressreactie en de stressreactie zelf.

Aangezien stress een subjectieve ervaring is, is het moeilijk het meten ervan als exacte wetenschap te zien. In het beste geval krijg je indirecte en gedeeltelijke indicatoren voor het stressproces en deze indicatoren hebben de neiging zowel te veel als niet genoeg te meten.

Lees meer...

Typen stress

Stress en verlies van hulpmiddelen (ook wel hulpbronnen of reserves genoemd)

Hobfoll stelde een model op voor het ‘bewaken van reserves’ voor stress, waarbij wordt aangenomen dat individuen zich inspannen om de hulpmiddelen waaraan een grote waarde wordt gehecht (bijv. voorwerpen, rollen, persoonlijke eigenschappen zoals gevoel voor eigenwaarde, energie, tijd, geld en vaardigheden) te beschermen. Volgens hem ontstaat stress wanneer er sprake is van een feitelijk of dreigend verlies van hulpmiddelen of van het ontbreken van winst nadat hulpmiddelen zijn geïnvesteerd.

Gedacht wordt dat hulpmiddelen kwantificeerbaar en ‘reëel’ zijn en daarom voor alle mensen hetzelfde ‘betekenen’ als ze verloren gaan.

Acute stress

Bij onderzoeken naar stress die zich acuut manifesteert, wordt meestal onderscheid gemaakt tussen stimuli die zeldzaam maar rampzalig zijn aan de ene kant en veelvoorkomende acute stressoren, zoals examens, aan de andere kant.

Volgens de theorie van de omgevingsstress is stress een gecombineerde psychologische en fysiologische reactie op belasting.

Coping via zelfredzaamheid: iemands aanname dat hij of zij onder bepaalde omstandigheden in staat is tot een bepaald copingsrespons. Dit is bepalend voor stressreacties en voor het vermogen van individuen om te herstellen van hun verlies door gebruik te maken van hun overblijvende hulpmiddelen voor coping.

Een hoge mate van stress kan het geheugen en de concentratie van mensen tijdens cognitieve activiteiten belemmeren. De wet van Yerkes-Dodson: er is een optimaal niveau van arousal nodig om de concentratie en het geheugen te handhaven, te weinig of te veel arousal kan een nadelig effect op de prestaties hebben.

Gebleken is dat examens van invloed zijn op gezond en ongezond gedrag zoals roken, snoepen, alcohol drinken en lichaamsbeweging. Dit verband tussen stress en gedrag is een indirecte route waardoor stress mogelijk van invloed is op ziekte.

Examens lijken voor sommigen zo veel stress op te leveren dat de vatbaarheid voor ziekten erdoor wordt verhoogd. Dit komt doordat de werking van het afweerstelsel door de stress wordt onderdrukt.

Stressreactiviteit: de fysiologische arousal, zoals toegenomen hartslag of bloeddruk, tijdens een potentieel stressvolle ontmoeting.

Chronische stress

Vaak worden de chronische effecten van stress bestudeerd in de werkomgeving. Soms ook bij verkeersopstoppingen, verkeersagressie, geluidshinder en drukte in het openbaar vervoer. Controleverliesi n deze situaties lijkt een belangrijke rol te spelen bij de beleving van stress.

Gedacht wordt dat burn-out het gevolg is van chronische, langdurige werkstress. Maslach definieerde burn-out als een syndroom van drie fasen van emotionele uitputting, depersonalisatie en verminderde persoonlijke prestaties.

Er wordt gesuggereerd dat stress ontstaat (o.a. op het werk) doordat de omgevingsvariabelen (belasting of draaglast) niet overeenkomen met persoonlijke variabelen (reserves of draagkracht). Dit heeft te maken met de ‘aanpassingsgraad’, die dynamisch en niet statisch is, in die zin dat draaglast en draagkracht in de loop van de tijd kunnen veranderen.

Volgens het job demand-control model van Karasek is van de volgende beroepskenmerken vastgesteld dat ze stress veroorzaken:

- belasting

- controleerbaarheid

- voorspelbaarheid

- ambivalentie

Volgens dit model bepaalt een combinatie van belasting en controle of de werknemer al dan niet stress ervaart.

Zowel een te zware belasting als een te geringe belasting is stressvol: frustratie en verveling als gevolg van een te geringe belasting blijken voor sommige werknemers even stressvol te zijn als overmatige belasting.

Uit onderzoek blijkt dat bij interventies om de stress in de werkomgeving te verminderen, het nodig kan zijn verschillende factoren aan te pakken, afhankelijk van rang en geslacht. Voor vrouwelijk personeel kunnen interventies die zijn gericht op aannamen over zelfredzaamheid nuttig zijn. Voor hogere rangen moeten voorzieningen voor ondersteuning in de werkomgeving worden uitgebreid.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen