Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Postmodernistische roman

Vooral jaren 70-80

Radicalisering van de kenmerken van het modernisme

  • Ironie t.a.v. condition humaine (Borges: De Aleph en andere verhalen)
  • Fictionaliteit benadrukken (grote onzekerheid)
    Wereld en personages (uit populaire cultuur, stereotypen) worden gefiltreerd door teksten/media (filteren werkelijkheid: doen dit door te werken met andere fictionele dingen)
    T. Pynchon: Vineland
    J. Cortazar: Het Hinkelspel
  • Onmacht: kennis over totale wereld is onmogelijk
    U. Eco: De naam van de roos
    Borges: De Aleph en andere verhalen

Roman in de postkoloniale wereld: schrijvers zijn een elite, opgevoed in Westerse denken, die zich ontworteld voelen en dat ook van hun cultuur vinden.
Centrale thema: culturele identiteit in het postkolonialisme

  • Latijns-Amerika: G.G. Marquez, P. Neruda (poëzie)
  • Azië: Y. Mishima (confronteert wereldbeelden)
  • Afrika: W. Soyinka
  • Westers: S. Rushdie

Genderproblematiek:

  • Nieuwe verhoudingen in lezerspubliek
  • Emancipatie-cultuur
  • Identificatie instrument: culturele identiteit van minderheden
Lees meer...

Modernistische roman

Combinatie van 19e-eeuwse romantypes, psychologisch realisme en avant-gardeliteratuur.

Thematische vernieuwing

  • Kritische analyse van de condition humaine
    • Nadruk op taalfilosofie, kennisleer en psychologie
    • Nadruk op existentiële scharniermomenten van het leven. Inspiratie bij Kierkegaard (existentialistisch), Duitse existentialisme (interbellum) en het Franse (na WO II)
    • Neiging om alle gevestigde waarden kritisch te onderzoeken
  • Fictionele wereld en personages: onzekerheid: ze hebben iets voorlopig, onaf, essayistisch door kritische attitude t.o.v. mens en wereld
  • Streven naar globale visie op wereld, maar onrechtstreeks: ziet zich als seismograaf, klankbord van zijn samenleving

T.S. Eliot: The Waste Land (1922): centraal failliet van moderne wereld en vervreemding waaraan moderne mens is overgeleverd

Belangrijke prototypes van die thematiek:

  • Psychologisch getinte sociale romans van W. Faulkner
  • Cultuurfilosofisch getinte probleemroman van T. Mann of R. Musil
  • Existentialistische probleemroman: proza van F. Kafka: groteske vertekening van reële situaties en rol onderbewuste processen; J.-P. Sartre, A. Camus
  • Bouwt soms voort op symbolistische esthetica: elementen uit alledaagse wereld symbool voor subjectieve problematiek (M. Proust, V. Woolf, J. Conrad)

Modernistische thematiek komt best aan bod bij J. Joyce, zijn werk toont ook door wat modernisme zich heeft laten inspireren: eerste werken zijn impressionistisch, vervolgens symbolistisch en modernistisch, laatste werk slaat de experimentele richting in (zoals latere romans tss. 1960-80)

  • Dubliners (1914): getekend door impressionisme en naturalisme, verhalen over alledaagse leven in Ierse hoofdstad, bezinning over menselijke existentie: symbolen voor levensmoeheid en schijnmoraal
  • A Portrait of the Artist as a Young Man (1916): sterk symbolistisch, moderne 'Bildungsroman', evolutie van puber naar volwassenheid en artistiek bestaan
  • Ulysses (1922): beschrijft 1 dag uit het leven van Leopold Bloom, projectie van Homeros' Ilias op het hedendaagse Ierland, Blooms omzwervingen symboliseren de lotgevallen van Odysseus.
  • Finnigan's Wake (1939): laatste werk, Work in Progress, soevereine en persoonlijke behandeling, herschepping en wijziging cultureel materiaal, beroep op vreemde talen.

Joyce wijst richting aan voor modernistische vernieuwende roman: epiek wordt volwaardige vorm waarin alle mogelijkheden van het esthetische aan bod kunnen komen.

Formele experimenten

Benadrukken onzekerheid en onvolledigheid: "Modernism is less a style than a search for a style" (Bradbury), realistische illusie proberen te ontstijgen

  • Gedetailleerd weergeven gedachtewereld personages m.b.v. stream of consciousness of de monologue intérieur: weergeven flux van gedachten en waarnemingen
    • M. Proust (A la recherche du temps perdu): invloedrijkste Franse romancier uit 20e eeuw, monologue intérieur geeft in een associatieve stijl de menselijke denkprocessen weer, de associaties openen een weg voor contact met het verleden, het mémoire involontaire, denkprocessen diepen uit individuele geheugen symbolische fenomenen op die emotionele toestand van individu perfect weergeeft
    • J. Joyce: Ulysses (1922) en Finnigan's Wake (1939): stream-of-consciousness-techniek: romans zijn associatieve stroom van meningen, gemoedstoestanden, opmerkingen, hij radicaliseert innerlijke monoloog door consequenter de intellectuele processen weer te geven, tot in de details
  • Plotcompositie: juxtapositie en montage
    • A. Döblin: Berlin Alexanderplatz (1929): naast stream-of-consciousness-techniek ook montagetechniek: inlassen dialogen in Berlijns dialect, reclameboodschappen, ambtelijke teksten, statistieken, thematisch gezien is deze roman expressionistisch: geloof in Nieuwe Mens en in politieke veranderingen staat centraal
    • J. dos Passos: Manhattan Transfer (1925) en trilogie U.S.A. (1930-36): s-o-c-techniek en montagetechniek, weigert ook 1 of meerdere individuen centraal te stellen, richt zich op hele gemeenschap, aandacht naar wat boven of achter de personages een eenheid vormt, deze eenheid moet de lezer zelf construeren (m.b.v. beschrijvingen, geschiedenissen, gedichten, …)
      → Vervreemding
    • Newsreel: m.b.v telegramstijl of zakelijke beknopte stijl worden korte zakelijke notities of headlines en stukken van krantenberichten aan elkaar geregen
    • Camera Eye: korte beschrijvingen de verhalen becommentarieert of in de juiste context plaatst (vaak op lyrische wijze)

Lees meer...

Neoromantische stromingen in de 20e-eeuwse roman

  • Exotische roman ontstaat in koloniale mogendheden: weerspiegelt paternalistische of racistisch-imperialistische visie op koloniale problematiek, dan weer wordt mysterieuze en niet-rationele van exotische culturen benadrukt.
    • R. Kipling: Kim (1901): pathetische en melodramatische gevoelens centraal
    • Escapisme bij E.M. Forster (A Passage to India, 1924) en J. Conrad (Lord Jim, 1900)
    • Ned. literatuur: L. Couperus (De Stille Kracht): neoromantische visie op niet-rationele
  • Historische romans in traditie R.L. Stevenson
    • Exotische charme van verleden oproepen
    • Vooral in Germaanse literatuur (Ned.: A. Van Schendel, A. France)
  • Werk van H. Hesse: erfgenaam Romantiek (Siddharta, 1922): romantische motieven van zoekende mens en verscheurde individu centraal; voorliefde voor Oosterse wijsheid → exotisme
  • Bijzondere vorm neoromantiek: streekroman in Vlaanderen (F. Timmermans, E. Claes) en Scandinavië (K. Hamsun): ontspoort soms in Blut und Boden-ideologieën
Lees meer...

Ontwikkelingstendensen in de 20e-eeuwse roman

20e-eeuwse literatuur: romangenre dominant, met als basis de realistische of naturalistische roman van eind 19e eeuw: lang, met hoofdstukken, ingewikkelde intrige, handelingen en conversaties personages in een bepaald milieu worden psychologisch ontleed en beschreven. Enerzijds overstijgt de roman op thematisch vlak de realistische invloed, anderzijds ontstaan in 20e eeuw op formeel vlak experimentele pogingen om romanvorm uit te diepen. Beide vernieuwingstendensen worden onder (post)modernisme geplaatst. Er zijn ook vormen die voortbouwen realistische roman: deze worden ofwel neoromantisch of neorealistisch genoemd.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen