Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Depots protohistorie

De gewoonte om metalen in de grond te steken dateert reeds van voor de Bronstijd. Soms gaat het om enkele objecten, andere keren zijn het er wel duizend, zoals bij de randbijlen van Dieskau. Ondermeer ringen, bijlen en sieraden werden gevonden, maar af en toe hebben we slechts te maken met schroot.

Archeologen stelden reeds diverse hypotheses op rond de betekenis, die elk verdedigbaar zijn voor een reeks depots. Sommigen menen dat men de rijkdommen wilde veilig stellen en bewaren om te gebruiken in troebele tijden. Anderen zien hierin een oppotting voor hersmelting. Een derde visie meent een religieuze functie te ontwaren, door de stereotiepe samenstelling van de depots. Een laatste opinie die veel aanhangers wint is dat het vormen van depots dient gezien te worden als een vorm van sociale prestigeverwerving en competitie, vergelijkbaar met de potlatch bij de Noord-Amerikaanse indianen. Dat fenomeen is te vergelijken met de deposities uit de latere Bronstijd.

Lees meer...

Economie protohistorie

Het mag duidelijk zijn, in de Bronstijd circuleerden goederen over een vaak grote afstand. Zo vond men bij ons producten met een oorsprong in Ierland, Scandinavië en Centraal-Europa. De snellere evolutie in de technologie was tevens slechts mogelijk door de grotere informatie-uitwisseling.

Voor het transport over land werden er knuppelwegen aangelegd, die zich door natte omgevingen zoals moerassen baanden. Over zee werden reeds de schepen langs de oostkust van Engeland besproken (Ferriby en Doever), die tonen dat het Kanaal geen obstructie vormde. Tevens vond men nabij Ulu Burun en Kaap Gelidonya, ten zuiden van Turkije, een wrak dat wijst op het contact tussen de oostelijke Middellandse Zee en het Midden-Oosten.

Lees meer...

Kunstuitingen protohistorie

Doorheen de tijd zijn enkele muziekinstrumenten manifest aanwezig. Zo zijn er enkele duidelijk te zien op rotstekeningen. Daarnaast vond men vaak ratels, zoals tintinabula of klinkende hangertjes maar de meest opmerkelijke vondsten zijn deze van blaastoestellen. Zo trof men in Scandinavië enkele luren aan, die duiden op technisch vernuft omdat de verschillende buizen precies in elkaar passen. Deze luren werden per twee gevonden in venen, wat moet wijzen op een religieuze deponering.

De Bronstijd vormt echter vooral een bloeiperiode in de rotskunst, en dat doorheen grote delen van Europa. Het betreft graveringen in door gletsjers gepolijste stenen. Hier worden drie bekende voorbeelden besproken.

Bohuslan

Op deze Zweedse site werd gebruik gemaakt van de picking-techniek, waarbij men individuele slagen kan onderscheiden op de rotswand. Zo bekomt men een onbeschilderd contrast tussen de gepatineerde en de afgeklopte wand.

Men treft vrij veel menselijke figuren aan met een duidelijk genderonderscheid (paardenstaarten tegenover fallussen). Deze voorstellingen zijn eerder schetsmatig en er komen verschillende afmetingen voor binnen één paneel. Velen dragen wapens en soms ziet met speciale figuren met rare oren of haren, mogelijks met een religieuze functie.

Daarnaast zijn boten en wagenachtige dingen te zien, en er is ook een ploegscène bekend waarbij men gebruik maakt van een keergetouw. De scènes zijn vaak vrij triviaal (dansen, vechten, werken, …) maar toch geven ze een religieuze indruk, ondermeer door de aanwezigheid van mogelijke zonnesymbolen.

Mont Bego

Deze verrassend afgelegen plaats nabij Nice kent hetzelfde vormengoed maar toch zijn er enkele duidelijke verschillen vast te stellen. Zo zijn er geen boten aanwezig en telt men minder mensachtige figuren, maar valt het grote aantal wapens, van dolken tot hellebaarden, op. Ook hier zijn veldscènes te zien, meestal in vogelperspectief.

Een karakteristiek van de rotskunst bij Mont Bego is het rundskopsymbool, bestaande uit een rechthoek met twee antennes. Ook veel voorkomend zijn variërende, geometrische symbolen. Opmerkelijk is tevens de zogenaamde biddende priester die een dolk in de hand houdt.

Val Camonica

Ook op deze Italiaanse site werd de picking-techniek toegepast. Chronologisch gezien moeten we deze tekeningen echter later situeren, met sporen tot in de IJzertijd. Zo zijn er meer ruiters te zien, met zelfs helmdracht bij de meesten. Verder betreft het dagdagelijkse scènes met gelijke symboliek, zoals de dansende figuren, het ploegen en de wapens. Opvallend zijn de smid en het dorp dat van bovenaf gezien wordt.

Op andere plaatsen, zoals Ierland en Spanje, werden eveneens rotstekeningen aangetroffen. Het is moeilijk om hiervan de symboliek in te schatten. Velen menen dat het gaat om zonnesymboliek, anderen zien een andere toedracht in de vele geometrische figuren, zoals cupules (ronde uithollingen) en spiraaltjes.

Daarnaast zijn ook op vele voorwerpen dergelijke symbolen, zoals puntstrepen, spiralen, e.d. aangetroffen. Ook de objecten zelf geven een dieper inzicht op de toenmalige samenleving.

Onder andere in Aventon werden holle, gouden hulzen gevonden die tot 80 cm groot kunnen zijn. De functie is onbekend, sommigen menen zelfs dat het om rituele hoeden gaat door de doorboringen aan de zijkant.

Een ander voorbeeld van de zonnecultus, is de schijf van Nebra ( cfr. supra).

Tot slot is er ook de wagen van Trundholm, die een nieuw bewijs vormt voor de verspreiding van de zonnecultus. Het betreft een vierwielige wagen, getrokken door een paard, waarop de zon wordt gedragen.

Lees meer...

Nederzettingen protohistorie

De huizen hebben meestal grote afmetingen (25-30 meter) en zijn woonstalhuizen. Zo is het Hilversumhuis drieschepig (vb. Emmerhout), in tegenstelling tot de Bandkeramische woningen, die nog vierschepig waren. Dit werd bekomen door het weghalen van de nokpalen en het verbinden door middenstutters. In de IJzertijd evolueerde dit tot tweeschepig om vanaf de Romeinse bezetting de huidige situatie te bekomen. De ingang bevond zich aan de langste zijde, en elke kamer had zijn eigen specifieke functie.

Het betreft veelal open nederzettingen, maar in de loop van de midden-Bronstijd ziet men versterkingen optreden. Er heerst een gemengde landbouw met kleine dorpjes van enkele eenheden. Een uitzondering hierop is de site van Hoogkarspel, een eiland waar men door de bevolkingsdruk een gestructureerd dorp vormde met tien tot vijftien huizen naast elkaar.

In Centraal-Europa en El Argar zijn grotere dorpen aanwezig, met een permanente bewoning. In de noordelijke en westelijke gebieden is er echter primitieve, extensieve landbouw op de slechte zandgrond (wat leidt tot uitputting door gebrek aan wisselslag en bemesting) en rotten de houten huizen vrij snel door het grondwater. Dit zorgt er voor dat in deze gebieden de mensen na een bepaalde tijd hun huis verlaten en een nieuw gehucht genereren per generatie. Dit fenomeen noemt men de zwervende erven.

Hieraan gekoppeld ziet men zwervende grafvelden met een 1/1 relatie tussen erf en grafveld in de nabijheid van het dorp. Deze volgen de locatie en functioneren eveneens een generatie lang. In de late Bronstijd wordt het zwervend erf behouden maar gaat men over tot urnenvelden, die vast en langer in gebruik blijven.

Een ander opmerkelijk fenomeen is de manifeste aanwezigheid van de dolk in de midden-Bronstijd. Het ideaal van de krijgsman zat duidelijk diep ingebakken in de martiale samenleving.
Toch blijven er veel vragen rond de vorm van de maatschappij. De rol van de vrouw is afhankelijk van complex tot complex en wisselend, en mede daardoor over het algemeen onbekend. De gelijktijdig geschreven Ilias duidt op de belangrijke rol van de godsdienst maar bij onderzoekers zijn geen of nauwelijks tempels bekend.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen