Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Anarchisme wijsbegeerte

- “mens is in wezen goed en wordt slecht gemaakt door een staatsapparaat”

- Schijnbaar staatsstructuur nodig = gevolg van onrechtvaardigheid en ongelijkheid tussen mens, die ontstaat uit eigendoms - en klassenverschillen

- Geen staatsstructuren meer  mensen komen vanzelf tot een verantwoordelijke vorm van vrijheid en samenwerking met anderen

- Franse Revolutie: ‘anarchisme’ = scheldwoord voor al diegenen die ingrijpende economische veranderingen voorstonden

  • Proudhon

- “Qu’est – ce – que la propriété?” (1840)

- ‘eigendom is diefstal’

- Aanvaardde beperkte vorm van eigendomsrecht

- Maatschappij zonder regering

- Kleine communiteiten als grondslag van nieuwe maatschappij

- Duidelijke afkeer van het gebruik van het staatapparaat en van politieke middelen bij het strevennaar de uiteindelijke gelijkheid onder de mensen

= MUTUALISTISCH ANARCHISME

  • Michael Bakunin

- Niet het individu als basiselement van de maatschappij

- Maatschappij is opgebouwd uit groepen van arbeiders die een eenheid vormen door collectieve verantwoordelijkheid

- Zeer aparte vorm van anarchisme: einde XIX, gekenmerkt door daden van terrorisme en moorden op vooraanstaande figuren  beeld van de bommengooiende anarchist

= COLLECTIVISTISCH ANARCHISME

  • Peter Kropotkin

- Vreedzame, utopische vorm van anarchisme

- “La conquête du pain” (1892)

- Verdeling van goederen: niet op grond van de prestaties die men levert, maar op grond van de behoeften

  • Vernieuwde belangstelling : mei ‘68

Cf. “Il est interdit d’interdire »

‘’ l’âge d’or était l’âge où l’or ne reignait pas ‘’

  • De ecologische beweging

= Deel van het gedachtegoed van de beweging rond 1968

- Tendens naar directe democratie en actiegroepen

- Wijkcomités

- Eis voor referendums

- Afkeur voor de staatsmacht, voorkeur voor het kleinschalige

- Breuk met zowel liberalisme en socialisme: er wordt afstand gedaan van een onvoorwaardelijk wetenschappelijk – technologisch optimisme en van een ongenuanceerd antropocentrisme

Lees meer...

Socialisme wijsbegeerte

  • De term

Verwijst naar theorieën van Saint – Simon, Fourier en Owen,die, in de plaats van het bestaande economische stelsel, vormen van samenleving en productie voorstellen die die meer een beroep doen op samenwerking onder de mensen dan op onderlinge competitie.

  • Als ideologie

Socialisme = nogal omvangrijk conglomeraat van overtuigingen en opties betreffende de structurering van de maatschappij

 hebben gemeenschappelijke basis, maar lopen verder nogal sterk uiteen (communisme, anarchisme, syndicalisme, mutualisme, reformisme)

    • Socialisme > liberalisme

- Humanitaire idealen: * Gelijkheid onder de mensen

* Recht op geluk

- Liberalisme  vrijheid als centraal thema

- Socialisme  rechtvaardigheid als centraal thema

- Aufklärungsgeloof: mogelijkheid van een betere wereld

- Realiseren van de politieke vrijheid alleen, heeft de wereld niet beter gemaakt

    • Eerste belangrijke stelling

Kapitalistische wereldorde, gebaseerd op economisch liberalisme, brengt een maatschappij voort die onrechtvaardig is en moreel verwerpelijk

DUS: streven naar een betere wereld = strijd tegen kapitalisme en opbouwen van nieuw maatschappelijk stelsel van productie en distributie van goederen

    • Grondprincipe van nieuwe m’pij

≠ concurrentie tussen de individuen

= samenwerking en solidariteit onder de mensen

 alle socialisten willen een grondige hervorming van de maatschappij,

MAAR: worden het moeilijk eens over: * het type maatschappij dat moet tot stand komen

* methode die men moet volgen om de hervormingen te realiseren

    • Internationalistisch karakter

Socialistische beweging kan alleen resultaat hebben wanneer de arbeiders van alle landen samenwerken om de bestaande structuren omver te werpen

  • Ontwikkeling van de Socialistische Ideologie
    • Gracchus Babeuf

- “Analyse de la doctrine” (1796)

- Socialisme gaat terug op aantal tendensen van het liberalisme en de Revolutie

- Mens heeft recht op een gelijk aandeel in elk bezit

- Revolutie is nog niet volledig: alle goed dingen van het leven worden genomen door de rijken (dictators) en de armen zwoegen in miserie zoals slaven

    • Owen, Fourier en Proudhon

= Utopisch – socialisten (= (niet volledig correcte) term die Marx gebruikt om al zijn voorlopers aan te duiden)

Socialistische maatschappij:

- verzameling van kleine gemeenschappen

- volledige samenwerking bestaat op het gebied van landbouw en industrie

- winsten op (bijna) gelijke wijze verdeeld

- tussen gemeenschappen: vrije interactie en coöperatie is mogelijk

- rol van centrale autoriteit / staatsgezag tot minimum gereduceerd

    • Saint – Simon

= vertegenwoordiger van het wetenschappelijk socialisme

- Maatschappij moet gepland worden op grond van wetenschappelijke en technologische inzichten

è Vooruitgang van wetenschap en techniek vereist dit

è geen geknoei van onwetende politici of zinloze concurrentiestrijd meer

- centrale organisatie van de productiemiddelen

- voortdurende bevordering van het wetenschappelijk onderzoek

- beheer van dit alles door mensen die de noodzakelijke wetenschappelijke en zakenkennis hebben (géén politici!)

- centraal doel = materiële en intellectuele verbetering van het lot van de armen

    • Marx

- “Communistisch Manifest” (1848)

- Nadruk op belang van de maatschappijanalyse

- Toekomstvisie = gebaseerd op historisch materialisme

- Bestaande m’pij = moreel aanvaarbaar

EN

= gedoemd om te verdwijnen op grond van de historische wetmatigheden

- Grote terughoudendheid als het erop aankomt in concreto de toekomstige maatschappij te beschrijven (“proletariaat zal zelf wel de goede weg vinden”)

- Grootste invloed van Marx: duidelijke polarisatie van het sociaal probleem als een strijd tussen proletariaat en bourgeoisie die moet uitlopen op de omverwerping van het kapitalistisch systeem

- Marx incorporeert en synthetiseert de waardevolle inzichten van zijn voorgangers: “de communistische maatschappij kan slechts via een socialistische worden gerealiseerd”

- “Proletariërs aller landen, verenigt u!” = internationaal aspect

  • Het reformisme

= sociaal – democratie

= revisionisme

Socialistische en communistische partijen: succes bij verkiezingen : komen in regeringen  hervormingen en lotsverbeteringen van de arbeider

>>> droegen zo toe tot het consolideren van de kapitalistische staatsstructuur, in plaats van ze omver te werpen !

onzekerheid in de ideologie: princiepsverklaringen bleven revolutionair, maar waren in praktijk reformistisch

>>> concrete formulering van het reformisme als ideologie door Edward Bernstein en door de Fabian Society

    • Bernstein

Marxistische doctrine moet worden herzien omdat de ‘steeds groter wordende verarming van het proletariaat’, de ‘uitschakeling van de middenklasse’ en de ‘ineenstorting van het kapitalisme’ zich niet voordeden.

    • Fabian Society

- Oa: Sidney Webb en Georges Bernard Shaw

- Progressieve hervormingen: * nationalisatie van de industrieën

* omvormen van de staat tot een welvaartsstaat

- Tractaten Fabian Society = goed geïnformeerd

- Grote invloed op de verdere politiek van de Labour Party

    • Hendrik de Man

- Belg

- Deed poging om vanuit zijn vorm van socialisme een oplossing te brengen voor de problemen gesteld door de grote economische crisis

  • Twee groepen socialisten

Strikt Marxistische – Leninistische socialisten  reformistische socialisten

Marxisten en Leninisten

 Sterke partijdiscipline

Reformisten

 laten zich beïnvloeden door pragmatische en electorale overwegingen, zodat de ideologische grondslag minder en minder duidelijk wordt

Lees meer...

Conservatisme wijsbegeerte

= ideologie die de verdediging van het Ancien Régime als hoofddoel stelt en meer bepaald is gegroeid uit een protest tegen de Revolutie en tegen elke drastische hervorming van de maatschappelijke structuren

  • Edmond Burke

= theoretisch grondlegger van het conservatisme: “Reflections on the French Revolution”

  • Theorie

- Overtuiging van revolutionairen dat ze de wereld kunnen veranderen berust op te groot vertrouwen in rationele mogelijkheden van het menselijk individu

revolutionairen: “gebruik van de rede volstaat om een maatschappij te organiseren die het mensdom naar welzijn en geluk moet leiden”

- Mens is niet alleen rationeel wezen, maar ook passioneel

- Drift – aspect is zo groot dat de mens louter op grond van zijn rede de passie niet kan beheersen

 als hij aan zichzelf wordt overgelaten, zal hij zichzelf en anderen vernietigen

DUS: inperken van irrationele impulsen is nodig mbv:

* instituties

* autoritaire regering

* steun van een staatskerk

WANT: als deze instituties tot in de wortel worden aangetast, moet men geen vooruitgang verwachten, maar een terugvallen in de barbaarsheid

- Typisch voor conservatisme: maatschappij is vatbaar voor verbetering in een langzaam en continu maatschappelijk proces

- Mens kan niet in één klap een m’pij uitdenken die superieur zou zijn aan datgene wat in de loop der tijden langzaam werd opgebouwd

- Individuen kunnen binnen de perken van hun eigen bevoegdheid kleine verbeteringen aanbrengen  deze kleine verbeteringen samen worden op termijn belangrijk

  • Betekenis van Burke

Gaf aan diegenen die in het diepste van hun wezen het nieuwe (het liberalisme) niet konden aanvaarden, de kans te geven om hun overtuigingen op een rationele manier te formuleren.

  • Joseph de Maistre en Louis de Bonald

= traditionalisten

- Revolutie = aantasting van de maatschappijordening die door God is ingericht  * macht van de Koning

* eenheid van de familie

* hiërarchie van de standen

= door God gewild om de stabiliteit van het land te verzekeren

- NIET: willen voorkomen dat er in de verder maatschappijontwikkeling onverantwoorde sprongen zouden gemaakt worden

- WEL: eisen terugkeer tot het katholieke regime van voor de Revolutie

- Vertegenwoordigen bij hun tijdgenoten volledige terugkeer naar het Ancien Régime en de reactie tegen elke vernieuwing

  • Karl R. Popper

- Latere conservatisme

- Formeel analoog aan Burke

- Inhoudelijk verschillend: liberale principes hebben grondig de maatschappijstructuren doordrongen

 conservatisme = vasthouden aan deze principes en zich verzetten tegen drastische wijzigingen van deze maatschappij (cf. socialisten)

- Formele overeenkomst: conservatief is van mening dat de grondige en plotse wijzigingen in de maatschappijstructuur veeleer een achteruitgang en een vervallen in wanorde tot gevolg zullen hebben, dan een verbetering

Lees meer...

Liberalisme wijsbegeerte

  • Aparte plaats onder de ideologieën

- Eerste alternatief tegenover het Ancien Régime dat in de praktijk gerealiseerd werd

- 18de – eeuwse vorm: vooral gericht op het omverwerpen van de bestaande orde

- Afstand tussen de geïdealiseerde principeverklaringen en de feitelijke opvattingen

tegenstrijdige tendensen binnen het Liberalisme

  1. humanitair ideaal  inhumane gevolgen van bepaalde liberale beginselen op het gebied van de economie
  2. interne inconsequenties van een ideologie die zich als universeel menselijk voordoet, maar in feiten gedragen wordt door een maatschappelijke klasse, namelijk de burgerij

bv. Locke: ziet geen bezwaar in de slavernij in de koloniën (= Marx’ vals bewustzijn)

  • Ontstaan in de XVIII

- Ontstaan als toepassing van de algemene Aufklärungsideeën op de maatschappijstructuur

- Voornaamste auteurs: Locke, Montesquieu, Jefferson en Rousseau

- Rousseau ziet privé – eigendom als een bron van talloze kwalen ( andere auteurs die dit als een elementair menselijk recht beschouwen)

- Nadruk op de gelijkheid van de mensen en hun recht op leven, vrijheid en nastreven van geluk

 regeringen zijn gevormd om deze rechten te garanderen !

- Nadruk op het ideaal van de individuele vrijheid en non – interventie van de staat

- Twee belangrijke strekkingen: * politiek liberalisme

* economisch liberalisme

  • Politiek Liberalisme

 Locke, Voltaire, Montesquieu en Jefferson

  • Negatief

Opvatting dat de voorrechten van de absolute vorst, van de Kerk en van de adel moesten worden afgeschaft

  • Positief

Individuele vrijheid op maximale wijze waarborgen: vrijheid van denken, spreken, vereniging, arbeid, handelen en godsdienst

 vrijheid = natuurlijk recht van de mens en mag alleen worden beperkt door regelingen die noodzakelijk zijn voor het algemeen welzijn

Concrete staatsordening

- Streven naar grondwet waarin de rechten van de burger worden geformuleerd waardoor hij wordt beschermt tegen machtsmisbruik

- Soevereiniteit berust bij het volk  parlementair regime

- Scheiding van de machten

Engelse liberalen (Locke)

- Nadruk op de niet – interventie vanwege de staatsorganen

- Parlementair regime ≠ werkelijke realisatie van de volkssoevereiniteit: er wordt niet gedacht aan algemeen stemrecht

- Meest uitvoerige en radicale formulering van de vrijheidsgedachte in dit liberalisme = “On Liberty” van John Stuart Mill

Franse Revolutie

Volkssoevereiniteit en eis van actieve ingreep van de staat bij de bevrijding van de mens zal een veel sterkere rol spelen

Einde XIX

Matthew Arnold en T.H. Green:

- Vrijheidsconcept op een bredere wijze interpreteren

- Taak van de liberalen = mens bevrijden van ellende en onwetendheid

- Eisen grotere staatsinmenging

  • Economisch Liberalisme

- Moet niet noodzakelijk samenvallen met het politiek Liberalisme

- Laissez faire, laissez aller = in strijd met de opvatting dat de regeringen tot taak hebben leven, vrijheid en geluksstreven optimaal te bevorderen

  • Adam Smith

“Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations” (1776)

- Grondslag van economische groei = arbeidsverdeling (maakt verbetering van de technieken mogelijk  verhoogde productiviteit)

- Gemeenschappelijk welzijn wordt het best gediend door mensen die elk hun eigen belangen als primair doeleinde voor ogen houden

- Enige morele norm = rechtvaardigheid die door de staat moet worden gegarandeerd

- Economische groei wordt afgeremd door privileges en monopolies die de onderlinge compositie reduceren of onmogelijk maken

- Staat moet zich onthouden van actief in het economisch proces in te grijpen

 taak = proces mogelijk maken door de rechtvaardigheid te garanderen en door voorzieningen van algemeen nut

  • Jeremy Bentham en John Stuart Mill

Poging om politiek en economisch liberalisme in overeenstemming te brengen en beide een filosofische onderbouw te geven

- Uitganspunt = utilitarisme

- Ideaal = grootste geluk voor het grootste aantal

- Probleem van democratie in het liberalisme = incoherentie tussen opvattingen over de soevereiniteit van het volk en de politieke structuren die liberalen voorstonden

- Bentham: “democratische meerderheidsprincipe had de beste van alle mogelijke regeringen tot gevolg”

- John Stuart Mill: gevaren : massa’s kunnen hun macht gebruiken om de vrijheid van het individu te beperken en een toestand van algemene mediocriteit te realiseren

 ware democratie moet steunen op een ‘verlicht electoraat’

- Door volksopvoeding moet een progressieve uitbreiding van het stemrecht mogelijk worden

  • Veranderingen in houding

- Enerzijds: democratisch aspect van het politiek liberalisme werd in de 20ste eeuw in belangrijke mate gerealiseerd

- Anderzijds: aantal typische kenmerken van het economisch liberalisme werden opgegeven:

- Naweeën van WO I + crisis van jaren ’30  fundamenten van het politiek liberalisme werden aangetast: * volkssoevereiniteit

* parlementaire democratie

* scheiding der machten

GEVOLG: ontstaan van fascinatie voor autoritaire bewegingen (fascisme, nazisme)

- Recente crisisperiode: * blaam werpen op Keynesiaans economisch liberalisme

* oplossing = radicale terugkeer naar vroeg – negentiende - eeuwse economisch liberalisme: drastische inperking van de staatsinterventie

- Aanpassingen in het model zijn nodig (cf. ecologische problematiek en achterstand in de Derde Wereld

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen