Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Doorbraak van het liberalisme België sinds 1830

In meer liberale en burgerlijke kringen ging men hiertegen reageren. Vanaf 1839 werd deze beweging versterkt door ex-orangisten, radicalen, vrijmetselarij en de lokale verspreiding van liberalen.

Ze waren tegen het unionisme en voorstanders van de verdediging van stedelijke belangen en dalende invloed van de kerk. Op andere vlakken werden echter verschillen fracties gevormd: de centre-gauche, met zowel aristocraten, de haute finance als ambtenaren, waren gematigde liberalen en spiegelden zich aan de whigs. De doctrinairen kozen het Franse antiklerikaal liberalisme als model. Er waren ook nog de radicalen, met daarin intellectuelen en lagere burgerij, die eerder democratisch en sociaal-progressief waren. Zij namen het initiatief voor het Liberaal Congres van 1846 in Brussel waar het basisprogramma geschreven werd.

In 1847 wonnen de liberalen de verkiezingen en vingen in 1848 meteen de schokgolf van het revolutiejaar op door afschaffing van de differentiële kiescijns, daling kiescijns, afschaffing van het zegelrecht en de wet op onverenigbaarheden. De stijging van het aantal stemgerechtigden en opkomst van goedkope pers legden de basis van een echt burgerlijk parlementair regime.

Lees meer...

Het unionistisch regeringsbeleid België sinds 1830

Het unionisme vloeide rechtstreeks uit de Belgische revolutie en bleef behouden om zowel principiële als tactische overwegingen. Voor de progressieve unionisten mocht de Kerk geen rol meer spelen in het politieke leven en moest de democratie vooraan op de politieke agenda. Conservatieve unionisten bleven trouw aan het unionisme omdat de Belgische onafhankelijkheid moest verdedigd worden tegen zowel Willem I als binnenlandse tegenstanders. Daarbij ging het over de reünionisten die aanstuurden op aansluiting bij Frankrijk en de orangisten die een herstel wensten van het Verenigd Koninkrijk. Aan het orangisme kwam pas een definitief einde met de aanvaarding van het Verdrag der 24 artikelen door Nederland in 1839. Tot 1839 moest zeker het unionisme zeker blijven. Een gevolg daarvan was dat er geen duidelijke partijen bestonden en er juist een kleine spanning was tussen meer democratische en conservatieve krachten.

Leopold I kende eigenlijk een grote invloed op de opeenvolgende regeringen en steunde de behoudende krachten in de samenleving waarvoor hij op de steun van de adel, financiële kringen en kerk rekende.

De liberaal-katholieke fractie en een deel van het episcopaat waren daar geen voorstander van waarop de Koning de hulp inriep van paus Gregorius XVI om de Belgische kerk meer behoudend te maken d.m.v. een nuntiatuur in Brussel en de benoeming van conservatieve bisschoppen. Het kwam tot een verstrengeling van de kerk, regeringsbelangen en conservatieve krachten.

De eerste unionistische regeringen hadden nog een sterke burgerlijke inbreng wat leidde tot een economische politiek die de ontwikkeling van het financiewezen, industrie en verkeersinfrastructuur bevorderde. Vanaf de regering-Theux in 1834 trad de grondadel meer op de voorgrond d.m.v. een economisch beleid die meer gericht was op landbouw en linnennijverheid. De regering streefde ook naar een vergrote invloed van koning en regering over lokale besturen en begunstigde de kerk. De scheiding tussen kerk en staat werd dus steeds meer overbrugd.

Lees meer...

De vorming van de nieuwe staat België sinds 1830

Het nieuwe België werd een grondwettelijke rechtsstaat met een groot vrijheidsklimaat en ontwikkelingskansen voor individuele burgers en opiniegroepen. De katholieke werd dus ook bevrijd van ieder staatstoezicht en mocht vrij haar onderwijs, congregaties en organisatie ontwikkelen.

De grondwet garandeerde echter wel de scheiding van kerk en staat en dat alle macht uitging van de natie via een verkozen Kamer en Senaat. Een voorwaarde voor het toekennen van het stemrecht was een kiescijns. Door de latere differentiële kiescijns lag die op het platteland lager lag dan in de steden. Amper een op zeventig van de inwoners had daardoor stemrecht. Dit systeem werd gecombineerd met het meerderheidsstelsel wat de slagkracht van minderheidsgroepen bemoeilijkte.

Het Nationaal Congres verkoos in Leopold van Saksen-Coburg een vorst die een compromisfiguur was. Hij zou het gezag een sterk monarch worden en rekening houden met zowel de burgerij, adel als kerk.

Lees meer...

Crisis, opstand en scheiding 1780 – 1814

Tot midden de jaren 20 kon Willem I zich wijden aan zijn constructieve politiek van nationale welvaart. Vanaf 1827 ging zijn aandacht naar het overwinnen van ernstige binnenlandse problemen: hij kreeg de rekening van eigenzinnigheid, ongrondwettelijkheid en het regeren zonder draagvlak. Hij kreeg vele tegenstand.

In 1828 ontstond een diepe gezagscrisis. Dit was een breder Europees verschijnsel. Het was een liberale crisis gericht op de modernisering van het systeem, dit verzet werd gevoerd door liberalen (modern vrijheidbegrip) en katholieken (vrijheidsbegrip gebruiken om eigen onderwijs en godsdienstpolitiek te mogen volgen). Vele criticasters in het Zuiden waren evenwel niet voor de afscheiding van het Zuiden. In het Noorden was er ook veel bezwaar tegen het bemoeizuchtig koningschap. De eisen: machtsverschuiving van koning naar kamer, verantwoordelijke ministers, parlementaire controle, herziening van het kiesstelsel, onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, vrijheid van onderwijs en pers. Daarnaast specifieke Zuidelijke grieven: de ondervertegenwoordiging van Zuiderlingen in het ambtenarenapparaat en het officierenkorps. In 1828 kwam in het Zuiden de Unie der Opposities tot stand.

De gezagscrisis in 1828 leidde niet onafwendbaar naar de Belgische Opstand. Dit kon alleen in het verlengde van de Franse julirevolutie en enkel door de veranderde internationale constellatie. Na ongeregeldheden in Brussel kregen de gebeurtenissen in het Zuiden een eigen dynamiek. Jonge liberalen die streefden naar een modern liberaal systeem en weldra ook naar een zelfstandig België kregen wind in de zeilen. De besluitloosheid van Willem I speelde ook een belangrijke rol. Uiteindelijk ging hij over tot militaire actie die de tegenstellingen nog verscherpte. De koning deed beroep op de mogendheden: op de Conferentie van Londen werd besloten dat een onafhankelijk en neutraal België de vrede en rust zou behouden. Niemand verwachtte dat dit een duurzame oplossing zou zijn.

Na deze beslissing rezen er nog veel problemen over de voorwaarden waarop dit zou gebeuren. Eerst aanvaarden de Belgen de voorstellen niet, daarna de 18 artikelen, aanvaarde Willem I de voorstellen niet en ging hij over tot de Tiendaagse Veldtocht, zo krijg hij betere voorwaarden, de 24 artikelen, maar ook deze artikelen wilde hij niet erkennen. Het duurde tot 1838 tot hij ze aanvaardde, dit kwam omdat in de onvoorspelbare internationale politiek ervoor zou kunnen zorgen dat op een bepaald moment België opnieuw kon aangehecht worden.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen