Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Een nieuw internationaal beleid 1890-1935

De wereldoorlog leidde tot een nieuw internationaal beleid waarbij de regering de annexatie van Nederlands-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen, een unie met groothertogdom Luxemburg en de uitbreiding van het koloniaal bezit wenste. Deze aanspraken botsten op onwil en België kreeg toch een economische unie met GHL, het Duitstalig grensgebied Eupen-Malmedy en vroegere Duitse kolonies Rwanda en Burundi. Verder werd de neutraliteitsverplichting opgeheven.

België sloot zich in zijn buitenlands beleid aan bij Frankrijk waarbij het Frans-Belgisch militair akkoord van 1920 ook behoorde. België zou samen met Frankrijk in 1923 over gaan tot de bezetting van het Ruhrgebied.

De pro-Franse politiek lokte veel kritiek uit en vanaf 1925 werd buitenland afgestemd op de Volkenbod en het systeem van collectieve veiligheid.

De geest van Locarno zorgde voor het Rijnpact tussen Frankrijk, Duitsland en België, een niet-aanvalsverdag tussen België en Duitsland en verbeterde de verhouding met Nederland opnieuw.

Lees meer...

De Eerste Wereldoorlog als katalysator 1890-1935

Het land betrouwde voor zijn veiligheid vooral op Groot-Brittannië maar na 1904 toen G-B toenadering zocht tot Frankrijk en zich tegen Duitsland konden Engelse garanties België niet langer beveiligen.

België moest dus zelf zijn defensie versterken en vanaf 1908 ging men over tot militaire hervormingen zoals de dienstplicht (algemeen in 1913).

Duitsland stelde bij het uitbreken van de oorlog het plan-Schlieffen in werking dat de Franse troepen wilde uitschakelen via een omsingelingsbeweging door België heen. De Belgische regering weigerde en dit bracht het land in oorlog. Het Belgisch leger hield in het najaar van 1914 enkel stand achter de IJzer terwijl de regering zich terug trok in Franse Le Havre.

De Duitse inval leidde niet tot een partizanenstrijd maar bracht stilstand en deze stagnatie in handel en industrie zorgde voor grote problemen in voedselvoorziening en werkloosheid. Het Nationaal Hulp –en Voedingscomité, waarin verschillende stromingen samenwerkten, werd toch beheerst door de zakenburgerij. Vanaf 1916 werd de Duitse bezetting drukkender door verplichte tewerkstelling, ontmanteling van ondernemingen en zware oorlogslasten.

Duitsland had geen duidelijke Belgienpolitik maar wel een Flamenpolitik waardoor een aantal Vlaamsgezinden zich aansloten bij de collaboratie van de activisten. Vlaamse eisen zoals de vernederlandsing van de Gentse universiteit en administratieve scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië werden respectievelijk in

1916 en 1917 doorgevoerd. In 1917 werd door de activisten zelfs een Raad van Vlaanderen opgericht. Het activisme stortte echter in elkaar bij de Duitse nederlaag.

Uit de actie en frustratie ontstond aan het IJzerfront bij Vlaamse intelllectuelen de frontbeweging die verder radicaliseerde door het ongenoegen van Vlaamse soldaten, het verbod begin 1917 en de lauwe reactie van de regering. De overname van eis tot zelfbestuur later in 1917 bracht haar zelfs dicht bij het activisme.

De regering regeerden vanuit Le Havre door middel van besluitwetten en ze werd geleidelijk aangevuld met liberale en socialistische ministers. Er waren spanningen met betrekking tot de Vlaamse kwestie en buitenlandse politiek: een Belgisch-nationalistische pressiegroep wilde het lot van België verbinden met de geallieerden en om gebiedsuitbreiding vragen terwijl koning Albert I liever vasthield aan het neutraliteitsstatuut en een geallieerde leiding over het leger bleef afwijzen tot augustus 1918.

WO I legde tegelijk de kracht en zwakheid van het Belgisch politiek systeem bloot en integreerde ook voor goed de arbeidersmassa waarvan men dacht dat ze verbaal revolutionair, internationalistisch en pacifistisch was. Een revolte van Vlaamsgezinden daarentegen was niet voorzien.

Lees meer...

Koloniale expansie 1890-1935

Het versterkte belgicisme kreeg rond de eeuwwisseling voeling met het imperalisme door de belangstelling voor het kolonisatieproject van Leopold II en de overname van de Kongo Vrijstaat in 1908.

De Koning kon door de Association internatioale du Congo en zijn diplomatiek optreden op de Conferentie van Berlijn in 1884 “zijn” Kongo Vrijstaat laten herkennen en starten met de exploitatie van Midden-Afrika. België raakte in het project steeds meer betrokken door de financiële moeilijkheden van Leopold II en de invloed van missionering en ondernemingen.

Naar het einde van de 19e eeuw bracht de bezetting en exploitatie van het Kongorijk eindelijk iets op vooral dankzij de rubberproductie waarvan de opbrengst vooral ging naar bouw –en verfraaiingswerken in België.

Na 1900 kwam er steeds meer kritiek van progressieve en socialistische hoek en vanuit het buitenland op de monopolistische exploitatiepolitiek van Leopold II.

Na een internationale onderzoekscommissie, twee kansen en moeizame onderhandelingen was Belgisch Kongo in 1908 een feit. In de Kongokolonie werd het oude bondgenootschap tussen de monarchie, de zakenwereld en de Kerk, zoals tijdens het unionisme, bestendigd.

Lees meer...

Het nationalisme wint aan kracht 1890-1935

Op het einde van de 19e eeuw waren er in België drie nationale bewegingen: het flamingantisme, belgicisme en nu ook het opkomende wallingantisme.

De Vlaamse beweging werd een volksbeweging en vergrootte haar invloed door de versterking van de burgerij, de macht van de Vlaamse vleugel binnen de katholieke partij en de opkomende christen-democratie. De idee dat taalemancipatie gelijkstelde met sociaal-politieke ontvoogding kwam ook op.

In 1898 werd de Gelijkheidswet uitgevaardigd die het Nederlands, naast het Frans, tot officiële taal van België verhief.

De invoering van de evenredige vertegenwoordiging was nadelig voor Vlaamsgezinden die de grootste moeite hadden met de gedeeltelijke vernederlandsing van het middelbaar onderwijs dat door het episcopaat werd tegengehouden.

Het territorialiteitsprincipe won ook steeds meer aan kracht en het cultuurflamingantisme streefde naar een volledige vernederlandsing van het onderwijs.

Aan de vooravond van WO I ontstond een radicaal anti-Belgische ingesteldheid als gevolg van de universitaire kwestie en de nederlaag in het parlement omtrent de oprichting van Vlaamse regimenten en de afwijzing van het territorialiteitsprincipe.

De groei van het Belgisch nationalisme op het einde van de 19e eeuw hing samen met de opbloei van het land op economisch en cultureel gebied. Het artistieke milieu concentreerde zich vooral bij links-liberale en intellectuele Brusselaars maar het waren de Franstalige Vlamingen zoals Rodenbach, Verhaeren en Maeterlinck die de Belgische literatuur rond 1900 internationale uitstraling gaven. De gevoeligheid voor maatschappij was ook merkbaar in de architectuur met de Art Nouveau. De breuk met de klassieke stijlvormen was het sterkst merkbaar in de schilderkunst, die zowel invloed van het Franse impressionisme als realistische nuances bevatte.

Het Belgische natiebegrip werd op theoretisch vlak gefundeerd door het werk van Picard en Pirenne. Het Belgisch nationalisme had grote aanhang bij de Franstalige Brusselse burgerij en een expansionistische inslag.

De confrontatie met de Vlaamse beweging zorgde voor het ontstaan van wallingantisme op het einde van de eeuw. De eerste fase had vooral een liberale en elitaire inslag en wilde vooral een antwoord zijn van het moderne en welvarende Wallonië op het conservatieve en minder ontwikkelde Vlaanderen.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen