Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Fase 2: 1896-1914

 1896: aankondiging deelname Duitsland aan imp.

nieuwe imperialistische mogendheden – Duitsland
(Weltpolitik), V.S., Japan, Italië, Leopold II
stappen ook in deze beweging van territoriale

vraatzucht en zorgen voor een langzame toename

van de rivaliteit, wat zal uitmonden in de helse

spiraal die zou leiden tot WO I

Afrika:

Boerenoorlogen: de opmars van U.K. in Z-Afrika stuit op verzet van de inlandse oud-

Nederlandse kolonisten (Boeren) van de Oranjevrijstaat en Transvaal
 oorlog over controle Z-Afrika  U.K. wint, wat echter heel negatief was voor de

publieke opinie, die solidair was met de Boeren (~ V.S. & Irak nu: toont arrogantie

grote imperialistische mogendheid, en de aversie van oorlog van de p.o.)

Voltooiing opdeling Afrika: tegen 1914 worden de definitieve grenzen vastgelegd, die

er nu nog altijd zijn

  • Italië: Eritrea
  • Duitsland: Tanzania, Kameroen
  • Leopold II: Congo Vrijstaat

Break-up of China / Wedren of China :

Japans-Chinese oorlog (1894-1895):
 oorzaak: oorlogen zijn regulatoren van

gewijzigde machtsverhoudingen, en

Japan wil haar grotere macht verzilveren

en haar leidersrol in Azië opnemen.

 aanleiding: controle over Korea, dat

Japan in de eigen invloedszone wil krijgen

 Japan wint, wat leidt tot de wedren op
China, want alle grote westerse

mogendheden springen op China als

aasgieren op een lijk  Westen vormt

een coalitie om een deel van de Japanse

claims, verworven bij het verdrag van

Sjimonoseki, over te nemen[1] (zie kaart:

Liau Toeng & P.A. zouden echter toch

naar Rusland gaan na het Russisch-

Chinees verdrag in 1896)

 geen invloedszones! Er worden echte concessies gedaan waardoor stukken

gebied uit de Chinese soevereiniteit geplukt worden en onder Westerse

bevoegdheid worden geplaatst.

 doordat G.B. schrik krijgt wegens de Russische expansie, zal het in reactie op het

Russisch-Chinees verdrag van 1896, een verdrag met Japan afsluiten (1902)

Break-up of China loopt echter slecht af: 1900: Bokseropstand, xenofobe opstand

gericht tegen de groeiende westerse penetratie van China
 breekt de dynamiek v.d. wedren op China
 Chinese regering kan wegens zwakte niet ingrijpen, & een internationaal hulp-

leger slaat de opstand neer. Na de vraag van wat er nu zou gebeuren zal men

uiteindelijk in 1910 de 1e nationale verkiezingen houden (stichting republiek +

opkomst v. bv. Sun Yatsen)  deels te maken met V.S. die ook invloed in China

wou, en ijverde voor een open door policy (zie verder)

V.S.: in 1890 is de expansie in N-Am. compleet en is het gebied eengemaakt en

geconsolideerd (einde indianenoorlogen, …)
Intern debat over hoe het nu verder moet: Annexionisten VS. anti-imperialisten

  • Annexionisten: willen verder gaan dan het vooralsnog gevoerde commercieel-financeel penetratiebeleid, en willen de invloed blijven vergroten
  • anti-imperialisten: vinden dat de V.S. anders en beter is dan Europa, en niet moet deelnemen aan het Imperialisme (~ nu nog steeds Messiaanse visie)

 Annexionisten winnen, mede dankzij de economische crisis die zorgde voor een

nood aan overzeese afzetmarkten en investeringsplaatsen om deze op te lossen.

 Theodore Roosevelt (≠ Roosevelt v.d. New Deal!): snelle inschakeling in Imperialisme

 stap 1: versteviging v.d. aanwezigheid in de Atlantische oceaan: Amerikaans-

Spaanse oorlog (1898) n.a.v. een explosie op een Amerikaanse kruiser in Havana.
V.S. wint, & na de Vrede van Parijs verliest Spanje haar kolonies in het Caribische

gebied, t.v.v. de V.S. die haar invloed in o.a. Puerto Rico & Cuba vestigt

 stap 2: aanwezigheidspolitiek i.d. Stille Oceaan: Filippijnen, Hawaï, …
= stepstones richting Azië en China
 als laatkomer in China, verdedigt de V.S. een open door policy t.o.v. China, &

vraagt de V.S. het recht op vrijhandel & vestiging t.o.v. iedereen in China te
eerbiedigen. Zo zal de dynamiek v.d. wedren op China inderdaad gebroken

worden na de repressie v.d. Bokseropstand (en de deelname v.d. V.S. daaraan)

 door grote omweg vloot naar Stille Oceaan echter nood aan het Panamakanaal

 Akkoord met Colombia wordt door de Colombiaanse senaat verworpen, zodat

de V.S. het Panamese separatisme gaat steunen, Panama als onafhankelijke

staat zal erkennen, en een nieuwe afspraak voor een kanaal zal maken.

Roosevelt-corollary (1904): is een aanhangsel aan de Monroedoctrine, die zegt

dat de veiligheid van de V.S. enkel gegarandeerd wordt als de V.S. gewapend

mag ingrijpen in het Caraïbische gebied en in Midden-Amerika. Dit werd ook

opgenomen in akkoorden met Caribische staten zoals Panama, Cuba (legitimatie!)

Toenemende rivaliteit en climax, iedereen wil steeds meer gebied controleren

 zou uitmonden in WO I, maar de evolutie naar WO I is geen automatisme en zit

ingewikkelder in elkaar + meerdere oorzaken spelen mee waarvan imperialisme

slechts één tak is.

• conclusies:

 tot 1914 is Europa het centrum v.d. wereldpolitiek.
 Maar: toch organisatie globalisering, wegens de groeiende behoefte om de overzeese

koloniale rijkdommen veilig te stellen. Globalisering is geen automatisch proces, maar

een gevolg van politieke en economische doelstellingen en behoeften!

wereldmarkt & wereldhandel: maar niet in de vorm van wereldwijde vrijhandel zoals

we die vandaag kennen, maar via een opdeling in neo-mercantillistische blokken, die

gezien worden als uitbreidingen v.d. eigen nationale markt, en als dusdanig

afgeschermd worden van andere mogendheden[2]. De hele wereld is nu betrokken in

het raderwerk van een wereldeconomie bestuurd door Europa
 maar: geen centrale planning! Of geen orgaan dat alles regelt (zoals WTO nu)

Lees meer...

Wat is imperialisme?

Imperialisme is een complex fenomeen, en er zijn veel verklaringen voor, maar alles is

terug te brengen tot 2 archetypes:

- economisch (< Marxistisch geïnspireerd: Lenin): imperialisme is de overtreffende trap van het kapitalisme, en de neiging tot expansie zit in het kapitalisme ingebakken

 eens de nationale economieën tekort schieten, is er nood aan expansie naar

gebieden waar nog geen stevige politieke regering geïnstalleerd is
 eens alles verdeeld is: conflict & botsing tussen de koloniale mogendheden

- politiek: imperialisme bevat een streven naar prestige van mogendheden

 men wil de invloedszones uitbreiden en de politieke invloed vergroten in de vorm

van prestige  concurrentie om zo groot mogelijke invloedszone

imperialisme is niet nieuw:

 geen alleenstaand proces, maar langdurig proces dat deel uitmaakt van de
‘Mondialisering’, van de groeiende toenadering van volken & staten en hun groeiende

interdependentie. Deel van een permanente evolutie naar het steeds kleiner worden

van de wereld.

 toch ook specifieke vorm v. mondialisering, met eigen specifieke kenmerken, die niet

overeenkomen met de kenmerken van het vroegere kolonialisme:

- Kolonialisme: vanaf de 15de eeuwdrijvende kracht = Vorsten/handelaars

= pol. beweging, gedreven door vorsten, waarbij deze het streven naar overzeese

machtsuitbreiding gebruiken om de eigen macht te vergroten (mercantillisme!)
 men is niet geïnteresseerd in de verovering v. grote gebieden, maar enkel in de

koloniale waren. Daarom wordt de koloniale aanwezigheid beperkt tot de

kustgebieden (geen interesse in binnenland)  enkel economische penetratie!
 geen nood aan grote expeditielegers, grensposten zijn voldoende

- Imperialisme (1881-1914): gekenmerkt door koloniale & territoriale vraatzucht

economische penetratie én politieke controle over grote gebieden
 voor het eerst wordt de wereld in het economische raderwerk v.h. Westen

opgenomen. Deze keer zijn niet de overheden, maar de ondernemers

(ondersteund door de overheden) de drijvende kracht van de beweging

19de eeuw: antikoloniaal intermezzo

• redenen waarom men geen behoefte heeft aan kolonies?

- economische redenen: vrijhandel (= liberale visie, gedragen door de ondernemers)

 probleem met het mercantillisme was dat de vorsten beslag legden op grote delen

van de winst van handelaars  anti-kolonialisme, men ziet het als iets dat beslag

legt op de rijkdom van de ondernemer

- politieke redenen:

versterking macht & rijkdom vorst: is net wat de liberalen/ondernemers níet willen.

= Anti-kolonialisme om de vorst te verzwakken, en zichzelf zo te versterken

oorzaak oorlogen: kolonialisme lijkt enkel tot conflict en oorlog  anti-kolonialisme

- ideologische redenen: ‘Alle mensen zijn gelijk’

 de liberalen zijn eigenlijk vrij hypocriet … (enkel gelijkheid als het goed uitkomt)

 concreet: er is geen behoefte aan + de opkomende klasse, de burgerij, is er tegen

opkomst imperialisme

• tegen 1881 is er wel weer een draagvlak voor kolonialisme: waarom?

- diplomatieke behoeften: Bismarck had Frankrijk aangezet tot buiteneuropese expansie, opdat het zich binnen Europa niet zou revancheren…

- economische behoeften:

gestegen koopkracht middenklassen (door I.R. & gestegen welvaart). De gestegen

behoefte naar koloniale waren vereist een intensievere aanvoer van deze waren,

want het aanbod kan de gestegen vraag niet langer bijhouden

 men gaat de aanvoer verzekeren door infrastructuur & bedrijven op te richten in

de koloniale landen, en gaat zich ook politiek inmengen om de greep op en

controle over de overzeese gebieden te versterken & verzekeren
 extra stimulans: Depressie 1873-1893: vrijhandel is niet langer evident
+ opnieuw een opkomst van economisch nationalisme

- politieke behoeften:

bevolkingsdruk opvangen  overheid stimuleert migratiegolven richting kolonies

prestige: politiek nationalisme

verloop imperialisme:

• indeling in fases is symbolisch, in realiteit gaan veranderingen

over veel grotere periodes gespreid.

Fase 1 (1881-1896):
 tegen 1881 heeft Fr. een sterke agressieve koloniale

dynamiek ontwikkeld, & tracht het de pol. energie die het in

Elzas-Loth. niet kwijt kan, buiten Europa te verzilveren.

Frans-Britse rivaliteit in:

- Afrika: Scramble for Africa
 Fr. wil N & W-Afrika controleren (als reactie op Britse

imperialisme i.h. Midden-Oosten) & breidt langzaam

uit naar Z & Midden-Afrika  U.K. installeert zich in

Egypte en Z-Afrika, om vervolgens ‘n N-Z verbinding

te maken en ook naar het centrum uit te breiden
 gaat dus om een prestigestrijd en Bismarck vreest

een botsing in centraal-Afrika (Congo = grondstofrijk

gebied!) die ook wel eens naar Europa zou kunnen

komen & het status-quo zou kunnen bedreigen.

 Bismarck roept Conferentie Berlijn (84-85) samen: geen verdeling van
Afrika! Enkel afspreken van spelregels:

  • wie een gebied claimt, moet het ook effectief bezetten
  • Congo gaat naar Leopold II (≠ België!), zodat het een bufferzone tussen de Britse & Franse gebieden in Afrika vormt. Dit is enkel aanvaardt omdat Leopold beloofde dat het gebied openbleef voor handel zonder toltarieven, maar dat hij zelf volledig zou opdraaien voor het bestuur (ook al geloofden weinigen in de mogelijkheid hiervan) + omdat anderen dachten dat hij weinig ambities had (maar hij bleek uiteindelijk zelf ook een O-W-verbinding te willen verwezenlijken, wat mislukte)[1]

- Azië: U.K. controleert volledig Indië  Frankrijk installeert zich in Indochina

Brits-Russische rivaliteit in Azië: The Great Game

 prestigeslag om controle over Centraal-Azië

 conflict over Afghanistan  oplossing:
onafhankelijk Afghanistan als bufferzone

Lees meer...

Tweede Bismarck-systeem (1879-1890)

1879: Tweebond tussen Oostenrijk & Duitsland: tegen Rusland gericht, wederzijds

geheim engagement om elkaar te steunen tegen Rusland in geval van een aanval

 Rusland voelt zich geïsoleerd, en mede door binnenlandse opkomst v. anarchisme

(Tsaar Alex. II † in aanslag) gaat Rusland terug toenadering zoeken (wat Bism.

gehoopt had)

1881: Hernieuwing Driekeizersentente: Rusland & O-H zouden neutraal blijven in een

mogelijke Frans-Duitse oorlog, en Duitsland & Oostenrijk zouden neutraal blijven in een

mogelijke oorlog tussen Rusland & U.K.

1882: Triple Alliantie of Driebond: tweebond + Italië, dat zich gedwarsboomd voelde

door Fr. kolonisatiepolitiek in Tunesië en Fr. zo ook als een bedreiging zag.
= basis van 1 van beide allianties tijdens WO I (maar dit was toen nog niet voorzien)

Sleet op Bismarck-systeem, omwille van redenen van binnenlandse én buitenlandse aard

Binnenlandse kritiek op autoritair status-quo beleid: Bismarck bespeelt de binnenlandse

zoals de buitenlandse politiek en gaat willende allianties met ≠ partijen aan. Hij maakt

het de partijen dus erg moeilijk, en men is ook ontevreden omwille van de repressie v.d.

socialisten  1888: aantreden Wilhelm II, die voorgaande mening deelt en een sterke

natie wil, zonder repressieve aanpak  wrevel!

incompatibele doelstellingen: de constante coalitiewissels van Bismarck keren zich

tegen hem & gaan zich wreken, want Bismarck gaat teveel allianties met tegengestelde

belangen aan. Elk nieuw akkoord creëert wantrouwen bij een andere geallieerde.

tegenstelling Rusland Oostenrijk:

  • 1887: hernieuwing Triple Alliantie
  • 1887: Herverzekeringsverdrag, want Rusland begon te wantrouwen wegens de vernieuwing van de anti-Russische Triple Alliantie

 hierna mislukt een toenadering tot U.K. (tegen Rusland gericht), en gaat Bismarck

terug toenadering zoeken tot Rusland

1890: ontslag Bismarck: het is genoeg geweest voor Wilhelm II, die helemaal niet pro-

Russisch is en zoals U.K. “een plek onder de zon” wil. Hij beschouwt zichzelf ook als

een W-Europese vorst, i.p.v. een slavische  Wilhelm II voelt de lokroep van het

Imperialisme, vele Duitse machtsgroepen willen ook deelnemen aan de wereldhandel

heroriëntering beleid: legt andere accenten die het klassieke Bismarck-beleid verlaten

verwaarlozing Rusland, met een Frans-Russisch akkoord tot gevolg

 1891: wederzijdsbijstandverdrag / 1893: geheim defensief militair akkoord

= definitief einde Bismarck-systeem

1896: Weltpolitik: wereldpolitiek als opdracht, wereldmacht als doel, Duitse vloot als

instrument (Wilhelm II)  kondigt Duitsland aan als een nieuwe medespeler in de

buiten-Europese nationale politiek, Wilhelm II wil een plek onder de zon en deelnemen

aan de uitbreiding v.d. Westerse invloed in de koloniale wereld.

 uitbouw vloot betekent echter een bedreiging voor U.K. als zeemacht…

Lees meer...

Eerste Bismarck-systeem (1872-1878)

= eerste fase van het Europese machtsevenwicht met Berlijn als ‘arbiter’

 Bismarck wil Oostenrijk & Rusland in een coalitie samenkrijgen, met als doel Fr. isoleren

1872: Driekeizersentente: Russische Tsaar, Duitse keizer & keizer v. O-H

 bestaat uit 2 verdragen:

- 1873: Duits-Russische Conventie: wederzijds bijstandsverdrag, als één van beide aangevallen wordt komt de andere te hulp

- Russisch-Oostenrijkse Conventie: minder sterk dan bovenstaand verdrag, een afgezwakt solidariteitsverdrag. Een politiek engagement dat men elkaar de duvel niet zal aandoen, en zal steunen als men problemen ondervindt.

1875: Balkancrisis: = nieuwe fase in de Oosterse kwestie (die nog tot WO I doorloopt)

opstanden in Servië: men wil Ottomaanse juk afwerpen  Servisch-Turkse oorlog

 Rusland gaat onder het mom van pan-slavisme (steun aan onafhankelijkheid voor de

slavische volkeren) de oorlog verklaren aan het Ottomaanse Rijk en zo gebruik

maken van de situatie om haar controle over de zee-engten te verstevigen[1]

Turks-Russische oorlog, waarbij een Groot-Bulgarije ontstaat

 voordelig verdrag v. San Stefano waardoor controle v. Rusland over de zee-engten

en haar zo steviger geworden geopolitieke aanwezigheid voor ongerustheid bij

Oostenrijk & U.K. zorgt Rusland vormt nu bedreiging voor Britse vloot, en er dreigt

oorlog tussen Rusland & U.K. te komen…

 Bism. vreest oorlog & komt om dit te vermijden & de situatie te stabiliseren

tussenbeide  roept de grootmachten samen op Conferentie v. Berlijn (1878):

  • Groot-Bulgarije geamputeerd en onder soevereiniteit Ottomaanse Rijk (= maatregel tegen Rusland)
  • Roemenië, Montenegro: formeel onafhankelijk (= maatregel pro-Rusland, want betekent eigenlijk dat beide in de Russische invloedssfeer vallen)
  • Bosnië-Herzegovina: protectoraat onder Oostenrijk-Hongarije (pro-O-H)
  • Servië blijft onafhankelijk (= maatregel pro-Rusland)

 toch frustraties:

 Bismarck beseft dat de basis van zijn stabiliteitspolitiek wankel is

 Rusland voelt zich benadeeld & vindt dat Bismarck teveel aantrok voor

Oostenrijk & U.K.  trekt zich terug uit de Driekeizersentente

 probleem! Mogelijkheid dat Rusland & Fr. een anti-Duitse coalitie vormen!
 Bismarck tracht Rusland weer tevreden te maken & zijn systeem weer

stevig op zijn poten te zetten in zijn tweede Bismarck-systeem

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen