Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

Persoonlijkheidstheorie van Freud

  • Es = lustprincipe
    • Als pasgeborene  aantal mogelijkheden/reflexen om te overleven
    • Onmiddellijke bevrediging = enige wat telt
  • Ich = realiteitsprincipe
    • Komt tot ontdekking dat er iets moet zijn buiten zichzelf
    • Merkt verschil tussen “iets anders” en zichzelf
    • Uitvoerder  lost problemen op voor het Es, helpt Es in bereiken van zijn doelen
    • Houdt rekening met eisen en regels van omgeving  bevrediging van behoeften uitstellen
  • Über-Ich = normen en waarden, geboden en verboren, gewetensfunctie
    • Het kind zal willen zijn zoals het ouderdeel van hetzelfde geslacht
    • Het kind gaat de waarden en normen van de gelijkgeslachtige ouder overnemen.

Psychoseksuele ontwikkelingsfasen  fixatie op een bepaalde lichaamszone

Orale fase

Eerste levensmaanden

Zone van mond is de zone van het lichaam die het meest gevoelig is voor prikkeling, heel veel lust beleefd aan deze zone  wanneer de omgeving gepast ingaat op de noden van het kind, kan het kind een vertrouwensvolle relatie opbouwen met de omgeving

Anale fase

Tweede en derde levensjaar

Streek rond de anus is erogeen. Het kind kan hierdoor een beheersing van de sluitspieren aanleren tijdens de zindelijkheidstraining. Sterke confrontatie met willetjes en regeltjes van anderen  grote rol in ontwikkeling van Ich. Wanneer dit vlot verloopt, wordt het basisvertrouwen gestimuleerd doordat het kind lust aan zichzelf ervaart.

Fallische fase

Tussen 3 en 6 jaar

Lustgevoelens aan genitaliën. Meisjes gaan in deze periode hun lichaam als minderwaardig ervaren omdat zij geen penis hebben. Ze zouden volgens Freud een penisnijd ervaren wat volgens hem de oorsprong is van vrouwelijke minderwaardigheidsgevoelens.

Oedipale periode

Sterk begaan met de verschillen tussen geslachten en enorm geboeid door het tegengeslachtelijk ouderdeel. Het kind heeft hier positieve gevoelens voor het ouderdeel van het andere geslacht en negatieve gevoelens voor het ouderdeel met hetzelfde geslacht.

Lees meer...

Begripsomschrijvingen

Persoonlijkheid = karakteristieke gedragspatroon dat iemand in verschillende situaties vertoont  de manier waarop iemand met verschillende situaties omgaat

Persoonlijkheid = combinatie van eigenschappen die in contact met anderen zichtbaar worden

  • Temperament
    • Gedragskenmerken die door een aangeboren reactiepatroon worden bepaald
    • Blijven onveranderd
  • Karakter
    • Wat wij van een persoon ervaren en hoe we het benoemen  met bepaalde trekken
    • Eenzelfde karakter zal anders benoemd worden (afhankelijk van de soort omgeving en de persoon die waarneemt)
  • Constitutie
    • Fysisch aspect van de persoon  lichaamsbouw en lichamelijk functioneren
    • Er lijkt een verband te zijn tussen hoe iemand eruit ziet en zijn persoonlijkheid
  • Typologie

Manier om mensen te classificeren (o.b.v. temperament, karakter en

Lees meer...

Vraagjes

  • Wat is het standpunt van Gardner over intelligentie?
    • Het gaat niet om testresultaten maar om culturele kwaliteiten. Intelligentie komt in verschillende vormen voor.
  • Wat is volgens Gardner de voorwaarde om intelligent te zijn?
    • Als het gewaardeerd wordt in uw eigen cultuur.
  • Belangrijkste kritiek op Gardners visie?
    • Men zegt dat hij talent verwart met intelligentie.

Gardner zegt dat zijn visie implicaties heeft op het gebied van school. Alle studenten hebben verschillende intelligenties en men moet het dus op verschillende manieren aanleren.

  • Hoe wordt de erfelijkheid van intelligentie onderzocht?
    • Tweelingenstudies en adoptiestudies
  • Wat is het standpunt van R. Plomin over invloed van erfelijkheid/omgeving op intelligentie?
    • 50 – 50 = gemiddeld over de hele bevolking

1 individu  niet bepaald hoeveel nature en hoeveel nurture is

Omgeving kan een positieve en een negatieve invloed hebben op intelligentie

Intelligente mensen gaan een stimulerende omgeving zoeken (gepaste partner, hobby’s,…)

Lees meer...

Soorten intelligentie

  • Praktische intelligentie (Steinberg en Wagner)  kennis die men al doende geleerd heeft
  • Multipele intelligenties (Gardner)
    • Verbaal  gebruik van taal
    • Persoonlijk  interpersoonlijk en intrapersoonlijk
    • Logisch-mathematisch  getallenkennis, wiskunde, logica
    • Lichamelijk  vaardigheden, bewegingen
    • Muzikaal  waarderen, uitvoeren en componeren van muziek
    • Ruimtelijk  vorm en onderlinge positie t.o.v. elkaar opmerken
    • Naturalistisch  fauna en flora
Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen